28 828 Fraudebestrijding in de zorg

25 424 Geestelijke gezondheidszorg

Nr. 166 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANGDURIGE ZORG, JEUGD EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 juli 2026

Motie lid Van Brenk (Kamerstuk 36 945 XVI-16)

Tijdens het wetgevingsoverleg over het jaarverslag VWS 2025 op 25 juni 2026 heeft de Tweede Kamer met de motie Van Brenk (Kamerstuk 36 945 XVI-16) het kabinet verzocht om het speciale team Integere Bedrijfsvoering en Zorgverwaarlozing (IBZ) van IGJ, dat bewezen heeft fraude te kunnen opsporen, in stand te houden.

Daarnaast heb ik toegezegd de Kamer vóór de stemmingen van 2 juli te informeren over mijn gesprek met de IGJ over de organisatorische wijzigingen rond het programma IBZ (TZ202606-257). Op 26 juni heb ik hierover met de IGJ gesproken. De uitkomsten van dat gesprek zijn verwerkt in onderstaande reactie op de motie.

De IGJ begrijpt dat de uitzending van EenVandaag van 24 juni 2026 vragen oproept over de aanpak van zorgfraude en het programma IBZ. Naar aanleiding daarvan heeft de IGJ op 1 juli 2026 een nieuwsbericht op haar website gepubliceerd.

Om beter aan te sluiten bij de ontwikkelingen in het zorgveld is de organisatiestructuur van de IGJ in ontwikkeling. In 2022 is de IGJ gestart met het programma IBZ met als doel om kennis, werkwijzen en expertise op te bouwen. Vanaf het begin was het de bedoeling deze structureel te borgen in het toezicht van de IGJ, zodat de samenhang in de werkzaamheden kan worden gerealiseerd. Het programma IBZ wordt hiermee afgerond. Er is dus geen sprake van afbouw of een inhoudelijke koerswijziging, maar van een andere organisatorische inbedding.

De IGJ benadrukt dat het beeld dat de aanpak van zorgfraude wordt verzwakt, niet juist is. Zorgfraude blijft een prioriteit. De IGJ treedt op wanneer fraude, ondermijnende criminaliteit of niet-integere bedrijfsvoering leidt tot ernstige en concrete risico's voor de kwaliteit en veiligheid van zorg. Bij de aanpak van zorgfraude zijn naast de IGJ vele partners betrokken, ieder vanuit de eigen verantwoordelijkheid en bevoegdheden, zoals de Nederlandse Zorgautoriteit en de recherche zorgfraude van de Nederlandse Arbeidsinspectie. De IGJ werkt nauw samen met de betrokken partners en onderstreept het belang van een multidisciplinaire samenwerking. Ook de samenwerking met ketenpartners blijft onverminderd bestaan. De IGJ blijft deelnemen aan de Taskforce Integriteit Zorgsector en deelt signalen van vermoedelijke zorgfraude via de Stichting Informatieknooppunt Zorgfraude met relevante partners.

De IGJ is onafhankelijk in haar toezicht en bepaalt zelf hoe zij haar organisatie inricht. Het past mij daarom niet om daarin te treden. Ik heb er vertrouwen in dat de IGJ de kennis, expertise en taken die binnen het programma IBZ zijn opgebouwd, zorgvuldig borgt in het toezicht.

Gelet op het voorgaande ontraadt het kabinet deze motie.

Motie lid Dijk en Dobbe (Kamerstuk 25 424, nr. 791)

Tijdens het tweeminutendebat over de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) en suïcidepreventie van 18 juni 2026 hebben leden Dijk en Dobbe (SP) een motie ingediend waarin zij de regering verzoeken om te zorgen voor een uitbreiding van het aanbod van mentale ondersteuning aan slachtoffers van seksueel geweld en hierbij ook aandacht te hebben voor de zorg voor slachtoffers waarbij het seksueel geweld langer geleden plaatsvond.

In het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) zijn aanvullende afspraken gemaakt over laagdrempelige steunpunten. In het AZWA zijn de laagdrempelige steunpunten opgenomen als één van de basisfunctionaliteiten rondom mentale gezondheid. Dat betekent dat is afgesproken dat uiterlijk in 2030 deze functionaliteit in elke regio of gemeente beschikbaar moet zijn voor inwoners. Hiervoor is financiering beschikbaar tot 2035. Met de afspraak van basisfunctionaliteiten ontstaat er ook in iedere regio/gemeente een herkenbaar aanbod en wordt het bestaande aanbod verder uitgebreid voor alle inwoners. Er wordt dus al gewerkt aan uitbreiding van het aanbod van mentale ondersteuning voor alle inwoners, dus ook voor slachtoffers van seksueel geweld.

Gelet op het voorgaande apprecieer ik deze motie dus als overbodig.

De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, W.R.C. Sterk

Naar boven