28 286 Dierenwelzijn

33 835 Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA)

Nr. 910 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 22 mei 2017

Uw commissie voor Economische Zaken heeft mij op 3 april jl., naar aanleiding van de bij de Regeling van Werkzaamheden van 28 maart 2017 (Handelingen II 2016/17, nr. 60, item 8) verzochte brief over dierenmishandeling in een Belgisch slachthuis (Nos.nl, 23 maart 2017) enkele aanvullende vragen gesteld. Door middel van deze brief doe ik u de antwoorden toekomen.

Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie

Welke Europese regels gelden voor slachterijen?

Voor de bescherming van het dierenwelzijn gelden in slachthuizen de bepalingen van Verordening (EG) Nr. 1099/2009 inzake de bescherming van dieren bij het doden. Daarnaast zijn er ook Europese regels van kracht met betrekking tot onder andere hygiënisch werken (Verordening (EG) nr. 852/2004) en arbo-omstandigheden.

Is er standaard toezicht van kracht volgens EU-regels?

Op het naleven van de bepalingen uit de Verordening 1099/2009 wordt door de NVWA op verschillende wijzen toegezien. Slachthuizen worden periodiek middels een «systeemcontrole» gecontroleerd. Daarin wordt bekeken of inrichting en uitrusting van het slachthuis voldoet, personeel over de vereiste kwalificaties beschikt en de standaardwerkwijzen correct zijn vastgelegd. Daarnaast controleert de NVWA steekproefsgewijs of alle werkzaamheden conform de verordening worden uitgevoerd: bij het uitladen van de dieren uit vrachtwagens, gedurende het onderbrengen in de wachtruimten, bij het opdrijven naar de slachtplaats en tijdens het bedwelmings- en slachtproces.

Zijn er signalen dat de situatie, zoals deze zich in België voordeed, zich ook in Nederland voordoet?

Indien overtredingen met betrekking tot het dierenwelzijn en diergezondheid van slachtvarkens worden geconstateerd in Nederlandse slachthuizen, treedt de NVWA handhavend op. Voor informatie over de handhaving verwijs ik naar de naleefcijfers op de website van de NVWA (Naleefmonitor).

Wanneer is het dierenwelzijn en/of het toezicht op slachterijen in Europa ter sprake geweest en op welke manier?

Op 24 oktober 2012 is door de Europese Commissie een conferentie gehouden ter implementatie van de Verordening 1099/20091. Door Nederland, Duitsland en Denemarken is in de «Verklaring van Vught» van 14 december 2014, die ingebracht is in de Landbouw- en Visserijraad van 15 december 2014 (Kamerstuk 21 501-32, nr. 818), aangegeven dat de bestaande dierenwelzijnswetgeving van de EU, op het gebied van houderij, transport en slacht, op een striktere en meer geharmoniseerde wijze gehandhaafd moet worden. Door Santé F (de voormalige FVO) zijn in de periode 2013–2015 inspectiebezoeken uitgevoerd aan de EU-lidstaten, waarbij gekeken is naar de naleving van de bepalingen van de Verordening 1099/2009, en het toezicht door de nationale autoriteiten daarop2.

Welke mogelijke sancties zijn er op te leggen (Europees en/of als lidstaat naar de betreffende lidstaat) als er wantoestanden gesignaleerd worden?

De bevoegdheid tot het opleggen van sancties berust bij de autoriteiten van de betreffende lidstaat, in dit geval de Belgische autoriteiten. De Europese Commissie houdt via Santé F toezicht op de juiste en uniforme toepassing van de uitvoering van het toezicht door de lidstaten. Bij tekortkomingen doet Santé F aanbevelingen om het toezicht te verbeteren. Zo nodig start de Commissie een infractieprocedure tegen de lidstaat en kan uiteindelijk een boete worden opgelegd. Hiervoor verwijs ik u tevens naar de website van Santé F.

Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie

Kunt u de verschillen tussen het toezicht op slachterijen in Nederland en België schetsen?

Het toezicht op slachterijen in Nederland en België verschilt op de volgende punten van elkaar:

  • 1. De toezichthoudende dierenartsen zijn in Nederland in dienst van de NVWA (behalve de practitioners); in België zijn de toezichthoudende dierenartsen zelfstandigen (DMO’s = dierenartsen met opdracht) die worden ingehuurd door de Belgische voedselautoriteit FAVV.

  • 2. In Nederland gebeurt het inplannen van dierenartsen op slachthuizen op aanvraag centraal bij de NVWA. In België gebeurt dit door de toezichthoudende dierenarts op het betreffende slachthuis, na goedkeuring door het FAVV.

  • 3. In Nederland is de NVWA aansprakelijk voor de werkzaamheden van haar dierenartsen bij het toezicht; in België zijn de toezichthoudende dierenartsen persoonlijk aansprakelijk voor hun werkzaamheden.

  • 4. Het toezicht op het dierenwelzijn is in België sinds 2015 geregionaliseerd. De verantwoordelijkheid voor dit toezicht berust bij de gewestelijke overheden en niet meer bij het FAVV. Het FAVV is verantwoordelijk voor het toezicht op het slachtproces ná de doding (voedselveiligheid). In Nederland berust het toezicht op het gehele slachtproces (dierenwelzijn én voedselveiligheid) bij de NVWA.

  • 5. Maatregelen kunnen in België door twee instanties en onafhankelijk van elkaar worden opgelegd: de gewestelijke overheden voor wat betreft dierenwelzijn en het FAVV voor wat betreft slachthygiëne en voedselveiligheid. In Nederland is dit één instantie, de NVWA.

Hoe is het toezicht op dierenwelzijn in slachterijen op Europees niveau geregeld?

Ik verwijs u hiervoor naar het antwoord op de vraag van de leden van de D66-fractie.

Hoe zorgt Nederland ervoor dat dierenwelzijn buiten Nederland net zo goed wordt geborgd als in Nederland?

Binnen de EU dienen alle slachthuizen te voldoen aan de eisen van Verordening 1099/2009. Slachthuizen in «derde landen», die exporteren naar EU-lidstaten, dienen volgens deze zelfde standaarden te werken. Santé F ziet toe op de naleving van deze eis.

In hoeveel slachterijen in Nederland is closed-circuit television (CCTV) aanwezig?

en

Wat is het percentage geslachte dieren door middel van CCTV wordt gemonitord in Nederlandse slachterijen?

In 7 van de 8 grote Nederlandse varkensslachthuizen zijn camera’s geïnstalleerd. Eén slachthuis heeft nog geen camera’s geïnstalleerd, maar overweegt momenteel deze te plaatsen. In 5 van deze 7 slachthuizen bekijkt de NVWA geregeld de beelden. Dit gebeurt in onderling overleg en op vrijwillige basis. Op verzoek van de NVWA worden soms beelden teruggehaald en besproken met het bedrijf. Ook in slachterijen waar runderen, kalveren, schapen, geiten of pluimvee worden geslacht hangen bedrijfscamera’s. Het is niet bekend in hoeveel bedrijven dit het geval is.

In hoeverre mogen de ambtenaren van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) die toezicht houden in slachterijen met betrekking tot de privacy wetgeving gefilmd worden?

Ik verwijs hiervoor naar het antwoord op de vraag van de leden van SP-fractie.

Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie

Ziet het permanente toezicht door de NVWA in alle gevallen en op alle momenten op de gehele productielijn? Bestaat de kans dat dit niet geheel volledig is?

Het permanente toezicht van de NVWA op slachthuizen bestaat uit twee delen, het ante mortem (AM) toezicht en het post mortem (PM) toezicht. Bij het ante mortem toezicht wordt toezicht gehouden op het dierenwelzijn en de diergezondheid van het levende dier bij aanvoer en verblijf op het slachthuis. Bij het post mortem toezicht wordt toezicht gehouden op de naleving van de wetgeving ten aanzien van voedselveiligheid en hygiëne tijdens het slachtproces na doding. Op het bedwelmen en doden van het dier houdt de NVWA steekproefsgewijs toezicht. Daarmee vindt toezicht plaats op alle onderdelen van het productieproces in het slachthuis.

In welke mate en op welke wijze wordt door de NVWA gebruik gemaakt van de camerabeelden die in sommige slachterijen al aanwezig zijn?

De NVWA maakt geen gebruik van de bedrijfscamera’s van de slachthuizen omdat zij daartoe geen bevoegdheid heeft. Wel stellen slachthuizen in sommige gevallen vrijwillig beelden ter inzage aan de NVWA. Ik verwijs u hiervoor ook naar het antwoord op de vraag van de leden van de CDA-fractie.

Wat is op dit moment de bezettingsgraad van de toezichtafdeling bij de NVWA die op de roodvleesketen toeziet? Wat is de opbouw van deze afdeling qua ervaring en leeftijd?

Er zijn ongeveer 150 dierenartsen in dienst van de NVWA werkzaam op slachthuizen. De leeftijdsopbouw varieert van net afgestudeerde dierenartsen tot dierenartsen die (bijna) de pensioenleeftijd hebben bereikt. De laatste jaren is zijn er relatief veel jonge dierenartsen in dienst getreden.

Wat is uw oordeel over de effectiviteit van het gebruik van camerabeelden? Heeft de NVWA hiermee misstanden ten aanzien van dierenwelzijn kunnen constateren?

Ik verwijs u hiervoor naar het antwoord op de vraag van de leden van de VVD-fractie.

Welke slachterijen in welke sectoren beschikken niet over camera’s?

Ik verwijs u hiervoor naar het antwoord op de vraag van de leden van de VVD-fractie.

Bent u bereid om met slachterijen tot vrijwillige afspraken te komen over het openbaar maken van CCTV-beelden? Welke redenen liggen daaraan ten grondslag?

Op 13 april jl. heb ik met de slachterijorganisaties gesproken over het gebruik van camera’s in slachterijen. Over de uitkomsten van dit overleg informeer ik uw Kamer in een separate brief.

Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie

Heeft de NVWA voldoende capaciteit en bevoegdheden om het toezicht op de Nederlandse slachterijen te waarborgen?

Ja.

Waaruit bestaan de juridische bezwaren ten aanzien van het verplichten van cameratoezicht waar u tijdens het vragenuur aan hebt gerefereerd? Hoe kan het zijn dat deze stap in Frankrijk al wel is gezet?

Beeldopnamen van NVWA-medewerkers en medewerkers van de slachterijen, waar zij herkenbaar in beeld komen, zijn vanwege hun eigen privacy en veiligheid in het algemeen ongewenst. Het is echter niet verboden dat zij worden gefilmd, mits het doel waarvoor zij worden gefilmd vooraf wordt vastgesteld. In dit geval zouden de opnames dan worden gemaakt met als doel het toezichthouden op het dierenwelzijn. De medewerkers moeten hierover zijn ingelicht door de leiding van de dienst en daarnaast moet de werkgever de plannen vooraf met de ondernemingsraad bespreken. Bij de inzet van cameratoezicht moet worden gekeken of er vanuit privacyrechtelijk standpunt niet een lichter middel kan worden ingezet dat de privacy van de werknemers van de NVWA en van de slachthuizen minder aantast. Voorts geldt als uitgangspunt dat een organisatie camerabeelden niet langer dan 4 weken mag bewaren. Voor een langere bewaartermijn moet een goede reden zijn. Tot slot heeft de NVWA op dit moment geen wettelijke bevoegdheid om de beeldopnamen te vorderen.

In Frankrijk is verplicht cameratoezicht in slachthuizen opgenomen als onderdeel van een wetsvoorstel dat strekt tot verbetering van het dierenwelzijn in slachthuizen. Dit wetsvoorstel is door de Assemblée Nationale (de Franse «Tweede Kamer») recent aangenomen. Behandeling van het wetsvoorstel door de Sénat (de Franse «Eerste Kamer») is uitgesteld tot ná de verkiezingen in Frankrijk.

