28 684 Naar een veiliger samenleving

Nr. 322 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 22 juni 2011

Hierbij bied ik u, mede namens de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, het onderzoeksrapport Monitor Criminaliteit Bedrijfsleven (MCB) 2010 aan.1 Het rapport geeft weer in welke mate Nederlandse bedrijven slachtoffer zijn van criminaliteit. De MCB verschijnt sinds 2004. Het onderzoek dat aan het rapport ten grondslag ligt, is uitgevoerd in opdracht van de ministeries van Veiligheid en Justitie en van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.

MCB 2010

Net als de voorgaande jaren richt de MCB 2010 zich op de volgende vijf sectoren: Detailhandel, Bouw, Horeca, Vervoer, opslag en communicatie en Financiële en zakelijke dienstverlening. Aan 30 000 bedrijven op vestigingsniveau zijn vragen gesteld over inbraak, diefstal, vernieling en geweld. Daarnaast is geïnformeerd naar slachtofferschap van «overige delicten». Slachtofferschap van overvallen wordt niet als apart delict in de MCB gemeten, maar valt binnen de categorie «geweld». Voor de rapportage over de omvang en aard van overvallen is het Landelijk Overvallen en Ramkraken Systeem (LORS) beter geschikt.

Slachtofferschap ten opzichte van 2004

De belangrijkste bevinding uit de MCB 2010 is dat in vergelijking met 2004 de criminaliteit tegen het bedrijfsleven in Nederland in bijna alle sectoren is gedaald, met uitzondering van diefstal in de detailhandel en geweld en inbraak in de bouw (gelijk gebleven). In 2004 werden 2,9 miljoen delicten gerapporteerd, in 2010 bedroeg dat aantal 2,6 miljoen. Deze positieve ontwikkeling vertaalt zich ook in de perceptie van de ernst van de ervaren criminaliteit. In alle vijf sectoren is het percentage bedrijven dat criminaliteit als een (enigszins) ernstig probleem ziet in 2010 significant lager dan in 2004. In de detailhandel (35% in 2010; 42% in 2004) en de horeca (31% in 2010; 34% in 2004) wordt relatief het meest aangegeven dat criminaliteit een probleem vormt.

Slachtofferschap ten opzichte van de afgelopen jaren

Vergelijken we de meest recente MCB-cijfers met 2009, dan blijkt dat er in 2010 vrijwel geen noemenswaardige verschillen zijn opgetreden in het algemeen slachtofferschap. Een uitzondering vormt het aantal diefstallen in de zakelijke dienstverlening en in de bouw, dat met respectievelijk 28% en 15% gedaald is. Het aantal vernielingen in de zakelijke dienstverlening nam in 2010 met 25% af ten opzichte van 2009. Speciale aandacht verdient diefstal in de detailhandel. Diefstal is in alle sectoren een frequent gerapporteerd delict, maar in de detailhandel is het aandeel vestigingen dat hiervan slachtoffer werd relatief het grootst (28% tegenover 13% gemiddeld). In absolute aantallen vormt diefstal in de detailhandel een veelvoorkomend delict met 1,5 miljoen delicten in 2004, ruim 1,7 miljoen in 2008, ruim 1,5 miljoen in 2009 en 1 674 000 in 2010.2 Aangezien het percentage bedrijven in de detailhandel dat door diefstal getroffen wordt sinds 2004 gedaald is (met 12%), kan geconcludeerd worden dat nu minder bedrijven slachtoffer worden van diefstal in de detailhandel, maar dat de bedrijven die wél getroffen worden met een toenemend aantal gevallen van diefstal te maken krijgen.

Ondanks de grotendeels positieve ontwikkeling in de MCB 2010 ten opzichte van voorgaande jaren is er nog veel werk te verzetten om de criminaliteit tegen het bedrijfsleven verder te doen afnemen. Dat blijkt ook als we directe en indirecte schade in ogenschouw nemen. De totale schade van de onderzochte delicten in de vijf sectoren is becijferd op 573 miljoen euro. Dit bedrag is weliswaar 16% lager dan in 2004 (686 miljoen in 2004; 599 miljoen in 2009), maar vormt nog steeds een onaanvaardbaar hoge schadepost.

Publiek-private aanpak

Om de criminaliteit gericht tegen het bedrijfsleven goed aan te pakken is publiek-private samenwerking onontbeerlijk. Dit strookt met de visie van het kabinet dat veiligheid een gedeelde verantwoordelijkheid is van publieke en private partijen. Opsporing en vervolging behoren tot de uitsluitende verantwoordelijkheid van de publieke partijen. Ook op dit punt zijn positieve ontwikkelingen te melden: uit de MCB 2010 blijkt dat de tevredenheid over het optreden van de politie ten opzichte van 2004 significant is toegenomen in de detailhandel en horeca en in de overige drie van de vijf onderzochte sectoren gelijk is gebleven. Ten opzichte van 2009 is de tevredenheid over het optreden van de politie over het geheel genomen gelijk gebleven (52% in 2009 versus 51% in 2010). De horeca springt eruit met een toename van de tevredenheid van 59% in 2009 naar 64% in 2010. De meldingsbereidheid is – net als voorgaande jaren – hoog, hoewel het percentage bedrijven dat daadwerkelijk aangifte doet, nog steeds veel lager is. Het grootst is het verval in de horeca, waar bijna zeven van de tien bedrijven die een delict melden, geen aangifte doen. In de bouw is het verval met 40% in 2010 het laagst.

Voor de private partijen ligt de verantwoordelijkheid voor de eigen veiligheid vooral in het treffen van effectieve preventieve maatregelen. Uit de MCB 2010 blijkt dat de meeste bedrijven zich terdege bewust zijn van het feit dat ze slachtoffer kunnen worden van criminaliteit. Driekwart van alle bedrijven treft preventieve maatregelen. Alleen in de sector bouw is het percentage gedaald ten opzichte van 2004 (van 66% naar 63%); in de overige sectoren is het percentage dat preventieve maatregelen treft toegenomen.

Prioriteit winkeldiefstal en overvallen

De MCB 2010 maakt ook duidelijk dat publieke en private partijen de komende jaren extra moeten blijven inzetten op diefstal in de detailhandel. In de publiek-private samenwerking krijgt dit al veel aandacht. Dit blijkt onder meer uit de geïntensiveerde aanpak van rondtrekkende bendes, waarover de Tweede Kamer onlangs is geïnformeerd (Kamerstukken 2010/2011, 28 684, nr. 301), de verruimde mogelijkheden voor de inzet van ongeüniformeerde beveiligers en de bredere toepassing van een verbod op geprepareerde tassen in de APV. Kleine bedrijven kunnen bovendien in aanmerking komen voor een beveiligingsscan en subsidie voor het treffen van preventieve maatregelen. Ook interne criminaliteit door het eigen personeel heeft de aandacht; in februari jl. is een traject gestart om supermarktmanagers te trainen in het herkennen van en de omgang met interne criminaliteit. Winkeldieven die betrapt zijn, kunnen sinds maart te maken krijgen met de landelijke regeling «Afrekenen met winkeldieven», waarbij langs civiele weg een deel van de gemaakte kosten voor het doen van aangifte (151 euro) op de winkeldief verhaald worden. In diverse steden lopen bovendien proeven met het uitwisselen van beeldmateriaal tussen winkeliers in het kader van collectieve winkelontzeggingen.

Hoge prioriteit heeft ook de aanpak van overvallen. De inspanningen van de minister van Veiligheid en Justitie en de Taskforce Overvallen hebben eraan bijgedragen dat het aantal overvallen met 11% is gedaald van 2 898 in 2009 naar 2 572 overvallen in 2010. De eerste drie maanden van dit jaar is een verdere daling met 14% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar bereikt. Begin 2011 heeft de Taskforce een actieprogramma Ketenaanpak Overvalcriminaliteit opgesteld om de dadergerichte aanpak extra kracht bij te zetten. Dit programma is op 9 februari 2011 aan de Tweede Kamer aangeboden (Kamerstukken II, 2010/2011, 28 684, nr. 305).

Tot besluit

De criminaliteit gericht tegen het bedrijfsleven zal ook in deze kabinetsperiode met kracht bestreden worden. Daartoe is reeds een aantal nieuwe initiatieven in gang gezet en zijn bestaande maatregelen geïntensiveerd. De uitkomsten van de MCB 2010 zullen voor het kabinet als nieuw referentiepunt gelden in plaats van de MCB 2004 om vast te stellen in hoeverre de inspanningen van het huidige kabinet in de komende jaren om de criminaliteit tegen bedrijven terug te dringen voldoende vruchten afwerpen.

De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,

F. Teeven


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

X Noot
2

Het aantal gerapporteerde diefstallen in de detailhandel in 2010 verschilt in statistische termen evenwel niet significant van het aantal in 2009, noch van het aantal in 2008.

Naar boven