28 828 Fraudebestrijding in de zorg

B VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 9 oktober 2024

De leden van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport1 hebben kennisgenomen van de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 19 augustus 2024 inzake de voorlegging van de Ontwerpregeling houdende nadere regels ter uitvoering van de Wet bevorderen samenwerking en rechtmatige zorg en het Besluit bevorderen samenwerking en rechtmatige zorg met betrekking tot de uitvoering van artikel 2.1 van de wet en artikel 2.3 van het besluit (Uitvoeringsregeling Waarschuwingsregister zorgfraude).2

Naar aanleiding hiervan is op 20 september 2024 een brief gestuurd aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

De Minister heeft op 9 oktober 2024 gereageerd.

De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.

De griffier van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, De Boer

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Den Haag, 30 september 2024

De leden van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) hebben met belangstelling kennisgenomen van uw brief van 19 augustus 2024 inzake de voorlegging van de Ontwerpregeling houdende nadere regels ter uitvoering van de Wet bevorderen samenwerking en rechtmatige zorg en het Besluit bevorderen samenwerking en rechtmatige zorg met betrekking tot de uitvoering van artikel 2.1 van de wet en artikel 2.3 van het besluit (Uitvoeringsregeling Waarschuwingsregister zorgfraude).3De leden van de fractie van GroenLinks-PvdA hebben hierover nog enkele vragen. De leden van de fracties SP en ChristenUnie sluiten zich bij deze vragen aan.

De leden van de fractie van GroenLinks-PvdA onderschrijven het belang van de Wet bevorderen samenwerking en rechtmatige zorg. De effectiviteit van de wet staat of valt met een goede uitvoering. Daarvoor moeten in de regeling en het besluit de condities geschapen worden. Over dat laatste hebben deze leden zorgen. Daarom stellen zij de volgende vragen.

In antwoord op de vragen van de leden van BBB-fractie in de Tweede Kamer antwoordt u dat de regeling «zo uitvoerbaar mogelijk» moet zijn.4 Bent u het met de leden van de fractie van GroenLinks-PvdA eens dat deze formulering te minimalistisch is en vervangen zou moeten worden door «goed uitvoerbaar»?

U geeft aan dat in het voortraject herhaaldelijk contact is geweest met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). De gemeenten zijn de cruciale partij in de uitvoering. Uit de uitvoeringstoets die de VNG heeft uitgevoerd blijken echter zeer grote zorgen over de uitvoerbaarheid.5 Zorgen die zowel de inhoudelijke voorwaarden als de financiering betreffen.

Bent u het met deze leden eens dat een succesvolle uitvoering gevaar loopt als de belangrijkste uitvoerder op voorhand zulke grote zorgen heeft?

Bent u bereid om op korte termijn in nader overleg te treden met de VNG met het streven het eens te worden over condities die een goede uitvoering mogelijk maken?

Bent u bereid om tegemoet te komen aan het verzoek van deze leden om in afwachting van de ommekomst van dit (op overeenstemming gericht) overleg invoering van de uitvoeringsregels uit te stellen?

De leden van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag uiterlijk 11 oktober 2024.

Voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, G. Prins

BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 9 oktober 2024

Met belangstelling heb ik kennisgenomen van de vragen van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) over het voorstel voor de ontwerpregeling, houdende nadere regels ter uitvoering van de Wet bevorderen samenwerking en rechtmatige zorg en het Besluit bevorderen samenwerking en rechtmatige zorg met betrekking tot de uitvoering van artikel 2.1 van de wet en artikel 2.3 van het Besluit (Uitvoeringsregeling Waarschuwingsregister zorgfraude). Er zijn door de leden van de fractie van GroenLinks-PvdA vragen gesteld. De leden van de fracties van SP en ChristenUnie hebben zich bij deze vragen aangesloten. Ik hoop met de beantwoording van de gestelde vragen de nog bestaande onduidelijkheden te kunnen wegnemen.

De leden van de fractie van GroenLinks-PvdA onderschrijven het belang van de Wet bevorderen samenwerking en rechtmatige zorg. De effectiviteit van de wet staat of valt met een goede uitvoering. Daarvoor moeten in de regeling en het besluit de condities geschapen worden. Over dat laatste hebben deze leden zorgen. Daarom stellen zij de volgende vragen.

In antwoord op de vragen van de leden van BBB-fractie in de Tweede Kamer antwoordt u dat de regeling «zo uitvoerbaar mogelijk» moet zijn. Bent u het met de leden van de fractie van GroenLinks-PvdA eens dat deze formulering te minimalistisch is en vervangen zou moeten worden door «goed uitvoerbaar»?

Ik ben van mening dat de huidige regeling goed uitvoerbaar is, al begrijp ik dat uitvoerders een inspanning moeten leveren om de uitvoering ter hand te nemen. De voorgehangen regeling bevat een evenwichtige balans tussen uitvoerbaarheid en het waarborgen van de eisen zoals die uit de wet en het besluit voortvloeien. De gevraagde inzet is naar mijn idee evenredig met de opbrengst: het delen van informatie over fraudeurs in de zorg. Het beschikbaar hebben van deze informatie kan leiden tot een effectievere aanpak van zorgfraude en zo gemeenten ook geld besparen.