Bent u bereid te inventariseren hoeveel vlees van het Belgische horrorslachthuis is geïmporteerd door Nederlandse bedrijven?

Ik beschik niet over de gegevens over leveringen vanuit het slachthuis in Tielt.

Bent u bereid om op EU- of Benelux-niveau te pleiten voor meer toezicht en strengere normen ten aanzien van dierenwelzijn in slachterijen?

Zie het antwoord op de vraag hierover bij de VVD

Vragen en opmerkingen van de leden van de PvdD-fractie

Bent u ook van plan camera’s voor pluimveeslachterijen en rundveeslachterijen verplicht te stellen?

Het gesprek over vrijwillig cameratoezicht in slachthuizen, dat ik in het debat met uw Kamer op 28 maart 2017 heb aangekondigd (Handelingen II 2016/17, nr. 60, item 2), is 13 april jongstleden gehouden met vertegenwoordigers van de roodvleessector (varkens, runderen, kalveren, schapen en geiten) en de pluimveesector.

Wordt er in alle acht Nederlandse varkensslachthuizen een extra controle toegepast (zoals de oogbolreflex) om er absoluut zeker van te zijn dat ieder dier hersendood is als het broeibad en slachtproces in gaat?

Verordening (EU) 1099/2009 schrijft voor dat slachthuizen periodieke controles moeten uitvoeren om te waarborgen dat de varkens geen tekenen van bewustzijn of gevoeligheid vertonen in de periode die is gelegen tussen het eind van de bedwelming en hun dood. Daarnaast geldt dat het broeien of de verdere uitslachting alleen mag plaatsvinden nadat is vastgesteld dat het dier geen tekenen van leven meer vertoont. De NVWA controleert steekproefsgewijs of slachthuizen zich aan deze voorschriften houden.

Bent u van plan een onafhankelijk onderzoek in te stellen naar de situatie in Nederlandse slachthuizen?

Nee, daar is geen aanleiding voor.

Hoe staat het met het de uitvoering van de motie-Thieme/Van Dekken (Kamerstuk 34300- XIII, nr. 151) over de uitfasering van C02-bedwelming bij varkens?

Momenteel vindt onderzoek plaats in het kader van het «Topsectoren onderzoek» TKI-AF-16017 «Verbeteren dierwelzijn tijdens verdoven van slachtvarkens». Bij dit onderzoek wordt tevens samenwerking gezocht / informatie uitgewisseld met projecten die in Duitsland en het Verenigd Koninkrijk worden uitgevoerd.

In hoeveel procent van de gevallen worden er fouten gemaakt in het slacht- en bedwelmingsproces? Kunt u dat specificeren naar dier, fout en aantal?

De naleving die de NVWA tijdens haar inspecties in roodvlees- en pluimveeslachthuizen heeft geconstateerd, staat vermeld op de website van de NVWA («Naleefmonitoren»). Specifiek voor het bedwelmings- en dodingsproces bij varkens geldt dat de naleving in de grote varkensslachthuizen varieerde tussen 94% en 100%vanaf 2015 tot april 2017. De meest voorkomende afwijkingen waren ongeveer gelijkelijk verdeeld over de drie aspecten waarop de NVWA steekproefsgewijs toezicht houdt: het fixeren, de bedwelming en het steken en verbloeden van het varken. Zo voldeed de fixatie soms niet, waren tekenen van bewustzijn of gevoeligheid niet altijd ononderbroken afwezig tot aan de dood of werd het steken en verbloeden niet correct toegepast. De NVWA heeft in deze periode voor de grote varkensslachthuizen 26 maal een rapport van bevinding opgemaakt. Een rapport van bevinding kan leiden tot een boete.

De Staatssecretaris van Economische Zaken, M.H.P. van Dam

Naar boven