29 023 Voorzienings- en leveringszekerheid energie

AL VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 3 februari 2026

De vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei1 heeft schriftelijk overleg gevoerd met de Minister van Klimaat en Groene Groei over Voortgang aanpak netcongestie. Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:

  • De uitgaande brief van 12 november 2025.

  • De antwoordbrief van 2 februari 2026.

De griffier van de vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei, Karthaus

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR ECONOMISCHE ZAKEN / KLIMAAT EN GROENE GROEI

Aan de Minister van Klimaat en Groene Groei

Den Haag, 12 november 2025

De leden van de vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei hebben met belangstelling kennisgenomen van uw brief van 6 oktober 2025 over de voortgang aanpak netcongestie.2 De leden van de fracties van BBB, SP en FVD hebben naar aanleiding daarvan een aantal vragen en opmerkingen. De fractieleden van JA21 sluiten zich aan bij de gestelde vragen door de fractieleden van de BBB.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie BBB

In het Noordhollands Dagblad van zaterdag 1 november was te lezen dat «Netbeheerders Tennet en Liander jaren vertraging oplopen met de verzwaring van het elektriciteitsnet in Noord-Holland.»3 «Uit het nieuwe investeringsplan 2026 van Tennet blijkt dat 6 op de 10 projecten later wordt opgeleverd dan gepland.»4 «Ook de uitbreiding van de 380 Kv-verbinding tussen Diemen en Lelystad schuift op naar 2038–2040.»5 «Volgens Tennet lopen projecten gemiddeld 3 jaar vertraging op.»6 «Tennet, Liander en het Ministerie van KGG werken aan een versnellingspakket om procedures te verkorten maar het resultaat is nog niet zichtbaar in de planningen.»7 «De gevolgen zijn groot in grote delen van Noord-Holland maar ook in de rest van het land zit de stroom «op slot»: er is geen ruimte meer voor nieuwe (groot)verbruikers. Ook grootschalige opwekkers van energie – zoals zonneweiden en windparken – kunnen niet worden aangesloten.»8 Dit brengt de nagestreefde energietransitie in gevaar. Naar aanleiding van deze alarmerende berichten en uw brief hebben de fractieleden van de BBB een aantal vragen.

Wat zijn de belangrijkste oorzaken van de vertragingen bij Tennet en Liander? Deze leden ontvangen hierop graag een toelichting. Bent u bereid de Eerste Kamer periodiek te informeren over de voortang van dit belangrijke dossier?

De uitrol van flexibele contractvormen komt nog onvoldoende van de grond en bestaande aangeslotenen met een niet-flexibel contract zijn minder geneigd mee te werken aan flexibilisering, aldus de fractieleden van de BBB. Doet u onderzoek naar barrières en achterliggende gedachten bij deze groep netgebruikers? Zo ja, wanneer verwacht u de resultaten van dit onderzoek en wilt u deze delen met de Eerste Kamer? Welke aanpak wordt gekozen om deze groep succesvol te benaderen en zo ruimte voor partijen op de wachtrij te creëren?

De fractieleden van de BBB vragen zich met betrekking tot de prioritering voor kleinverbruikers (woningbouw) het volgende af. Het ontwerpbesluit prioriteringsruimte transportverzoeken, dat per 1 januari 2026 moet ingaan, bevat categorieën kleinverbruikers, waaronder woningbouw.9 Hoe wordt gewaarborgd dat de netbeheerders hun implementatietijd dusdanig efficiënt inzetten dat de toekenning van capaciteit voor deze maatschappelijke prioriteit (woningbouw) ook daadwerkelijk snel resultaat oplevert in de praktijk?

Het puur economisch kwantificeren van maatschappelijke schade (gemiste toegevoegde waarde) schiet tekort bij de prioritering van essentiële diensten zoals woningbouw, veiligheid en gezondheid, aldus de fractieleden van de BBB. In hoeverre worden de resultaten van het onderzoek naar de bredere maatschappelijke effecten (zoals de gevolgen voor woningbouw, veiligheid en gezondheid) gebruikt bij het plannen en timen van netverzwaringen, zoals geadviseerd?10 Kunnen gemeentelijke objecten zoals zwembaden, sporthallen, gemeenschapshuizen, ijsbanen of voetbalvelden (etc.) als regionale energiehubs fungeren? De fractieleden van de BBB merken op dat de exploitatie bij de gemeenten blijft en niet bij marktpartijen. Deze leden ontvangen hierop graag een toelichting.

In de bijlage bij uw brief worden een aantal versnellingsinstrumenten genoemd waaronder de uniforme taxatieaanpak.11 Hoe wordt de nieuwe, uniforme taxatieaanpak voor gronden ten behoeve van hoog- en middenspanning stations getoetst op uitvoerbaarheid en draagvlak, en wanneer worden de resultaten van de pilots met gemeenten, netbeheerders, taxateurs en grondeigenaren geëvalueerd? Welke versnelling (in tijd) verwacht u hiermee te realiseren?

U gaat ook in op de zogenaamde «netcongestiepremie».12 Welke concrete maatregelen zijn er getroffen om te borgen dat de tijdelijke «netcongestiepremie» van 20% bovenop de grondwaarde die wordt betaald bij snelle overeenstemming in de periode dat we met netcongestie kampen, geen structureel onderdeel wordt van de marktwaarde?

De fractieleden van de BBB constateren dat de huidige praktijk van grondverwerving wordt gekenmerkt door een gebrek aan flexibiliteit in de grondstrategie en beleidsuitgangspunten bij gemeenten en netbeheerders. Welke acties binnen het LAN (Landelijk Actieplan Netcongestie) verbeteren de integrale afstemming tussen netbeheerders en lokale overheden om het proces van inpassing van complexe elektriciteitsprojecten te versnellen?

Waarom overweegt TenneT eerder in het aansluitproces de aansluitkosten voor de realisatie van een aansluiting in rekening te brengen om niet-realistische of speculatieve aanvragen voor het hoogspanningsnet verder te voorkomen? Welke concrete lessen worden getrokken uit het onderzoek naar wachtrijmethodieken in het buitenland?13

Wat betekent de huidige werkwijze van de netbeheerders voor de netcongestie? Zijn daar wellicht verbeteringen in aan te brengen? Deze leden ontvangen hierop graag een toelichting.

Welke mogelijkheden heeft de ACM om marktpartijen, indien gewenst, te gaan toestaan om realtime en geprognotiseerd vanuit gedrag en verwachting binnen bestaande stroomringen te managen? Als die mogelijkheid er (nog) niet is, kan die ruimte dan gecreëerd worden? De fractieleden van de BBB ontvangen hierop graag een toelichting.

Bent u op de hoogte van het feit dat er marktpartijen zijn die oplossingen bieden vóór de meter met een voldoende hoog zekerheidsgehalte van veiligheid inzake leveringszekerheid en betrouwbaarheid van het net? Zo ja, wat doet u om pilots op dit gebied mogelijk te maken?

U geeft aan dat het wenselijk is dat bedrijven die (nog) niet op een wachtrij staan wel kunnen helpen door capaciteit in te brengen.14 Hoe wilt u dit gaan organiseren en hoe kunt u dit monitoren?

U stelt vervolgens dat het netwerk zwaarder belasten een oplossing is.15 Welke mogelijke gevolgen ziet u qua energiekwaliteit (leveringszekerheid), duurzaamheid van de infrastructuur (moeten we eerder bekabelen dan voorgenomen) en biodiversiteit van de grondpercelen (kabels kunnen erg warm worden)? Hoe wilt u dit gaan bewaken? Deze leden ontvangen hierop graag een toelichting.

In uw brief geeft u aan in gesprek te zijn met bedrijven. Ondertussen zijn er 14.000 bedrijven op de wachtlijst en dat is natuurlijk niet wenselijk.16 Kunt u aangeven met wie u spreekt vanuit het bedrijfsleven? Heeft u gespreksverslagen of andere informatie van die gesprekken, zodat de fractieleden van de BBB een duidelijk beeld kunnen vormen over wat nu werkelijk de ervaringen zijn van het bedrijfsleven in deze energie uitvraag. Deze leden ontvangen hierop graag een toelichting.

U schrijft dat «de juridische randvoorwaarden voor flexcontracten voor grootverbruikers en invoeders op orde [zijn] gebracht.»17 Een van de onderdelen van flexcontracten is het inleveren van kW op de ATO (aansluit contract overeenkomst). Dit resulteert in een verandering van gecontracteerde vermogens. Bij het niet «aantikken» van de maximale opname van energie gaat de maximale opname veranderen of zelfs verminderen, begrijpen de fractieleden van de BBB dit zo goed? Hoe kijkt u naar het feit dat bedrijven hiertoe worden gedwongen? Groei van werkplekken, omzet, specialisme van activiteiten kunnen hierdoor in een andere versnelling komen dan gewenst, aldus de fractieleden van de BBB. Kortom, wat zijn de mogelijke gevolgen van deze «versnellingsmethode» voor onze economie? Deze leden ontvangen hierop graag een toelichting.

Hoe kijkt u, voor wat betreft kleinverbruikers, aan tegen een buurtbatterij waar lokale opwek regionaal gebruikt kan worden? Overweegt u dit gebruik te gaan stimuleren bijvoorbeeld met subsidies? Deze leden ontvangen hierop graag een toelichting.

Rijsenhout was in 2017 de locatie van de eerste buurtbatterij in Nederland, een pilotproject van netbeheerder Liander en een consortium van bedrijven. Het doel was te onderzoeken hoe een buurtbatterij het lokale elektriciteitsnet kon ontlasten door zonnestroom van 35 deelnemende huishoudens op te slaan en op piekmomenten beschikbaar te maken. Hoewel het project succesvol was, is de oorspronkelijke batterij verwijderd, omdat een netbeheerder volgens de wet geen energiebedrijf mag zijn.18 Wat kunt u doen om deze beperking (desnoods tijdelijk) op te heffen of uitzonderingen mogelijk te maken? Deze leden ontvangen hierop graag een toelichting.

De fractieleden van de BBB vernamen tijdens de deskundigenbijeenkomst over netcongestie in de Eerste Kamer van het bedrijfsleven dat de netbeheerder zich niet proactief opstelt en aangeeft dat er geen mankracht is om meerdere pilots vanuit het bedrijfsleven op te pakken.19 Hoe kijkt u naar oplossingen die door bedrijven worden geïnitieerd, pilotprojecten die wenselijk zijn, zowel in het laag- en middenspanningsterrein? Wilt u het mogelijk maken dat pilotprojecten vanuit het bedrijfsleven kunnen worden gestart met voldoende kennis van netwerk, proces en methodieken? Zo ja, hoe kan ervoor worden gezorgd dat de capaciteit van de netbeheerder hiervoor niet langer een belemmering vormt? Kunt u vanuit het ministerie een regiegroep in het leven roepen? Wat is er verder nodig om de samenwerking tussen netbeheerders en het bedrijfsleven te verbeteren? Deze leden ontvangen hierop graag een toelichting.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie SP

U geeft aan in drie verschillende sporen aan netcongestie te werken, besparing ontbreekt hierin. Wat is de reden dat besparing geen aandacht krijgt in de gekozen beleidsrichting?20

Over besparing hebben de fractieleden van de SP de volgende vragen. Het Rijk is zelf, in de vorm van Rijkswaterstaat onder andere, grootverbruiker van energie. Op welke wijze worden nieuwe tunnels, bruggen en andere assets zo duurzaam en energiezuinig mogelijk aangelegd? Worden bij vernieuwing de meest duurzame technieken toegepast? Wordt er modulair gewerkt zodat (zoals bij de modulaire transformator huisjes) onderhoud en vernieuwing sneller kan?

«De energiebesparingsplicht verplicht bedrijven en instellingen om alle energiebesparende maatregelen – met een terugverdientijd van 5 jaar of minder – uit te voeren».21 Is de Erkende maatregelenlijst actueel en van toepassing op de bedrijven en organisaties?22 Helpt de toepassing van deze wet en erkende maatregelenlijst om energie te besparen en daarmee het net te ontlasten?

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie FVD

Tijdens het commissiedebat van 30 september 2025 verklaarde u: «Het probleem van de stijgende nettarieven niet weg is en dat het kabinet aanvullende opties in kaart brengt met substantiële bedragen die pas in de formatie kunnen worden besloten.»23 Wat bedoelt u met substantiële bedragen? Op welke interne raming of ambtelijke notitie is deze uitspraak gebaseerd? Kunt u een bandbreedte aangeven (bijvoorbeeld 1 tot 5 miljard euro, 5 tot 10 miljard euro of meer dan 10 miljard euro)?

De leden van de vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag uiterlijk binnen vier weken.

Voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei, S.M. Kluit

BRIEF VAN DE MINISTER VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 februari 2026

Hierbij ontvangt u de beantwoording van de vragen die leden van de vaste commissie Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei heeft gesteld over de voortgang aanpak netcongestie (kenmerk 178765, ingezonden 12 november 2025).

Minister van Klimaat en Groene Groei, S.Th.M. Hermans

Beantwoording vragen over voortgang aanpak netcongestie

De leden van de vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei hebben met belangstelling kennisgenomen van uw brief van 6 oktober 2025 over de voortgang aanpak netcongestie24. De leden van de fracties van BBB, SP en FVD hebben naar aanleiding daarvan een aantal vragen en opmerkingen. De fractieleden van JA21 sluiten zich aan bij de gestelde vragen door de fractieleden van de BBB.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie BBB

In het Noordhollands Dagblad van zaterdag 1 november was te lezen dat Netbeheerders Tennet en Liander jaren vertraging oplopen met de verzwaring van het elektriciteitsnet in Noord-Holland.»25 «Uit het nieuwe investeringsplan 2026 van Tennet blijkt dat 6 op de 10 projecten later wordt opgeleverd dan gepland.»26 «Ook de uitbreiding van de 380 Kv-verbinding tussen Diemen en Lelystad schuift op naar 2038–2040.»27 «Volgens Tennet lopen projecten gemiddeld 3 jaar vertraging op.»28 «Tennet, Liander en het Ministerie van KGG werken aan een versnellingspakket om procedures te verkorten maar het resultaat is nog niet zichtbaar in de planningen.»29 «De gevolgen zijn groot in grote delen van Noord-Holland maar ook in de rest van het land zit de stroom «op slot»: er is geen ruimte meer voor nieuwe (groot)verbruikers. Ook grootschalige opwekkers van energie – zoals zonneweiden en windparken – kunnen niet worden aangesloten.»30 Dit brengt de nagestreefde energietransitie in gevaar. Naar aanleiding van deze alarmerende berichten en uw brief hebben de fractieleden van de BBB een aantal vragen.

