Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201828807 nr. 216

28 807 Vogelpest (Aviaire influenza)

Nr. 216 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 februari 2018

Met deze brief informeer ik u over de stand van zaken bij vogelgriep en de rundveeziekte infectieuze boviene rhinotracheïtis (IBR).

Maatregelen vogelgriep en advies deskundigengroep dierziekten

Op 8 december 2017 werd hoogpathogene vogelgriep (HPAI) van het H5N6-type vastgesteld bij een eendenbedrijf in Biddinghuizen (Kamerstuk 28 807, nr. 215). Ik heb toen maatregelen ingesteld in het tien-kilometergebied rond dit bedrijf, als ook diverse landelijke maatregelen. Later is HPAI H5N6 ook vastgesteld bij een kinderboerderij in Biddinghuizen (16 december 2017) en bij een hobbyhouder in Rhoon (22 januari 2018). Het vervoersverbod rond het besmette eendenbedrijf in Biddinghuizen is op 9 januari 2018 ingetrokken.

Er gelden geen maatregelen meer specifiek voor dat gebied. Er zijn nog wel landelijke maatregelen van kracht.

Met ingang van 9 januari 2018 heb ik enkele landelijke maatregelen versoepeld. Er was geen sprake van nieuwe besmettingen van bedrijven in Nederland en Europa en de introductie leek via wilde vogels plaats te vinden. De kans op verspreiding van het vogelgriepvirus tussen bedrijven in Nederland en vanuit andere Europese lidstaten is hiermee klein. Daarom heb ik toen de maatregelen die betrekking hadden op het voorkomen van verspreiding van het virus tussen bedrijven ingetrokken. Die versoepelingen betroffen het verplichte onderzoek door een dierenarts voor vervoer van pluimvee naar een pluimveebedrijf en van eenden en kalkoenen naar een slachthuis. Ook het verplichte één-op-één vervoer van pluimvee, eenden en kalkoenen en risicoproducten naar eenden- en kalkoenenbedrijven heb ik toen ingetrokken.

Ik heb op 11 januari 2018 de deskundigengroep dierziekten gevraagd het risico voor de insleep van vogelgriep vanuit wilde vogels naar pluimveebedrijven te beoordelen. De beoordeling van de deskundigen1 en de consequenties van een nieuwe uitbraak hebben mij toen doen besluiten de overgebleven landelijke maatregelen in stand te houden. Die maatregelen zijn nog steeds van kracht:

  • de ophok- en afschermplicht

  • het bezoekverbod en de registratieplicht

  • het tentoonstellingsverbod

  • op eendenbedrijven mag strooisel enkel met gebruik van een hygiëneprotocol aangebracht worden

Ik zal de deskundigengroep dierziekten half februari om een nieuwe risicoanalyse vragen.

Toekomststrategie vogelgriep

Op 16 januari 2018 heeft de startbijeenkomst plaatsgevonden voor het uitwerken van een toekomststrategie voor vogelgriep. In december 2017 informeerde ik u al kort over dit traject (Kamerstuk, 28 807, nr. 214). De kerngroep bestaat uit de pluimveesector (Avined), de Dierenbescherming en het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). De komende zes maanden wordt door deze partijen – met betrokkenheid van andere relevante stakeholders – geïnventariseerd welke preventiestrategieën mogelijk zijn om de negatieve effecten van vogelgriep te beperken. Deze zomer zal als eindproduct een «roadmap vogelgriep» worden opgeleverd met alle acties voor de komende jaren.

Nationale bestrijding IBR

In 2015 heeft de gezamenlijke rundveesector de ambitie uitgesproken om Nederland vrij te maken van de rundveeziekte IBR. De voorbereidingen zijn aangestuurd vanuit een stuurgroep met sector en overheid, onder voorzitterschap van de sector. Deze stuurgroep heeft een bestrijdingsplan voor IBR opgesteld. De sectorpartijen uit deze stuurgroep hebben begin 2017 de overheid gevraagd regelgeving op te stellen om de bestrijding van IBR wettelijk te regelen. De reden voor het verzoek is de doelstelling van de sector om voor IBR een officiële EU-status te verkrijgen conform de voorwaarden van artikel 9 van Richtlijn 64/432/EEG. De belangrijkste voorwaarde hierbij is een goedgekeurd wettelijk bestrijdingsprogramma. Lidstaten met een zogenaamde «artikel 9-status» stellen, op basis van Beschikking 2004/558/EG, aanvullende eisen aan de import van levende runderen ter ondersteuning van de bestrijding. Gezien het belang voor diergezondheid, dierenwelzijn en de handelspositie van Nederland, en mede met het oog op de IBR-status van de ons omringende landen, heeft de toenmalige Staatssecretaris van Economische Zaken de sector toegezegd een algemene maatregel van bestuur (amvb) voor te bereiden waarin de bestrijding van IBR geregeld wordt. De basis voor deze amvb is het eerdergenoemde bestrijdingsplan. Uw Kamer is hierover in juni 2017 geïnformeerd (Kamerstuk 29 683, nr. 232). Daarbij is aangegeven dat de sector voornemens was om begin 2018 te starten met een privaat bestrijdingsprogramma.

Onder voorzitterschap van LNV werkt de stuurgroep de amvb nu verder uit. De zuivelsector heeft parallel aan dit traject aangegeven per 1 april 2018 te zullen starten met een privaat verplichte bestrijding van IBR, gebaseerd op het eerdergenoemde bestrijdingsplan en geregeld via de leveringsvoorwaarden tussen melkveehouders en zuivelfabrieken. De zuivelsector heeft melkveehouders al enkele jaren gestimuleerd via een vrijwillig programma vrij te worden van IBR. Inmiddels is ongeveer 65% van de melkveebedrijven vrij van IBR. De zuivelsector wil de voortgang behouden omwille van hun streven naar een hoge diergezondheid en een duurzame zuivelketen. De zuivelsector erkent daarbij dat andere rundveehouders pas verplicht worden IBR te gaan bestrijden als de amvb in werking treed. De eisen in het private programma dienen zoveel mogelijk aan te sluiten op de voorschriften die in de amvb worden opgenomen, zodat een overgang naar de wettelijke eisen op het boerenerf zonder wezenlijke veranderingen plaats zal vinden. Het Ministerie van LNV en de betrokken sectoren werken hierin nauw samen. Zo nodig zal de zuivelsector de eisen in het private programma opnieuw beoordelen in aanloop naar de amvb.

Voor de totstandkoming van de amvb is een formeel traject gestart dat enige tijd zal vergen. Bovendien is afstemming met en goedkeuring van de Europese Commissie en de andere lidstaten nodig, vanwege de gewenste EU-status. De inzet is er nu op gericht dat de amvb op 1 januari 2019 in werking kan treden.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten


X Noot
1

De deskundigengroep dierziekten beoordeelde het insleeprisico vanuit wilde vogels naar bedrijven en opzichte van december 2016 als verlaagd.

Ten opzichte van de zomer 2017 beoordeelden zij het insleeprisico als verhoogd. Het hele verslag is te lezen op www.deskundigengroepdierziekten.nl/