U geeft aan dat in het voortraject herhaaldelijk contact is geweest met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). De gemeenten zijn de cruciale partij in de uitvoering. Uit de uitvoeringstoets die de VNG heeft uitgevoerd blijken echter zeer grote zorgen over de uitvoerbaarheid. Zorgen die zowel de inhoudelijke voorwaarden als de financiering betreffen. Bent u het met deze leden eens dat een succesvolle uitvoering gevaar loopt als de belangrijkste uitvoerder op voorhand zulke grote zorgen heeft?

Het uitvoerige overleg dat ik bij de totstandkoming van de regeling met VNG en ZN heb gevoerd, had als doel om tot een regeling te komen die voor de beide partijen uitvoerbaar is. Ik heb deze partijen veelvuldig en intensief de gelegenheid gegeven om mee te denken bij de totstandkoming van de regeling. Dat heeft geleid tot waardevolle input en zover die bleef binnen de randvoorwaarden van de wet en het besluit, heb ik deze zoveel mogelijk meegenomen bij de uitwerking van de regeling. Na de uitvoeringstoets heb ik de regeling op diverse punten aangepast en heb ik onder andere met het oog op de praktijk de toelichting aanzienlijk uitgebreid om meer duidelijk maken hoe de regeling bedoeld is en kan worden toegepast. Zo heb ik bijvoorbeeld na de uitvoeringstoets van VNG een uitgebreide toelichting gegeven op het begrip «gerechtvaardigde overtuiging van fraude in de zorg» om handvatten mee te geven aan de praktijk. Tegelijkertijd vloeit uit de Wet bevorderen samenwerking en rechtmatige zorg ook voort dat aan het bestaan van een gerechtvaardigde overtuiging van fraude in de zorg eisen worden gesteld, die erop zien dat het onderzoek naar fraude in de zorg zeer zorgvuldig moet verlopen, met respect voor de privacy van betrokkenen. In de genoemde wet en het Besluit bevorderen samenwerking en rechtmatige zorg is uitgewerkt welke eisen gesteld moeten worden aan het proces om te komen tot registratie in het Waarschuwingsregister. De achtergrond van deze eisen is dat een registratie in het Waarschuwingsregister grote gevolgen hebben voor een betrokkene.

De noodzaak om een zorgvuldige procedure te hebben en de randvoorwaarden die de genoemde wet en het besluit aan de regeling stellen, brengen onvermijdelijk met zich mee dat een registratie in het Waarschuwingsregister «niet zomaar» kan, maar dat daarvoor eisen worden gesteld aan het proces en aan de organisatie.

De zorgen die VNG heeft, blijven onderwerp van het gesprek met de VNG. Uiteraard ben ik bereid om, binnen de kaders van de wet en het besluit, te zoeken naar mogelijkheden om concreet ervaren knelpunten weg te nemen. Ik zal met VNG in contact blijven om te spreken over de praktijkervaringen van gemeenten als zij de regels invoeren. Een jaar na invoering van de wet zal ik een invoeringstoets doen om te onderzoeken hoe de uitvoeringspraktijk zich ontwikkelt, daarnaast zal er drie jaar na inwerkingtreding van de wet een wetsevaluatie plaatsvinden.

Bent u bereid om op korte termijn in nader overleg te treden met de VNG met het streven het eens te worden over condities die een goede uitvoering mogelijk maken?

Ik ben gedurende dit traject continu in gesprek geweest met de VNG en zal dit ook voortzetten. In dat kader wordt op korte termijn een bestuurlijk overleg met de VNG gepland.

Bent u bereid om tegemoet te komen aan het verzoek van deze leden om in afwachting van de ommekomst van dit (op overeenstemming gericht) overleg invoering van de uitvoeringsregels uit te stellen?

Het is van groot belang dat zo spoedig mogelijk maatregelen worden genomen om fraude in de zorg te bestrijden. Uitstel dient dat belang niet. Ik hecht daarom aan een spoedige inwerkingtreding van de regeling. Ik wijs er daarbij nogmaals op dat deze uitvoeringsregeling met uiterste zorgvuldigheid en betrokkenheid van de VNG tot stand is gekomen. Wel zal ik tijdens een invoeringstoets nauwkeurig monitoren of er knelpunten zijn in de praktijk en zo ja, waar die zich voordoen.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M-F. Agema


X Noot
1

Samenstelling:

Van Wijk (BBB), Van Knapen (BBB), Lievense (BBB) Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Van Gurp (GroenLinks-PvdA) (ondervoorzitter), Fiers (GroenLinks-PvdA), Roovers (GroenLinks-PvdA), Thijssen (GroenLinks-PvdA), Geerdink (VVD), Kaljouw (VVD), Klip-Martin (VVD), Van de Sanden (VVD), Prins (CDA) (voorzitter), Bakker-Klein (CDA), Moonen (D66), Van Meenen (D66), Bezaan (PVV), Koffeman (PvdD), Baumgarten (JA21), Van Aelst-Den Uijl (SP), Talsma (CU), Van den Oetelaar (FVD), De Vries (SGP), Perin-Gopie (Volt), Van Rooijen (50PLUS), Van der Goot (OPNL)

X Noot
2

Kamerstukken I 2023–2024, 28 828, A.

X Noot
3

Kamerstukken I 2023–2024, 28 828, A.

X Noot
4

Kamerstukken II 2023–2024, 28 828, 139, blz. 2.

X Noot
5

Uitvoeringstoets Waarschuwingsregister zorgfraude – Eindrapport, VNG, juli 2024.

Naar boven