1

Wat zijn de belangrijkste oorzaken van de vertragingen bij Tennet en Liander? Deze leden ontvangen hierop graag een toelichting. Bent u bereid de Eerste Kamer periodiek te informeren over de voortang van dit belangrijke dossier?

Antwoord

In algemene zin zijn er vier hoofdoorzaken die elkaar sterk beïnvloeden. Ten eerste een significante groei van projecten. Het TenneT-portfolio groeide de afgelopen twee jaar bijvoorbeeld van 700 naar 1.000 projecten. Dit leidt tot een tekort aan personeel in alle projectfases – ingenieurs, ruimtelijk experts en technische uitvoerders. Het toenemend aantal projecten zorgt ook voor groeiende afhankelijkheden tussen projecten. Vertraging bij één project kan ertoe leiden dat afhankelijke projecten soms jaren moeten wachten. Ruimtelijke procedures en vergunningen is een derde thema, wat sterk samenhangt met tekort aan personeel, bij zowel TenneT als overheden. Besluitvorming vanuit overheden vraagt een zorgvuldige afweging die lang kan duren, maar die onder druk staat door gebrek aan ruimte en wachtrijen voor experts en adviseurs bij overheden, TenneT en ondersteunende bureaus. Tot slot is TenneT meer risicogestuurd en daardoor conservatiever gaan plannen, om te voorkomen dat regelmatig vertragingen van lopende projecten moeten worden aangekondigd. Standaarddoorlooptijden van projecten zijn hierdoor langer dan voorheen. Het Rijk herkent de noodzaak voor deze meer realistische planningen, en werkt met TenneT en bij projecten betrokken overheden om de vroegst mogelijke planning te halen – en dus te versnellen.

De versnellingsaanpak die het kabinet in april 2025 heeft aangekondigd31, is nog niet verwerkt in deze recente projectplanningen van Tennet, deels omdat een groot deel van de maatregelen nog niet geïmplementeerd is. Netbeheerders en het Rijk verwachten deze vertragingen voor een deel weer in te halen met deze maatregelen. Het kabinet werkt ook met regionale netbeheerders om de versnellingsmaatregelen voor hen toe te passen. Beide Kamers ontvangen de periodieke voortgangsrapportages over de versnellingsmaatregelen.

2

De uitrol van flexibele contractvormen komt nog onvoldoende van de grond en bestaande aangeslotenen met een niet-flexibel contract zijn minder geneigd mee te werken aan flexibilisering, aldus de fractieleden van de BBB. Doet u onderzoek naar barrières en achterliggende gedachten bij deze groep netgebruikers? Zo ja, wanneer verwacht u de resultaten van dit onderzoek en wilt u deze delen met de Eerste Kamer? Welke aanpak wordt gekozen om deze groep succesvol te benaderen en zo ruimte voor partijen op de wachtrij te creëren?

Antwoord

In opdracht van het Landelijk Actieprogramma Netcongestie (LAN) wordt op dit moment een onderzoek uitgevoerd naar de barrières en motivaties van bestaande aangeslotenen om mee te werken aan congestiemanagement. Ook wordt er gekeken naar de meest succesvolle manier om ze hiervoor te benaderen. De resultaten van dit onderzoek zullen voor de zomer met de Eerste en de Tweede Kamer worden gedeeld. Deze partijen worden benaderd door de netbeheerder voor het leveren van flexibiliteit. Opschaling van de uitrol van flexibele contracten is daarnaast onderdeel van de doorbaakaanpak netcongestie met netbeheerders, bedrijfsleven en toezichthouder, waarover beide Kamers binnenkort wordt geïnformeerd32.

3

Het ontwerpbesluit prioriteringsruimte transportverzoeken, dat per 1 januari 2026 moet ingaan, bevat categorieën kleinverbruikers, waaronder woningbouw.33 Hoe wordt gewaarborgd dat de netbeheerders hun implementatietijd dusdanig efficiënt inzetten dat de toekenning van capaciteit voor deze maatschappelijke prioriteit (woningbouw) ook daadwerkelijk snel resultaat oplevert in de praktijk?

Antwoord

Netbeheerders hebben aangegeven tot 1 juli 2026 nodig te hebben om het nieuwe prioriteringskader te implementeren voor kleinverbruikers. Tot die tijd blijft de werkwijze waarbij gereserveerde ruimte wordt toebedeeld aan alle kleinverbruikers, waaronder woningbouw, van kracht. Zolang er gereserveerde ruimte is kan woningbouw dus ook tot 1 juli worden aangesloten. Na 1 juli kan woningbouw via het prioriteringskader voor transportverzoeken prioriteit krijgen en daarmee, net als andere prioritaire partijen, zolang er nog ruimte is, als een van de eerste worden aangesloten.

4

Het puur economisch kwantificeren van maatschappelijke schade (gemiste toegevoegde waarde) schiet tekort bij de prioritering van essentiële diensten zoals woningbouw, veiligheid en gezondheid, aldus de fractieleden van de BBB. In hoeverre worden de resultaten van het onderzoek naar de bredere maatschappelijke effecten (zoals de gevolgen voor woningbouw, veiligheid en gezondheid) gebruikt bij het plannen en timen van netverzwaringen, zoals geadviseerd?34

Antwoord

Netbeheerders stellen investeringsplannen op waarin netverzwaringen zijn opgenomen. Netbeheerders prioriteren uitbreidingsprojecten via het Meerjarenprogramma Infrastructuur en Klimaat (het MIEK). Met het MIEK kunnen projecten worden geselecteerd die prioriteit krijgen binnen de investeringsplannen en, indien nodig, ondersteuning krijgen van het Rijk. Selectie van MIEK-projecten gebeurt op basis van vijf criteria: maatschappelijk(e) doel en effecten, toekomstbestendig energiesysteem, inpassing in de fysieke leefomgeving, urgentie en schaalniveau. Onder het criterium «maatschappelijke doelen en effecten» kan worden verstaan: uitbreiding van basisbehoeftes (o.a. woningbouw), mobiliteit en bereikbaarheid, klimaatwinst, open strategische autonomie, systeemintegratie, verdienvermogen, en veiligheid.

5

Kunnen gemeentelijke objecten zoals zwembaden, sporthallen, gemeenschapshuizen, ijsbanen of voetbalvelden (etc.) als regionale energiehubs fungeren? De fractieleden van de BBB merken op dat de exploitatie bij de gemeenten blijft en niet bij marktpartijen. Deze leden ontvangen hierop graag een toelichting.

