Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201428479 nr. 70

28 479 Rechtspositie van politieke ambtsdragers

Nr. 70 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 19 augustus 2014

Inleiding

De Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa) kent sinds 2010 een sollicitatieplicht voor uitkeringsgerechtigde politieke ambtsdragers. Voor de uitvoering van die sollicitatieplicht en van de planmatige begeleiding en ondersteuning naar arbeid geldt het Sollicitatiebesluit politieke ambtsdragers. De uitvoering daarvan wordt jaarlijks geëvalueerd. In deze brief informeer ik u over de evaluatie van de uitvoering van de sollicitatieplicht in het jaar 2013.

De uitvoering van de Appa is een gedecentraliseerde verantwoordelijkheid. In principe is het bestuursorgaan waar de politieke ambtsdrager werkzaam is geweest, verantwoordelijk voor de Appa-uitkering. Indien betrokkene bij diverse bestuursorganen politiek actief is geweest, heeft hij of zij in principe recht op een Appa-uitkering ten laste van elk van die bestuursorganen afzonderlijk.

Wat betreft de Appa-uitkeringen ten laste van het Rijk en de Staten-Generaal heeft het Ministerie van BZK een uitvoeringscontract afgesloten. Dit contract omvat de uitvoering van de Appa voor voormalige bewindspersonen, leden van de Tweede Kamer, voorzitters van de Eerste Kamer, Rijksvertegenwoordigers BES, (substituut) Nationale Ombudsmannen, waarnemend commissarissen van de Koning, waarnemend burgemeesters en herindelingsburgemeesters. Deze evaluatie betreft de uitvoering van de sollicitatieplicht in 2013 voor deze groep.

Dit is in lijn met de eerdere evaluaties over dit onderwerp. Bij brief van 6 maart 2012 (Kamerstuk 28 479, nr. 57), bent u geïnformeerd over de uitvoering van genoemd Sollicitatiebesluit in de periode november 2010 tot en met december 2011; bij brief van 18 april 2013 (Kamerstuk 28 479, nr. 65), over die in het jaar 2012.

Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) houdt geen gegevens bij over de Appa-uitkeringen bij provincies, gemeenten en/of waterschappen. De uitvoering bij de decentrale overheden is een verantwoordelijkheid van de betreffende bestuursorganen. Ik ben echter voornemens om in samenwerking met het Interprovinciaal Overleg, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Unie van Waterschappen de uitvoering van de sollicitatieplicht te evalueren ten aanzien van de politieke ambtsdragers zowel op Rijksniveau als op het niveau van provincies, gemeenten en waterschappen. Over de uitkomsten van deze brede evaluatie hoop ik u rond de jaarwisseling te informeren.

Een korte schets van de sollicitatieverplichting en de planmatige begeleiding naar werk op basis van de Appa

Het Ministerie van BZK heeft een uitvoeringscontract gesloten met Loyalis Maatwerk Administraties (LMA). De planmatige begeleiding naar werk moet op grond van het Sollicitatiebesluit worden uitgevoerd door een re-integratiebureau. LMA heeft dit werk uitbesteed aan Van Ede & Partners.

De sollicitatieplicht en de planmatige begeleiding naar werk zijn 1:1 gekoppeld aan de uitkering. Zij gelden voor genoemde politieke ambtsdragers die op of na 27 februari 2010 zijn afgetreden, met uitzondering van de Kamerleden: voor hen geldt dat zij op of na 24 maart 2010 moeten zijn afgetreden.

De sollicitatieplicht en het sanctieregime zijn weliswaar uitgewerkt in lijn met het regime van de Werkloosheidswet (WW), maar de Appa en de WW zijn regelingen die op onderdelen zo fundamenteel van elkaar verschillen dat dit consequenties heeft voor de uitvoering van de sollicitatieplicht. Die verschillen hebben te maken met het bijzondere karakter van het politieke ambt (zoals het gebrek aan ontslagbescherming) en met de wijze van verrekening van nieuwe inkomsten.

