Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201828676 nr. 293

28 676 NAVO

Nr. 293 BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 21 juni 2018aag,

Inleiding

Hierbij bied ik u het verslag aan van de bijeenkomst van de NAVO-ministers van Defensie op 7 en 8 juni jl. te Brussel. Deze ministeriële stond voornamelijk in het teken van de NAVO-top op 11 en 12 juli te Brussel.

Tijdens de eerste werksessie spraken de Ministers over het versterken van de Deterrence & Defence Posture. Met name de aanpassing van de NAVO-commandostructuur (NCS), reinforcement, enablement of SACEUR’s Area of Responsibility (AOR) en readiness kwamen aan bod. Ook de lastenverdeling kwam tijdens deze sessie uitgebreid aan bod.

Tijdens het werkdiner spraken de Ministers steun uit voor de diversie NAVO-activiteiten in het kader van het vergroten van stabiliteit en het bestrijden van terrorisme. Ook het leveren van concrete bijdragen aan de voorgenomen NATO Training and Capacity Building Mission in Iraq (NTCBM-I) kwam aan de orde. Ik heb toegelicht dat ook Nederland een uitbreiding van onze militaire en civiele bijdrage overweegt.

Tijdens de tweede werksessie spraken de Ministers over EU-NAVO samenwerking, waaronder hybride oorlogsvoering, terrorismebestrijding en de samenwerking in Irak. Nederland ontving veel lof voor de voortrekkersrol ten aanzien van militaire mobiliteit. Een aantal Ministers sprak reeds steun uit voor het door Nederland ingebrachte voorstel voor een military mobility pledge.

Tijdens de werksessie over de missie Resolute Support (RS) die plaatsvond in aanwezigheid van de Afghaanse Minister van Defensie, was er brede steun voor het recente besluit van de Afghaanse president Ghani voor een tijdelijk staakt het vuren met de Taliban. Ten aanzien van de missie stelden enkele Ministers aanvullende financiële/militaire bijdrages in het vooruitzicht of dit te overwegen, zoals ook Nederland.

Deterrence and Defence Posture

Op het gebied van gereedheid (readiness) hebben de Ministers met het NATO Readiness Initiative, ook wel het 4x30-initiative, ingestemd. Dit van origine Amerikaanse voorstel houdt in dat de NAVO-landen gezamenlijk vanaf 2020 binnen dertig dagen dertig gemechaniseerde bataljons, dertig squadrons gevechtsvliegtuigen en dertig oorlogsschepen naar een artikel-5 situatie of een crisis moet kunnen sturen. In de discussie kwam duidelijk naar voren dat voordat tot uitvoering kan worden overgegaan er behoefte is aan een militair advies. Ook ik heb hierop aangedrongen. Parallel hieraan zal ik in kaart brengen wat dit initiatief voor Nederland betekent, waarbij een realistische en haalbare bijdrage voorop staat, gezien de schaarse capaciteit waar op dit moment sprake van is.

De Ministers spraken tevens over de aanpassing van de NAVO-commandostructuur (NCS). Zij waardeerden de voortgang die er tot nu toe is bereikt, en stemden in met het voorgestelde implementatieplan. Zoals ik u reeds in het algemeen overleg (d.d. 30 mei jl.) (Kamerstuk 28 676, nr. 292) ter voorbereiding van deze ministeriële heb geschetst is op dit moment mijn inschatting dat Nederland ongeveer 50 extra internationale staffuncties zal leveren voor de aangepaste NCS. Conform mijn eerdere toezeggingen aan uw Kamer (Kamerstuk 28 676, nr. 283) zal ik u nader informeren over de exacte personele en financiële implicaties van de aanpassing van de NCS voor Nederland.

Inzake de te ontwikkelen integrale strategie voor de potentiële versterking van bedreigde delen van het bondgenootschappelijk verdragsgebied constateerde NAVO secretaris-generaal Stoltenberg dat er nog veel werk te verzetten is. In deze strategie komen veel lopende discussies bijeen, waaronder de enablement of SACEUR’s AOR en militaire mobiliteit.

De secretaris-generaal stelde dat hij verwacht dat lastenverdeling het centrale thema op de top in juli zal zijn. Hij benadrukte dat het glas halfvol is. Hij verwees daarbij naar de meeste recente NAVO-cijfers waaruit blijkt dat in de periode 2015–2017 de Europese bondgenoten en Canada wederom meer hebben uitgegeven aan defensie (in totaal ruim 46 miljard USD), en dat het percentage bbp dat zij aan defensie-uitgaven hebben besteed beperkt is gestegen (van 1,40 procent in 2015 naar 1,45 procent in 2017). De Ministers onderstreepten unaniem hun commitment aan de in Wales gemaakte afspraken, en het feit dat het belangrijk is dat de NAVO eenheid uitstraalt. Ook ik kan mij volledig in deze lijn van eenheid vinden. Ik heb in dit verband nogmaals gewezen op de recente substantiële verhoging van het Nederlandse defensiebudget. Duitsland greep de gelegenheid aan om aan te kondigen dat het Duitse defensiebudget fors wordt verhoogd van 1,24 procent bbp in 2017 naar 1,5 procent bbp in 2024, wat op basis van de stand van de Duitse economie in 2017 neerkomt op ruim 8 miljard euro extra in 2024.

Zoals ik u in het in het algemeen overleg (d.d. 30 mei jl.) (Kamerstuk 28 676, nr. 292) ter voorbereiding van deze ministeriële heb toegezegd, doe ik u hieronder een overzicht toekomen van het percentage van hun bbp dat bondgenoten besteden aan defensie. Dit overzicht is gebaseerd op de percentages in de meest recente publicatie van de Defence Expenditure of NATO Countries (2010–2017). Hoewel de percentages kunnen afwijken van de percentages die individuele landen zelf publiceren, vanwege verschillen in de definitie van defensie-uitgaven tussen de NAVO en individuele landen, zijn de cijfers voor elk land wel op dezelfde wijze tot stand gekomen, zoals Nederland in het verleden frequent heeft bepleit. De percentages over 2017 zijn, zoals hier weergegeven, indicatief, omdat nog niet in alle gevallen definitieve cijfers over 2017 beschikbaar zijn.

Aangezien dit kabinet forst investeert in defensie, oplopend tot 1,5 miljard euro per jaar en in totaal 5 miljard euro deze kabinetsperiode, zal het Nederlandse percentage tussen 2018 en 2020 naar verwachting groeien naar circa 1,3 procent bbp. Echter, vanwege de sterke groei van de Nederlandse economie en het gegeven dat het gemiddelde van de Europese bondgenoten en Canada de komende jaren verder zal stijgen, is het waarschijnlijk dat het percentage bbp van Nederland na deze tijdelijke opleving zal afnemen en Nederland zal zakken op deze lijst.

Lidstaat

Percentage bbp 2017

Verenigde Staten

3,57

Griekenland

2,36

Verenigd Koninkrijk

2,12

Estland

2,08

Polen

1,99

Roemenië

1,80

Frankrijk

1,79

Letland

1,75

Litouwen

1,73

Noorwegen

1,62

Montenegro

1,58

Bulgarije

1,53

Turkije

1,48

Portugal

1,31

Canada

1,29

Kroatië

1,26

Duitsland

1,24

Slowakije

1,19

Denemarken

1,17

Nederland

1,15

Italië

1,12

Albanië

1,10

Hongarije

1,06

Tsjechië

1,05

Slovenië

0,98

Spanje

0,92

België

0,90

Luxemburg

0,46

NAVO-gemiddelde totaal

2,42

NAVO-gemiddelde Europa en Canada

1,45

De Ministers stemden in met voortgangsrapport inzake cyber met daarin o.a. aandacht voor het mechanisme om nationale cybereffecten te integreren in NAVO-operaties en missies.

Vergroten van stabiliteit en bestrijden van terrorisme

De Zuidflank kwam tevens aan bod in het kader van het vergroten van stabiliteit en terrorismebestrijding. Verschillende dreigingen uit het Zuiden werden onderkend zoals terrorisme en illegale migratie. Secretaris-generaal Stoltenberg is voornemens om op de aanstaande top een pakket nieuwe maatregelen te willen presenteren voor het Zuiden. In dit verband riep hij, gesteund door mijn Italiaanse collega, ertoe op om er zorg voor te dragen dat de Hub for the South (gelieerd aan het werkterrein Framework for the South) uiterlijk tijdens de aankomende top volledig gevuld en op volle capaciteit draait. Veel bondgenoten benadrukten in algemene zin het belang van de gebalanceerde 360-graden aanpak binnen de NAVO, alsmede de noodzaak tot samenwerking met internationale partners, zoals de EU en de VN. De activiteiten aan de Zuidflank zijn bij uitstek geschikt om gebruik te maken van de complementaire expertise. Een aantal bondgenoten benadrukte dat ook aan de Oostflank het vergroten van stabiliteit van belang is.