Antwoord

Vanuit het perspectief van het energiesysteem is er sprake van een energiehub als er in een afgebakend gebied vraag en aanbod van energie op elkaar worden afgestemd. Dit gebeurt door slim te ontwerpen en sturen op publieke infrastructuur. Behalve elektriciteit betreft dit ook andere energiedragers zoals warmte en (duurzame) gassen. In de brief aan de Tweede Kamer van 5 juni 2024 over het Stimuleringsprogramma energiehubs35 is hier nader op ingegaan. Gemeentelijke objecten met een grootverbruikersaansluiting kunnen deelnemen in een hub met een Groepstransportovereenkomst (GTO) die de ACM recentelijk mogelijk heeft gemaakt. Dit vereist wel dat zij flexibel omgaan met hun elektriciteitsgebruik en goede afspraken maken met de andere partijen in de hub om het gebruik onderling af te stemmen.

6

In de bijlage bij uw brief worden een aantal versnellingsinstrumenten genoemd waaronder de uniforme taxatieaanpak.36 Hoe wordt de nieuwe, uniforme taxatieaanpak voor gronden ten behoeve van hoog- en middenspanning stations getoetst op uitvoerbaarheid en draagvlak, en wanneer worden de resultaten van de pilots met gemeenten, netbeheerders, taxateurs en grondeigenaren geëvalueerd? Welke versnelling (in tijd) verwacht u hiermee te realiseren?

Antwoord

De methode wordt in de praktijk getoetst in een aantal pilots. Dit gebeurt in samenwerking met gemeenten, netbeheerders en de koepel van taxateurs (het RICS). In het eerste kwartaal van 2026 starten de eerste pilots en aan de hand daarvan zal ook de evaluatie plaatsvinden. In de eerstvolgende voortgangsrapportage van het LAN eind maart zal worden gerapporteerd over de stand van zaken. Naar verwachting kan deze aanpak, afhankelijk van de casus, een versnelling van 3 tot 12 maanden opleveren.

7

U gaat ook in op de zogenaamde «netcongestiepremie».37 Welke concrete maatregelen zijn er getroffen om te borgen dat de tijdelijke «netcongestiepremie» van 20% bovenop de grondwaarde die wordt betaald bij snelle overeenstemming in de periode dat we met netcongestie kampen, geen structureel onderdeel wordt van de marktwaarde?

Antwoord

De netcongestiepremie is een onderdeel van de taxatiemethodiek die op dit moment wordt uitgewerkt. Doel ervan is om een grondeigenaar te motiveren sneller een afweging te maken tussen het eerste bod en de waarschijnlijke waarde bij de schadeloosstelling in een onteigeningstraject. Door het bod transparant te onderbouwen als som van verschillende componenten plus de premie, is duidelijk dat die premie los staat van de grondwaarde. Er is al een uitspraak van de Rechtbank en de Hoge Raad waarin wordt aangegeven dat meewerkpremies geen onderdeel zijn van de werkelijke waarde bij schadeloosstelling.

8

De fractieleden van de BBB constateren dat de huidige praktijk van grondverwerving wordt gekenmerkt door een gebrek aan flexibiliteit in de grondstrategie en beleidsuitgangspunten bij gemeenten en netbeheerders. Welke acties binnen het LAN (Landelijk Actieplan Netcongestie) verbeteren de integrale afstemming tussen netbeheerders en lokale overheden om het proces van inpassing van complexe elektriciteitsprojecten te versnellen?

Antwoord

Binnen LAN wordt een onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden die decentrale overheden hebben om vanuit een energievisie naar een uitvoeringsprogramma te komen. Bij dit onderzoek werken lokale overheden en netbeheerders samen, aan de hand van ervaringen bij verschillende energieregio's. De resultaten zullen in een handreiking gezet worden. Hierin worden ook aanbevelingen gedaan voor een integrale afstemming tussen netbeheerders en lokale overheden. Het onderzoek wordt naar verwachting in het eerste kwartaal van 2026 afgerond. Daarnaast is het LAN direct betrokken bij de organisatie van de tweede editie van het congres energie en ruimte op 15 april, waar thema's als grond, ruimte en samenwerking centraal staan.

9

Waarom overweegt TenneT eerder in het aansluitproces de aansluitkosten voor de realisatie van een aansluiting in rekening te brengen om niet-realistische of speculatieve aanvragen voor het hoogspanningsnet verder te voorkomen?

Antwoord

TenneT overweegt invoering van deze drempel om het doen van niet-realistische of speculatieve aanvragen te ontmoedigen. Dit kan eraan bijdragen dat de wachtrij voor aansluiting op het hoogspanningsnet een beter beeld geeft van de daadwerkelijke behoefte aan transportcapaciteit.

10

Welke concrete lessen worden getrokken uit het onderzoek naar wachtrijmethodieken in het buitenland?38

Antwoord

Het onderzoek is begin november 2025 gepubliceerd door de Topsector Energie39. Het rapport doet aanbevelingen waarbij een aantal maatregelen worden aangeduid als quick-wins om nader te onderzoeken. Eén daarvan is het bieden van meer inzicht in het wachtrijproces van aanvraag tot aansluiting. Netbeheerders werken mede naar aanleiding van het onderzoek aan duidelijke en volledige beschrijvingen van de stappen in dit proces om partijen hier beter inzicht in te geven.

Het onderzoek adviseert daarnaast om maatregelen te nemen om meer transparantie te bieden in de wachtrij zelf en in de beschikbare capaciteit per locatie. Netbeheerders hebben hier de afgelopen jaren al stappen in gezet via de capaciteitskaart en blijven deze kaart doorontwikkelen zodat zoveel mogelijk tegemoet wordt gekomen aan de informatiebehoefte van klanten. Niet alle informatie kan echter gedeeld worden vanwege bedrijfsgevoeligheid of om privacy redenen.

Nader te onderzoeken valt volgens Haskoning verder of het in Nederland wenselijk is om een volwassenheidstoets in te bouwen. Dit om te bepalen of partijen een plek op de wachtrij kunnen krijgen of waarmee zij hun plek op de wachtrij mogelijk kunnen verliezen als er te weinig voortgang, bijvoorbeeld rondom het verkrijgen van vergunningen of grondverwerving, wordt geboekt. Doel hiervan is dat er geen projecten op de wachtrij komen of blijven staan die niet meer realistisch zijn. Ook het recent gepubliceerde Grids Package van de Europese Commissie geeft enkele aanbevelingen aan lidstaten om dit te onderzoeken. Met de ACM en met netbeheerders wordt gesproken over de toegevoegde waarde van een dergelijke volwassenheidstoets.

Voor de korte termijn heeft implementatie van de verschillende contractvormen en het verbeterplan van de ACM de prioriteit bij netbeheerders40. Binnen het LAN hebben de netbeheerders de mate van niet realistische aanvragen in de wachtrij geanalyseerd. Met name bij TenneT heeft dit al geleid tot een flinke afname van de wachtrij voor afname en invoeding.

11

Wat betekent de huidige werkwijze van de netbeheerders voor de netcongestie? Zijn daar wellicht verbeteringen in aan te brengen? Deze leden ontvangen hierop graag een toelichting.

Antwoord

De situatie op het stroomnet is fundamenteel veranderd ten opzichte van het verleden en ook in het nieuwe energiesysteem zal netcapaciteit schaars blijven. Gemakkelijke oplossingen zijn er niet meer. Dit geeft aanleiding om de bestaande procedures, uitgangspunten en werkwijzen van zowel netbeheerders als bedrijfsleven en overheden fundamenteel tegen het licht te houden. Dit gesprek is gestart. Beide Kamers worden binnenkort geïnformeerd over de eerste resultaten, gericht op doorbraken om op de korte termijn de mogelijkheden voor flexibel gebruik van het elektriciteitsnet maximaal te benutten.

12

Welke mogelijkheden heeft de ACM om marktpartijen, indien gewenst, te gaan toestaan om realtime en geprognotiseerd vanuit gedrag en verwachting binnen bestaande stroomringen te managen? Als die mogelijkheid er (nog) niet is, kan die ruimte dan gecreëerd worden?

Antwoord

De ACM ontwikkelt en bevordert continu systeemaanpassingen die betere afstemming bevorderen. Een volledige bemetering van alle netdelen is een voorwaarde voor een volledige uitrol van realtime monitoring en betere prognoses. De netbeheerders verwachten rond 2029 de bemetering van het net tot en met middenspanningsniveau te hebben afgerond. Dan kan er op alle netvlakken beter gestuurd worden. Nu kan dit nog slechts beperkt en vooral op de hogere netvlakken. Op een aantal plekken is al een zogenaamde Real Time Interface in gebruik. Hiermee kan de netbeheerder grotere markpartijen met een gestandaardiseerd protocol afhankelijk van de netbelasting of noodstroomvraag op- of afregelen.

Een voorbeeld waarbij partijen onderling hun elektriciteitsgebruik kunnen managen, is de Groepstransportovereenkomst (GTO) die de ACM recentelijk mogelijk heeft gemaakt. Hierin kunnen marktpartijen die samen een GTO aangaan een systeem aanleggen waarbij ze elkaars netbelasting kunnen zien en de aan de groep verleende netcapaciteit optimaal kunnen benutten. De verantwoordelijkheid om niet over de collectieve netcapaciteit heen te gaan valt dan binnen de deelnemers aan de groep. Andere marktpartijen, waaronder meetbedrijven, kunnen helpen bij het monitoren en optimaal benutten van de netcapaciteit.

13

Bent u op de hoogte van het feit dat er marktpartijen zijn die oplossingen bieden vóór de meter met een voldoende hoog zekerheidsgehalte van veiligheid inzake leveringszekerheid en betrouwbaarheid van het net? Zo ja, wat doet u om pilots op dit gebied mogelijk te maken?

Antwoord

De netbeheerders passen verschillende innovatieve maatregelen toe, bijvoorbeeld op het gebied van zwaarder belasten van netcomponenten. Door de bestaande infrastructuur verantwoord zwaarder te belasten kan het net beter benut worden. Samen met de ACM en de netbeheerders doet het kabinet onderzoek naar zwaarder belasten en op welke wijze dit nog verder mogelijk gemaakt kan worden. Dit onderzoek wordt bij de volgende voortgangsrapportage netcongestie met beide Kamers gedeeld.

14

U geeft aan dat het wenselijk is dat bedrijven die (nog) niet op een wachtrij staan wel kunnen helpen door capaciteit in te brengen.41 Hoe wilt u dit gaan organiseren en hoe kunt u dit monitoren?

Antwoord

Als er sprake is van congestie vraagt de netbeheerder (grote) bestaande klanten of ze flexibiliteit kunnen leveren. Dit levert vaak beperkt resultaat op. Daarom wordt een onderzoek uitgevoerd naar de barrières en motivaties van bestaande aangeslotenen om mee te werken aan congestiemanagement. Ook in de doorbraakaanpak waar beide Kamers binnenkort over worden bericht komt het organiseren van efficiëntere benutting van het net aan de orde. Het aantal afgesloten contracten voor flexibiliteit door de netbeheerders wordt gemonitord in de halfjaarlijkse voortgangsrapportage van het LAN.

15

U stelt vervolgens dat het netwerk zwaarder belasten een oplossing is.42 Welke mogelijke gevolgen ziet u qua energiekwaliteit (leveringszekerheid), duurzaamheid van de infrastructuur (moeten we eerder bekabelen dan voorgenomen) en biodiversiteit van de grondpercelen (kabels kunnen erg warm worden)? Hoe wilt u dit gaan bewaken?

Antwoord

Samen met de ACM en de netbeheerders wordt door het Ministerie van KGG onderzocht in hoeverre het net verantwoordelijk zwaarder belast kan worden. Dit onderzoek zal bij de volgende voortgangsrapportage worden gedeeld met beide Kamers. Dit onderzoek gaat ook in op het nemen van meer risico en mogelijke gevolgen voor de leveringszekerheid. Het zwaarder belasten kan er in enkele gevallen toe leiden dat sommige componenten minder lang meegaan, waardoor ze eerder aan vervanging toe kunnen zijn. De invloed op biodiversiteit van grondpercelen valt niet binnen de scope van het onderzoek. Er zijn geen casussen bekend m.b.t. de biodiversiteit van grondpercelen door het opwarmen van elektriciteitskabels. WarmteLinq is daarbij een breder onderzoek gestart naar het effect van warmte op de biodiversiteit dat aan de Raad van State zal worden gerapporteerd.

16

In uw brief geeft u aan in gesprek te zijn met bedrijven. Ondertussen zijn er 14.000 bedrijven op de wachtlijst en dat is natuurlijk niet wenselijk.43 Kunt u aangeven met wie u spreekt vanuit het bedrijfsleven? Heeft u gespreksverslagen of andere informatie van die gesprekken, zodat de fractieleden van de BBB een duidelijk beeld kunnen vormen over wat nu werkelijk de ervaringen zijn van het bedrijfsleven in deze energie uitvraag.

Antwoord

Binnen het LAN wordt het bedrijfsleven vertegenwoordigd in het partneroverleg door onder meer VNO-NCW en MKB-Nederland.44 Een bredere vertegenwoordiging van brancheverengingen en sectorvertegenwoordigers neemt deel aan het stakeholderoverleg Beter Benutten Grootverbruikers. Beide overleggen vinden ieder kwartaal plaats. Binnen de sectorale aanpak wordt, eveneens met nauwe betrokkenheid van de branchevereniging, verkend op welke wijze flexibiliteit kan worden ontsloten en sectorspecifieke netcongestieproblemen kunnen worden gemitigeerd. Ook zal de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) dit jaar bedrijven op de wachtrij interviewen om beter zicht te krijgen op hun behoeften. De uitkomsten hiervan zullen worden gedeeld in de voortgangsrapportage. Daarnaast is er regelmatig contact met de regionale industriële clusters, is er periodiek contact met grote energiegebruikers en worden er bedrijfsbezoeken uitgevoerd.