Het recht op de Appa-uitkering vervalt niet bij het aanvaarden van een nieuwe functie. Zolang betrokkene gedurende de rest van de duur van het recht op Appa-uitkering uit die nieuwe functie inkomsten genereert, komen die inkomsten in aanmerking voor verrekening met de uitkering. De uitkering kan tot nihil worden gekort. In principe vervalt pas dan de sollicitatieplicht. Een uitzondering is dat betrokkene geen sollicitatieplicht (meer) heeft als hij of zij ten minste 70% verdient uit hoofde van een nieuw politiek ambt. Zodra echter die nieuwe inkomsten om wat voor reden dan ook geheel of gedeeltelijk weer komen te vervallen, herleeft de uitkering voor de resterende duur geheel of gedeeltelijk. En met de herleving van de uitkering, herleeft ook de sollicitatieplicht.

Genoemde mogelijkheid van herleving van de sollicitatieplicht gedurende de gehele toegekende uitkeringsperiode betekent dat de uitkeringsgerechtigde gedurende de gehele uitkeringsduur moet worden gevolgd. Afhankelijk van de afstand tot de arbeidsmarkt van betrokkene varieert dit volgen van actieve begeleiding tot voortgangsbewaking.

In het systeem van de Appa is het standaard dat betrokkene na ommekomst van de eerste drie maanden na aftreden een intakegesprek heeft met Van Ede & Partners. Voor politieke ambtsdragers gaat de sollicitatieverplichting namelijk op dat moment in. Desalniettemin begint een behoorlijk aantal voormalige Tweede Kamerleden, bewindspersonen, waarnemend burgemeesters en herindelingsburgemeesters kort na aftreden al met de begeleiding en met sollicitatieactiviteiten.

Het Sollicitatiebesluit verplicht dat het re-integratiebureau met betrokkene een re-integratieplan opstelt. Dit re-integratieplan moet binnen drie weken ter toetsing worden gezonden aan LMA; dus uiterlijk drie maanden en drie weken na het aftreden van betrokkene. Dit plan is de kern; het plan is bepalend welke voorgenomen activiteiten worden ondernomen om weer aan het werk te gaan of om zich daarop voor te bereiden. Het vormt tevens het kader met behulp waarvan wordt getoetst of betrokkene de sollicitatieactiviteiten verricht die zijn afgesproken. Dit plan wordt, zolang de sollicitatieplicht geldt, om de drie maanden met betrokkene geëvalueerd.

Niet elke ex-politieke ambtsdrager heeft eenzelfde mate van begeleiding nodig. Daarom kan de inhoud van de persoonsgerichte begeleiding variëren. Zo kan men zich beperken tot de procedure van zelfreflectie, maar is ook vanwege de grote afstand tot de arbeidsmarkt planmatige begeleiding/ ondersteuning in de zin van outplacement mogelijk. Het plan moet in ieder geval worden goedgekeurd door LMA.

Het staat betrokkene in beginsel vrij te kiezen welk bureau hem of haar begeleidt in de uitvoering van het re-integratieplan, mits dit bureau daarvoor gekwalificeerd is. Het ligt voor deze doelgroep echter voor de hand dat dit Van Ede & Partners zal zijn. Dit blijkt ook zo te zijn in de praktijk.

Het proces behorende bij het opstellen en vervolgens uitvoeren van het re-integratieplan wordt aangemerkt als het verrichten van sollicitatieactiviteiten. Op het niet meewerken aan het opstellen en uitvoeren van dit plan staan sancties op grond van het Sollicitatiebesluit. Deze sancties zijn afgeleid van die voor de WW gelden. Het is een systeem van inhoudingen op de Appa-uitkering.

Evaluatie: algemeen 2013

De aanpak beschreven in de eerdere evaluaties van de uitvoering van de sollicitatieplicht op centraal niveau is gecontinueerd. De uitgebrachte brochure over de sollicitatieplicht voldoet nog steeds. In heel specifieke individuele gevallen vindt er over de casuïstiek een overleg plaats tussen mijn ministerie, LMA en Van Ede & Partners.

Een bijzonder aspect dat ook dit jaar weer naar voren kwam, is de vraag wanneer er sprake is van een succesvolle re-integratie. De Appa is hier op zich helder in: betrokkene is succesvol gere-integreerd als hij of zij een zodanige functie vervult dat betrokkene niet meer hoeft terug te vallen op de toegekende Appa-uitkering. Voor de vraag of er nog een sollicitatieplicht geldt, is de hoogte van de nieuwe inkomsten relevant, niet de opheffing van de werkloosheid in uren (zoals nu nog bij de WW). Door de focus van de Appa op de hoogte van de nieuwe inkomsten kan een volledige nihilstelling een lastig te bereiken doel zijn. De sollicitatieplicht op grond van de Appa geldt echter zolang betrokkene (een deel van de) Appa-uitkering uitbetaald krijgt.

Het kan dus bij voorbeeld voorkomen dat betrokkene nog steeds een sollicitatieplicht heeft ook al vervult hij of zij een voltijdsfunctie of ook al keert betrokkene terug in de functie die hij of zij vervulde vóór het politieke ambt.

Net als in voorgaande jaren is gebleken dat de begeleiding niet alleen belangrijk is voor de uitkeringsgerechtigden om te komen tot een andere bron van inkomsten, maar ook anderszins wordt gewaardeerd. De geboden begeleiding blijkt behulpzaam door het bieden van perspectief, structuur en manieren om te komen tot een herstart na het soms plotselinge vertrek uit de politiek. Door betrokkenen wordt deze begeleiding gezien als een uiting van goed werkgeverschap omdat ze het gevoel hebben er niet alleen voor te staan.

Evaluatie: cijfers 2013

In 2013 ontvingen circa 190 politieke ambtsdragers een Appa-uitkering1. Daarvan waren circa 124 voormalige Tweede Kamerleden, circa 34 oud-bewindslieden en circa 32 waarnemend burgemeesters of herindelingsburgemeesters. Van deze 190 uitkeringsgerechtigden waren er ultimo 2013 70 personen die vielen onder de sollicitatieplicht. Dat waren 44 Kamerleden, 11 bewindspersonen en 15 in de categorie waarnemend burgemeester of herindelingsburgemeester.

Van hen bevinden zich 36 in de werkgerichte fase en 34 in de nazorgfase. In de werkgerichte fase zaten 22 Kamerleden, 5 bewindspersonen en 9 waarnemend burgemeesters/herindelingsburgemeesters; in de nazorgfase 22 Kamerleden, 6 bewindspersonen en 6 waarnemend burgemeesters/ herindelingsburgemeesters.

De werkgerichte fase wil zeggen dat betrokkenen nog geen nieuwe functie hebben; de nazorgfase dat de begeleiding is teruggebracht tot volgen (monitoren). Volgen is meestal aan de orde als betrokkenen nieuwe inkomsten genereren.

Van genoemde 34 uitkeringsgerechtigden in de nazorgfase hadden 7 personen eind 2013 hun uitkering tot nihil weten terug te brengen via een functie buiten het politieke ambt. Voor 8 anderen bestond de sollicitatieplicht niet meer omdat zij intussen weer werkzaam waren in een nieuw politiek ambt uit hoofde waarvan zij ten minste 70% verdienden. Zes uitkeringsgerechtigden (4 Kamerleden, 2 bewindspersonen) hadden ultimo 2013 hun uitkering tot nihil teruggebracht via een eigen bedrijf. Dit wil zeggen dat van deze 34 uitkeringsgerechtigden 21 géén sollicitatieplicht meer hebben.

Van de overige 13 uitkeringsgerechtigden in de nazorgfase vervulden er 11 (10 Kamerleden, 1 bewindspersoon) wel een functie buiten het politieke ambt, maar waren hun nieuwe inkomsten ultimo 2013 niet hoog genoeg om de uitkering op nihil te laten stellen. Eén betrokkene (een waarnemend burgemeester/ herindelingsburgemeester) is herplaatst in een politiek ambt, maar genereert daarmee minder dan 70% van zijn laatstgenoten bezoldiging. De dertiende uitkeringsgerechtigde (een bewindspersoon) heeft een eigen bedrijf maar heeft met de daaruit voortvloeiende inkomsten (nog) niet zijn of haar uitkering tot nihil weten terug te brengen. Voor deze dertien geldt dus nog de sollicitatieplicht.

Van de 70 personen hebben 21 mensen een opleiding aangevraagd. Deze aanvragen waren conform de afspraken en zijn door LMA geaccordeerd.

In 2013 was de gemiddelde duur van de uitkering tot plaatsing in een duurzame functie voor Kamerleden 219 dagen (circa 7,5 maand), voor bewindspersonen 206 dagen (circa 7 maanden) en voor waarnemend burgemeesters en de herindelingsburgemeesters 371 dagen (12,5 maand). De gemiddelde duur tot herplaatsing is toegenomen vergeleken met 2012 omdat degenen die na de verkiezingen snel een functie hadden gevonden, niet meer worden meegeteld in 2013.

Hierbij zij opgemerkt dat er niet al te harde conclusies getrokken kunnen worden op basis van deze cijfers. Ten eerste omdat het een kleine populatie betreft. Ten tweede vanwege de beschreven focus van de Appa op de hoogte van de nieuwe inkomsten voor de vraag of er al dan niet sprake is van duurzame re-integratie (dat wil zeggen dat de verwachting is dat betrokkene niet meer terugvalt op de Appa-uitkering).

De handhaving van de sollicitatieplicht is een belangrijk onderdeel van de uitvoering door LMA en het re-integratiebureau Van Ede & Partners. Van Ede & Partners meldt elke drie maanden expliciet bij LMA of er sprake is geweest van bijstellingen van de re-integratieplannen. De consulenten en de Appa-uitkeringsgerechtigden hebben vrijwel wekelijks contact. Net zo min als in voorgaande jaren is er in 2013 een sanctie opgelegd. Betrokkenen blijken actief in de uitvoering van het naar de persoon toegesneden re-integratieplan.

In 2013 hebben 10 van de 70 personen gekozen voor een ander re-integratiebureau dan Van Ede & Partners. Een dergelijk bureau wordt getoetst door LMA aan de in het Sollicitatiebesluit gestelde eisen. In het kader van de Appa wordt ook van een dergelijk bureau verwacht dat het driemaandelijks toetst of activiteiten conform het re-integratieplan zijn uitgevoerd, dat de voortgang wordt bewaakt gedurende de gehele uitkeringsduur en dat er nazorg is ingeval van succesvolle re-integratie.

Het Sollicitatiebesluit maakt verder onderscheid tussen een vrijwillige planmatige begeleiding en een verplichte. Bij de eerste soort neemt de uitkeringsgerechtigde het initiatief; bij de tweede het re-integratiebedrijf en de uitvoeringsorganisatie. Tussen beide soorten ondersteuning bestaat een verschil in bekostiging. In de praktijk wordt dit onderscheid niet zo scherp gemaakt. In overleg met mijn ministerie gebeurt dat in ieder geval niet als de planmatige begeleiding plaatsvindt via Ede & Partners. Een dergelijk verzoek om een planmatige begeleiding van betrokkene zelf wordt namelijk veelal ingediend in de eerste drie maanden na aftreden. De praktijk is om dan het gehele traject eerder te laten beginnen.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk


X Noot
1

De aantallen verschillen per maand als gevolg van fluctuaties in toekenningen en beëindigingen van uitkeringen die soms ook nog met terugwerkende kracht worden toegekend.