28 676 NAVO

Nr. 125 BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 18 maart 2011

Graag bied ik u hierbij als bijlage het verslag aan van de informele ministeriële bijeenkomst van de Navo Defensieministers te Brussel op 10 en 11 maart jl.

De minister van Defensie,

J. S. J. Hillen

Agenda

Op 10 en 11 maart jl. vond te Brussel een informele Navo ministeriële plaats op het niveau van de defensieministers. Op 8 maart jl. heb ik over de voorlopige agenda (kamerstuk 28 676, nr. 124) een overleg gehad met uw Kamer.

Naar aanleiding van de ontwikkelingen in Libië is de agenda van de bijeenkomst kort tevoren gewijzigd. De eerste bijeenkomst stond in het teken van Libië en een mogelijke rol van de Navo bij de ontwikkelingen aldaar. Gedurende de tweede bijeenkomst en het diner is gesproken over de documenten en rapporten over de hervormingen van de Navo. Op 11 maart is in mijn afwezigheid zoals gepland gesproken over het transitieproces in Afghanistan. En marge van de bijeenkomsten heb ik deelgenomen aan een vergadering van het Northern Initiative, een Brits initiatief waarin de Noordelijke Navo-lidstaten en Zweden en Finland vertegenwoordig zijn. Tevens heb ik bilaterale gesprekken gevoerd met mijn collega´s van België en Luxemburg en mijn collega van het Verenigd Koninkrijk.

Libië1

Inzake Libië heeft de Secretaris-Generaal een aantal voorstellen voorgelegd ter besluitvorming. Deze betroffen vooral de planning en voorbereiding van de Navo op mogelijke inzet. Over daadwerkelijke inzet zijn geen besluiten genomen. Als voorwaarde voor deze inzet werden in de vergadering drie leidende principes genoemd, namelijk: een bewezen behoefte, een solide juridische basis en regionale steun. Ik heb mijn instemming met deze principes uitgesproken. De defensieministers hebben voorts ingestemd met een tweetal NATO Initiating Directives, planningsdirectieven, ten behoeve van ondersteuning van humanitaire hulpverlening door de Navo en ten behoeve van monitoring en handhaving van het embargo dat door de VN Veiligheidsraad tegen het regime van Khadaffi is afgekondigd. De consensus was dat voor eventuele volgende stap, namelijk handhaving van dit embargo een aanvullende VN Veiligheidsraadresolutie nodig zou zijn. Deze planningsdirectieven stellen SACEUR in staat om een operatieplan te schrijven op basis waarvan later eventueel politieke besluitvorming kan geschieden. Er is verder gesproken over de wenselijkheid en mogelijkheid van een No Fly Zone. De meningen hierover liepen uiteen. De ministers kwamen overeen dat de planning voor een No Fly Zone zal worden gestart, zonder dat dit vooruitloopt op de uiteindelijke besluitvorming. De Raad nam er verder nota van dat SACEUR middelen die al onder zijn commando staan binnen het huidige mandaat in de richting van het centrale deel van de Middellandse Zee verplaatst om de Navo-capaciteit voor surveillance in dat gebied te versterken, nadat eerder die week al was besloten de inzet van AWACS-vliegtuigen vanaf Trapani te verhogen naar continu beschikbaarheid, om de situatie in de Middellandse Zee dag en nacht te kunnen monitoren. Tot deze middelen behoren de standing NATO Maritime Group 1 en de standing NATO Mine Counter Measures Group 1, waaraan momenteel Hr. Ms. Haarlem deelneemt en waarover een Nederlandse commandant het commando voert en een aantal Nederlandse officieren deel uitmaken van de staf. Wat betreft de mogelijke inzet van deze of andere middelen zij verwezen naar de kennisgevingsbrief betreffende de uitvoering van Veiligheidsraadsresolutie 1973, die de regering de Kamers heden toezendt.