17

U schrijft dat «de juridische randvoorwaarden voor flexcontracten voor grootverbruikers en invoeders op orde [zijn] gebracht.»45 Een van de onderdelen van flexcontracten is het inleveren van kW op de ATO (aansluit contract overeenkomst). Dit resulteert in een verandering van gecontracteerde vermogens. Bij het niet «aantikken» van de maximale opname van energie gaat de maximale opname veranderen of zelfs verminderen, begrijpen de fractieleden van de BBB dit zo goed? Hoe kijkt u naar het feit dat bedrijven hiertoe worden gedwongen? Groei van werkplekken, omzet, specialisme van activiteiten kunnen hierdoor in een andere versnelling komen dan gewenst, aldus de fractieleden van de BBB. Kortom, wat zijn de mogelijke gevolgen van deze «versnellingsmethode» voor onze economie?

Antwoord

De afgelopen jaren zijn diverse nieuwe contractvormen ontwikkeld die flexibel netgebruik mogelijk maken. Hierdoor kunnen pieken worden gedempt en restruimte beter benut. Dit biedt ruimte om aanvragen van de wachtrij aan te sluiten. Flexibele contracten worden vrijwillig aangegaan tussen netbeheerder en gebruiker, waarbij de gebruiker financieel wordt gecompenseerd voor daadwerkelijk geleverd flexibel vermogen of een verlaagd nettarief. De wijze van compensatie hangt af van het type contract dat wordt aangegaan.

Bij het langdurig niet benutten van gecontracteerd transportvermogen hebben de netbeheerders met het GOTORK-principe («Gebruik Op Tijd Of Raak het Kwijt») de mogelijkheid om (een deel van) dit niet benutte transportvermogen terug te vorderen. Dit vermogen kan dan aan partijen in de wachtrij worden toegekend. Als de gebruiker kan aantonen binnen een acceptabele termijn dit transportvermogen wel te zullen gebruiken, dan wordt het vermogen niet teruggevorderd. Doordat wordt gekeken naar het langdurig gebruiksprofiel heeft dit geen operationele gevolgen voor de actuele bedrijfsvoering van de gebruiker.

18

Hoe kijkt u, voor wat betreft kleinverbruikers, aan tegen een buurtbatterij waar lokale opwek regionaal gebruikt kan worden? Overweegt u dit gebruik te gaan stimuleren bijvoorbeeld met subsidies?

Antwoord

Energie wordt steeds meer decentraal opgewekt. Een buurtbatterij kan helpen om op lokaal niveau de vraag naar elektriciteit vanuit het elektriciteitsnet tijdens piekmomenten te verlagen en het aanbod van elektriciteit te beperken. Er bestaan ook andere lokale mogelijkheden die hiervoor kunnen worden ingezet, waaronder het gebruik van een warmtepomp of een thuisbatterij. Ook het slim aansturen van laadinfrastructuur voor elektrisch vervoer kan hieraan bijdragen. Met de aanpassing van het nettarief voor kleinverbruikers die in voorbereiding is, worden generieke techniek-neutrale prikkels gecreëerd en kunnen kleinverbruikers zelf kiezen welke opties zij willen inzetten om hiervan te profiteren.

19

Rijsenhout was in 2017 de locatie van de eerste buurtbatterij in Nederland, een pilotproject van netbeheerder Liander en een consortium van bedrijven. Het doel was te onderzoeken hoe een buurtbatterij het lokale elektriciteitsnet kon ontlasten door zonnestroom van 35 deelnemende huishoudens op te slaan en op piekmomenten beschikbaar te maken. Hoewel het project succesvol was, is de oorspronkelijke batterij verwijderd, omdat een netbeheerder volgens de wet geen energiebedrijf zijn.46 Wat kunt u doen om deze beperking (desnoods tijdelijk) op te heffen of uitzonderingen mogelijk te maken?

Antwoord

De mogelijkheden voor netbeheerders om zelf elektriciteitsopslagfaciliteiten, zoals batterijen, te realiseren en te beheren, zijn Europees wettelijk begrensd en alleen onder specifieke voorwaarden toegestaan. Het Europese kader is geïmplementeerd in de Energiewet die per januari 2026 in werking is getreden. Hierin is geregeld onder welke voorwaarden een netbeheerder een elektriciteitsopslagfaciliteit mag realiseren en beheren. Het uitgangspunt is dat netbeheerders dit alleen onder strikte voorwaarden mogen, bijvoorbeeld als dit noodzakelijk is voor de betrouwbaarheid van het elektriciteitsnet en marktpartijen deze faciliteit niet tegen redelijke kosten binnen een redelijke termijn kunnen aanbieden. In de praktijk zijn veel marktpartijen bereid om dergelijke diensten aan te bieden. Daarmee is er ook geen noodzaak tot meer juridische ruimte voor netbeheerders om dit in eigen beheer uit te voeren.

20

De fractieleden van de BBB vernamen tijdens de deskundigenbijeenkomst over netcongestie in de Eerste Kamer van het bedrijfsleven dat de netbeheerder zich niet proactief opstelt en aangeeft dat er geen mankracht is om meerdere pilots vanuit het bedrijfsleven op te pakken.47 Hoe kijkt u naar oplossingen die door bedrijven worden geïnitieerd, pilotprojecten die wenselijk zijn, zowel in het laag en middenspanningsterrein? Wilt u het mogelijk maken dat pilotprojecten vanuit het bedrijfsleven kunnen worden gestart met voldoende kennis van netwerk, proces en methodieken? Zo ja, hoe kan ervoor worden gezorgd dat de capaciteit van de netbeheerder hiervoor niet langer een belemmering vormt? Kunt u vanuit het ministerie een regiegroep in het leven roepen? Wat is er verder nodig om de samenwerking tussen netbeheerders en het bedrijfsleven te verbeteren?

Antwoord

Het is bemoedigend te constateren dat er onder meer in het bedrijfsleven zoveel creatieve energie is om de netcongestieproblematiek te lijf te gaan. Netbeheerders laten weten dat zij zoveel mogelijk het gesprek aangaan met personen of bedrijven met innovatieve ideeën om netcongestie tegen te gaan. Daarbij blijkt soms dat een aangedragen oplossing niet voldoet aan eisen m.b.t. veiligheid die ook wettelijk zijn vastgelegd, of dat een slim idee onvoldoende snel schaalbaar is om hier als netbeheerder schaarse capaciteit voor in te zetten. Dit kan ten koste gaan van andere oplossingen die meer klanten nu direct helpen. De netbeheerders krijgen alle ruimte om innovatieve maatregelen uit te proberen, bijvoorbeeld op het gebied van zwaarder belasten van netcomponenten. Op dit moment zijn netbeheerders met het bedrijfsleven en het Ministerie van KGG in gesprek over doorbraken om gezamenlijk innovatieve oplossingen van de grond te krijgen, waar nodig in pilot-vorm. Beide Kamers worden binnenkort bericht over de eerste resultaten.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie SP

21

U geeft aan in drie verschillende sporen aan netcongestie te werken, besparing ontbreekt hierin. Wat is de reden dat besparing geen aandacht krijgt in de gekozen beleidsrichting?48

Antwoord

De drie sporen waar de vraag naar verwijst zijn de actielijnen in het Landelijk Actieprogramma Netcongestie (LAN), Sneller Bouwen, Beter Benutten en Slimmer Inzicht. Energiebesparing levert zeker ook een belangrijke bijdrage aan het tegengaan van netcongestie en gaat vooraf aan deze sporen. Elektriciteit die niet wordt gebruikt hoeft immers ook niet te worden getransporteerd. Door besparing kunnen bedrijven soms binnen hun bestaande aansluiting alsnog uitbreiden. Energiebesparing is daarnaast van belang voor onze strategische onafhankelijkheid, een lagere energierekening en het behalen van de klimaat- energiedoelen. Het kabinet zet daarom stevig in op besparing. Er zijn verplichtingen (zoals bijvoorbeeld de energiebesparingsplicht voor bedrijven en instellingen), subsidies (zoals bijvoorbeeld de EIA, ISDE en de DUMAVA), en het kabinet zet in op extra ondersteuning en versnelling via onder meer het Nationaal Isolatie Programma en het uitfaseren van de energielabels E, F en G in de huursector. Energiebesparing is daarom geen apart spoor met specifiek instrumentarium binnen het LAN. Wel wordt in het LAN waar relevant actief de koppeling met energiebesparing gelegd, als belangrijke eerste stap. Om hier invulling aan te geven zal in het kennisloket netcongestie van RVO worden gewezen op informatie rondom energiebesparing en zal energiebesparing daar als onderdeel van het handelingsperspectief voor ondernemers en instellingen worden gepresenteerd.

22

Het Rijk is zelf, in de vorm van Rijkswaterstaat onder andere, grootverbruiker van energie. Op welke wijze worden nieuwe tunnels, bruggen en andere assets zo duurzaam en energiezuinig mogelijk aangelegd? Worden bij vernieuwing de meest duurzame technieken toegepast? Wordt er modulair gewerkt zodat (zoals bij de modulaire transformator huisjes) onderhoud en vernieuwing sneller kan?

Antwoord

Rijkswaterstaat streeft naar energiezuinige assets waarmee het energieverbruik op de netwerken in de operatie wordt beperkt. Daarbij werkt Rijkswaterstaat op basis van de strategie Klimaatneutrale en Circulaire Infraprojecten aan deze en andere vormen van verduurzaming van infrastructuur. Bij het ontwerpen van nieuwe tunnels, bruggen en andere assets en het in stand houden en vernieuwen van bestaande wordt ingezet op minder CO2-uitstoot, energiebesparing en efficiënt gebruik van grondstoffen. Zodoende wordt ervoor gezorgd dat deze voldoen aan de energiebesparingsplicht. Daarbij maakt Rijkswaterstaat gebruik van bestaande duurzame technieken in de markt én treedt in voorkomende gevallen op als launching customer voor innovatieve duurzame oplossingen, om de markt verder te stimuleren. Hierdoor kan Rijkswaterstaat de duurzaamheidseisen die gesteld worden bij de aanbesteding van projecten in de loop van de tijd steeds hoger maken. Wat betreft modulair werken: Rijkswaterstaat werkt voor gelijksoortig werk aan bruggen, sluizen en tunnels met portfoliocontracten waarin objecten gebundeld naar de markt worden gebracht, om daarmee tijd, kosten en inzet van capaciteit te besparen. Vanuit het oogpunt van circulariteit wordt geëxperimenteerd met hergebruik, bijvoorbeeld door onderdelen van een viaduct dat wordt verwijderd weer toe te passen in een nieuw aan te leggen viaduct.

23

«De energiebesparingsplicht verplicht bedrijven en instellingen om alle energiebesparende maatregelen – met een terugverdientijd van 5 jaar of minder – uit te voeren».49 Is de Erkende maatregelenlijst actueel en van toepassing op de bedrijven en organisaties?50 Helpt de toepassing van deze wet en erkende maatregelenlijst om energie te besparen en daarmee het net te ontlasten?

Antwoord

De Energiebesparingsplicht is van toepassing op bedrijven en instellingen met een ondergrens van 50.000 kWh elektriciteit en 25.000 m3 aardgas(equivalent). De Erkende Maatregelenlijst (EML) wordt elke vier jaar geactualiseerd, zodat deze in lijn is met de laatste stand der techniek. Op dit moment wordt gewerkt aan de actualisatie per 202751. Locaties met een jaarlijks energiegebruik vanaf 10 miljoen kWh elektriciteit of 170.000 m3 aardgas(equivalent) moeten een eigen onderzoek uitvoeren naar alle kosteneffectieve procesmaatregelen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder en deze maatregelen toepassen. Voor de gebouwmaatregelen maken zij wel gebruik van de EML. De Energiebesparingsplicht zorgt voor minder energiegebruik en ontlast zodoende het net.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie FVD

24

Tijdens het commissiedebat van 30 september 2025 verklaarde u: «Het probleem van de stijgende nettarieven niet weg is en dat het kabinet aanvullende opties in kaart brengt met substantiële bedragen die pas in de formatie kunnen worden besloten.»52 Wat bedoelt u met substantiële bedragen? Op welke interne raming of ambtelijke notitie is deze uitspraak gebaseerd? Kunt u een bandbreedte aangeven (bijvoorbeeld 1 tot 5 miljard euro, 5 tot 10 miljard euro of meer dan 10 miljard euro)?

Antwoord

In het formatierapport «Routes naar Realisatie»53 is in fiche 10 aangegeven om welke bedragen het jaarlijks gaat als bijvoorbeeld het Net op Zee via een inkomstensubsidie zou worden betaald. Als vuistregel geldt dat bij de huidige tariefreguleringssystematiek van de ACM € 1 mld. aan subsidie de energierekening van huishoudens dempt met grofweg € 50,– per jaar en die van grootverbruikers met zo'n € 4,40 per MWh.


X Noot
1

Samenstelling:

Van Aelst-den Uijl (SP), Aerdts (D66), Van Ballekom (VVD), Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Bovens (CDA), Crone (GroenLinks-PvdA), Dessing (FVD), Van Gasteren (BBB), Van der Goot (OPNL), Van Gurp (GroenLinks-PvdA), Holterhues (ChristenUnie), Kluit (GroenLinks-PvdA) (voorzitter), Kroon (BBB), Van Langen-Visbeek (BBB) (ondervoorzitter), Van Meenen (D66), Panman (BBB), Perin-Gopie (Volt), Petersen (VVD), Prins (CDA), Van Rooijen (50PLUS), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Straus (VVD), Van Strien (PVV), Thijsssen (GroenLinks-PvdA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)

X Noot
2

Kamerstukken I 2025/26, 29 023, AH.

X Noot
3

Noordhollands Dagblad 1 november 2025, www.noordhollandsdagblad.nl.

X Noot
4

Ibidem

X Noot
5

Ibidem

X Noot
6

Ibidem

X Noot
7

Ibidem

X Noot
8

Ibidem

X Noot
10

Ecorys, 2025, «De netto maatschappelijke kostprijs van netcongestie: Vervolgonderzoek», Ministerie van Klimaat en Groene Groei, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

X Noot
11

Bijlage «voortgang beleid netcongestie» bij Kamerstukken I 2025/26, 29 023, AH, p. 2.

X Noot
12

Ibidem.

X Noot
13

Bijlage «voortgang beleid netcongestie» bij Kamerstukken I 2025/26, 29 023, AH, p. 5.

X Noot
14

Kamerstukken I 2025/26, 29 023, AH, p. 3.

X Noot
15

Ibidem.

X Noot
16

Ibidem.

X Noot
17

Ibidem.

X Noot
20

Kamerstukken I 2025/26, 29 023, AH, p. 2.

X Noot
21

Over de energiebesparingsplicht | RVO.nl; Omgevingswet; Besluit activiteiten leefomgeving (Bal); Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).

X Noot
22

Bijlage VII en bijlage XIV van de Omgevingsregeling.

X Noot
24

Kamerstukken I 2025/26, 29 023, AH

X Noot
25

Noordhollands Dagblad 1 november 2025, www.noordhollandsdagblad.nl

X Noot
26

Ibidem

X Noot
27

Ibidem

X Noot
28

Ibidem

X Noot
29

Ibidem

X Noot
30

Ibidem

X Noot
31

Kamerstukken II 2024–25, 29 023, nr. 566

X Noot
32

Conform toezegging aan Tweede Kamer in het Commissiedebat Netcongestie en energieinfrastructuur 27 november 2025, TZ202512-001

X Noot
34

Ecorys, 2025, «De netto maatschappelijke kostprijs van netcongestie: Vervolgonderzoek», Ministerie van Klimaat en Groene Groei, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

X Noot
35

Kamerstukken II 2023–24, 32 813, nr. 1398

X Noot
36

Bijlage «voortgang beleid netcongestie» bij Kamerstukken I 2025/26, 29 023, AH, p. 2.

X Noot
37

Ibidem.

X Noot
38

Bijlage «voortgang beleid netcongestie» bij Kamerstukken I 2025/26, 29 023, AH, p. 5.

X Noot
41

Kamerstukken I 2025/26, 29 023, AH, p. 3.

X Noot
42

Kamerstukken I 2025/26, 29 023, AH, p. 3.

X Noot
43

Ibidem

X Noot
45

Kamerstukken I 2025/26, 29 023, AH, p. 3.

X Noot
48

Kamerstukken I 2025/26, 29 023, AH, p. 2.

X Noot
49

Over de energiebesparingsplicht | RVO.nl; Omgevingswet; Besluit activiteiten leefomgeving (Bal); Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).

X Noot
50

Bijlage VII en bijlage XIV van de Omgevingsregeling.

X Noot
51

Kamerstukken II 2025–26, 30 196, nr. 857

X Noot
53

Kamerstukken II 2025–2026, 31 239, nr. 1543


X Noot
1

Samenstelling:

Van Aelst-den Uijl (SP), Aerdts (D66), Van Ballekom (VVD), Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Bovens (CDA), Crone (GroenLinks-PvdA), Dessing (FVD), Van Gasteren (BBB), Van der Goot (OPNL), Van Gurp (GroenLinks-PvdA), Holterhues (ChristenUnie), Kluit (GroenLinks-PvdA) (voorzitter), Kroon (BBB), Van Langen-Visbeek (BBB) (ondervoorzitter), Van Meenen (D66), Panman (BBB), Perin-Gopie (Volt), Petersen (VVD), Prins (CDA), Van Rooijen (50PLUS), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Straus (VVD), Van Strien (PVV), Thijsssen (GroenLinks-PvdA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)

X Noot
2

Kamerstukken I 2025/26, 29 023, AH.

X Noot
3

Noordhollands Dagblad 1 november 2025, www.noordhollandsdagblad.nl.

X Noot
4

Ibidem

X Noot
5

Ibidem

X Noot
6

Ibidem

X Noot
7

Ibidem

X Noot
8

Ibidem

X Noot
10

Ecorys, 2025, «De netto maatschappelijke kostprijs van netcongestie: Vervolgonderzoek», Ministerie van Klimaat en Groene Groei, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

X Noot
11

Bijlage «voortgang beleid netcongestie» bij Kamerstukken I 2025/26, 29 023, AH, p. 2.

X Noot
12

Ibidem.

X Noot
13

Bijlage «voortgang beleid netcongestie» bij Kamerstukken I 2025/26, 29 023, AH, p. 5.

X Noot
14

Kamerstukken I 2025/26, 29 023, AH, p. 3.

X Noot
15

Ibidem.

X Noot
16

Ibidem.

X Noot
17

Ibidem.

X Noot
20

Kamerstukken I 2025/26, 29 023, AH, p. 2.

X Noot
21

Over de energiebesparingsplicht | RVO.nl; Omgevingswet; Besluit activiteiten leefomgeving (Bal); Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).

X Noot
22

Bijlage VII en bijlage XIV van de Omgevingsregeling.

X Noot
24

Kamerstukken I 2025/26, 29 023, AH

X Noot
25

Noordhollands Dagblad 1 november 2025, www.noordhollandsdagblad.nl

X Noot
26

Ibidem

X Noot
27

Ibidem

X Noot
28

Ibidem

X Noot
29

Ibidem

X Noot
30

Ibidem

X Noot
31

Kamerstukken II 2024–25, 29 023, nr. 566

X Noot
32

Conform toezegging aan Tweede Kamer in het Commissiedebat Netcongestie en energieinfrastructuur 27 november 2025, TZ202512-001

X Noot
34

Ecorys, 2025, «De netto maatschappelijke kostprijs van netcongestie: Vervolgonderzoek», Ministerie van Klimaat en Groene Groei, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

X Noot
35

Kamerstukken II 2023–24, 32 813, nr. 1398

X Noot
36

Bijlage «voortgang beleid netcongestie» bij Kamerstukken I 2025/26, 29 023, AH, p. 2.

X Noot
37

Ibidem.

X Noot
38

Bijlage «voortgang beleid netcongestie» bij Kamerstukken I 2025/26, 29 023, AH, p. 5.

X Noot
41

Kamerstukken I 2025/26, 29 023, AH, p. 3.

X Noot
42

Kamerstukken I 2025/26, 29 023, AH, p. 3.

X Noot
43

Ibidem

X Noot
45

Kamerstukken I 2025/26, 29 023, AH, p. 3.

X Noot
48

Kamerstukken I 2025/26, 29 023, AH, p. 2.

X Noot
49

Over de energiebesparingsplicht | RVO.nl; Omgevingswet; Besluit activiteiten leefomgeving (Bal); Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).

X Noot
50

Bijlage VII en bijlage XIV van de Omgevingsregeling.

X Noot
51

Kamerstukken II 2025–26, 30 196, nr. 857

X Noot
53

Kamerstukken II 2025–2026, 31 239, nr. 1543

Naar boven