Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202028676 nr. 325

28 676 NAVO

Nr. 325 BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 1 november 2019

Hierbij ontvangt u, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken, het verslag van de bijeenkomst van de NAVO-Ministers van Defensie op 24 en 25 oktober jl. in Brussel. De bijeenkomst stond in het teken van de situatie in Noordoost-Syrië, die daags voor de vergadering aan de agenda was toegevoegd. Deze ontwikkelingen waren ook aanleiding voor een ingelaste bespreking met Ministers van Buitenlandse Zaken van de anti-ISIS coalitie op 21 oktober jl., waar Nederland aan deelnam. Daarover wordt uw Kamer in deze brief ook geïnformeerd.

De NAVO bijeenkomst vormde daarnaast, zoals verwacht, een belangrijke opmaat naar de Leaders’ Meeting van staatshoofden en regeringsleiders van het bondgenootschap op 3 en 4 december as. in Londen. De Ministers spraken in Brussel verder over lastenverdeling, de Deterrence & Defence Posture van de NAVO en NAVO-operaties en missies. Tijdens het werkdiner in aanwezigheid van de Europese Unie en Finland en Zweden is gesproken over het tegengaan van hybride dreigingen en de versterking van de weerbaarheid van de samenleving. De ministeriële bijeenkomst werd afgesloten met een sessie met de landen die een bijdrage leveren aan de Resolute Support missie in Afghanistan.

Met deze brief wordt een aantal toezeggingen gestand gedaan uit het algemeen overleg op 16 oktober jl. Dat betreft allereerst de toezegging om het ontbreken van interne sanctiemechanismen in de NAVO aan de orde te stellen. Ten tweede betreft dat de toezegging dat uw Kamer nog voor de begrotingsbehandeling wordt geïnformeerd over de reacties op de Amerikaanse verzoeken voor militaire bijdragen in Syrië en in de Straat van Hormuz. Daarnaast geeft deze brief ook opvolging aan de motie van het lid Van Helvert (Kamerstuk 32 623, nr. 281) en gaat in op de motie van het lid Voordewind (Kamerstuk 32 623, nr. 274) die betrekking hebben op respectievelijk artikel 4 en artikel 5 van het NAVO-verdrag, en op de motie van de leden Voordewind en Van der Staaij (Kamerstuk 32 623, nr. 275) over blijvende steun aan de Koerden in de anti-ISIS coalitie.

Noordoost-Syrië

Anti-ISIS coalitie

Mede op aandringen van Nederland organiseerde de VS op maandag 21 oktober jl. voorafgaand aan de NAVO-ministeriële, reeds een telefonische vergadering van Ministers van Buitenlandse Zaken van kernlanden van de anti-ISIS coalitie, waaronder Turkije. Minister Blok heeft hier het Turkse optreden in Noordoost-Syrië veroordeeld. Conform de motie van de leden Voordewind en Van der Staaij heeft hij benadrukt dat de Koerden moeten worden betrokken bij het vinden van een politieke en diplomatieke oplossing voor de ontstane situatie. Daarnaast heeft hij Turkije opgeroepen om verantwoordelijkheid te nemen voor mogelijke ontsnapte ISIS-strijders en heeft hij de Nederlandse zorgen overgebracht over de consequenties van een overhaaste terugtrekking van de VS, zonder de coalitiegenoten te consulteren.

NAVO

De ontwikkelingen in Noordoost-Syrië waren voor NAVO secretaris-generaal Stoltenberg, mede op verzoek van Nederland, aanleiding om dit onderwerp op het laatste moment ook toe te voegen aan de agenda van de Defensieministeriële bijeenkomst in Brussel. Ministers spraken hun begrip uit voor de legitieme veiligheidszorgen van bondgenoot Turkije en uitten waardering voor diens aandeel in de strijd tegen ISIS. Tegelijkertijd was er stevige kritiek op het unilaterale Turkse offensief in Noordoost-Syrië.

Nederland heeft Turkije aangesproken op diens optreden, dat de stabiliteit en veiligheid in de regio aantast en de strijd tegen ISIS ondermijnt. Bovendien heeft Nederland gewezen op het gevaar van ontsnapping van Foreign Terrorist Fighters die een bedreiging kunnen vormen voor de veiligheid van bondgenoten. In de aanloop naar de ministeriële bijeenkomst is, conform de motie-Van Helvert, met bondgenoten en met de secretaris-generaal gesproken over de mogelijkheid om vanwege deze dreiging, over te gaan tot consultaties in de context van artikel 4 van het Noord-Atlantisch Verdrag. In de week voorafgaand aan de ministeriële bijeenkomst waren meerdere vergaderingen van de Noord-Atlantische Raad waar de ontwikkelingen in Noordoost-Syrië op ambassadeursniveau zijn besproken en waar bondgenoten hun zorgen hebben geuit. De geconsulteerde bondgenoten en de secretaris-generaal waren van mening dat, met de ministeriële vergadering op komst, de toegevoegde waarde van formele artikel 4-consultaties beperkt was. Nederland heeft daarom van de gelegenheid gebruik gemaakt om deze zorgen ook op ministerieel niveau bij de bondgenoten kenbaar te maken en zal dit blijven doen.

Nederland heeft tevens het belang onderstreept van de NAVO als waardengemeenschap waar bondgenoten elkaar kunnen aanspreken als er meningsverschillen zijn. Eenheid is de kracht van het bondgenootschap. Daarbij heeft Nederland opgebracht dat NAVO niet beschikt over een intern sanctiemechanisme, zoals de Europese Unie dat wel kent. Tot slot heeft Nederland, in de geest van de motie-Voordewind, benadrukt dat unilaterale acties van welke bondgenoot dan ook de NAVO als collectief niet mogen belasten.

Lastenverdeling

Bondgenoten hebben herhaald dat lastenverdeling binnen het bondgenootschap een belangrijk onderwerp zal zijn tijdens de Leaders’ Meeting in december. De secretaris-generaal heeft de bondgenoten verzocht hun nationale plannen voor 31 oktober as. te actualiseren, zodat hij tijdens de Leaders’ Meeting kan beschikken over de meest recente cijfers met betrekking tot de voorziene defensie-uitgaven in de periode tot 2024. Meerdere landen gaven aan een groeipad richting 2% van het bbp aan defensie-uitgaven te hebben ingezet of daar reeds aan te voldoen. Nederland heeft benadrukt dat met het regeerakkoord en de Voorjaarsnota de afgelopen tijd belangrijke stappen zijn gezet. Dat laat onverlet dat Nederland volgens de huidige plannen en ramingen in 2024 niet voldoet aan de 2%-norm. Volgens de laatste nationale berekeningen komt Nederland in 2019 uit op 1,35%.

Nederland heeft verteld over de herijking van de Defensienota die voor de zomer van 2020 wordt gepresenteerd. In die Defensievisie wordt onder andere een stapsgewijze groei opgenomen in het kader van de lange lijnen naar de toekomst om de capaciteitendoelstellingen van de NAVO te realiseren.

Afschrikking en verdediging

De secretaris-generaal benadrukte dat lastenverdeling, naast financiën (cash), ook gaat over capabilities en contributions. In dat kader werd gesproken over de vulling van het NATO Readiness Initiative (NRI), dat bijdraagt aan de versterking van de Deterrence & Defence Posture van het bondgenootschap. Adequate vulling van dit initiatief is een politieke doelstelling voor de Leaders’ Meeting. SACEUR toonde zich daarover voorzichtig tevreden, maar benadrukte dat bijdragen aan het NRI niet ten koste mogen gaan van bijdragen die reeds zijn toegezegd aan de bestaande enhanced NATO Response Force (eNRF) en deed een beroep op Ministers om de nog bestaande tekorten te vullen.

In de discussie over de mogelijke aanpassing van de NATO Response Force (aNRF) heeft Nederland het belang onderstreept van het stellen van realistische doelen. Nederland is voorts voorstander van een aNRF waarin de mogelijkheid blijft bestaan om, net als in de huidige NRF, door multinationale samenwerking op rotatie-basis een bijdrage te leveren.

