28 874
Uitvoering van Richtlijn nr. 2002/47/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 6 juni 2002 betreffende financiëlezekerheidsovereenkomsten

nr. 7
NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 19 september 2003

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

In ARTIKEL I wordt Artikel 54 als volgt gewijzigd:

1. Het vierde lid wordt vernummerd tot het vijfde lid.

2. Het vierde lid komt te luiden:

4. In afwijking van lid 2 en lid 3 kan in een financiëlezekerheidsovereenkomst worden bedongen dat de voorzieningenrechter van de rechtbank op verzoek van de zekerheidnemer of de zekerheidgever kan bepalen dat effecten worden verkocht op een afwijkende wijze, of dat de voorzieningenrechter op verzoek van de zekerheidsnemer kan bepalen dat effecten voor een door de voorzieningenrechter vast te stellen bedrag bij wege van toe-eigening aan de zekerheidsnemer zullen verblijven.

Toelichting

Artikel 4 lid 4 van de richtlijn betreffende financiëlezekerheidsovereenkomsten houdt in dat de verkoop of toe-eigening van effecten op basis van een financiëlezekerheidsovereenkomst niet op grond van de wet onderworpen mag zijn aan voorafgaand toezicht van de rechter. De overeenkomst mag wel inhouden dat een dergelijk toezicht dient plaats te vinden. De mogelijkheid om in de overeenkomst een afwijkende regeling te bepalen kwam onvoldoende in het oorspronkelijke wetsvoorstel naar voren. Het nieuwe vierde lid van artikel 7:54 BW houdt in dat partijen kunnen overeenkomen dat verkoop of toe-eigening van effecten plaatsvindt op basis van tussenkomst van de voorzieningenrechter. Voor de formulering van deze bepaling is zoveel mogelijk aangesloten bij artikel 3:251 lid 1 BW. De tussenkomst van de voorzieningenrechter voorkomt dat een schuldeiser zijn schuldenaar onder druk kan zetten om een wijze van executie te accepteren die niet garandeert dat een commercieel redelijke prijs wordt gerealiseerd.

De Minister van Justitie,

J. P. H. Donner

Naar boven