Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202028286 nr. 1094

28 286 Dierenwelzijn

Nr. 1094 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 25 mei 2020

Uw lid de heer Wassenberg (PvdD) heeft verzocht om een brief ter reactie op de uitzending van 17 oktober 2019 van het programma Keuringsdienst van Waarde (Handelingen II 2019/20, nr. 16, item 16). Hierbij voldoe ik aan dit verzoek.

In haar uitzending onderzoekt Keuringsdienst van Waarde het gebruik van antibiotica in de pluimveesector van Nederland. De uitzending laat zien dat de gemiddelde vleeskuikenhouder structureel coccidiostatica toevoegt aan het voer. Het programma suggereert dat op deze manier preventief gebruik wordt gemaakt van antibiotica.

Coccidiostatica hebben een antibiotische werking, ze werken antiparasitair, maar worden niet geschaard onder de categorie antibiotica. Deze middelen zijn opgenomen in Verordening (EG) 1831/2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding. Hiermee zijn coccidiostatica in de Europese Unie geregistreerd als additieven.

Op dit moment wordt de Verordening (EG) 1831/2003 door de Europese Commissie geëvalueerd. Deze evaluatie kan leiden tot herziening op bepaalde punten. De toelating van coccidiostatica als additief en het preventief gebruik er van maakt onderdeel uit van deze evaluatie. Dit kan mogelijk leiden tot aangescherpt beleid. Nederland is van mening dat een gerichter gebruik dat meer therapeutisch gebaseerd is, en minder systematisch en minder preventief, belangrijk is. De Nederlandse inzet is om het toelaten van coccidiostatica als additief periodiek te beoordelen en daarmee tevens druk te houden op het ontwikkelen van alternatieven. Dit brengt Nederland ook in de EU en bij de Europese Commissie in.

Coccidiostatica worden toegevoegd aan het diervoeder als middel tegen de aandoening coccidiose, veroorzaakt door infecties met de zeer besmettelijke darmparasiet Eimeria. Deze parasiet komt op algemene schaal voor bij alle pluimvee, ongeacht de wijze van houden en mate van hygiëne. Cocciodiose veroorzaakt grote gezondheids- en welzijnsproblemen bij pluimvee en kan in sommige gevallen zelfs leiden tot de dood. Daarnaast is geen relatie aangetoond tussen gebruik van coccidiostatica en resistentie tegen de huidig therapeutisch gebruikte humane en veterinaire antibiotica.

Bij het tot stand komen van de Verordening (EG) 1831/2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding was de intentie van de EU om de toelating van coccidiostatica, uit te faseren als additief. Na onderzoek bleken echter geen goede alternatieven beschikbaar. En in 2008 concludeerde de EU dat het gebruik van coccidiostatica ter preventie van coccidiose in de moderne pluimveeproductie van essentieel belang is voor de gezondheid en het welzijn van de dieren en ze alsnog toe te staan als additief. Als additief ondergaan deze middelen overigens een uitgebreide toets door de EFSA voordat ze in de EU worden toegelaten.

Op dit moment zijn er nog geen werkbare alternatieven bekend die toepasbaar zijn voor hetzelfde doeleinde. Er bestaan wel vaccins tegen coccidiose, maar deze worden niet toegepast bij vleeskuikens. De levensduur van deze groep dieren is te kort om na toediening immuniteit op te bouwen en daarom is vaccinatie niet effectief. In 2018 is een PPS van ForFarmers en de WUR gestart om coccidiose beter beheersbaar te maken door middel van voer- en managementstrategieën. De resultaten hiervan worden in 2020 verwacht.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten