Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2021-2022 | 28973 nr. L |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2021-2022 | 28973 nr. L |
Vastgesteld 30 mei 2022
De leden van de vaste commissies voor Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit2 en voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport3 hebben kennisgenomen van de brief4 van de toenmalige Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 24 november 2021 inzake deelrapporten in het kader van het onderzoeksprogramma Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO) III. De leden van de fractie van GroenLinks hebben naar aanleiding hiervan een aantal vragen. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren sluiten zich aan bij de vragen van de leden van de GroenLinks-fractie.
Naar aanleiding hiervan is op 25 januari 2022 een brief gestuurd aan de huidige Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.
De huidige Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft op 11 februari 2022 aangegeven dat het beantwoorden van de vragen niet binnen de gebruikelijke termijn mogelijk is.
De huidige Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft op 8 maart 2022 heeft inhoudelijk gereageerd.
De commissies brengen bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.
De waarnemend griffier voor dit verslag, Van Luijk
Aan de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
Den Haag, 25 januari 2022
De leden van de vaste commissies voor Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (EZK/LNV) en voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) hebben met belangstelling kennisgenomen van de brief5 van de toenmalige Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 24 november 2021 inzake deelrapporten in het kader van het onderzoeksprogramma Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO) III. De leden van de fractie van GroenLinks hebben naar aanleiding hiervan een aantal vragen. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren sluiten zich graag aan bij de vragen van de leden van de GroenLinks-fractie.
De leden van de fractie van GroenLinks zoeken naar meer helderheid over het voorzorgprincipe en hoe dit in deze situatie, met de door onvoorziene omstandigheden uitlopende onderzoeken, van toepassing is. Heeft het kabinet wellicht meer mogelijkheden dan zij denkt om de gezondheidseffecten van veehouderijen te beperken?
Deze leden constateren dat uit het rapport duidelijk een associatie naar voren komt tussen de aanwezigheid van een geitenhouderij (op een afstand tot 500 m) en een verhoogde kans op longontsteking. Kunt u benoemen hoe de regering haar zorgplicht ten aanzien van omwonenden in deze definieert? In hoeverre is het nog van belang om te weten wat de precieze oorzaak van deze relatie is, wanneer er een duidelijke relatie is aangetoond?
Bent u, vanuit het voorzorgprincipe, bereid om tot het moment waarop de onderzoeken zijn afgerond, een landelijk moratorium in te stellen op nieuwe geitenhouderijen of uitbreiding van geitenhouderijen op een afstand van 500 m of minder van woningen? Zo niet, waarom niet? Kunt u dit motiveren vanuit het recht op een goede gezondheid in relatie tot het economisch belang? Kunt u, als vingeroefening voor de Omgevingswet, hierbij een vergelijkende redenering opnemen met daarin enerzijds de huidige juridische grondslagen en anderzijds een onderbouwing die stoelt op de integrale afweging die krachtens de Omgevingswet gemaakt zou moeten worden?
De leden van de fractie van GroenLinks ontvangen graag van u een overzicht van het aantal gerealiseerde nieuwe geitenhouderijen op een afstand tot 500 m, tot 1000 m en tot 2000 m van woningen, uitgesplitst per provincie. Om het werk te beperken kan worden volstaan met een overzicht over de afgelopen 5 en 3 jaar. Zij ontvangen tevens graag een overzicht van de lopende aanvragen, op dezelfde wijze uitgesplitst.
De leden van de vaste commissies voor Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (EZK/LNV) en voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag uiterlijk 18 februari 2022.
De voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, L.P. van der Linden, MSc.
De voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, T. Klip-Martin,
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 11 februari 2022
De vragen van de Eerste Kamer leden van de fractie van GroenLinks, mede gesteld door leden van Partij voor de Dieren, over de deelrapporten VGO III (170593.01 U, ingezonden 25 januari 2022) kunnen tot mijn spijt niet binnen de gevraagde termijn worden beantwoord.
De reden van het uitstel is dat interdepartementale afstemming nodig is.
Ik zal uw Kamer zo spoedig mogelijk de antwoorden op de vragen doen toekomen.
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, H. Staghouwer
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 8 maart 2022
Hierbij zend ik u, mede namens de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de antwoorden op de vragen van de Eerste Kamer leden van de fractie van GroenLinks, mede gesteld door leden van de fractie van Partij voor de Dieren, over de deelrapporten van het onderzoeksprogramma Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO) III (170593.01 U, ingezonden 25 januari 2022).
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, H. Staghouwer
1
De leden zoeken naar meer helderheid over het voorzorgprincipe en hoe dit in deze situatie, met de door onvoorziene omstandigheden uitlopende onderzoeken, van toepassing is. Heeft het kabinet wellicht meer mogelijkheden dan zij denkt om de gezondheidseffecten van veehouderijen te beperken?
Antwoord
Voorzorg houdt in dat bevoegd gezag risico’s, waarvoor nog geen algemeen aanvaarde wetenschappelijk inzichten bestaan, afwegen tegen belangen van betrokken partijen. Maatregelen die genomen worden moeten proportioneel zijn aan de aard, ernst en mate van zekerheid van de risico’s.
Decentrale overheden zijn het bevoegd gezag (omgevingsvergunning, toezicht en handhaving) voor het toestaan van nieuwbouw en uitbreiding van bijvoorbeeld veehouderijen. De «Handreiking Veehouderij en Gezondheid Omwonenden» is bedoeld om het bevoegd gezag te ondersteunen in de besluitvorming over veehouderijen in relatie tot de gezondheid van omwonenden. De GGD kan, in gevallen dat er mogelijk een verhoogd risico voor de volksgezondheid bestaat, gevraagd worden als adviseur naar het bevoegd gezag. Het is aan de provincies om, uit voorzorg, al dan niet een moratorium in te stellen voor nieuwbouw of uitbreiding van bestaande stallen. Vanuit de verantwoordelijkheid van het Rijk wordt er voor gezorgd dat de provincies geïnformeerd zijn en wordt vervolgonderzoek uitgevoerd om, afhankelijk van de resultaten van dit onderzoek, zo mogelijk en zo nodig gerichte en effectieve risicoreducerende maatregelen te kunnen nemen op nationaal niveau.
In opdracht van het kabinet wordt sinds 2009 onderzoek uitgevoerd naar de effecten van veehouderij op de gezondheid van omwonenden. Tijdens deze onderzoeken zijn tot nu toe negatieve én positieve verbanden gevonden tussen gezondheid en wonen in de buurt van een veehouderij. Een van de consistente signalen is dat de kans op een longontsteking hoger is bij omwonenden van geitenbedrijven. Daarom hebben de afgelopen jaren diverse provincies (Noord-Brabant, Limburg, Gelderland, Utrecht, Overijssel, Flevoland, Zuid-Holland en Noord-Holland) vanuit het voorzorgsprincipe een moratorium ingesteld om uitbreidingen en/of nieuwvesting van geitenhouderijen tijdelijk tegen te gaan.
De diergezondheid in Nederland wordt gemonitord via de basismonitoring. Dit is een systeem voor het zo vroeg mogelijk opvangen van signalen over diergezondheid, waaronder zoönosen. Hierin wordt met veel partijen, zowel op het vlak van humaan als veterinair gezondheidsbeleid, samengewerkt. De uitkomsten van de monitoring worden gedeeld met veehouders, dierenartsen en betrokken partijen zoals de overheid, veehouderijsector, humane gezondheidszorg en omringende landen zodat zij indien nodig actie kunnen ondernemen. Daarnaast heeft Nederland een zoönosestructuur; een goed functionerend surveillance systeem, gericht op continue signalering, beoordeling en eventueel bestrijding van zoönosen.
2
Deze leden constateren dat uit het rapport duidelijk een associatie naar voren komt tussen de aanwezigheid van een geitenhouderij (op een afstand tot 500 m) en een verhoogde kans op longontsteking. Kunt u benoemen hoe de regering haar zorgplicht ten aanzien van omwonenden in deze definieert? In hoeverre is het nog van belang om te weten wat de precieze oorzaak van deze relatie is, wanneer er een duidelijke relatie is aangetoond?
Antwoord
Het kabinet neemt de uitkomsten van eerder onderzoek zeer serieus. Het is van belang inzicht te krijgen in de oorzaak van het verhoogde risico op een longontsteking voor mensen die in de nabijheid van een geitenhouderij wonen. De overheid vult haar zorgplicht in door nader te laten onderzoeken wat de oorzaak van deze associatie is, zodat gerichte, effectieve en proportionele risicoreducerende maatregelen genomen kunnen worden om dat risico te verminderen.
Het instellen, opheffen of verlengen van moratoria is een aangelegenheid die, gegeven het regionale karakter, primair bij provincies ligt. Het kabinet heeft eerder aangegeven de provinciale maatregelen te ondersteunen (Kamerstuk 28 973, nr. 237, 24 april 2020) en is via het Interprovinciaal Overleg (IPO) met alle provincies in gesprek waar ze worden geïnformeerd over de voorlopige resultaten en de voortgang van het VGO-onderzoek. De Minister van LNV heeft de gedeputeerde staten van de provincies waar op dit moment geen moratorium voor geitenhouderijen is ingesteld geïnformeerd over de voortgang en resultaten van het VGO-onderzoek. Tevens heeft de Minister van LNV de gedeputeerde staten gevraagd om de invoering van een moratorium voor de uitbreiding en/of nieuwvestiging van de geitenhouderij in overweging te nemen en hun de mogelijkheid geboden om verder in gesprek te gaan over deze thematiek. Daarmee is de toezegging uit het debat over de Begroting Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit 2022 (d.d. 2 december 2021) om met de provincies in overleg te treden waar nog geen moratorium voor geitenhouderijen van kracht is gestand gedaan.
3
Bent u, vanuit het voorzorgprincipe, bereid om tot het moment waarop de onderzoeken zijn afgerond, een landelijk moratorium in te stellen op nieuwe geitenhouderijen of uitbreiding van geitenhouderijen op een afstand van 500 m of minder van woningen? Zo niet, waarom niet? Kunt u dit motiveren vanuit het recht op een goede gezondheid in relatie tot het economisch belang? Kunt u, als vingeroefening voor de Omgevingswet, hierbij een vergelijkende redenering opnemen met daarin enerzijds de huidige juridische grondslagen en anderzijds een onderbouwing die stoelt op de integrale afweging die krachtens de Omgevingswet gemaakt zou moeten worden?
Antwoord
Zoals aangegeven in het antwoord op de vragen 1 en 2 is het instellen, opheffen of verlengen van moratoria een aangelegenheid die, gegeven het regionale karakter, primair bij provincies ligt. Zolang de oorzaak van het verhoogde risico op longontsteking bij omwonenden van geitenhouderijen niet is vastgesteld, is het niet duidelijk of, en zo ja welke, maatregelen op nationaal niveau van het Rijk effectief en nodig zijn in aanvulling op de bestaande voorzorgsmaatregelen van de betrokken provincies.
4
De leden ontvangen graag van u een overzicht van het aantal gerealiseerde nieuwe geitenhouderijen op een afstand tot 500 m, tot 1.000 m en tot 2.000 m van woningen, uitgesplitst per provincie. Om het werk te beperken kan worden volstaan met een overzicht over de afgelopen 5 en 3 jaar. Zij ontvangen tevens graag een overzicht van de lopende aanvragen, op dezelfde wijze uitgesplitst.
Antwoord
Ik beschik niet over het overzicht dat u vraagt. Zoals aangegeven is vergunningverlening een decentrale aangelegenheid (met name gemeenten) en hebben diverse provincies (Noord-Brabant, Limburg, Gelderland, Utrecht, Overijssel, Flevoland, Zuid-Holland en Noord-Holland) de afgelopen jaren vanuit het voorzorgsprincipe een moratorium ingesteld om uitbreidingen en/of nieuwvesting van geitenhouderijen tijdelijk tegen te gaan.
Samenstelling:
Koffeman (PvdD), Faber-Van de Klashorst (PVV), Van Strien (PVV), Gerkens (SP), Atsma (CDA) (ondervoorzitter), Pijlman (D66), Schalk (SGP), Klip-Martin (VVD), Van Rooijen (50PLUS), Van Ballekom (VVD), Vos (VVD), Crone (PvdA), Dessing (FVD), Van Gurp (GL), Huizinga-Heringa (CU), Kluit (GL), Van der Linden (Fractie-Nanninga) (voorzitter), Meijer (VVD), Otten (Fractie-Otten), Prins (CDA), Vendrik (GL), Van der Voort (D66), Berkhout (Fractie-Nanninga), Raven (OSF), Karakus (PvdA) en N.J.J. van Kesteren (CDA).
Samenstelling:
Ganzevoort (GL), Gerkens (SP), Van Dijk (SGP), Van Hattem (PVV), Oomen-Ruijten (CDA), Rombouts (CDA), Bredenoord (D66), Koole (PvdA), De Bruijn-Wezeman (VVD), Baay-Timmerman (50PLUS), A.J.M. van Kesteren (PVV), Klip-Martin (VVD) (voorzitter), Vos (VVD), Dessing (FVD), Van Gurp (GL), Prast (PvdD), Van Pareren (Fractie-Nanninga) (ondervoorzitter), Prins (CDA), Vendrik (GL), Verkerk (CU), De Vries (Fractie-Otten), Van der Voort (D66), Keunen (VVD), Hermans (Fractie-Nanninga), Raven (OSF) en Karakus (PvdA).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-28973-L.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.