Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201428286 nr. 751

28 286 Dierenwelzijn

Nr. 751 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 6 augustus 2014

De vaste commissie voor Economische Zaken heeft op 5 juni 2014 overleg gevoerd met staatssecretaris Dijksma van Economische Zaken over:

  • de brief van de staatssecretaris voor Economische Zaken, d.d. 7 april 2014, inzake de beantwoording vragen commissie over de Ontwerpwijziging Besluit houders van dieren vanwege de overname van de welzijnsvoorschriften van het Productschap voor Pluimvee en Eieren (Kamerstuk 28 286, nr. 730).

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.

De voorzitter van de vaste commissie van Economische Zaken, Hamer

De griffier van de vaste commissie van Economische Zaken, Franke

Voorzitter: Verheijen

Griffier: Thomassen

Aanwezig zijn vier leden der Kamer, te weten: Van Dekken, Thieme, Verheijen en Ziengs,

en staatssecretaris Dijksma van Economische Zaken, die vergezeld is van enkele ambtenaren van haar ministerie.

Aanvang 10:00 uur.

De voorzitter: Ik open dit algemeen overleg en heet de staatssecretaris en haar ondersteuning welkom, evenals de Kamerleden en de mensen op de publieke tribune en eventueel thuis. Dit algemeen overleg gaat over de ontwerpwijziging Besluit houders van dieren, naar aanleiding van een schriftelijk overleg. De bewindspersoon is gevraagd om geen onomkeerbare stappen te zetten zolang dit nog in behandeling is, dus zolang we hier nog over spreken vandaag, in dit algemeen overleg. Op de agenda staat een brief van de bewindspersoon met de antwoorden op de vragen van het schriftelijk overleg. Dit is een redelijk kort overleg van één uur. Er is op dit moment een drietal afgevaardigden van fracties aanwezig, dus dat moet lukken. Ik stel voor om in eerste termijn een spreektijd te hanteren van maximaal drie minuten. Het woord is allereerst aan mevrouw Thieme van de Partij voor de Dieren.

Mevrouw Thieme (PvdD): Voorzitter. Mijn fractie heeft gevraagd om dit debat omdat zij vindt dat stil moet worden gestaan bij het feit dat dit kabinet de verouderde welzijnsregels van de bio-industrie zonder inhoudelijke toetsing of deze deugdelijk zijn, overneemt in het Besluit houders van dieren. Het kabinet grijpt dit besluit niet aan om het zodanig aan te passen dat het de toets kan doorstaan van de nieuwste inzichten op het gebied van dierenwelzijn. Ik hoor graag van de staatssecretaris waarom zij iets zou willen overnemen zonder dat klip-en-klaar is dat het goede normen betreft. Ik heb haar daarnaar geen onderzoek zien doen.

De voorzitter van de Alliantie Verduurzaming Voedsel, Aalt Dijkhuizen, zei deze week in de kranten dat er een groot gevaar schuilt in een snelle verduurzaming van de veehouderij. Hij denkt dan aan dierenwelzijnsverbeteringen. Hij raadt veeboeren zelfs aan om niet te hard van stapel te lopen met het verbeteren van het dierenwelzijn. De staatssecretaris zei deze week evenwel dat de horeca en de cateraars snellere stappen naar duurzaamheid moeten zetten. Ik hoor graag wat zij vindt van zo'n afspraak van de voorzitter van de Alliantie Verduurzaming Voedsel dat het minder snel moet. Hoe valt dat te rijmen met de inzet van dit kabinet? Zij kan het toch niet eens zijn met Aalt Dijkhuizen? Pleit de staatssecretaris niet ook voor snellere stappen in de productieketen?

Als het haar serieus is, dan verzoek ik haar om in het besluit te laten zien dat zij de ambities wil waarmaken. De leefomstandigheden van de dieren en de dierindustrie bewijzen dat de welzijnsregels die de sector heeft gesteld en nu overgenomen worden niet goed genoeg zijn. Het zijn er te veel om op te noemen maar ik neem de vrijheid om er een paar aan te stippen. Allereerst de ouderdieren van de plofkippen en de plofkalkoenen, die chronisch honger lijden; dat kan gewoon doorgaan, ook na aanpassing van dit besluit. Ook de welzijnsproblemen van konijnen in draadglazen kooien, ook in de zogenaamde «welzijnskooien» van de staatssecretaris, duren voort, terwijl uit onderzoek blijkt dat de konijnen poots- en gewrichtsproblemen hebben en gestoord verdrag vertonen bij gebrek aan afleidingsmateriaal. De plofkalkoenen van 7 kg. of zwaarder mogen in containers vervoerd blijven worden, terwijl de dieren zich daarin niet kunnen oprichten en ernstige welzijnsproblemen ervaren.

De staatssecretaris grijpt, zoals gezegd, niet de kans om bij het aanpassen van het besluit meteen een aantal misstanden aan te pakken. Ik noem in dit verband de misstanden in de broederijen van de pluimvee-industrie. In de broederijen wordt de wet structureel overtreden omdat de net uitgekomen kuikens één tot drie dagen geen voer of water krijgen. Om reden van efficiëntie wordt de broedkast maar één keer geopend. Kuikens die op dat moment nog niet volledig uit het ei zijn gekomen, worden levend vermalen tussen de eierschalen. Kuikens die juist vroeg uit het ei zijn gekomen, zitten dan al meerdere dagen in zo'n donkere broedkast zonder voer en water. Ze worden verpakt en getransporteerd naar kippenstallen. Het komt voor dat ze pas in die stallen, één tot drie dagen erna, water en voer krijgen. Veel kuikens zijn dan al zo verzwakt dat ze doodgaan. Voor de sector is dat een verwaarloosbaar economisch verlies maar voor de wet is dit een geval van ernstige dierverwaarlozing. Is de staatssecretaris bereid om deze kuikens het recht op water en voer te geven conform de vijf vrijheden van Brambell die dit kabinet heeft omarmd?

Met dit besluit wordt geen stap gezet naar een duurzame veehouderij. Ik wil echt klip-en-klaar horen van de staatssecretaris waarom zij deze kans niet heeft aangegrepen. Ik roep haar nogmaals op om de daad bij het woord te voegen en deze kans om te investeren in het dierenwelzijn niet te laten liggen en echte stappen te zetten naar duurzame veehouderij, niet door dat aan de sector over te laten maar door zelf regels te stellen.

De heer Van Dekken (PvdA): Voorzitter. De PvdA is principieel van mening dat het stellen van dierenwelzijnsregels niet aan de sector moet worden overgelaten en is dan ook zeer tevreden dat het stellen van dierenwelzijnsregels met het vervallen van het Productschap voor Pluimvee en Eieren weer een overheidstaak wordt. Mijn fractie vindt het normaal dat het basisdierenwelzijnsniveau dat is vastgelegd in de PPE-verordeningen minimaal in stand blijft door de een-op-een overzetting naar het Besluit houders van dieren. Zoals bekend, gelet op de algemene lijn die mijn fractie volgt, vindt de PvdA-fractie het geen goed argument om de Nederlandse dierenwelzijnsnormen te verlagen tot het door de EU verplichte niveau. Nederland moet geen lagere dierenwelzijnsnormen krijgen, integendeel. De andere EU-landen moeten juist hogere normen invoeren.

Mijn fractie heeft weliswaar begrip voor het besluit van de staatssecretaris om dierenwelzijnsregels met het afschaffen van het PPE een-op-een om te zetten in wetgeving, maar staat ook op het standpunt dat in de betreffende sector wel degelijk stappen moeten worden gezet. Van het huidige dierenwelzijn in met name de konijnensector maar ook in de kalkoen- en vleeskuikensector wordt mijn fractie niet bepaald gelukkig. Daarom verzoekt de PvdA-fractie de staatssecretaris om met nieuwe lange-termijndoelen te komen om het dierenwelzijn van ouderdieren van vleeskuikens en vleeskalkoenen, en konijnen en nertsen te verbeteren. In de meer reguliere kippen-, varkens-, kalveren- en melkveesector heeft de staatssecretaris al eerder nieuwe doelen gesteld. Mijn fractie hoopt dat zij dat ook wil doen voor de kleinere sectoren.

Ik ga even een lijst met gewenste maatregelen noemen maar pleit wel alvast voor verplichte groepshuisvesting voor konijnen.

Ik sluit mijn bijdrage met het zorgpunt dat ook door de Dierenbescherming wordt gedeeld, namelijk dat het aantal controles op dierenwelzijn in deze sectoren na de overname van de controleverantwoordelijkheid door de overheid minder wordt. De NVWA controleert namelijk maar eens in de tien jaar terwijl dat tot op heden elk jaar gebeurde door de private controledienst. Ik hoor graag van de staatssecretaris of het niveau van de controles gehandhaafd kan worden. Voor de PvdA-fractie blijft het daarbij wel een voorwaarde dat de kosten van de controle en de handhaving door de sector zelf worden gedragen. Dank u wel.

Mevrouw Thieme (PvdD): De heer Van Dekken zegt dat de PvdA blij is dat de dierenwelzijnsnormen die ooit door de productschappen werden gesteld nu wettelijk worden vastgelegd. Vervolgens doet hij echter een heel vage oproep aan de staatssecretaris om voor de langere termijn ambitieuzere doelen te stellen voor dierenwelzijn. Ik hoor graag of de PvdA-fractie van mening is dat dat wettelijke normen moeten zijn in plaats van de sector te vragen om het beste beentje voort te zetten.

De heer Van Dekken (PvdA): Mocht het nodig zijn, dan is het inderdaad mogelijk om die wettelijk te verankeren. De vraag is of dat per se moet. Mijn fractie hecht aan dierenwelzijn op het niveau dat we kennen in Nederland. Dat mag zelfs wel wat beter; daar heb ik net ook voor gepleit. Dat kan echter niet op heel korte termijn. Daarom zei ik dat het op langere termijn moet gebeuren. We moeten echter een zeker vertrouwen blijven houden in de manier waarop wij vorm en inhoud kunnen geven aan de verbetering van dierenwelzijn. Ik twijfel er dan ook aan of het allemaal op die manier wettelijk verankerd moet worden. We pleiten echter wel voor een strenger en beter dierenwelzijn.

Mevrouw Thieme (PvdD): Ik hoor de heer Van Dekken zeggen dat het de vraag is of we per se nieuwe, strenge regels moeten maken voor dierenwelzijn. Dat is in tegenspraak met alle beloften die de PvdA tot nu toe heeft gedaan aan de kiezer en aan iedereen, namelijk dat er strengere regels voor dierenwelzijn moeten komen.

De heer Van Dekken (PvdA): Dit is een beetje een kort-door-de-bochtconclusie van mevrouw Thieme. Ik had eerlijk gezegd niet anders verwacht want zij wil niet luisteren naar de nuance. Ik heb gezegd dat ik altijd pleit voor strengere en betere dierenwelzijnsregels. Mijn fractie doet niet anders dan dat. In de afgelopen twee jaar is in die zin een heleboel geregeld en verbeterd. Ik heb gezegd: mocht het nodig zijn om wel wettelijke verankering te realiseren, dan kunt u ons altijd op dat pad vinden. Mevrouw Thieme moet niet de indruk wekken dat wij opeens van dat pad afwijken. Het tegendeel is het geval. Ik verwijs wat dat betreft naar het nertsverbod, dat inmiddels verworden is tot een gerechtelijke kwestie. Dat verbod komt in elk geval uit de handen van de PvdA. Ik denk dus dat mevrouw Thieme niet zo moet klagen.

De heer Ziengs (VVD): Voorzitter. We spreken vandaag over het besluit om welzijnsvoorschriften van het Productschap voor Pluimvee en Eieren een-op-een over te nemen in het ontwerpbesluit. Dit is natuurlijk afgesproken als onderdeel van het opheffingstraject van de PBO-structuur. Het zal duidelijk zijn dat de VVD tegen nationale koppen op Europese regelgeving is. Het besluit om regelgeving van de productschapsverordeningen over te nemen in wet- en regelgeving kan ik begrijpen. De VVD zal die lijn dan ook steunen, met dien verstande dat er heel snel moet worden gewerkt aan een gelijk speelveld in Europa. Het is niet de bedoeling dat onze boeren op achterstand blijven staan. Ik vraag de staatssecretaris dan ook om haar uiterste best te doen om in Europa zo spoedig mogelijk tot een gelijk speelveld te komen en daarover binnen een jaar te rapporteren aan de Kamer.

De vergadering wordt geschorst van 10:12 uur tot 10:15 uur.

Staatssecretaris Dijksma: Voorzitter. Ik denk dat ik niet in blokjes hoef te antwoorden maar gewoon in één flow de vragen van de diverse leden kan beantwoorden. De kernvraag van mevrouw Thieme is eigenlijk: waarom worden, nu het productschap is verdwenen, de welzijnsregels die gelden voor diersoorten een-op-een overgenomen en waarom worden er geen hogere ambities gesteld? Ik wil daarover graag een aantal dingen zeggen. Bij de omzetting van de productschapsregelgeving is er in overleg met de sector voor gekozen om de regelgeving inhoudelijk zoveel mogelijk een-op-een over te nemen. Dat is afgesproken om redenen van continuïteit, uitvoering en voortvarendheid van het omzetproces. Het is namelijk een hele toer om dat op een goede manier voor elkaar te krijgen. We hebben ook een aantal principiële keuzes gemaakt; de heer Van Dekken refereerde daar ook aan. Op een aantal punten is het kabinet van mening, op het gebied van dierenwelzijn en diergezondheid, dat de overheid aan zet is. Regelgeving op dat punt wordt dan ook opgenomen in EZ-regelgeving.

Dat betekent niet dat we doof zijn voor oproepen tot het verder werken aan dierenwelzijn. In het verleden hebben we laten zien dat we daarvoor niet doof zijn en dat zal in de toekomst evenmin het geval zijn. Hier gaat het echter om een systeemwijziging. Die moet zo goed mogelijk worden doorgevoerd. Die mag ook niet belast worden. Daar komt bij dat Nederland op het punt van vleeskuikenouderdieren, vleeskalkoenen, konijnen en nertsen echt vooruitloopt op EU-regelgeving. Dat wordt wel eens vergeten, maar wij zijn daarin echt veel verder. Dat is ook noodzakelijk geweest. Uit diverse onderzoeken is gebleken dat er knelpunten waren; dat heeft ook de Raad voor Dierenaangelegenheden vastgesteld. In overleg met de sector en maatschappelijke organisaties is vastgesteld dat er specifiekere regelgeving nodig was dan de EU-richtlijn om het dierenwelzijn beter te borgen. Om het niveau van dierenwelzijn te kunnen blijven borgen, hebben we die regelgeving nu omgezet. Ik denk dat het van belang is – ik beantwoord nu in één klap de vragen van de heer Ziengs – dat we ervoor zorgen dat het hoge niveau in Nederland door andere Europese lidstaten wordt overgenomen. Dat is voor een gelijk speelveld van groot belang. Om die reden heb ik recent het initiatief genomen met de Deense minister van Landbouw om een strategy paper te maken zodat we op dat terrein echt stappen vooruit kunnen zetten. Een van de onderwerpen in dit verband is diertransport. Mevrouw Thieme en ik zijn het er zeer over eens dat dat beperkt moet worden, ook wat betreft het aantal uren. Dat is in Europa geen gemakkelijke zaak. We overleggen echter met de Deense regering hoe we ervoor kunnen zorgen dat er op dat terrein echt goede stappen vooruit worden gezet. Ik zeg toe, ook aan de heer Ziengs, dat we de Kamer begin 2015 op de hoogte stellen van de vordering. Ik heb namelijk in de beleidsbrief Dierenwelzijn aangegeven dat het van belang is om tot een gelijk speelveld te komen. Dat is nodig voor de dieren in de andere landen – die worden er beter van – en ons concurrentievermogen. Ik heb toen al toegezegd om met een stand-van-zakenbrief te komen. Die krijgt de Kamer volgend jaar.

Mevrouw Thieme zegt: de staatssecretaris spoort aan tot verduurzaming van het voedselsysteem maar in de krant is te lezen dat de voorzitter van de Alliantie daar anders over denkt. Ik heb in de nota Dierenwelzijn mijn ambities voor dierenwelzijn aangegeven. Ik heb het voorstel gedaan om het aantal ingrepen bij dieren terug te dringen. We zetten in de komende jaren belangrijke stappen vooruit op dat punt. Ik ben het dus niet eens met de uitspraak van de heer Dijkhuizen. Die heeft in elk geval geen consequenties voor mijn ambitie.

Mevrouw Thieme (PvdD): Dat is natuurlijk goed om te horen. Dit kabinet zet evenwel in op zelfregulering, op het door de sector zelf laten zetten van stappen in dierenwelzijn. Als zo'n Alliantie Verduurzaming Voedsel, waarmee de staatssecretaris nauw wil samenwerken in het verduurzamen van de voedselketen, een zodanig andere ambitie heeft en zelfs boeren oproept om niet te snel die stappen te nemen, dan hoop ik dat de staatssecretaris begrijpt dat mijn fractie, die sowieso al vraagtekens zet bij «overlaten aan de sector», zich afvraagt of met zo'n partner wel te komen is tot verwezenlijking van de ambitieuze agenda van de staatssecretaris.

Staatssecretaris Dijksma: Ik maak mij daar vooralsnog niet zo ongerust over. Dit is de uitspraak van de voorzitter. Ik moet nog zien of dit het beeld is dat de Alliantie heeft van de wijze waarop we moeten voortgaan. We kunnen heus van de Alliantie vernemen hoe zij daar zelf naar kijkt. Mijn inzet is helder. Die ligt ook voor aan de Kamer. Wij hebben het daar gewoon over. Niet alleen de Alliantie maar ook andere partijen, zoals de Dierenbescherming, doen volop mee aan het debat. Uiteindelijk bepaalt u hier met elkaar of het goed genoeg is. Het is dus niet zo dat alles alleen maar wordt overgelaten aan de sector. Een aantal van de voorstellen die wij ons op het terrein van dierenwelzijn hebben voorgenomen, is gewoon gewijzigde wet- en regelgeving. In die zin ligt het allemaal een slag genuanceerder.

Mevrouw Thieme (PvdD): Als de voorzitter van de Alliantie Verduurzaming Voedsel zegt «te snel vooruitlopen is gevaarlijk voor de wereldwijde voedselmarkt en de concurrentiepositie van Nederland», dan denkt de staatssecretaris daar iets anders over?

Staatssecretaris Dijksma: Ja. Gisteren is gebleken dat de cijfers mijn gelijk op dit punt een beetje bewijzen. Het bijzondere van de Monitor duurzaam voedsel is dat er een groei heeft plaatsgevonden van meer dan 10% van het aandeel verduurzaamd voedsel. In dat verband is sprake van een enorme groeimarkt. Tegelijkertijd was een lichte daling zichtbaar – overigens gelukkig maar heel licht – in de productie van meer gangbaar voedsel. Nederland staat met andere woorden aan de vooravond van een geweldige nieuwe economische kans, een groeimarkt. Dat is de markt voor duurzaam voedsel. In Duitsland is de vraag naar biologisch voedsel zo groot dat de Duitse regionale productie het niet aankan. Dat is ook voor ons land een geweldige uitdaging. Ik kijk daar dus vanuit een ander perspectief naar. Ik ben het wel ermee eens, op het punt van de uitspraak van de heer Dijkhuizen dat we goed moeten opletten, dat we het gelijk speelveld in de gaten moeten houden. Dat beogen wij ook. We willen dat Europa met ons die stap gaat zetten. Dat is nodig. Dat weerhoudt mij er echter niet van om de ambities die we hebben gewoon vol door te zetten.

Ik kom vervolgens op de vragen van mevrouw Thieme over de broederijen. We voeren daarover al langer een debat. Het is niet voor het eerst dat dit opkomt. Tot 72 uur na de geboorte zijn voer en water niet nodig vanwege het zogenaamde «dooierzakje». Broederijen doen er verder alles aan om ervoor te zorgen dat kuikens tegelijk uitkomen en sneller naar bedrijven gaan. Er zijn ook heel veel innovaties op dat terrein. Door de NVWA is gecontroleerd, naar aanleiding van een ingediende klacht, of sprake is van overtredingen. Dat bleek niet het geval te zijn. Overigens kan ik als hobbykippenhouder vertellen dat de kuikens die ik heb in de eerste twee dagen ook niet onder de moeder vandaan komen. Maar goed, dat mag ik eigenlijk niet zeggen want dat is geen onderdeel hiervan. Ik herken het echter wel een beetje.

Mevrouw Thieme (PvdD): De dooierzak is uiteraard niet bedoeld om na de geboorte te dienen als voedselreserve. Dat weet de staatssecretaris ook. Het blijkt ook uit wetenschappelijk onderzoek. Zo werkt het absoluut niet in de natuur. We hebben dus te maken met broederijen die gewoon willens en wetens de kuikens in een donkere kast laten zitten zonder water en voedsel. Ik vraag mij af hoe de staatssecretaris dit ethisch verantwoord kan vinden nu ook het kabinet heeft aangegeven dat het de vijf vrijheden van Brambell, waaronder dat dieren gevrijwaard moeten zijn van honger, volgt.

Staatssecretaris Dijksma: Nogmaals, we hebben wet- en regelgeving en de NVWA heeft daarop nog extra gecontroleerd, ook naar aanleiding van ingediende klachten. Dat lijkt mij de juiste weg. De NVWA heeft vervolgens vastgesteld dat er geen sprake was van overtredingen. Dan houdt het natuurlijk wel een keertje op. Mevrouw Thieme schermt met wetenschappelijk onderzoek maar de huidige wet- en regelgeving is natuurlijk ook niet uit de lucht komen vallen. Er is gekeken naar diereigenschappen en dergelijke. Ik stel vast dat de discussie op dit onderwerp echt genuanceerder is dan je vermoedt wanneer je uitzendingen bekijkt of kranten leest.

Mevrouw Thieme (PvdD): De staatssecretaris bewijst met haar uitspraken dat het volgens de huidige wet- en regelgeving gewoon is toegestaan. Die is dus niet adequaat genoeg om dieren te beschermen vanaf het moment dat zij geboren worden in de bio-industrie. Om die reden zeggen wij dat de staatssecretaris een taak heeft om wet- en regelgeving meer aan te passen zodat de dieren werkelijk beschermd worden.

Staatssecretaris Dijksma: Ik zal straks nog spreken over de huisvesting voor konijnen. Volgens mij is de huidige wet- en regelgeving gebaseerd en getoetst op wat er aan dieren en welzijnsbelangen bestaat. Het is dus niet zo dat er geen afwegingen zijn gemaakt op dat punt. Op een aantal onderwerpen zijn verregaande voorstellen bij uw Kamer aangehangen. Die gaan met name over het verminderen van ingrepen. Wij zijn daar dus helemaal niet onwelwillend in. De huidige regelgeving is voor een deel in overleg met de verschillende maatschappelijke organisaties en sectoren vastgesteld. Die nemen wij nu over. Juist omdat de NVWA nog extra naar deze hele casus heeft gekeken, zie ik nu geen aanleiding om met gewijzigde regelgeving te komen.

Dat geldt ook voor de kooihuisvesting voor konijnen. Mevrouw Thieme heeft daarover een motie (21 501-34, nr. 784) ingediend. Ik heb de aanneming daarvan ontraden. Die motie is ook niet aangenomen. Ik vind dat de sector op de goede weg is met de huidige ontwikkelingen. Men is bezig met welzijnshokken; die worden vanaf 2016 verplicht gesteld. Nu al wil 85% van de houders die gebruiken. Met die hokken beschikken de moederdieren over meer ruimte, over de mogelijkheid om zich op te richten en over een platform om zich terug te trekken; er zitten een matje tegen beschadiging van de voetzolen en verrijkingsmateriaal in. Vanaf 2016 zijn die welzijnskooien ook verplicht voor drachtige en dekrijpe voedsters. Voor vleeskonijnen is de zogenaamde «parkhuisvesting» in ontwikkeling: in parken en in grotere kooien, waardoor konijnen meer ruimte hebben, en is er meer verrijking van hun natuurlijke gedrag. Er loopt onderzoek naar het beheersen van de nadelen van dit systeem voor de diergezondheid.

