Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 8 oktober 2015
Op 1 april 2014 is het zogeheten adolescentenstrafrecht (ASR) ingevoerd1.
Per brief van 13 mei 20142 bent u geïnformeerd over de voorbereidingen voor een adequate toepassing daarvan.
Inmiddels wordt het adolescentenstrafrecht bijna anderhalf jaar in de praktijk gebracht.
Graag informeer ik u in deze brief over de voortgang.
Het ASR is geen aparte, nieuwe vorm van strafrecht, maar verruimt de mogelijkheden
om bij de sanctionering van adolescenten (16 tot 23 jarigen) rekening te houden met
hun ontwikkelingsfase. Met de invoering van het ASR sluiten het jeugdstrafrecht en
het commune strafrecht beter op elkaar aan en is de grens tussen beide typen strafrecht
flexibeler geworden. Dit draagt bij aan een effectievere strafrechtelijke aanpak van
deze doelgroep.
Voortgang
In de implementatiefase hebben de ketenpartners afspraken gemaakt over de onderlinge
samenwerking en geïnvesteerd in deskundigheidsbevordering en voorlichting. Reclasseringswerkers
van zowel de jeugd- als de volwassenenreclassering werken inmiddels met de nieuw ontwikkelde
methodiek «Reclasseren met adolescenten en jongvolwassenen».
De drie reclasseringsorganisaties (3RO) en de pro Justitia rapporteurs van het Nederlands
Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP) maken bij jongeren in
de leeftijd van 18- tot 23 de afweging of het commune strafrecht of het jeugdstrafrecht
moet worden toegepast (ten behoeve van advisering aan Openbaar Ministerie en rechterlijke
macht). De daartoe ontwikkelde wegingskaders van 3RO en NIFP zijn in 2015 geëvalueerd
op praktische bruikbaarheid en knelpunten. Het OM heeft een soortgelijke wegingslijst
(Indicatielijst ASR) en is onlangs gestart met de toetsing daarvan. Waar nodig zullen
deze instrumenten worden doorontwikkeld.
Het proces van toeleiding naar geïndiceerde zorg voor 18- tot 23-jarigen in het kader
van het jeugdstrafrecht was bij de inwerkingtreding van het ASR in 2014 nog complex,
maar is met de transitie van de jeugdzorg naar de gemeenten (per 1 januari 2015) eenvoudiger
en duidelijker geworden. De kennis hierover bij zorgaanbieders en gemeenten blijkt
in de praktijk echter nog beperkt. De 3RO en de jeugdreclassering voorzien die partijen
op casusniveau van de nodige informatie hierover.
De samenwerking tussen ketenpartners wordt steeds beter. Er is een netwerk van landelijk
contactpersonen bij alle ketenpartners opgericht. Onlangs is een samenwerkingsconvenant
gesloten tussen de Raad voor de Kinderbescherming en de 3RO om de aanpak van criminele
adolescenten te intensiveren. Er zijn duidelijke werkafspraken gemaakt en er wordt
meer gebruik gemaakt van elkaars expertise, zij adviseren elkaar en wisselen relevante
feitelijke informatie uit over het civiele en strafrechtelijke verleden van een (criminele)
adolescent. Zo kunnen de mogelijkheden van het ASR en de Jeugdwet optimaal worden
benut. Verder worden werk- en leerstraffen beter gecoördineerd. De volwassenenreclassering
wordt betrokken bij de netwerk- en trajectberaden. Volgens het OM wordt met name aan
de ZSM-tafel al in een vroeg stadium bepaald of het jeugdstrafrecht moet worden toegepast.
Monitoring- en evaluatieprogramma
Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) is gestart met een meerjarig
onderzoeksprogramma (2015 t/m 2019) voor de monitoring en evaluatie van het ASR. Het
evaluatieonderzoek zal onder meer bestaan uit een proces- en een effectevaluatie.
Voor wat betreft de monitoring wordt momenteel onderzocht welke indicatoren specifiek
toegespitst op de doelgroep adolescenten (16 tot 23 jaar) op een kwantitatieve wijze
uit de bronsystemen van diverse ketenpartners kunnen worden gehaald. Vervolgens zal
het WODC deze indicatoren invoegen in enkele reeds bestaande monitorsystemen: de Strafrechtketenmonitor
Jeugd, de Monitor Jeugdcriminaliteit en de Recidivemonitor, die elk hun eigen verschijningsfrequentie
kennen.
Instroom 18- tot 23 jarigen in JJI’s
Uit cijfers van de Dienst Justitiële Inrichtingen blijkt dat, vanaf de invoering van
het ASR, in één jaar tijd3 in totaal 252 jongvolwassenen (18 tot 23 jaar) zijn ingestroomd in een justitiële
jeugdinrichting op basis van (het voornemen tot) artikel 77c Wetboek van Strafrecht.
Tot slot
Op grond van het bovenstaande concludeer ik dat het ASR in de praktijk goed loopt.
Na een periode van implementatie en borging is het ASR stevig verankerd in de reguliere
werkprocessen van de uitvoeringsorganisaties. De ketenpartners weten elkaar goed te
vinden, werken goed samen bij de toepassing van het ASR en ervaren het ASR als een
meerwaarde.
De Minister van Veiligheid en Justitie,
G.A. van der Steur