28 345
Aanpak huiselijk geweld

nr. 49
BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 september 2007

Bij brief van 5 september jl. (kenmerk 07-Just-B-058) heeft u verzocht aan te geven wanneer de nieuwe cijfers over huiselijk geweld beschikbaar zijn. Tevens verzoekt u, in het geval de gegevens beschikbaar zijn, deze nog voor het algemeen overleg toe te zenden. Hieronder ga ik op uw verzoek in.

Uw verzoek gaat ervan uit dat er een vaste routine bestaat in het beschikbaar stellen van cijfermatige gegevens met betrekking tot de ontwikkeling rond huiselijk geweld. Dat is echter niet het geval. Wel worden aan de Tweede Kamer regelmatig voortgangsrapportages toegezonden.

Het geagendeerde rapport Aanpak in ontwikkeling geeft de stand van zaken weer met betrekking tot de aanpak van huiselijk geweld bij zowel gemeenten, de politie, het OM als in de ketensamenwerking. In mijn brief van 5 juli jl. (Kamerstuk 2006–2007, 28 345, nr. 47 Tweede Kamer) schets ik, mede namens de bewindspersonen van OCW, BZK en VWS, de maatregelen die de ketenpartners naar aanleiding daarvan zullen nemen.

Daarnaast zijn er verschillende bronnen die een indicatie geven van de omvang van huiselijk geweld.

• Registratie Advies- en Steunpunten Huiselijk Geweld (ASHG’s)

Op grond van de tijdelijke stimuleringsregeling zijn ASHG’s verplicht te registreren. Om deze registratie te stimuleren heeft de Staatssecretaris van VWS een gegevensset voor registratie bij ASHG’s laten ontwikkelen. Voor de duur van de stimuleringsregeling moeten gemeenten een keer per jaar gegevens over aantallen contacten aanleveren bij het ministerie van VWS. Dat zijn uniforme gegevens. De meest recente cijfers zijn als volgt:

In 2006 zijn er bij de 35 ASHG’s in het totaal 23 577 meldingen gedaan. Het gaat hierbij om meldingen door slachtoffers, plegers, professionals en derden.

• Registratie Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK)

Kindermishandeling valt onder de definitie van huiselijk geweld, waardoor ook de registratie van het AMK een indicatie geeft van huiselijk geweld.

Het Nederlands Jeugdinstituut maakt op grond van de registratie van de AMK’s ieder jaar een factsheet met gegevens over kindermishandeling.

Daarnaast wordt er door de provincies, die verantwoordelijk zijn voor de jeugdzorg, beleidsinformatie aangeleverd aan de minister voor Jeugd en Gezin. Dit betreft ook informatie met betrekking tot de AMK’s. De minister voor Jeugd en Gezin heeft de Kamer bij brief van 20 juni jl. (TK 2006–2007, 29 815, nr. 106) geïnformeerd over de stand van zaken m.b.t. het AMK. Het blijkt dat het aantal meldingen van signalen van kindermishandeling bij de AMK’s jaarlijks toeneemt. Het aantal steeg van 23 296 in 2001 tot 41 299 in 2006. Met name het aantal onderzoeken neemt toe; ten opzichte van 2001 is het aantal in 2006 meer dan verdubbeld. Van de ruim 41 000 meldingen die er in 2006 zijn gedaan hebben er bijna 14 000 geleid tot een onderzoek.

• Onderzoek kindermishandeling

Op 25 april 2007 zijn twee onderzoeksrapporten over de aard en omvang van kindermishandeling in Nederland aangeboden aan de Tweede Kamer. De onderzoekers zijn uitgegaan van de definitie van kindermishandeling uit de Wet op de jeugdzorg, waar ook het getuige zijn van huiselijk geweld onder valt. Uit het onderzoeksrapport van de Universiteit van Leiden onder professionals blijkt dat jaarlijks tenminste 107 200 kinderen worden mishandeld. Uit het onderzoek van de Vrije Universiteit te Amsterdam onder scholieren uit de eerste vier klassen van het voortgezet onderwijs, blijkt dat als het scholieren zelf gevraagd wordt ruim 160 000 van hen aangeven met kindermishandeling te maken te hebben gehad. Blijkens ditzelfde onderzoek zijn per 1000 jongeren 117 ooit getuige geweest van (ex)partnergeweld (fysieke confrontatie en/of dreiging met een wapen). De ervaring in Nederland en uit buitenlandse onderzoeken leren in ieder geval dat als er kinderen zijn, het geweld tussen de partners hen in de regel niet ontgaat.

• Politiecijfers

In maart 2006 verscheen het rapport «Binnen zonder kloppen». Dit rapport bevat cijfers van door de politie geregistreerde incidenten van huiselijk geweld. Hoewel bij politiecijfers altijd sprake is van onderrapportage, geven deze incidenten desalniettemin een goede indruk van de aard en kenmerken van huiselijk geweld dat ter kennis komt van de politie. Het blijkt dat in 2005 57 421 incidenten van huiselijk geweld gemeld zijn bij de politie. Het merendeel van de slachtoffers is vrouw (76,1%); 11,5% van de slachtoffers zijn kinderen beneden de 18 jaar en 7,2% ouderen boven de 55 jaar.

Momenteel wordt een nieuwe meting van de geregistreerde criminaliteit door de politie voorbereid.

• Landelijk onderzoek

Met betrekking tot criminaliteit is er altijd sprake van een «dark number» (de niet ontdekte, niet gerapporteerde en/of niet geregistreerde incidenten). Dat maakt dat bovenstaande bronnen nooit een volledig beeld geven.

Teneinde in deze leemte te voorzien, is het WODC onlangs begonnen met de voorbereiding van een landelijk onderzoek naar huiselijk geweld in Nederland. Het betreft een onderzoek naar de aard en omvang van het huiselijk geweld, de kenmerken van de plegers en slachtoffers van huiselijk geweld en hun hulpzoekgedrag.

Het onderzoek bestaat uit verschillende deelonderzoeken:

– Bepalen van de omvang van huiselijk geweld door middel van de vangst-hervangst-methode; bij deze schattingsmethode wordt gebruik gemaakt van (koppeling van) bestaande registraties;

– Een enquête via een Internet Accesspanel om een eerste, globaal beeld te krijgen van de aard van het huiselijk geweld, de kenmerken en hulpzoekgedrag van slachtoffers en plegers; daarna vinden er verdiepende interviews plaats met 1000 slachtoffers;

– Bepalen van de achtergrondkenmerken, hulpzoekgedrag en recidive van plegers van huiselijk geweld aan de hand van dossieronderzoek, analyse van bestanden en verdiepende daderinterviews.

De Europese aanbestedingsprocedure is inmiddels in gang gezet. Gezien de omvang en complexiteit van het onderzoek, zijn niet eerder dan eind 2008/begin 2009 resultaten te verwachten.

Ik vertrouw erop dat ik u hiermee voldoende heb geïnformeerd.

De minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin

Naar boven