28 684 Naar een veiliger samenleving

F VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 26 januari 2022

De leden van de vaste commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving1 hebben kennisgenomen van de brief2 van de toenmalige Minister van Justitie en Veiligheid en de toenmalige Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat van 25 november 2021 inzake het vuurwerkverbod tijdens de jaarwisseling 2021–2022.

De leden van de fractie-Nanninga, de PVV-fractie en de PvdD-fractie wensten enkele vragen met betrekking tot het vuurwerkverbod voor de komende jaarwisseling te stellen.

Naar aanleiding hiervan is op 20 december 2021 een brief gestuurd aan de toenmalige Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat. Een gelijkluidende brief is verzonden aan de toenmalige Minister van Justitie en Veiligheid.

De huidige Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat en Minister van Justitie en Veiligheid hebben op 25 januari 2022 gereageerd.

De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.

De griffier van de vaste commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving, Dragstra

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR INFRASTRUCTUUR, WATERSTAAT EN OMGEVING

Aan de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat

Den Haag, 20 december 2021

De leden van de vaste commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving hebben met belangstelling kennisgenomen van de brief3 van de Minister van Justitie en Veiligheid en u van 25 november 2021 inzake Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat en Minister van Justitie en Veiligheid.

De leden van de fractie-Nanninga wensen een vraag met betrekking tot het vuurwerkverbod voor de komende jaarwisseling te stellen.

De leden van de PVV-fractie wensen naar aanleiding van deze brief enkele vragen te stellen. De leden van de fractie van de PvdD hebben tevens enkele vragen te stellen naar aanleiding van bedoelde brief. De leden van de fractie van GroenLinks sluiten zich bij deze vragen van de leden van de PvdD-fractie aan. De leden van de fractie van 50PLUS sluiten zich bij de gestelde vragen van de Fractie-Nanninga en de PvdD aan.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie-Nanninga

De leden van de fractie-Nanninga wijzen erop dat de regering in de brief aangeeft dat er een passende compensatie voor de branche komt. Deze leden vragen de regering hoe deze compensatie eruit gaat zien en wat dit in de praktijk betekent voor de branche.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de PVV

De leden van de fractie van de PVV verwijzen naar onderstaande passage uit de brief van de regering:

«We vragen al 20 maanden het uiterste van het zorgpersoneel, het ziekteverzuim is hoog, de veerkracht is sterk verminderd.

(...)

«Het kabinet acht de maatregel van groot belang en ziet dat, hoewel de zorg hiermee wordt ontlast, het tegelijkertijd bij anderen ook voor teleurstelling zal zorgen. We hadden liever gezien dat de ontwikkelingen anders zouden zijn en dit niet nodig was geweest. Nu de cijfers echter sterk oplopen, vraagt dit opnieuw iets van ons allen.»4

Naar aanleiding hiervan stellen de leden van de fractie van de PVV de volgende vragen:

  • 1. Kan de regering zo gedetailleerd mogelijk aangeven welke maatregelen het (demissionaire) kabinet het afgelopen kalenderjaar direct en indirect heeft genomen, alsmede welke directe en indirecte maatregelen op de agenda staan, teneinde meer zorgpersoneel te realiseren en het huidige zorgpersoneel te behouden?

  • 2. Deelt de regering de mening van deze leden dat als niet wordt ingezet op het fors uitbreiden en behouden van zorgpersoneel, we elk jaar met dezelfde situatie komen te zitten en de facto geen sprake meer is van een «tijdelijk» vuurwerkverbod?

  • 3. Kan de regering, mede op basis van de vorige jaarwisseling, zo gedetailleerd mogelijk aangeven of er een verband is tussen de mate waarin illegaal vuurwerk wordt aangeschaft en het «tijdelijke» vuurwerkverbod, alsmede het aantal en de aard van ongelukken?

De leden van de fractie van de PVV verwijzen voorts naar de volgende passage van bedoelde brief en stellen daarbij onderstaande vraag:

«Daarom zal het kabinet zorgdragen voor een passende compensatie voor de branche. Ondernemers kunnen voor een tegemoetkoming ook aanspraak maken op de algemene steunmaatregelen in het kader 2 van COVID-19. Daarnaast komt het kabinet met een tegemoetkoming specifiek voor de branche. De verdere invulling wordt de komende tijd nader uitgewerkt, waarbij ook rekening zal worden gehouden met het specifieke karakter van de sector, te weten dat de verkoop van dit vuurwerk slechts gedurende drie dagen per jaar mag plaatsvinden.»5

  • 4. Kan de regering de details geven van alle betreffende tegemoetkomingen? Zijn deze in totaal 100% en aan welke voorwaarden moet worden voldaan? De leden van de PVV-fractie ontvangen graag een gemotiveerd antwoord.

Tot slot wijzen de leden van de fractie van de PVV naar de volgende passage in de brief en stellen naar aanleiding hiervan nog een vraag:

«In de Europese Pyrorichtlijn is vastgelegd dat lidstaten omwille van openbare orde, gezondheid of veiligheid het gebruik en/of de verkoop van vuurwerk kunnen verbieden voor de categorieën vuurwerk F2 en F3. F1 vuurwerk kan niet door lidstaten worden ingeperkt: dit soort licht vuurwerk mag, wegens het geringe veiligheidsrisico, het hele jaar door worden verkocht en afgestoken (door personen vanaf 12 jaar). Het kabinet kan F1 vuurwerk dan ook niet verder inperken dan wel verbieden. Het verbod geldt dus niet voor het zogeheten fop- en schertsvuurwerk, zoals sterretjes, trektouwtjes, sierfonteintjes of knalerwten.»6

  • 5. Kan de regering in hoofdlijnen de totstandkoming beschrijven van de Europese Pyrorichtlijn7, alsmede de bijdragen en standpunten van de Nederlandse overheid, alsmede eventuele Nederlandse belangenorganisaties in het beleidsproces? Graag ontvangen deze leden een gemotiveerd antwoord van de regering.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de PvdD

De leden van de fractie van de PvdD hebben de volgende vragen over het vuurwerkverbod jaarwisseling 2021–2022.

  • 1. In de brief staat vermeld dat het kabinet zal zal «zorgdragen voor een passende compensatie voor de branche». De leden van de fractie van de PvdD vragen de regering of de branche voor het vuurwerkverbod voor de jaarwisseling 2020 is gecompenseerd. Zo ja, op welke wijze? Hoe wordt in dat geval voorkomen dat ondernemers die nog vuurwerk van vorig jaar in opslag hadden, dubbel worden gecompenseerd?

  • 2. In de brief wordt aangegeven dat het kabinet voornemens is om met een tegemoetkoming specifiek voor de branche te komen. Deze leden vragen in hoeverre geldt dat gedurende de COVID-epidemie ondernemers rekening moeten houden met een vuurwerkverbod teneinde de ziekenhuizen te ontlasten? Is er in zo’n geval wel een grondslag voor nadeelcompensatie met het oog op het niet kunnen verkopen van in 2021 ingekocht vuurwerk?

  • 3. In hoeverre kan een tegemoetkoming van de branche worden gegrond op steunmaatregelen in het kader van COVID-19? In hoeverre is de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid van toepassing op het voorgenomen tijdelijk vuurwerkverbod?

De leden van de vaste commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag binnen vier weken na dagtekening van deze brief. Een gelijkluidende brief is verzonden aan de Minister van Justitie en Veiligheid.

De Voorzitter van de vaste commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving, H.J. Meijer

BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT EN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 25 januari 2022

Op maandag 20 december 2021 hebben wij uw schrijven ontvangen naar aanleiding van de brief van onze ambtsvoorgangers van 25 november 2021 inzake het vuurwerkverbod tijdens de jaarwisseling 2021–2022.

Binnen de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat hebben verschillende fracties vragen over het vuurwerkverbod tijdens de jaarwisseling 2021–2022 en de door het kabinet toegezegde compensatieregelingen voor de vuurwerksector. Hierbij sturen wij, mede namens Minister van VWS, u de beantwoording van deze vragen.

De Staatssecretaris vna Infrastructuur en Waterstaat, V.L.W.A. Heijnen

De Minister van Justitie en Veiligheid, D. Yeşilgöz-Zegerius

Beantwoording

Fractie Nanninga en 50PLUS

De leden van de fractie-Nanninga en 50PLUS wijzen erop dat de regering in de brief aangeeft dat er een passende compensatie voor de branche komt. Deze leden vragen de regering hoe deze compensatie eruit gaat zien en wat dit in de praktijk betekent voor de branche.

Antwoord Fractie Nanninga en 50PLUS

Met de afkondiging van een tijdelijk vuurwerkverbod voor afgelopen jaarwisseling in verband met het ontlasten van de zorg, heeft het kabinet toegezegd ook dit jaar te zorgen voor een tegemoetkoming voor de vuurwerksector.

Net zoals vorig jaar komen er twee aparte subsidieregelingen: een regeling voor de detailhandel (verkoop van vuurwerk aan consumenten) en een regeling voor opslag en vervoer van onverkocht vuurwerk, met name gericht op vuurwerkimporteurs. De regelingen zijn in afstemming met de vuurwerkbranche opgesteld. Bij de nieuwe subsidieregelingen is zoveel mogelijk aangesloten bij de regelingen van vorig jaar. Dit heeft de snelheid van totstandkoming van deze concept regelingen bevorderd. Het kabinet stelt voor deze regelingen en de uitvoering een bedrag van € 28 miljoen beschikbaar. Beide concept regelingen zijn opengesteld ter internetconsultatie.8 Dit geeft eenieder de gelegenheid om een zienswijze over de voorgenomen conceptregelingen naar voren te brengen.

De subsidieregeling voor de detailhandel kent ten opzichte van de voorgaande subsidieregeling een flinke verruiming. Het forfaitaire bedrag wordt met € 1.000 verhoogd naar € 4.500. Conform de motie van de leden de Groot, Geurts, Hagen, Van Haga en Van der Plas9 kan het forfaitaire bedrag bij deze subsidieregeling worden aangevraagd per verkooplocatie tot een maximum van vijf verkooplocaties per KvK.

De regeling voor opslag en vervoer zal op dezelfde wijze worden uitgevoerd als vorig jaar. Uit de door de vuurwerkbranche over dit jaar aangeleverde cijfers blijkt dat de kosten voor opslag en vervoer vrijwel ongewijzigd zijn ten opzichte van vorig jaar.

Naast deze specifieke vuurwerkregelingen zijn generieke steunmaatregelen, zoals de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) en de tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid 2 (NOW2), mogelijk als de vuurwerkbedrijven voldoen aan de daarbij gestelde criteria. Ook deze compensatie is ruimhartiger in vergelijk tot de jaarwisseling 2020–2021.

Voor nadere informatie verwijs ik naar de brief van de Staatssecretaris van IenW van 22 december jl. over compensatie jaarwisseling 2021–2022.10

PVV-fractie

De leden van de PVV-fractie vragen of de:

  • 1. regering zo gedetailleerd mogelijk kan aangeven welke maatregelen het (demissionaire) kabinet het afgelopen kalenderjaar direct en indirect heeft genomen, alsmede welke directe en indirecte maatregelen op de agenda staan, teneinde meer zorgpersoneel te realiseren en het huidige zorgpersoneel te behouden?

  • 2. regering de mening van deze leden deelt dat als niet wordt ingezet op het fors uitbreiden en behouden van zorgpersoneel, we elk jaar met dezelfde situatie komen te zitten en de facto geen sprake meer is van een «tijdelijk» vuurwerkverbod?

  • 3. regering, mede op basis van de vorige jaarwisseling, zo gedetailleerd mogelijk kan aangeven of er een verband is tussen de mate waarin illegaal vuurwerk wordt aangeschaft en het «tijdelijke» vuurwerkverbod, alsmede het aantal en de aard van ongelukken?

  • 4. regering de details kan geven van alle betreffende tegemoetkomingen? Zijn deze in totaal 100% en aan welke voorwaarden moet worden voldaan?

  • 5. De regering in hoofdlijnen de totstandkoming kan beschrijven van de Europese Pyrorichtlijn, alsmede de bijdragen en standpunten van de Nederlandse overheid, alsmede eventuele Nederlandse belangenorganisaties in het beleidsproces?

Antwoorden PVV-fractie

1. Maatregelen gericht op behouden van zorgpersoneel

Omwille van de personele houdbaarheid van de zorg op de korte en lange termijn, zet het nieuwe kabinet in op het werven, opleiden en behouden van zorgprofessionals. Dit gebeurt langs vier lijnen:

  • Crisismaatregelen gericht op het opschalen van de IC-capaciteit en de beschikbaarheid van tijdelijke extra zorgcapaciteit;

  • Aandacht voor herstel en zeggenschap van zorgprofessionals;

  • Mentale ondersteuning van zorgprofessionals;

  • Structurele maatregelen gericht op de beschikbaarheid van voldoende en tevreden medewerkers voor de zorg.

In de bijlage van deze brief gaan we nader in op de vier lijnen.

Daarnaast identificeert de Taskforce Ondersteuning Optimale Inzet Zorgverleners concrete maatregelen die op korte termijn (tweede helft winter 2021/22 en najaar/winter 2022/2023) bijdragen aan de beschikbaarheid van zorgprofessionals.

2. Relatie zorgcapaciteit en vuurwerkverbod om zorg te ontlasten

VWS zet maximaal in op werven, opleiden en behoud van zorgprofessionals en bereidt zich zo goed mogelijk voor op de volgende winter. Daarom identificeert de Taskforce Ondersteuning Optimale Inzet Zorgverleners concrete maatregelen die op korte termijn (tweede helft winter 2021/22 én voor het najaar/winter 2022/2023) bijdragen aan de beschikbaarheid van zorgprofessionals. Uw kamer wordt separaat geïnformeerd over de uitkomsten van deze Taskforce. De 2 jaarwisselingen tijdens de coronacrisis hebben tot diverse beheersmaatregelen geleid, waaronder een tijdelijk vuurwerkverbod. Bij het voortduren van deze crisis is geen enkele maatregel bij voorbaat uitgesloten. Het reguliere vuurwerkbeleid is overigens ook onderhevig aan verandering. In 2020 is een verbod op knalvuurwerk, vuurpijlen en enkelschotsbuizen ingegaan. Daarnaast zijn er meerdere gemeenten die lokale vuurwerkverboden overwegen of instellen.

3. Is er een verband tussen de mate waarin illegaal vuurwerk wordt aangeschaft en het tijdelijke vuurwerkverbod, alsmede het aantal en de aard van ongelukken?

De naleving van het tijdelijke vuurwerkverbod lijkt dit jaar minder dan vorig jaar. Ondanks het vuurwerkverbod hebben mensen de weg naar bijvoorbeeld België gevonden waar dit jaar de verkoop van consumentenvuurwerk bleef toegestaan. Nederland hanteert voor consumentenvuurwerk nationale beperkingen op het Europese beleid. Vuurwerkaankopen in het buitenland voldoen daarom niet altijd aan de Nederlandse regels. Over de hoeveelheden die aangeschaft zijn in het buitenland, ondanks het tijdelijke vuurwerkverbod, is geen informatie bekend.

Politie en OM hebben ook dit jaar weer stevig ingezet op de opsporing van illegaal vuurwerk. In totaal is ruim 205 duizend kilogram illegaal vuurwerk in beslag genomen. Dat is veel meer dan de 123 duizend kilogram vuurwerk die in 2020 in beslag is genomen. De opbrengst in 2021 is inclusief een grote vangst van ongeveer 120 duizend kilo illegaal vuurwerk in Duitsland bestemd voor de Nederlandse illegale markt. De aanpak van dit zware illegale vuurwerk en de daarmee gepaard gaande geweldplegingen zullen, los van de regels ten aanzien van toegestaan consumentenvuurwerk, ook de komende jaren om een stevige inzet vragen.

Het tijdelijk vuurwerkverbod op eindejaarsvuurwerk was ingesteld om onder andere de zorg te ontzien. Dit tijdelijk vuurwerkverbod staat dus los van het illegaal vuurwerk, dat immers al verboden is.

Het onderhavige tijdelijke vuurwerkverbod heeft effect gehad, zij het beduidend minder dan vorig jaar. Totaal hebben zich op 31 december en 1 januari 773 mensen gemeld bij Spoedeisende Hulpafdelingen (SEH) en huisartsenposten (HAP) met vuurwerkletsel.11 Dat is ruim twee keer zo veel als vorig jaar toen er eveneens een tijdelijk vuurwerkverbod gold om de zorg te ontlasten. Vergeleken met de meest recente jaarwisseling zonder tijdelijk vuurwerkverbod, namelijk de jaarwisseling van 2019–2020, zijn de letselcijfers met 40% gedaald. De exacte oorzaak van het verschil in letselcijfers tussen beide jaarwisselingen met een tijdelijk vuurwerkverbod is niet bekend.

4. Nadere informatie tegemoetkomingen

Voor een overzicht van het economisch steunpakket dat het kabinet beschikbaar stelt naar aanleiding van de aangescherpte coronamaatregelen verwijzen wij naar de website van rijksoverheid.12 Gezien het specifieke karakter van de vuurwerkbranche zijn, net als vorig jaar, daar bovenop twee aanvullende regelingen opgesteld. Zie hiervoor het antwoord op de vraag van de fractie Nanninga en 50PLUS.

5. Totstandkoming Pyrorichtlijn

Het totstandkomingsproces van de Europese Pyrorichtlijn is op hoofdlijnen openbaar gemaakt op de site van de Europese Commissie (EC).13 In 2005 heeft de EC een voorstel14 gedaan voor de eerste Pyrorichtlijn, betreffende het in de handel brengen van pyrotechnische artikelen. In artikel 6 van dit voorstel staat dat lidstaten omwille van de openbare orde of veiligheid maatregelen kunnen nemen om het gebruik en/of de verkoop aan het grote publiek van vuurwerk van de categorieën 2 en 3 te beperken. In de vastgestelde richtlijn 2007/23/EG komt dit in artikel 6 terug. Hieruit valt af te leiden dat de inbreng van partijen op dit punt niet heeft geleid tot aanpassing van het eerdere voorstel. Uit de samenvatting van de raadplegingen van de EC bij het voorstel uit 2005 blijkt dat de belangrijkste discussie met de lidstaten ging over de mate waarin lidstaten nationale beperkingen op de verkoop en het gebruik van bepaalde categorieën vuurwerk konden handhaven. Het sterk uiteenlopen van de culturele tradities met vuurwerk in de lidstaten was de reden voor de wens om nationale beperkingen in stand te laten. Nederland had in het Vuurwerkbesluit van 2002 ook al nationale beperkingen gesteld aan de verkoop en het gebruik van vuurwerk in de categorieën F2 en F3. Deze bevoegdheid om nationale beperkingen te stellen was in overeenstemming met het Nederlandse vuurwerkbeleid en had de instemming van Nederland. Uit de samenvatting van de raadplegingen van de EC bij het voorstel uit 2005 blijkt verder dat enkele lidstaten ook het gebruik en/of de verkoop van vuurwerk van categorie F1 wilden kunnen beperken. De EC vond evenwel dat op dit punt de vrije markt moest prevaleren, omdat vuurwerk van categorie F1 zeer weinig gevaar oplevert ten opzichte van vuurwerk van de categorieën F2, F3 en F4. De eerste en de tweede gewijzigde Pyrorichtlijn bieden geen ruimte om het gebruik en de verkoop van vuurwerk van categorie F1 te beperken door de lidstaten. Nederland heeft met deze richtlijn ingestemd en is daaraan gebonden.

Ter informatie merk ik nog op dat de Pyrorichtlijn in 2022 zal worden geëvalueerd door de EC. De lidstaten kunnen hun ervaringen met de uitvoering van de richtlijn daarbij inbrengen. De ervaringen van de ILT met het testen van de kwaliteit van het consumentenvuurwerk is inmiddels onder de aandacht van de EC, de lidstaten en het betrokken bedrijfsleven gebracht en kan ook worden betrokken bij deze evaluatie.

PvdD-, Groenlinks- en 50PLUS-fractie

De leden van de fractie van de PvdD hebben de volgende vragen over het vuurwerkverbod jaarwisseling 2021–2022.

  • 1. In de brief staat vermeld dat het kabinet zal «zorgdragen voor een passende compensatie voor de branche». De leden van de fractie van de PvdD vragen de regering of de branche voor het vuurwerkverbod voor de jaarwisseling 2020 is gecompenseerd. Zo ja, op welke wijze? Hoe wordt in dat geval voorkomen dat ondernemers die nog vuurwerk van vorig jaar in opslag hadden, dubbel worden gecompenseerd?

  • 2. In de brief wordt aangegeven dat het kabinet voornemens is om met een tegemoetkoming specifiek voor de branche te komen. Deze leden vragen in hoeverre geldt dat gedurende de COVID-epidemie ondernemers rekening moeten houden met een vuurwerkverbod teneinde de ziekenhuizen te ontlasten? Is er in zo’n geval wel een grondslag voor nadeelcompensatie met het oog op het niet kunnen verkopen van in 2021 ingekocht vuurwerk?

  • 3. In hoeverre kan een tegemoetkoming van de branche worden gegrond op steunmaatregelen in het kader van COVID-19? In hoeverre is de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid van toepassing op het voorgenomen tijdelijk vuurwerkverbod?

Antwoorden PvdD-, Groenlinks- en 50PLUS-fractie

1. Tegemoetkoming branche

Naar aanleiding van het tijdelijke vuurwerkverbod voor de jaarwisseling 2020–2021 zijn twee subsidieregelingen opengesteld als specifieke tegemoetkoming van de vuurwerksector bovenop de algemene steunmaatregelen zoals de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) en de tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW). De eerste specifieke regeling is de Tijdelijke subsidieregeling vuurwerkverbod COVID-19 detailhandel (TSVC-19 detailhandel). De aanvragen hiervoor konden van 21 mei tot 21 juni jl. ingediend worden. Eind juli zijn de 100% voorschotten uitgekeerd en in november is de regeling definitief afgerond.

De tweede subsidieregeling betreft de Tijdelijke subsidieregeling vuurwerkverbod COVID-19 opslag en vervoer (TSVC-19 opslag en vervoer). De Europese Commissie gaf hierop 21 september 2021 akkoord. Aanvragen konden van 1 tot 18 oktober 2021 ingediend worden. De subsidie voorschotten (80% van de aanvraag) zijn medio november 2021 uitgekeerd. In de eerste helft van 2022 is definitieve vaststelling voorzien (inclusief de uitkering van het resterende bedrag).

Vuurwerk dat nogmaals een jaar extra moet worden opgeslagen vanwege het vuurwerkverbod tijdens de jaarwisseling 2021–2022 brengt net zoals bij het verbod op vuurwerk tijdens de jaarwisseling 2020–2021 extra kosten met zich mee voor ondernemers. De opslagen moeten een jaar extra worden gehuurd, wat leidt tot extra kosten die bij reguliere jaarwisseling niet van toepassing zijn. Ook zijn er al kosten gemaakt voor de voorziene verkoop, waarvan medio november werd besloten dat het niet door kon gaan. Voor dergelijke kosten die verbonden zijn aan het tijdelijke vuurwerkverbod van afgelopen jaarwisseling kunnen ondernemers een tegemoetkoming in de kosten aanvragen.

Voor nadere informatie over de compensatieregelingen voor jaarwisseling 2021–2022 verwijs ik naar het antwoord op de vraag van de fractie Nanninga en 50PLUS.

2. Voorzienbaarheid vuurwerkverbod in tijden van COVID-19

Als het vuurwerkverbod voor de jaarwisseling 2021–2022 voorzienbaar was geweest, hadden vuurwerkondernemers zich daarop moeten instellen. Dit verbod was evenwel niet voorzienbaar. Weliswaar heerste in 2021 de COVID-epidemie nog steeds, maar totdat op 19 november werd besloten tot een vuurwerkverbod voor de jaarwisseling, zag het er niet naar uit dat opnieuw een vuurwerkverbod nodig zou zijn om de zorg te ontlasten. De vuurwerkbranche heeft daarop niet kunnen anticiperen, omdat de voorbereidingen voor de vuurwerkverkoop op dat moment al in volle gang waren en veel kosten al waren gemaakt.

3. Tegemoetkoming en steunmaatregelen in het kader van COVID-19

Bedrijven in de vuurwerkbranche kunnen net als andere bedrijven aanspraak maken op steunmaatregelen in het kader van COVID-19 indien zij voldoen aan de daarbij gestelde criteria. Bedrijven in de vuurwerkbranche zien zich evenwel gesteld voor specifieke kosten die niet in het kader van deze steunmaatregelen worden vergoed. Daarbij gaat het om kosten die specifiek zijn voor de vuurwerkverkoop, zoals kosten voor een verkoopruimte die aan bepaalde veiligheidseisen moet voldoen, kosten in verband met een verkoopperiode van slechts drie dagen en kosten voor de opslag en het vervoer van het onverkochte eindejaarsvuurwerk.

De Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid is toegepast bij de vaststelling van het tijdelijke vuurwerkverbod om bepaalde procedurele stappen die normaliter voor de wijziging van het Vuurwerkbesluit zijn vereist, zoals voorhang en nahang bij de beide Kamers alsmede voorpublicatie in de Staatscourant, in verband met de vereiste spoed achterwege te kunnen laten.

BIJLAGE 1 MAATREGELEN BEHOUD VAN ZORGPERSONEEL

Crisismaatregelen gericht op het opschalen van de IC-capaciteit en de beschikbaarheid van tijdelijke extra zorgcapaciteit

  • VWS stelt circa € 500 mln. beschikbaar via subsidie aan ziekenhuizen voor het realiseren van het IC-opschalingsplan van het Landelijk Netwerk Acute Zorg. Daarnaast zorgt het Landelijk Coördinatiecentrum Patiëntenspreiding samen met de Regionale Coördinatiecentra Patiëntenspreiding voor het zo gelijk mogelijk verdelen van de druk op de zorg en het optimaal benutten van de aanwezige capaciteit.

  • VWS heeft daarnaast circa € 100 mln. geïnvesteerd in tijdelijke crisismaatregelen. Dit betreft Coronabanen, het initiatief Extra Handen voor de Zorg en de Nationale Zorgklas. Door Extra Handen voor de Zorg zijn circa 6.300 mensen (voornamelijk oud-zorgverleners) tijdelijk ingezet bij zorgorganisaties in nood. Daarnaast hebben circa 5000 mensen een opleiding gevolgd via de Nationale Zorgklas, waarvan circa 2000 dat deden met de intentie om duurzaam in te stromen. Zij volgden daartoe een opleiding t.b.v. een mbo-certificaat. Met de subsidieregeling Coronabanen is voor 7.300 functies subsidie verstrekt aan zorgorganisaties, dit betreft ondersteunende banen die zorgprofessionals ontlasten. Deze subsidieregeling is verlengd t/m Q2 2022.

  • Afgelopen jaar heeft een verkenning plaatsgevonden naar de inrichting van een Nationale Zorgreserve. Momenteel wordt die Nationale Zorgreserve ingericht. Tot het moment dat de zorgreserve in definitieve vorm operationeel is, kunnen zorgorganisaties via www.nationalezorgreserve.nl een beroep doen op het huidige reservistenbestand.

  • Als last resort is inzet van Defensie in de zorg mogelijk, nadat een fact finding mission de noodzaak heeft bevestigd. In dit kader is Defensie sinds begin december ingezet actief bij het Universitair Medisch Centrum Utrecht om landelijke patiëntenspreiding mogelijk te maken. Ook is Defensie in december ingezet bij twee ziekenhuizen in Limburg, namelijk het Zuyderland Ziekenhuis en het Viecuri MC. In lijn met het dalende aantal ziekenhuisopnames is de crisisinzet in het Zuyderland Ziekenhuis eind 2021 beëindigd, de inzet in het UMCU is per 14 januari 2022 beëindigd en de inzet in VieCuri MC wordt beëindigd op 15 januari 2022. Defensie was in 2020 ook in 12 zorginstellingen in de langdurige zorg actief.

Aandacht voor herstel en zeggenschap

  • Er is voor 2022 € 10 mln. beschikbaar voor het herstel van zorgprofessionals (amendement Ellemeet/De Vries). Deze middelen zullen ten goede komen aan het herstel van verpleegkundigen, verzorgenden en/of begeleiders. Zij worden daarbij ondersteund door het samenwerkingsverband van V&VN, BPSW en brancheorganisaties. Deze aanpak biedt zorgprofessionals ondersteuning bij het verwerven van vaardigheden door middel van intervisie. Ook wordt voorzien in een leernetwerk. Daarnaast biedt deze aanpak tijd en ruimte om binnen de werkcontext vorm en inhoud te geven aan zeggenschap, onder andere ten aanzien van herstelbeleid. Partijen zullen met een volgend kabinet in overleg treden over de structurele invulling van de plannen rondom zeggenschap.

Aandacht voor mentale ondersteuning

  • Gelukkig kunnen zorgprofessionals voor mentale ondersteuning in de meeste gevallen een beroep doen op voorzieningen binnen de eigen organisatie. Denk bijvoorbeeld aan peer support, bedrijfsmaatschappelijk werk of geestelijk verzorgers die ook beschikbaar zijn voor personeel.

  • Voor professionals die in mindere mate een beroep kunnen of willen doen op voorzieningen binnen de eigen organisatie, faciliteert VWS verschillende initiatieven:

  • Het contactpunt «Psychosociale ondersteuning voor zorgprofessionals» van ARQ IVP (Instituut voor Psychotrauma). Het contactpunt bemenst een telefoonlijn met gespecialiseerde psychologen. Daarnaast zijn er informatiebladen, screeningsinstrumenten en adviesmogelijkheden op aanvraag voor verschillende groepen professionals en werkgevers.

  • Bij het «Steunpunt Coronazorgen» van ARQ IVP in samenwerking met het RIVM, GGD GHOR en Nivel, kunnen zorgprofessionals en hun leidinggevenden terecht voor informatie en tips over zelfzorg, omgaan met agressie, stress, angst en eenzaamheid.

  • C-support biedt nazorg aan COVID-19 patiënten die langdurig klachten ondervinden van een coronabesmetting. Ook zorgprofessionals kunnen hier beroep op doen.

  • De Stichting Centrum Werk Gezondheid en C-support heeft op verzoek van het Ministerie van SZW het programma COVID-19 en werk opgesteld. Doel van dit programma is dat mensen met langdurige coronaklachten aan het werk kunnen blijven, nu en in de toekomst. Ook zorgprofessionals kunnen hierop een beroep doen.

Structurele inspanningen gericht op voldoende en tevreden medewerkers in de zorg

  • Met de beschikbaarheidsbijdragen investeert VWS in de medische en verpleegkundige vervolgopleidingen (€ 1,3 mld., waaronder € 180 mln. voor de vervolgopleidingen voor verpleegkundigen).

  • Met SectorplanPlus investeert VWS in extra zijinstroom en behoud van personeel (ca. € 430 mln. over de jaren 2019–2022).

  • Met de kwaliteitsimpuls personeel ziekenhuizen investeert VWS ca. € 200 mln. per jaar in het om- en bijscholen van personeel door ziekenhuizen en Universitair Medische Centra.

  • Met het Stagefonds investeert VWS in voldoende en kwalitatief goede stages (€ 112 mln. per jaar).

  • VWS investeert in de regionale samenwerking tussen zorgorganisaties via RegioPlus (ca. € 18 mln. per jaar) gericht op meer instroom, beter opleiden en anders werken.

  • Zij-instromers en zorgprofessionals kunnen gratis loopbaancoaching aanvragen via Sterk in je Werk (€ 10 mln. per jaar).

  • VWS investeert in het initiatief Het potentieel pakken (€ 7,4 mln. per jaar). Dit is gericht op meer uren werken en het wegnemen van belemmeringen die daarmee samenhangen.

  • Met het programma Ontregel de Zorg wordt gewerkt aan het merkbaar verminderen van administratieve lasten (€ 2 mln. per jaar).

  • VWS investeert in keuze-informatie voor jongeren via YouChooz en voor reeds werkenden via de Zorginspirator (€ 1,9 mln. per jaar).


X Noot
1

Samenstelling:

Atsma (CDA), De Boer (GL), Van Dijk (SGP), Pijlman (D66), Klip-Martin (VVD), Baay-Timmerman (50PLUS), A.J.M. van Kesteren (PVV), arbouw (VVD), Bezaan (PVV), Fiers (PvdA), Dessing (FVD), Geerdink (VVD), Janssen (SP), Kluit (GL), Van der Linden (Fractie-Nanninga), Meijer (VVD) (voorzitter), Moonen (D66), Nicolaï (PvdD), Prins (CDA), Recourt (PvdA), Rietkerk (CDA), Vendrik (GL), Verkerk (CU), De Vries (Fractie-Otten), Van Pareren (Fractie-Nanninga), Raven (OSF) en Karakus (PvdA) (ondervoorzitter).

X Noot
2

Kamerstukken I 2021/22, 28 684, D.

X Noot
3

Kamerstukken I 2021/22, 28 684, D.

X Noot
4

Kamerstukken I 2021/22, 28 684, D, p. 1.

X Noot
5

Kamerstukken I 2021/22, 28 684, D, p. 1–2.

X Noot
6

Kamerstukken I 2021/22, 28 684, D, p. 2.

X Noot
7

Richtlijn 2013/29/EU van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van pyrotechnische artikelen (herschikking.

X Noot
9

Kamerstukken II 2021/22, 28 684, nr. 683

X Noot
10

Kamerstukken II 2021/22, 28 684, nr. 689

X Noot
11

Letsels die buiten 31 december en 1 januari zijn ontstaan zijn niet meegenomen in deze tellingen.

Naar boven