Het belangrijkste gespreksonderwerp in het kader van het vergroten van stabiliteit en terrorismebestrijding tijdens deze ministeriële was de voorgenomen NATO Training and Capacity Building Mission in Iraq (NTCBM-I). Dit voornemen kon rekenen op unanieme steun. Enkele van mijn collega’s benadrukten daarbij de vereiste van Iraaks steun voor de toekomstige missie. Ook ik heb dit punt namens Nederland ingebracht. Verschillende Ministers brachten daarnaast enkele andere voorwaarden in, zoals een bescheiden opzet van de missie, steun van de anti-ISIS coalitie en complementariteit met andere internationale inspanningen zoals die van de EU. Samen met mijn Belgische collega heb ik het belang van de inclusiviteit van de trainingsmissie benadrukt, waarbij ik ook het trainen van Koerdische Security Forces in Noord-Irak heb benoemd. Ten slotte stelden enkele Ministers ook een mogelijke bijdrage aan de voorgenomen NATO Training and Capacity Building Mission in Iraq (NTCBM-I) in het vooruitzicht. Ik heb toegelicht dat ook Nederland een uitbreiding van onze militaire en civiele bijdrage overweegt. Mijn verwachting is dat bondgenoten hier op de top in juli meer helderheid over zullen geven.

EU-NAVO samenwerking

In aanwezigheid van de Hoge Vertegenwoordiger van de EU en de Ministers van Defensie van Finland en Zweden is gesproken over de voortgang die is geboekt op EU-NAVO samenwerking. Ook ten aanzien van EU-NAVO samenwerking werd gesteld dat het van groot belang is om in aanloop naar en op de top in juli synergie en eenheid uit te stralen en de trans-Atlantische samenwerking te benadrukken.

Het onderwerp militaire mobiliteit nam een belangrijke plaats in de bijdragen van veel Ministers. De bondgenoten uitten nadrukkelijke waardering voor de Nederlandse inzet op dit terrein, enkele malen onder verwijzing naar mijn speech tijdens het symposium over militaire mobiliteit dat voorafgaand aan deze ministeriële werd georganiseerd door het Europees Defensie Agentschap en het Bulgaarse EU-voorzitterschap. Dit sterkt mij in de overtuiging dat de kans groot is dat de door Nederland ingebrachte military mobility pledge door de EU-lidstaten tijdens de Europese Raad in juni, en door NAVO-bondgenoten tijdens de NAVO-top in juli, kan worden aangegaan. Ik heb namens Nederland benadrukt dat nadere, concrete stappen in het verbeteren van de militaire mobiliteit een overheidsbrede inzet vereisen.

Naast militaire mobiliteit kon ook de voor de aankomende top voorziene gezamenlijke verklaring van de voorzitter van de Europese Raad, de voorzitter van de Europese Commissie en de secretaris-generaal van de NAVO op steun van de Ministers rekenen. Deze gezamenlijke politieke verklaring zal gericht zijn op het verder verdiepen en versterken van de EU-NAVO samenwerking. Daarbij werd door verschillende Ministers gewezen op de kansen die er liggen aan de Zuidflank (terrorismedreiging) en Oostflank (met name hybride dreigingen).

Op het gebied van hybride dreigingen wordt nauw contact onderhouden tussen de NAVO en EU staven en het nieuw opgerichte Centre of Excellence for Countering Hybrid Threats in Helsinki, waarin Nederland sinds 2018 participeert. De operationele en tactische coördinatie tussen EUNAVFOR Sophia en Operation Sea Guardian is voortgezet, en de EU en de NAVO trekken beter op in gezamenlijke strategische communicatie in derde landen, zoals Bosnië, Tunesië en Moldavië. Daarnaast wisselen de staven meer informatie uit op het gebied van trainingen, standaarden, capaciteitenontwikkeling, defensie industrie en onderzoek. De bijeenkomsten op politiek niveau tussen de EU en NAVO worden het komende jaar geïntensiveerd.

De Ministers benadrukten het belang van verdere voortgang op alle terreinen, inclusief op het gebied van hybride dreigingen, counter terrorisme en capaciteitsopbouw in derde landen. Het volgende EU-NAVO voortgangsrapport wordt in juni 2019 verwacht.

Resolute Support Missie

In de bespreking in RS-verband die plaatsvond in aanwezigheid van de Afghaanse Minister van Defensie spraken de Ministers steun uit voor het besluit van de Afghaanse president Ghani voor een tijdelijk staakt-het-vuren met de Taliban. De Ministers onderschreven het belang van een vredesproces dat geleid wordt door de Afghanen. Ik heb mijn Afghaanse collega hierover ook afzonderlijk gesproken. Voorts lichtten enkele Minister toe hun bijdrage aan het ANA Trust Fund tot en met 2024 te verlengen, zoals Nederland reeds heeft besloten, of een dergelijk besluit in overweging te hebben voor de top in juli. Net als Nederland lichtte enkele Ministers toe een aanvullende militaire of civiele bijdrage te overwegen. Dit zal waarschijnlijk tijdens de aanstaande top duidelijk worden.

De Minister van Defensie, A.Th.B. Bijleveld-Schouten