Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 25 april 2014
Bij het Algemeen Overleg Bouwregelgeving en brandveiligheid van 19 februari 2014 was
mijn brief over het TNO-rapport «Deskundigenrapport toepassing en inspectie van roestvaststaal
in zwembaden» (Kamerstuk 28 325, nr. 152) geagendeerd. Naar aanleiding hiervan heb ik toegezegd nogmaals in overleg te gaan
met de zwembadbranche over het openbaar maken van de inspectierapporten en de suggestie
om het keurmerk Veilig & Schoon een prominentere plek te geven bij zwembaden.
Alvorens de resultaten van het overleg met de zwembadbranche te melden, wil ik eerst
in algemene zin ingaan op het TNO-rapport en de rol van zwembaden, gemeenten en het
keurmerk. Het TNO-rapport geeft, uitgaande van het Bouwbesluit 2012, een inspectiemethode
voor roestvaststaal in zwembaden. Eigenaren of exploitanten zijn verantwoordelijk
dat hun zwembaden voldoen aan het Bouwbesluit 2012. Zij moeten inventariseren of in
hun zwembad sprake is van het soort roestvaststaal dat niet bestand is tegen chlooraantasting.
Een zwembad moet vervolgens dit roestvaststaal iedere zes maanden inspecteren of (beter
nog) vervangen door een materiaal dat wel bestand is tegen chloor. Een zwembad zal
hiervoor een deskundige inspecteur moeten inhuren omdat de inventarisering en inspectie
een grote materiaaldeskundigheid vereist. Gemeentelijke bouw- en woningtoezicht heeft
hierbij een toezichtstaak vanuit de Woningwet en kan bij de eigenaar/exploitant de
inspectierapporten opvragen, inzien en beoordelen. Dit is het publiekrechtelijke spoor
dat ter beschikking staat om de problematiek van het niet resistente in bestaande
zwembaden op lokaal niveau adequaat aan te pakken. Het TNO-rapport is daarom ook onder
de aandacht gebracht bij de Vereniging Bouw- en woningtoezicht en bij de provincies,
die verantwoordelijk zijn voor het interbestuurlijke toezicht op gemeenten sinds 1 oktober
2012.
Naast dit publiekrechtelijke spoor is er ook het private Keurmerk Veilig & Schoon.
Dit private keurmerk beoogt inzichtelijk te maken dat een zwembad voldoet aan alle
relevante regelgeving, zowel richting bevoegd gezag als zwembadbezoekers. De inspectierapporten
van het roestvaststaal worden hierbij beoordeeld door een certificatie-instelling
die de audits uitvoert voor het keurmerk. Hoewel het publiekrechtelijke toezicht en
het keurmerk hetzelfde veiligheidsdoel hebben, is het goed om deze van elkaar te onderscheiden.
Ook zonder een keurmerk kan namelijk via het publiekrechtelijke spoor sprake zijn
van een geborgde veilige situatie, alleen is dat dan niet inzichtelijk voor bezoekers.
Op 7 maart 2014 is gesproken met Recron1 en Stichting Zwembadkeur over het Keurmerk Veilig & Schoon. Hierbij is door de branche
allereerst aangegeven dat het aantal overdekte zwembaden met het keurmerk groter is
dan de 15 procent die genoemd is in het Algemeen Overleg. De problematiek van roestvaststalen-ophangconstructies
speelt alleen bij overdekte zwembaden. In Nederland zijn van de 1537 zwembaden er
861 geheel overdekt. Van deze 861 overdekte zwembaden hebben 164 (19 procent) het
keurmerk. Deze 164 zwembaden zijn vooral de grote publiektoegankelijke zwembaden.
Een overzicht hiervan vindt u op www.zwembadkeur.nl
. Via deze website is voor bezoekers eenvoudig na te gaan welke zwembaden het keurmerk
hebben. Het keurmerk is verder in het zwembad vermeld op een bord met het logo van
het keurmerk. De plaats waar dit bord is opgehangen wordt overgelaten aan het zwembad,
maar de meeste zwembaden geven dit bord een prominente plaats bij de ingang.
Zoals ook vermeld in mijn brief van 30 september 2013 (Kamerstuk 28 325, nr. 152) voelt de zwembadbranche nog steeds niets voor het openbaar maken van de inspectierapporten,
anders dan richting het bevoegd gezag. De inspectierapporten zijn zeer technisch van
aard en geven niet aan of geconstateerde eventuele tekortkomingen zijn hersteld. De
inspectierapporten kunnen volgens de branche bij de (niet-deskundige) bezoeker tot
verwarring en onduidelijkheid leiden. De branche wil vasthouden aan haar standpunt
dat alleen via het keurmerk wordt gecommuniceerd met de consument over de veiligheid
van een zwembad. Ik deel deze mening van de branche.
De branche geeft aan dat het streven is dat zoveel mogelijk zwembaden het keurmerk
aanvragen. De afgelopen jaren is de toename van het aantal zwembaden met het keurmerk
echter helaas aan het afvlakken.
Ik ben van mening dat de veiligheid van een zwembad voor een bezoeker geen onderwerp
van twijfel of aanleiding tot vragen mag zijn. Een bezoeker moet er vanuit kunnen
gaan dat een zwembad veilig is en voldoet aan alle regels. Het private instrument
Keurmerk Veilig & Schoon leent zich er goed voor om bezoekers op een eenvoudige en
laagdrempelige wijze te informeren over de veiligheid. Dat slechts 19 procent van
de overdekte zwembaden dit keurmerk heeft en daarmee die transparantie biedt, vind
ik weinig. Ik vind het belangrijk dat de branche heeft aangegeven dat zij zich sterk
zal maken voor een verdere stijging van dit percentage. Waar nodig zal ik de branche
ondersteunen om het aantal zwembaden met een keurmerk verder te verhogen.
De Minister voor Wonen en Rijksdienst, S.A. Blok