28 807 Vogelpestcrisis (Aviaire influenza)

Nr. 193 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 30 oktober 2015

Bijgaand ontvangt u het rapport Evaluatie vogelgriep1, inclusief mijn beleidsreactie, over de uitbraak van hoogpathogene vogelgriep in 2014.

De evaluatie is uitgevoerd door organisatieadviesbureau Berenschot. De evaluatie richt zich op het handelen van het Ministerie van Economische Zaken tijdens de uitbraak en is bedoeld als inhoudelijke evaluatie op hoofdlijnen en als interne procesevaluatie. Zoals aangegeven heb ik aan Bureau Berenschot gevraagd de aanbevelingen van algemene aard uit de rapportage van de Welzijnscommissie vogelgriepuitbraak 2014 hier in mee te nemen (Kamerstuk 28 807, nr. 190).

In november 2014 is Nederland getroffen door een uitbraak met hoogpathogene vogelgriep (HPAI). De gevolgen van een uitbraak van vogelgriep kunnen zeer ernstig zijn. De hoogpathogene variant van vogelgriep is zeer besmettelijk voor gevogelte. Voor kippen is deze variant dodelijk. Vogelgriep is een zoönose, wat betekent dat de besmetting van dier op mens kan worden overgebracht. Ik heb daarom toen direct een ingrijpend pakket maatregelen ingesteld om al het mogelijke in het werk te stellen om een grotere uitbraak te voorkomen. De gehele pluimveesector, maar ook ondernemers en burgers daar buiten, werden hierdoor geraakt. Het was echter noodzakelijk om al het mogelijke in het werk te stellen, ook in het belang van ondernemers en de dieren, om een grotere uitbraak te voorkomen.

Bureau Berenschot concludeert dat verschillende maatregelen daadkrachtig zijn ingezet en dat de bestrijding van deze vogelgriep in Nederland effectief was. Het aantal geruimde dieren en de economische schade voor de sector ten gevolge van deze uitbraak waren slechts een fractie van die van de uitbraak in 2003.

Procesmatig concludeert Berenschot dat in het algemeen opvalt dat het proces van informatievoorziening en advisering naar besluitvorming snel en adequaat is verlopen. De informatie coördinatie en het proces van besluitvorming naar concrete acties kan nog wel worden verbeterd. In het rapport zijn een vijftal aanbevelingen geformuleerd, waarop ik hieronder zal ingaan.

Aanbeveling 1 Versterk de rol van informatiecoördinatie tijdens de crisis en de vertaling van besluitvorming naar uitvoering

Het rapport geeft aan dat na een besluit, zoals het instellen van een standstill verschillende beslispunten en informatiestromen op gang komen. Om deze informatie te stroomlijnen en ervoor te zorgen dat besluiten ook worden omgezet in acties, is een departementaal informatieknooppunt van waarde. Dit kan volgens de evaluatie duidelijke worden verbeterd.

De rol van informatiecoördinator binnen de crisisorganisatie van het Ministerie van Economische Zaken wordt op dit moment nader uitgewerkt en verstevigd. Er loopt hiervoor een project binnen het ministerie, waarbij de huidige aanbevelingen worden meegenomen. Daarnaast wordt het handboek crisisbesluitvorming aangepast om hierin de rol van de verschillende crisisteams te verduidelijken. Daarin krijgt de vertaling van de besluitvorming naar uitvoering meer aandacht.

Aanbeveling 2 Overweeg herziening van de meldingsnorm voor vogelgriep

Deze aanbeveling gaat over het wijzigen van de wettelijke norm voor het melden van mortaliteit op een pluimveebedrijf. Op dit moment is een pluimveehouder verplicht te melden als de mortaliteit op zijn bedrijf boven een bepaald percentage stijgt. De afgelopen crisis heeft geleerd dat het zou beter is om deze norm per stal in te stellen en niet zoals nu per bedrijf, aangezien een uitbraak vaak in een stal begint soms niet in andere stallen op hetzelfde bedrijf wordt aangetroffen. Dit advies neem ik over. Met het oog op aanpassing van de meldingsnorm bereid ik momenteel een wijziging van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten, zoönosen en TSE’s voor.

Aanbeveling 3 Maak helder wat verwacht wordt van de Dierenwelzijnscommissie

Berenschot geeft aan dat de Dierenwelzijnscommissie pas laat is ingesteld en bij slechts één ruiming aanwezig is geweest. Bij een grotere uitbraak van een besmettelijke ziekte, waarbij maatregelen worden genomen op het gebied van huisvesting en/of ruiming, wordt een commissie ingesteld die toezicht houdt op de uitvoering van maatregelen die worden genomen in het kader van dierenwelzijn. Deze commissie stelt vast of dit op een verantwoorde wijze wordt gedaan.

De dierenwelzijnscommissie is op 23 november 2014 ingesteld, waarna nog één ruiming heeft plaatsgevonden. Het Beleidsdraaiboek Aviaire Influenza voorziet niet in een beschrijving wanneer een dergelijke commissie wordt ingesteld, of wat de samenstelling, taken en werkwijze er van zijn. Ik zal daarom in het Beleidsdraaiboek criteria opnemen voor het instellen van de Dierenwelzijnscommissie. Ook zal de rol van de Commissie duidelijker worden omschreven.

Aanbeveling 4 Zorg voor gekoppelde en up-to-date informatie- en registratiesystemen

Berenschot geeft aan dat het wenselijk is te komen tot makkelijk te raadplegen informatie over de samenstelling van de sector, zodat het mogelijk is bij het instellen van regio’s tot een bruikbare verdeling van gebieden en faciliteiten te komen. Deze informatie is in principe beschikbaar. Zoals de evaluatie aangeeft is een juiste registratie van UBN’s de verantwoordelijkheid van de sector. Doordat de registratie tijdens de uitbraak van vogelgriep niet correct was, ontstonden er problemen voor gemengde bedrijven. Ik onderschrijf het belang van goede informatie- en registratiesystemen. Ik roep dan ook de sector op om een correcte registratie van bedrijven te bevorderen.

Aanbeveling 5 Breng de crisisorganisatie meer in lijn met het Handboek Crisisbesluitvorming

Dit advies betreft onder andere het instellen van een Departementaal Advies Team (DAT) bij opschaling van de crisisorganisatie binnen het ministerie.

Een DAT heeft tot doel de departementale crisisbesluitvorming in het Departementaal Beleidsteam (DBT) voor te bereiden, maar weegt ook af of besluiten onder eigen verantwoordelijkheid genomen kunnen worden. Naar de mening van Berenschot wordt daarmee bedoeld dat het DAT op een meer operationeel niveau besluiten neemt en in gang zet. Het DBT, waarin de betrokken beleidsadviseurs deelnemen, was formeel het enige gremium waar besluitvorming plaatsvond. Doordat het DAT niet is ingesteld heeft het DBT niet alleen besluiten genomen over het bestrijdingsbeleid, maar ook meermalen gediscussieerd over tamelijk operationele zaken, zoals ontheffing voor specifieke bedrijven. Inmiddels is er een voorstel uitgewerkt om de rol van een DAT te verduidelijken binnen de EZ crisisorganisatie.

Als laatste wil ik ingaan op observatie 29, het bespoedigen van de reiniging & ontsmetting op getroffen bedrijven. Hierover is gesproken met belanghebbenden en de nadere uitwerking vindt plaats.

De verbeterpunten zal ik, waar mogelijk, verwerken in een nieuwe versie van het Beleidsdraaiboek Aviaire Influenza.

De Staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. Dijksma


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

Naar boven