Landen spraken zich uit over het initial Concept for the Deterrence and Defence of the Euro-Atlantic Area (DDA). Ministers stemden in met de aangedragen bouwstenen voor het finale concept, dat in juni 2020 wordt verwacht. Nederland heeft aangegeven te hechten aan uiterste zorgvuldigheid en afstemming in de uitwerking van het finale concept. Verder werk aan het concept voor een aNRF zal zich baseren op de ontwikkeling van het DDA.

Hybride dreigingen en weerbaarheid

Tijdens het werkdiner in aanwezigheid van een vertegenwoordiger van de Europese Unie en de Ministers van Defensie van Finland en Zweden is gesproken over het tegengaan van hybride dreigingen en de versterking van nationale en bondgenootschappelijke weerbaarheid. Hoewel weerbaarheid van de samenleving primair een nationale verantwoordelijkheid is, kan de NAVO een platform zijn voor het uitwisselen van informatie. Samenwerking met de EU heeft, vanwege de maatschappij-brede tools die de EU ter beschikking staan, ook een belangrijke toegevoegde waarde. Nederland heeft het aanbod herhaald om experts te leveren voor het Counter Hybrid Support Team dat binnenkort op verzoek van NAVO-bondgenoot Montenegro wordt ontplooid. Het team wordt momenteel samengesteld.

In de context van weerbaarheid is ook gesproken over China. Dit land vereist een gebalanceerde aanpak. Enerzijds moeten bondgenoten de kansen voor samenwerking aangrijpen, anderzijds moeten zij zich ook bewust zijn van reële dreigingen die kunnen raken aan de nationale veiligheid en de belangen van bedrijven.

NAVO-operaties en missies

Ministers bespraken de huidige veiligheidscontext en het verloop van de verkiezingen in Afghanistan. Hoewel de uitslag nog op zich laat wachten, is het een positief signaal dat de Afghaanse veiligheidstroepen (ANDSF) hebben kunnen zorgdragen voor de veiligheid tijdens de verkiezingen. Bondgenoten en operationele partners spraken hun blijvende steun uit voor de Resolute Support missie en de focus op het trainen, adviseren en assisteren van Afghaanse strijdkrachten en politie. In de context van de besprekingen tussen de VS en de Taliban blijven bondgenoten en operationele partners waarde zien in het conditions-based vormgeven van de missie.

Nederland heeft gepleit voor een inclusief intra-Afghaans vredesproces. Bovendien heeft Nederland aangegeven dat een blijvend commitment van de NAVO en de internationale gemeenschap in Afghanistan nodig is om de juiste voorwaarden voor vrede te scheppen, waaronder een duurzaam en zelfredzaam veiligheidsapparaat.

Verzoeken om bijdragen

Het kabinet heeft uw Kamer op 18 oktober jl. (Kamerstuk 27 925, nr. 662) geïnformeerd dat, als gevolg van de recente ontwikkelingen in Syrië, het onderzoek naar de wenselijkheid en mogelijkheid van een aanvullende Nederlandse bijdrage in de strijd tegen ISIS in een ander daglicht is komen te staan. Hierbij geldt dat de situatie in Syrië momenteel zeer volatiel is. Uw Kamer zal op een later moment worden geïnformeerd over de uitkomst van het onderzoek naar aanleiding van het Amerikaanse verzoek om een bijdrage aan een veiligheidsmechanisme in Noordoost-Syrië.

Het onderzoek naar de wenselijkheid en mogelijkheid om met daarvoor geschikte middelen een bijdrage te leveren aan het waarborgen van vrije en veilige doorvaart in de Straat van Hormuz en de Golf van Oman is nog niet afgerond. Uw Kamer is op 15 juli jl. over dit verzoek geïnformeerd (Kamerstuk 29 521, nr. 384). Nederland staat hierover in nauw contact met bondgenoten en partners. Zodra het onderzoek daartoe aanleiding geeft, wordt uw Kamer nader geïnformeerd.

Hiermee is mijn toezegging van 16 oktober jl. over de lopende Amerikaanse verzoeken voor militaire bijdragen in Syrië en in de Straat van Hormuz gestand gedaan.

De Minister van Defensie, A.Th.B. Bijleveld-Schouten