28 676 NAVO

Nr. 324 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 10 oktober 2019

Met verwijzing naar de motie van het lid Van Helvert (Kamerstuk 21 501-02, nr. 2067), deel ik uw Kamer mede dat Nederland – zoals ik ook stelde in het Algemene Overleg RBZ – in de Noord Atlantische Raad op 8 oktober jl. klemmende aandacht heeft gevraagd voor de op handen zijnde Turkse inval.

Nederland zal begin volgende week tijdens de eerstvolgende zitting van de Noord-Atlantische Raad (15 en/of 16 oktober) dit vraagstuk wederom aan de orde stellen. Nederland zal het Turkse optreden in Noordoost Syrië daarbij veroordelen en Turkije oproepen de inval te staken. Nederland zal daarbij ook aandacht vragen voor de humanitaire gevolgen van deze inval en de negatieve gevolgen van het Turkse optreden voor de regionale stabiliteit. Zo nodig, zal Nederland dit ook in aankomende (ministeriële) NAVO-bijeenkomsten aan de orde blijven stellen.

De Minister van Buitenlandse Zaken, S.A. Blok

Naar boven