29 214 Subsidiebeleid VWS

29 509 Palliatieve zorg

25 424 Geestelijke gezondheidszorg

Nr. 111 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANGDURIGE ZORG, JEUGD EN SPORT

Ter griffie van de Tweede Kamer der Staten Generaal ontvangen op 9 maart 2026.

De wens om over de voorgenomen voordracht voor de vast te stellen ministeriële regeling nadere inlichtingen te ontvangen kan door ten minste dertig leden van de Kamer te kennen worden gegeven uiterlijk op 8 april 2026.

De voordracht voor de vast te stellen ministeriële regeling kan niet eerder worden gedaan dan op 9 april 2026 dan wel binnen veertien dagen na het verstrekken van de in de vorige volzin bedoelde inlichtingen.

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 9 maart 2026

Hierbij ontvangt u het concept van de wijzigingsregeling voor de verlenging van de Regeling palliatieve terminale zorg en geestelijke verzorging thuis (hierna: de Regeling). De Regeling stimuleert de inzet van vrijwilligers in de palliatieve terminale zorg, de coördinatie van netwerken voor (kinder)palliatieve zorg en de inzet van geestelijke verzorgers in de thuissituatie. De huidige regeling vervalt per 1 januari 2027.

Het voornemen is om de Regeling met één jaar te verlengen tot 1 januari 2028. In overeenstemming met artikel 4.10, zevende lid, van de Comptabiliteitswet 2016 wordt hierbij het concept van de wijzigingsregeling voor de verlenging van de Regeling aan de Kamer voorgelegd. De wijzigingsregeling wordt niet eerder vastgesteld dan minimaal dertig dagen na verzending van deze brief.

Subsidies dienen eens in de vijf jaar geëvalueerd te worden. De evaluatie van de Regeling wordt op dit moment uitgevoerd en is naar verwachting voor de zomer van 2026 afgerond. Het evaluatierapport zal spoedig daarna met de Tweede Kamer worden gedeeld, waarna de Regeling opnieuw kan worden verlengd.

Voorts is gebleken dat een aanscherping van de in de Regeling opgenomen definitie van een «bijna-thuis-huis» wenselijk is om mogelijke onduidelijkheid hierover bij de volgende aanvraagronde te voorkomen. Gelet op het tijdpad dat samenhangt met de tijdige openstelling van het aanvraagtijdvak, vindt de nadere uitwerking hiervan, in overleg met veldpartijen, plaats gedurende de voorhangperiode. Het streven is erop gericht de aangepaste definitie gelijktijdig met de verlenging van de Regeling vast te stellen en te publiceren.

De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, W.R.C. Sterk

Naar boven