28 807 Vogelpestcrisis (Aviaire influenza)

Nr. 194 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 30 oktober 2015

De deskundigengroep pluimveeziekten is op verzoek van het Ministerie van Economische Zaken (EZ) op 1 september jl. bijeengekomen om vragen te beantwoorden over hoog pathogene vogelgriep (HPAI) rond de volgende vier onderwerpen: 1) najaarstrek en intensiteit monitoring wilde vogels, 2) betekenis epidemiologische situatie Verenigde Staten (VS) voor west Europa, 3) beoordeling resultaten analyse locatie uitloopbedrijf ten opzichte van water en watervogelrijke gebieden versus risico op insleep vogelgriep en 4) de standstill. Met deze brief informeer ik u over de belangrijkste conclusies van de Deskundigengroep (zie bijlage voor het volledige verslag1) en geef ik u mijn reactie.

Najaarstrek en intensiteit monitoring wilde vogels

Het H5N8 virus is afkomstig van HPAI H5 stammen uit Azië. Het H5N8 virus is hoogstwaarschijnlijk van met wilde trekvogels van Azië naar noord Rusland verspreid en vorig jaar met andere trekvogels naar west Europa verspreid. Het is niet bekend of er op dit moment HPAI H5 stammen in wilde watervogels in noord Rusland aanwezig zijn en of deze komend najaar weer naar west Europa zullen worden verspreid. De Deskundigengroep geeft aan dat een intensievere wilde vogelmonitoring door de relatief kleine aantallen vogels, die bemonsterd kunnen worden, onvoldoende gevoelig is om als early warning instrument te dienen en vroegtijdig besmette wilde watervogels te ontdekken. De Groep adviseert wel om bepaalde wilde watervogelsoorten gedurende de vogeltrek extra te bemonsteren om de vinger aan de pols te houden. Ik zal dit advies opvolgen en van oktober tot en met december eenmalig een intensievere monitoring van deze wilde watervogelsoorten laten uitvoeren. De Nederlandse Chief Veterinary Officer (CVO) heeft aan de andere Europese lidstaten gevraagd om dit voorbeeld te volgen.

Betekenis epidemiologische situatie Verenigde Staten voor west Europa

Er zijn het afgelopen seizoen meer dan 200 uitbraken van HPAI H5 stammen geweest in de Verenigde Staten (VS), veel meer dan in de Europese Unie (EU). Waarschijnlijk zijn hiervoor twee oorzaken aan te wijzen. Ten eerste lijkt er in de VS sprake te zijn geweest van een sterke vermeerdering van het virus in de wilde vogel populatie, waardoor de besmettingsdruk vanuit de wilde vogels groter lijkt te zijn geweest dan in West Europa. En ten tweede lijkt er ook veel meer horizontale transmissie, van bedrijf naar bedrijf, te hebben plaatsgevonden. Met name ten aanzien van het laatste aspect geven de deskundigen aan dat goede bedrijfshygiëne zeer belangrijk is om verspreiding van vogelgriep te voorkomen.

Na de H5N8 uitbraken in Nederland eind vorig jaar heb ik samen met de pluimveesector aan de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) gevraagd een hygiënescan te ontwikkelen. Dit is een vragenlijst, die pluimveehouders online kunnen invullen. Op basis van de antwoorden wordt een score berekend. Met deze score kunnen pluimveehouders in gesprek gaan met hun dierenarts om verbeteringen te bespreken. Ook kunnen de scores tussen verschillende bedrijfstypen en in de tijd worden vergeleken. Dit kan in de toekomst tot verbeteringen leiden. Deze scan is in het private IKB systeem van de pluimveesector opgenomen. De deelname van pluimveehouders aan de scan is heel belangrijk. Natuurlijk is een goede bedrijfshygiëne altijd belangrijk, maar zeker ook dit najaar.

Beoordeling resultaten analyse locatie uitloopbedrijf ten opzichte van water en watervogelrijke gebieden versus risico op insleep vogelgriep

In april jl. heb ik u geïnformeerd over de resultaten van een onderzoek naar de risicofactoren van uitloopbedrijven (Kamerstuk 28 807, nr. 191). Uit dit onderzoek bleek onder meer dat uitlooplegbedrijven op kleigronden een 5,8 keer zo grote kans hebben op de insleep van vogelgriep als bedrijven in de rest van Nederland. Dit was een indirecte relatie. Het Centraal Veterinair Instituut (CVI) heeft een nadere analyse uitgevoerd en heeft gevonden dat de relatie tussen het risico op insleep van vogelgriep en de aanwezigheid van water of watervogels in de buurt van pluimveebedrijven sterker is dan de relatie met de grondsoort (zie bijlage voor samenvatting analyse2). Deze nieuwe analyse opent mogelijk de weg naar individuele risicoscores voor pluimveebedrijven op basis van bedrijfstype en locatie. De deskundigen concluderen dat een dergelijke individuele score mogelijk kan worden gebruikt voor het onderbouwen van een op-maat-gesneden monitoringfrequentie voor individuele pluimveebedrijven of andere gedifferentieerde maatregelen, zoals een ophokplicht, specifieke hygiëne aanwijzingen etc.

Ik heb het CVI gevraagd om na te gaan of een dergelijke score op korte termijn is te maken. Zodra deze wordt opgeleverd, zal ik de Deskundigengroep vragen naar de mogelijkheden om deze score te gebruiken voor preventieve maatregelen. Ik zal u informeren over het resultaat.

Standstill

In het huidige beleidsdraaiboek voor vogelgriep wordt bij een vondst van HPAI op een pluimveebedrijf in alle gevallen een algehele standstill in heel Nederland geadviseerd. Er zijn vragen gesteld over deze strenge Nederlandse aanpak, in andere EU lidstaten wordt een dergelijke maatregel niet ingesteld. De deskundigen hebben aangegeven dat de maatregelen van de standstill samenhangen met de maatregelen, die na de standstill worden genomen (landelijke maatregelen, vervoersverboden, etc.). Deze zouden integraal beoordeeld moeten worden. Dit is een complexe materie. Er is meer informatie nodig over de situatie in de pluimveesector anno 2003 vergeleken met de huidige situatie. Het huidige beleidsdraaiboek is geënt op de vogelgriepcrisis in 2003.

De deskundigen adviseren om een analyse te maken, waarin de situatie rond diergezondheid, met name vogelgriep, in de pluimveesector anno 2003 wordt vergeleken met de situatie anno 2015. Ik heb het CVI gevraagd hiermee aan de slag te gaan. Na het opleveren van deze analyse zal ik de Deskundigengroep vragen zich te buigen over de belangrijkste maatregelen uit het beleidsdraaiboek, waaronder de standstill. Ik zal u informeren over het resultaat.

De Staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. Dijksma


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

X Noot
2

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

Naar boven