Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201128385 nr. 211

28 385 Evaluatie Meststoffenwet

Nr. 211 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 21 juni 2011

Bij brief van 30 juni 2010 heeft de vaste commissie voor La ndbouw, Natuur en Voedselkwaliteit gevraagd om een reactie op een bericht in het Agrarisch Dagblad van 26 juni 2010, waarin door een vertegenwoordiger van de coöperatie CZAV wordt gesteld dat de stikstofgebruiksnorm voor gerst nadelig is voor de brouwkwaliteit: het eiwitgehalte zou te laag blijven.

In een brief van 5 juli 2010 heeft mijn ambtsvoorganger aan uw Kamer toegezegd te zullen reageren na ontvangst van de resultaten van nader onderzoek over de bemestingsbehoefte van dit gewas. Recent heeft de Commissie van Deskundigen Meststoffenwet (CDM) mij gerapporteerd over haar bevindingen. Naar aanleiding daarvan treft u bijgaand mijn reactie aan.

De Commissie bevestigt dat gerst in sommige situaties of jaren, bij hoge opbrengsten, een te laag eiwitgehalte heeft om voor brouwgerst te kunnen kwalificeren en dat in die situaties met een hogere stikstofgift wel een goede brouwkwaliteit had kunnen worden verkregen. Met een hogere norm zouden telers dit probleem kunnen ondervangen. De CDM wijst er tevens op dat een algemeen hogere norm tot gevolg heeft dat meer nitraat uitspoelt en dat die bovendien ook landbouwkundige nadelen kan hebben.

Om een optimum hierin te vinden bepleit, de CDM onderzoek naar een bemestingsstrategie voor een economisch optimale stikstofgift van brouwgerst die rekening houdt met het opbrengstniveau en eiwitgehalte en die tevens rekening houdt met landbouwkundige neveneffecten. Dat onderzoek kan deels op basis van bestaande gegevens worden uitgevoerd. De CDM waarschuwt er wel voor dat een knelpunt blijft dat de te realiseren opbrengst pas na een bepaald groeistadium goed geschat kan worden en dat niet bekend is of er dan nog bemest kan worden en wat daarvan eventueel de gevolgen zijn. Een hogere norm geeft daarom hoe dan ook een verhoogd risico op nitraatuitspoeling.

Een besluit over een eventuele verhoging van de norm wil ik daarom niet los van andere maatregelen nemen die invloed hebben op de milieukwaliteit.

Ik zal deze kwestie daarom betrekken bij de evaluatie van de Meststoffenwet en de invulling van het vijfde actieprogramma nitraatrichtlijn en over nut en noodzaak van nader onderzoek met betrokken organisaties in overleg gaan.

De staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

H. Bleker