Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201128676 nr. 134

28 676 NAVO

Nr. 134 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN DEFENSIE EN VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 30 juni 2011

In reactie op het verzoek van de vaste commissies voor Defensie en Buitenlandse Zaken om een kabinetsreactie naar aanleiding van de uitspraken van de minister van Defensie in Brussel op 29 juni 2011 sturen wij u hierbij, mede namens de staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, in bijlage de desbetreffende toespraak.1 Deze is in overeenstemming met het kabinetsbeleid. In de toespraak heeft de minister van Defensie geen afstand genomen van het 3D-beleid. Wel heeft hij de specifieke rol van de krijgsmacht binnen de 3D-benadering beklemtoond.

Wat het verzoek om verzending van de ISAF-evaluatie betreft, verwijzen wij u kortheidshalve naar onze brief van 21 juni jl. (kamerstuk 27 925, nr. 429) waarin is gemeld dat de evaluatie aan het einde van deze zomer aan de Kamer wordt gezonden.

Het beleid over Libië is niet gewijzigd sinds het algemeen overleg op 22 juni jl. Dit betekent dat het kabinet op basis van een integrale, politieke afweging zal besluiten over een eventuele verlenging. Wij onderstrepen hierbij nogmaals dat het kabinet geen principiële bezwaren heeft tegen deelneming aan de air to ground-operaties. In hetzelfde algemeen overleg hebben wij onderstreept dat de militaire operatie dient ter ondersteuning van het politieke proces ten behoeve van een duurzame oplossing.

De minister van Defensie,

J. S. J. Hillen

De minister van Buitenlandse Zaken,

U. Rosenthal


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.