Ik stap graag over naar de vraag van de heer Van Dekken over de groepshuisvesting van konijnen: wordt er nog gestreefd naar volledige groepshuisvesting? Experimenten met volledige groepshuisvesting zijn tot nu toe niet geslaagd vanwege de agressie tussen de moederdieren. Daarom werkt men nu aan een systeem van semigroepshuisvesting. Dat is het zojuist aangehaalde parksysteem. Daarin komt het moederdier twee weken na het werpen met haar jongen in een groep met andere moederdieren met jongen. Hierin is geen sprake van agressie meer. De jonge konijnen blijven na het spenen in de groepen in deze parken. Er moet nog wel gekeken worden naar een manier om de gezondheid van de dieren beter te waarborgen.

De heer Van Dekken vroeg of wij voorop blijven lopen met de regelgeving. Ik heb net omstandig uitgelegd dat we dat al deden. Met de een-op-een overname van de regelgeving blijven we dat ook doen. Het is daarom zaak om ervoor te zorgen dat de andere lidstaten een inhaalslag gaan maken.

De heer Van Dekken (PvdA): Ik heb een vraag over die semigroepshuisvesting. Wordt dat wettelijk geregeld?

Staatssecretaris Dijksma: Ja, maar pas als uit het onderzoek blijkt dat het werkt. Ik kan dat dus nog niet beloven.

De heer Van Dekken (PvdA): Het gaat om de intentie. Er moet natuurlijk blijken of het werkt. Dan is eventueel een wettelijke regeling mogelijk.

Staatssecretaris Dijksma: Ja, maar pas als bewezen is dat iets werkt.

De heer Van Dekken (PvdA): Ik hoor u goed.

Staatssecretaris Dijksma: Ik kom ten slotte op het punt van de controle en de handhaving. De Dierenbescherming heeft daarover een brief geschreven aan de Kamer. De houders van vleeskuikens, ouderdieren, kalkoenen, konijnen en nertsen worden nu jaarlijks door een private organisatie gecontroleerd. Bij die overtredingen kan het tuchtrecht worden toegepast. Daarbij wordt in veel gevallen eerst nog een berisping gegeven. De opgelegde boetes variëren van € 250 tot € 7.000 à € 8.000. Dat hangt natuurlijk af van de zwaarte van de overtreding. Bij een eerste zware overtreding is 80% van het opgelegde boetebedrag voorwaardelijk. Daarnaast bestaan er private kwaliteitssystemen: IKB's voor de vleeskuikens, ouderdieren en konijnen. Het opheffen van de productschappen heeft geen invloed gehad op het al dan niet voortbestaan van die private kwaliteitssystemen. Die kunnen gewoon in stand blijven. De controlefrequentie van de NVWA zal worden gebaseerd op de risicoanalyse. Bij risicogebaseerd overheidstoezicht zal de NVWA rekening houden met bedrijven die al dan niet meedoen aan zo'n kwaliteitssysteem voor zover binnen die kwaliteitssystemen op naleving van de welzijnsregels wordt toegezien. Het gevolg hiervan kan zijn dat de NVWA straks veel intensiever toezicht gaat houden bij de bedrijven die ervoor kiezen om niet mee te doen met die kwaliteitssystemen. Dan weet de NVWA immers dat die kennelijk niet bereid zijn om een bijdrage te leveren. We zullen daarvoor het handhavingsinstrumentarium van de bestuurlijke boetes en de dwangsom, maar ook het stilleggen van bedrijven voor gebruiken. Dat is de bestuurlijke tak van sport die de NVWA tot haar beschikking heeft en die zal zij volledig gaan benutten. De boetes op dat punt zijn € 1.500, € 3.000 bij een tweede overtreding en € 6.000 plus ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Nogmaals, de ultieme sanctie is stillegging. Dit betekent dat er straks effectievere sancties opgelegd kunnen worden dan nu het geval is. De kosten van de eerste controles voor het toezicht op naleving van welzijnsnormen worden niet doorberekend aan houders. Vervolgcontroles, als het nodig is om opnieuw langs te komen, komen wel op het bordje van de ondernemer terecht. Die heeft er dan ook naar gemaakt.

