Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201928844 nr. 176

28 844 Integriteitsbeleid openbaar bestuur en politie

25 268 Zelfstandige bestuursorganen

Nr. 176 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 21 maart 2019

Hierbij bied ik u het evaluatierapport Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) 2014–2017 aan1. Deze evaluatie vloeit voort uit de verplichting van de Kaderwet ZBO’s om het parlement elke vijf jaar een verslag te sturen ten behoeve van de beoordeling van de doeltreffendheid en doelmatigheid van elk zelfstandig bestuursorgaan. Voor deze evaluatie is het onderzoeksbureau specifiek ook nog een oordeel gevraagd over de uitvoering van drie verbeterplannen die in 2014 naar aanleiding van de aanbevelingen van de commissie Borstlap door de NZa waren opgesteld. Het gaat om de plannen op het gebied van human resource management, integriteit en informatievoorziening-/informatiebeveiliging.

Uit de evaluatie komt een positief beeld over het functioneren van de NZa naar voren. Het onderzoeksbureau vat dit positieve beeld als volgt samen: «De NZa heeft in de afgelopen jaren van ver moeten komen. Aan het begin van de evaluatieperiode bevond de NZa zich in een zware periode2 waardoor het zelfvertrouwen van de organisatie laag was. De organisatie heeft een bewonderenswaardige prestatie geleverd door zich stevig te herpakken en zijn positie en reputatie opnieuw op te bouwen. Daarin is bijzonder veel energie gestoken, en het heeft geleid tot tastbare resultaten». Op verschillende terreinen zijn er nog aandachts- en verbeterpunten, zoals meerdere aanbevelingen duidelijk maken. Hierover ga ik uiteraard het gesprek aan met het bestuur van de NZa. Het totaalbeeld is zodanig positief dat geconcludeerd kan worden dat de aanbevelingen van de commissie Borstlap door de NZa inmiddels zijn opgevolgd. Hierna licht ik het rapport op een aantal punten nog wat nader toe.

De verbeterplannen

Over de drie genoemde verbeterplannen schrijft het onderzoeksbureau dat deze goed zijn bestendigd in beleid en in gedrag. Slechts één van de actiepunten staat nog open, dit is het opstellen van een strategische personeelsplanning. In mijn optiek heeft de NZa daarmee adequaat opvolging gegeven aan de verbeterplannen. Op veel onderdelen heeft de NZa stappen gezet die verder gaan dan de inhoud van de verbeterplannen. Ik ben de Raad van Bestuur van de NZa daar zeer erkentelijk voor.

Organisatie en bedrijfsvoering

Uit de evaluatie blijkt dat de NZa in de evaluatieperiode van 2014–2017 grote stappen heeft gezet op het gebied van organisatie & bedrijfsvoering. De checks & balances zijn versterkt door het invoeren van een driekoppige raad van bestuur, door het oprichten van het Gemeenschappelijk managementteam (GMT) en door het opzetten van het audit adviescommittee en de raad van advies. Daarnaast heeft de NZa getoond enkele ingrijpende veranderingen in de organisatie succesvol te kunnen afronden. Naast de uitvoering van de verbeterplannen worden als voorbeelden daarvan genoemd het integreren van DBC-Onderhoud en de herstructurering van directies van de NZa.

Uitvoering van de wettelijke taken

Ten aanzien van een aantal van de kerntaken van de NZa concludeert het rapport dat tijdens de evaluatieperiode zich een aantal belangrijke ontwikkelingen heeft voorgedaan.

  • Vooral voor toezicht en handhaving geldt dat een duidelijke koerswijziging is ingezet die de doeltreffendheid van het toezicht lijkt te vergroten.

  • Ook haar reguleringstaken voert de NZa doeltreffend uit, al heeft de NZa wel te maken met de nodige dilemma’s op dit vlak, die het lastig maken alle betrokken partijen tevreden te houden. (Deze dilemma’s zijn overigens voor een belangrijk deel inherent aan de positie van de NZa, bijvoorbeeld: de roep om kortere doorlooptijden die op gespannen voet kan staan met eisen van zorgvuldigheid of de wens van sommige partijen voor een meer normatieve bekostiging terwijl andere partijen zo’n bekostiging te sturend vinden).

  • Op het gebied van markttoezicht heeft de NZa zich terughoudend opgesteld in het licht van de voorgenomen overheveling van deze taak naar de ACM.

Relatie VWS-NZa

Apart wil ik nog stilstaan bij de sturingsrelatie tussen VWS – NZa. Dit was een belangrijk aandachtspunt in de vorige evaluatie en het advies van de Commissie-Borstlap. Het voorliggende evaluatierapport schetst ook hierover een positief beeld. Zo constateert het rapport dat aan de kant van VWS de sturing van concernorganisaties is geprofessionaliseerd, onder meer door invoering van een driehoeksmodel van eigenaar-opdrachtgever-opdrachtnemer, en de oprichting van een team Concernsturing onder verantwoordelijkheid van de plaatsvervangend secretaris-generaal. Deze aanpak leidt tot meer helderheid over de onderlinge verhoudingen en meer ingebouwde checks and balances op de sturingsrelatie.

Er is volgens het evaluatierapport overigens nog wel nog ruimte voor groei in de verhoudingen. Letterlijk zegt het rapport: «Zo kan het besef nog verder groeien dat er ruimte bestaat om het niet met elkaar eens te zijn: agree to disagree is ook een optie. Hoewel beide partijen zich hiervan bewust zijn, worden verschillen van inzicht nog onvoldoende als vanzelfsprekende mogelijkheid ervaren.» Hieruit vloeit de aanbeveling voort dat VWS en de NZa, met name op het terrein van regulering, voortdurend aandacht blijven besteden aan de rolverdeling tussen beide en ervoor te zorgen dat het gesprek over rolvastheid op dit vlak blijvend gevoerd wordt. Daarbij wordt benoemd dat ook het onderdeel knip in de regulering van het wetsvoorstel Wijziging van de Wet marktordening gezondheidszorg en enkele andere wetten in verband met aanpassingen van de tarief- en prestatieregulering en het markttoezicht op het terrein van de gezondheidszorg3, hieraan een belangrijke bijdrage kan leveren. Met de inwerkingtreding van dit wetsvoorstel wordt beoogd duidelijk te markeren tot waar de beleidsverantwoordelijkheid van de bewindslieden van VWS reikt en waar de uitvoeringsverantwoordelijkheid van de NZa begint.

De komende tijd ga ik met de NZa het gesprek aan over de aanbevelingen uit het evaluatierapport.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
2

Gedoeld wordt hier op de periode nadat NZa-medewerker A. Gotlieb begin 2014 een einde aan zijn leven had gemaakt onder achterlating van een omvangrijk bezwaarschrift tegen een voor hem negatief beoordelingsgesprek. De commissie onder leiding van dhr. H. Borstlap die werd ingesteld om deze zaak te onderzoeken heeft een groot aantal verbeterpunten blootgelegd in de organisatie van de NZa en in de relatie met VWS. Voor het verschijnen van het rapport (eind augustus 2014) zijn de zittende bestuursleden afgetreden.

X Noot
3

Kamerstuk 34445