Hervormingen

Door de ingelaste vergadering over Libië resteerde slechts een korte bijeenkomst voor de behandeling van alle aan de hervormingen gerelateerde documenten. De voortgang met betrekking tot de hervorming van de commandostructuur is voor kennisgeving aangenomen. Zoals verwacht heeft de Secretaris-Generaal tijdens deze bijeenkomst nog geen voorstel voor de geografische verdeling van de hoofdkwartieren gedaan. Wel is het nieuwe Host Nation Support-beleid goedgekeurd. Hiermee wordt voor de Navo, en dus voor de lidstaten, een aanzienlijke besparing bereikt. Het houdt evenwel ook in dat landen die een hoofdkwartier op hun grondgebied hebben, daar meer voor moeten betalen. Die meerkosten staan echter in geen verhouding tot de economische meerwaarde die de aanwezigheid van een hoofdkwartier oplevert.

Meerdere landen uitten hun teleurstelling over de vertraging die is opgelopen in het hervormingstraject van de Agentschappen. De meeste landen erkenden en ondersteunden echter dat een inhoudelijke benadering op basis van toereikende en onderbouwde business cases voorwaardelijk was voor verdere besluitvorming. Ook in die discussie is derhalve nog niet gesproken over de geografische verdeling van de agentschappen.

Ik heb in de vergadering gesteld dat ik evenals mijn voorganger veel waarde hecht aan de hervormingen van de Navo, zeker in tijden dat de nationale defensiebudgetten onder druk staan. De ingeslagen weg zal daarom naar mijn mening voortvarend verder moeten worden bewandeld. Dat de voortgang van de hervormingen inmiddels een vast agendapunt zijn van onze bijeenkomsten beschouw ik als een ondersteuning van mijn eerdere pleidooien.

Political Guidance

Tijdens de ministeriële bijeenkomst is de political guidance vastgesteld. Zoals ik in de geannoteerde agenda en het overleg met uw Kamer heb gesteld betreft het een uitwerking van het Strategisch Concept in meer detail. Waar het Strategisch Concept vooral houvast biedt als richtsnoer voor de Navo op politiek niveau, vertaalt de political guidance de doelstellingen in concretere ambities, die vervolgens kunnen worden gebruikt in het verdere militaire planningsproces binnen de commandostructuur en de lidstaten. Het betreft een geclassificeerd document, dat alleen voor interne planningsdoeleinden wordt gebruikt.

Posture review

Nederland heeft ingezet op een brede opzet van de posture review, waarin ook nieuwe dreigingen zoals de verspreiding van massavernietigingswapens, internationaal terrorisme en cyber aanvallen worden meegenomen. Deze uitgangspunten zijn vastgelegd in de Terms of Reference voor de review, die wij op 10 maart jl. hebben goedgekeurd. Tijdens de bijeenkomst van ministers van Buitenlandse Zaken in Berlijn in april zal hun worden gevraagd een eerste input te geven voor de review. Daarnaast zullen zij het werkplan voor de posture review goedkeuren. Na een inventariserende thematische fase zal de review in het najaar geschreven worden.

Een van de kernelementen in de besprekingen zal de vraag zijn welke verhouding tussen de conventionele en de nucleaire Navo-capaciteiten nodig is voor een geloofwaardige afschrikking en verdediging en hoe dat aangevuld kan worden met raketverdediging. Nederland zal in de besprekingen in de NAVO een actieve rol op zich nemen. Hoewel nog niet vaststaat of en in hoeverre de review een openbaar of vertrouwelijk document wordt, zullen ik en mijn collega van Buitenlandse Zaken uw Kamer zoveel mogelijk van de voortgang op de hoogte houden.

Raketverdediging

Er lag een voortgangsrapport voor over de ontwikkeling van territoriale raketverdedigingscapaciteit van de Navo. Dit zal leiden tot een actieplan voor onze bijeenkomst in juni, zo mogelijk vergezeld van concrete voorstellen voor samenwerking met Rusland. Tenslotte hebben we besloten om het bestaande Defence Policy and Planning Committee te belasten met de rol van High Level Body voor interne en externe consultatie, en interne coördinatie.

Transformatie en internationale samenwerking

Voor de discussie tijdens het diner had de SG het thema «smart defence» geagendeerd, een concept dat hij had geïntroduceerd in zijn voordracht voor de München Sicherheitskonferenz vorige maand. Daarin ging de SG in op de noodzaak om zo effectief mogelijk met beschikbare middelen om te gaan. Volgens Rasmussen moeten landen waar mogelijk de krachten bundelen in multinationale initiatieven (door middel van pooling & sharing), moeten ze een strikte prioriteitenstelling hanteren, en moeten ze beter coördineren met andere actoren, in het bijzonder de EU. Daarnaast stimuleert de SG de ontwikkeling van nieuwe instrumenten om de prestaties van landen beter te kunnen meten en vergelijken. Deze «output measurements» zouden, naast de usability-cijfers en de spending-targets, bondgenoten kunnen stimuleren hun defensie-inspanningen beter te richten op de prioriteiten die de Navo stelt. Ik heb deze benadering gesteund. Een Task Force binnen de Navo zal nu een aantal concrete projecten voor bereiden voor bespreking tijdens onze bijeenkomst in juni en besluitvorming tijdens onze bijeenkomst in oktober van dit jaar.

ISAF

De bijeenkomst met de ISAF-partners was gewijd aan transitie, het proces waarbij de verantwoordelijkheid voor de veiligheid geleidelijk zal worden overgedragen van ISAF aan de Afghaanse krijgsmacht en politie. SACEUR, COMISAF en de Afghaanse Minister van Defensie Wardak deden verslag van de, nu duidelijk zichtbare, voortgang in het land. Voortgang die vooral mogelijk is door de groei van de ANSF. Er bestaat nog steeds behoefte aan trainers voor leger en politie en de US Secretary Gates deed een dringende oproep aan de landen om bij te dragen aan het ANSF Trust Fund. De VN-vertegenwoordiger onderstreepte het belang van een goede samenwerking tussen UNAMA, de SCR en ISAF. Daarnaast stelde hij dat UNAMA de in de transitie vastgelegde prioriteiten zal ondersteunen. De Raad heeft aan Navo-zijde het sein op groen gezet om het transitieproces te starten. Daadwerkelijke besluitvorming over de start van het proces en finale selectie van de gebieden waarin transitie kan beginnen, is aan de Afghaanse regering.

Bilat BeNeLux

In een korte bijeenkomst met mijn collega’s van België en Luxemburg heb ik afgesproken om een raamwerk te ontwikkelen om onze samenwerking op defensiegebied te intensiveren. Zoals ook in breder kader besproken tijdens het diner denken wij dat dit op termijn tot meer effectiviteit en besparingen kan leiden. In de beleidsbrief zal uitgebreid aandacht worden besteed aan internationale samenwerking.

Bilat VK

Met mijn Britse collega heb ik in een kort onderhoud van gedachten gewisseld over onze bilaterale samenwerking in het kader van de UK-NL Amphibious Force, waaraan hij evenals ik grote waarde hechtte. Tevens spraken wij over de aanpak van piraterij, waarbij mijn Britse collega mijn visie deelde dat het probleem van piraterij vooralsnog groter wordt en een structurele aanpak behoeft.

Northern Intiative

Op uitnodiging van mijn Britse collega heb ik op 10 maart een lunchbijeenkomst van de Northern Initiative bijgewoond. Dit is een Brits initiatief voor een forum van de Scandinavische landen, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en de Baltische Staten, waar in een informele setting kan worden gediscussieerd over alle onderwerpen die Defensie raken. Ik heb in dat verband mijn visie op piraterijbestrijding gedeeld. Wij spraken af daar in een volgende bijeenkomst in dit verband nader op terug te komen. Tijdens het diner heb ik dit onderwerp onder de aandacht van al mijn Navo-collega´s gebracht.


X Noot
1

Zie voor gepubliceerde stukken inzake Libië kamerstukdossier 32 623, Actuele situatie in Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Naar boven