De heer Van Dekken (PvdA): Er blijft één vraag hangen. Leidt dit alles tot het aanstellen van meer controleurs?

Staatssecretaris Dijksma: Ja, want dat hebben wij sowieso al vastgesteld in het verbeterplan maar ook in relatie tot QLL; daarvoor zijn 20 extra dierenartsen aangesteld. Dat is dus wel aan de orde.

De heer Van Dekken (PvdA): Dank voor de antwoorden. Ik heb hierdoor geen behoefte aan een tweede termijn.

De voorzitter: De staatssecretaris is klaar met haar beantwoording in eerste termijn. Hebben de andere leden behoefte aan een tweede termijn? Dat is het geval. Het woord is aan mevrouw Thieme.

Mevrouw Thieme (PvdD): Voorzitter. Uit dit korte debatje blijkt dat de staatssecretaris het met mij eens is dat de huidige regels voor pluimvee en konijnen de kuikens op broederijen niet beschermen tegen een gebrek aan voedsel en water. De ouderdieren van plofkippen en plofkalkoenen worden evenmin beschermd tegen honger. De konijnen worden onder de huidige regels niet beschermd tegen poot- en gewrichtsafwijkingen als gevolg van de toegestane kooihuisvesting. De regels beschermen de kalkoenen van 7 kg. of zwaarder ook niet tegen de zeer dieronvriendelijke transportwijze. De staatssecretaris is niet voornemens om daaraan in dit besluit wat te veranderen. Ik hoor haar wel zeggen dat zij de ambitie heeft om meer dierenwelzijn te bewerkstelligen in de toekomst. Ik voer daarover graag het debat met haar in de nabije toekomst. Ik hoop ook dat zij met name de voorzitter van de Alliantie Verduurzaming Voedsel laat weten dat die ambitie ook door de sector moet worden gedeeld omdat we anders niet verder gaan komen.

De voorzitter: Ik constateer dat de heren Van Dekken en Ziengs geen behoefte hebben aan een inbreng in tweede termijn. Het woord is dan aan de staatssecretaris.

Staatssecretaris Dijksma: Voorzitter. Volgens mij is het begin van de tweede termijn van mevrouw Thieme een typisch geval van hineininterpretieren. Ik heb een en ander niet op die manier gezegd. We zijn het dus niet eens met elkaar. Laat dat debat maar komen.

Wat het laatste punt betreft, heb ik vastgesteld dat de ambities die het kabinet heeft zijn vastgelegd in beleidsvoornemens. Die liggen voor bij de Kamer. Ik reken op grote steun, niet alleen van de Kamer, maar ook in maatschappelijk opzicht. Ik kan mij niet voorstellen dat de Alliantie Verduurzaming Voedsel daarbij achterblijft.

De voorzitter: Hiermee komen we aan het einde van de tweede termijn van het kabinet en daarmee aan het einde van dit algemeen overleg. Ik zie dat mevrouw Thieme nog een woordmelding wil doen.

Mevrouw Thieme (PvdD): Ja. Ik heb behoefte aan een VAO.

De voorzitter: Dat kan te allen tijde. Ik noteer dat een VAO wordt aangevraagd met als eerste spreker mevrouw Thieme. Wij zullen dat plenair aanmelden. De staatssecretaris neemt geen onomkeerbare stappen totdat dat VAO is afgerond.

Hiermee komen wij aan het einde van dit AO. Er is één toezegging gedaan: de Kamer ontvangt begin 2015 een brief over de vorderingen om ten aanzien van regelgeving op het gebied van dierenwelzijn tot een gelijk Europees speelveld te komen.

Sluiting 10:37 uur.