Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 23 november 2012
Met een brief van 8 november 2012 heeft de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie
mij gevraagd om de Tweede Kamer te berichten over de stand van zaken met betrekking
tot de aanpak van Chinese massagesalons. De commissie heeft gevraagd in de reactie
de Kamervragen van de leden Hilkens en Marchouch1 over dit onderwerp te betrekken en de vraag te beantwoorden in hoeverre opschorting
van de behandeling van de Wet regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche
de aanpak van de salons belemmert.
Sinds het jaar 2009 werken het Openbaar Ministerie (OM), het Korps landelijke politiediensten
(Klpd), de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), de Koninklijke Marechaussee
(KMar), de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), de belastingdienst en het Expertisecentrum
Mensenhandel en Mensensmokkel samen in de bestrijding van de Chinese georganiseerde
mensenhandel en mensensmokkel in Nederland. In het kader van dit project met de naam
«The Wall» is onder meer onderzoek verricht en hebben handhavingacties plaatsgevonden.
Zo is het onderzoeksrapport «De positie van Chinese masseuses in de Chinese beautybranche,»
dat u bijgevoegd aantreft *), mede naar aanleiding van The Wall opgesteld. Uit dit
onderzoek blijkt dat naar schatting in ruim de helft van de massagesalons seksuele
diensten worden aangeboden. Uit het onderzoek kon niet in algemene zin worden vastgesteld
dat er sprake was van mensenhandel in de massagesalons. Wel bleek er sprake van slechte
arbeidsomstandigheden, zoals lage lonen en lange werkdagen, en een kwetsbare positie
van de masseuses doordat ze bijvoorbeeld illegaal in Nederland verblijven en/of hoge
schulden hebben. Dergelijke omstandigheden zijn een voedingsbodem voor mensenhandel.
Op 31 oktober jongstleden hebben in het kader van «The Wall» handhavingacties plaatsgevonden
in Amsterdam, Den Haag en Rotterdam. Hierbij zijn in totaal 13 Chinese massagesalons
gecontroleerd op mogelijke overtredingen van de Vreemdelingenwet, Wet arbeid vreemdelingen,
Algemene plaatselijke verordening en op naleving van de fiscale regels. Hierbij zijn
onder meer 4 illegaal in Nederland verblijvende personen aangetroffen, een gebrekkige
financiële administratie bij alle salons en grote sommen contant geld bij drie salons.
Daarnaast is in meer dan de helft van de salons biologisch materiaal aangetroffen
dat kan duiden op seksuele dienstverlening en zijn mogelijk een slachtoffer van mensenhandel
en een slachtoffer van mensensmokkel aangetroffen. Er wordt nog onderzocht of het
hier inderdaad om slachtoffers van mensenhandel gaat.
Het rapport en de handhavingacties bevestigen de vermoedens die er waren over illegale
prostitutie in de massagesalons. Om deze prostitutie tegen te gaan en mensenhandel
te voorkomen is het noodzakelijk dat er op de salons streng toezicht wordt gehouden
en dat de wetgeving strikt wordt gehandhaafd. Dit optreden is niet afhankelijk van
de invoering van de Wet regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche,
omdat prostitutiebedrijven op grond van de Algemene plaatselijke verordening al vergunningplichtig
zijn. Gemeenten kunnen dus bij de massagesalons waar illegale prostitutieactiviteiten
plaatsvinden al handhavend optreden. Zoals ik u reeds in antwoorden op Kamervragen2 op 23 april 2012 liet weten gebeurt dit ook. Voor wat betreft de overige geconstateerde
overtredingen die strijdig zijn met wet- en regelgeving kunnen politie en OM, maar
ook de Belastingdienst en bijzondere opsporingsdiensten (zoals de Inspectie SZW) optreden.
Naast het toezicht op en de handhaving van de massagesalons is het van belang dat
eventuele signalen van mensenhandel adequaat worden opgepakt en dat slachtoffers van
mensenhandel goed worden voorgelicht over hun rechten en plichten. Zoals ik u heb
bericht in de antwoorden op Kamervragen van het lid Segers3 en bovengenoemde Kamervragen van de leden Hilkens en Marchouch zijn opsporingsfunctionarissen
en toezichthouders getraind op het herkennen van deze signalen en zijn er voorlichtingsmateriaal
en tolken beschikbaar om de Chinese vrouwen goed voor te lichten.
De bevindingen van het wetenschappelijke onderzoek naar de massagesalons, de handhavingsacties
en de overige bevindingen van het project The Wall worden besproken in de Task Force
aanpak mensenhandel. Hieraan nemen ook de burgemeesters of wethouders van de direct
betrokken gemeenten (Amsterdam, Den Haag, Rotterdam) deel. Ik ga er vanuit dat deze
bespreking leidt tot een integrale en effectieve (vervolg-)handhavingstrategie ten aanzien van de massagesalons.
De minister van Veiligheid en Justitie,
I. W. Opstelten
*) Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer