Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201728973 nr. 192

28 973 Toekomst veehouderij

Nr. 192 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 16 juni 2017

Hierbij bied ik u, mede namens de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), het rapport «Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies): analyse van gezondheidseffecten, risicofactoren en uitstoot van bioaerosolen» aan1.

Het rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO), dat aan uw Kamer is verzonden op 7 juli 2016 (Kamerstuk 28 973, nr. 181), beschrijft onder andere dat mensen die rondom pluimveehouderijen wonen een grotere kans hebben op het oplopen van een longontsteking. In het aanvullende VGO-onderzoek is onder meer een nadere analyse van deze gegevens gemaakt. Deze bevestigen de conclusie uit het hoofdrapport uit 2016. Daarnaast zien we dat ook rondom geitenhouderijen mensen een grotere kans hebben om een longontsteking op te lopen. De onderzoekers geven hierbij aan dat de Q-koortsepidemie waarschijnlijk tijdens de vroege jaren heeft bijgedragen aan het verhoogde aantal longontstekingen. Het is echter geen verklaring van het verhoogde risico vanaf 2011. Wat deze toename wel veroorzaakt, is nog onduidelijk. «Gezien de onzekerheden rondom de oorzaken van het verhoogde risico op longontsteking rondom geitenbedrijven is eerst meer onderzoek nodig in en om geitenhouderijen naar het voorkomen van, de samenstelling van, de uitstoot van en verspreiding van (bio)-aerosolen en fijnstof, alvorens gerichte bedrijfsmaatregelen te kunnen adviseren», aldus de onderzoekers.

Wij vinden de verhoogde ziektedruk een zorgelijk signaal. Omdat de oorzaak van de ziektedruk rond geitenhouderijen onduidelijk is, zullen wij op dit punt vervolgonderzoek uit laten voeren. Gelet op de gevonden effecten lijken maatregelen noodzakelijk, maar zoals de onderzoekers aangeven, is meer inzicht nodig alvorens risicoreducerende maatregelen te kunnen treffen. Dit neemt niet weg dat het in de tussentijd van belang is dat het bevoegde gezag, bij het nemen van besluiten op het gebied van ruimtelijke ordening en, voor zover mogelijk, bij het nemen van besluiten over het verlenen van vergunningen, rekening houdt met deze zorgelijke signalen.

Daarnaast heb ik, zoals aangegeven in de brief van 1 juni 2017 (Kamerstuk 28 973, nr. 191), de Gezondheidsraad om advies gevraagd, onder andere op het punt van vervolgonderzoek, zoals in het VGO-rapport is aanbevolen. De verwachting is dat de Gezondheidsraad dit advies aan het einde van dit jaar oplevert. Het doel is een samenhangende aanpak voor vervolgonderzoek. Daarbij kunnen ook de aanvullende onderzoeksaanbevelingen uit dit meeste recente onderzoek betrokken worden. Met de start van het onderzoek naar de oorzaak van de ziektedruk rond geitenhouderijen zal evenwel eerder worden gestart.

De Staatssecretaris van Economische Zaken, M.H.P. van Dam


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl