Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2001-200228243 nr. 1;2

28 243
Aanpassing van enkele wetten in verband met de inwerkingtreding van de Wet dualisering gemeentebestuur

nr. 1
KONINKLIJKE BOODSCHAP

Aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Wij bieden U hiernevens ter overweging aan een voorstel van wet tot aanpassing van enkele wetten in verband met de inwerkingtreding van de Wet dualisering gemeentebestuur.

De memorie van toelichting, die het wetsvoorstel vergezelt, bevat de gronden waarop het rust.

En hiermede bevelen Wij U in Godes heilige bescherming.

's-Gravenhage, 28 februari 2002 Beatrix

nr. 2
VOORSTEL VAN WET

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het in verband met de inwerkingtreding van de Wet dualisering gemeentebestuur wenselijk is enkele wetten aan te passen en in die wet enkele verbeteringen aan te brengen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Algemene Bijstandswet wordt als volgt gewijzigd:

In artikel 130, vijfde lid, wordt «een deskundige» vervangen door: de accountant.

ARTIKEL II

De Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 130, eerste lid, aanhef en onderdeel a, komt te luiden:

1. Met uitzondering van artikel 137a gelden de bepalingen van deze afdeling tevens ten aanzien van de gemeentebesturen, met dien verstande dat wordt gelezen voor:

a. lid van gedeputeerde staten: wethouder, waaronder begrepen een lid van het dagelijks bestuur van een deelgemeente.

B

Artikel 137a, eerste volzin, wordt als volgt gewijzigd:

1. De zinsnede «dan wel krachtens artikel 51 van de Gemeentewet,» vervalt.

2. De zinsnede «dan wel een wethouder» vervalt.

ARTIKEL III

De Ambtenarenwet wordt als volgt gewijzigd:

In artikel 2, eerste lid, wordt de punt aan het slot van onderdeel bb vervangen door een puntkomma.

ARTIKEL IV

De Gemeentewet wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel c vervalt het woord «het» en wordt de puntkomma aan het slot vervangen door een punt.

2. Onderdeel d vervalt.

B

Aan artikel 13, tweede lid, onderdeel b, worden de volgende volzinnen toegevoegd: Hij wordt geacht ontslag te nemen als lid van de raad met ingang van de dag waarop hij zijn benoeming tot wethouder aanvaardt. Artikel X 6 van de Kieswet is van overeenkomstige toepassing.

C

In artikel 14 wordt «als lid van het gemeentebestuur» vervangen door: als lid van de raad.

D

Aan artikel 36b, tweede lid, onderdeel b, worden de volgende volzinnen toegevoegd: Hij wordt geacht ontslag te nemen als lid van de raad met ingang van de dag waarop hij zijn benoeming tot wethouder aanvaardt. Artikel X 6 van de Kieswet is van overeenkomstige toepassing.

E

In artikel 47, eerste lid, wordt na «een wethouder» de volgende zinsnede ingevoegd: niet langer voldoet aan de vereisten voor het wethouderschap, bedoeld in artikel 36a, eerste en tweede lid, of.

F

Aan artikel 60 wordt een derde lid toegevoegd, luidende:

3. Het college maakt de besluitenlijst van zijn vergaderingen op de in de gemeente gebruikelijke wijze openbaar. Het college laat de openbaarmaking achterwege voor zover het aangelegenheden betreft ten aanzien waarvan op grond van artikel 55 geheimhouding is opgelegd of ten aanzien waarvan openbaarmaking in strijd is met het openbaar belang.

G

Artikel 82 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid vervalt de komma na het woord «instellen».

2. In het tweede lid wordt «de wethouder» vervangen door: de wethouders.

H

In artikel 83, eerste lid, vervalt de komma na het woord «instellen».

I

Artikel 84, tweede lid, komt te luiden:

2. Artikel 83, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op een andere commissie, met uitzondering van een commissie die is ingesteld om te adviseren over de beslissing op ingediende bezwaarschriften en een commissie belast met de behandeling van en de advisering over klachten.

J

In artikel 87a, tweede lid, wordt de zinsnede «niet-schriftelijke beslissingen gericht op enig rechtsgevolg» vervangen door: andere beslissingen dan besluiten.

K

Artikel 89, derde lid, komt te luiden:

3. In de in artikel 87, tweede lid, bedoelde verordening kan worden bepaald dat in afwijking van het eerste lid, aanhef en onder n, een lid van een deelraad tevens lid van het dagelijks bestuur van de betrokken deelgemeente kan zijn gedurende het tijdvak dat:

a. aanvangt op de dag van de stemming voor de verkiezing van de leden van de deelraad en eindigt op het tijdstip waarop de leden van het dagelijks bestuur van een deelgemeente aftreden, of

b. aanvangt op de dag van zijn benoeming tot lid van het dagelijks bestuur van een deelgemeente en eindigt op de dag waarop zijn opvolger als lid van de deelraad de eed of de verklaring en belofte heeft afgelegd of waarop vaststaat dat geen opvolger kan worden benoemd. In dat geval bepaalt de verordening tevens dat hij geacht wordt ontslag te nemen als lid van de deelraad met ingang van de dag waarop hij zijn benoeming tot lid van het dagelijks bestuur aanvaardt en dat artikel X 6 van de Kieswet van overeenkomstige toepassing is.

L

Artikel 90, derde lid, komt te luiden:

3. In de in artikel 87, tweede lid, bedoelde verordening kan worden bepaald dat in afwijking van het eerste lid, aanhef en onder n, een lid van het dagelijks bestuur van een deelgemeente tevens lid van een deelraad van de betrokken deelgemeente kan zijn gedurende het tijdvak dat:

a. aanvangt op de dag van de stemming voor de verkiezing van de leden van de deelraad en eindigt op het tijdstip waarop de leden van het dagelijks bestuur van een deelgemeente aftreden, of

b. aanvangt op de dag van zijn benoeming tot lid van het dagelijks bestuur van een deelgemeente en eindigt op de dag waarop zijn opvolger als lid van de deelraad de eed of de verklaring en belofte heeft afgelegd of waarop vaststaat dat geen opvolger kan worden benoemd. In dat geval bepaalt de verordening tevens dat hij geacht wordt ontslag te nemen als lid van de deelraad met ingang van de dag waarop hij zijn benoeming tot lid van het dagelijks bestuur aanvaardt en dat artikel X 6 van de Kieswet van overeenkomstige toepassing is.

M

In artikel 91 wordt «De artikelen 14, 15, 22 en 49» vervangen door: De artikelen 14, 15, 49 en 50.

N

Artikel 92, tweede lid, komt te luiden:

2. De artikelen 22, 23, 24 en 86 zijn van overeenkomstige toepassing op een deelraad.

O

In artikel 123, tweede lid, wordt «besluiten» vervangen door: beslissingen.

P

Artikel 155c wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt de zinsnede «kan niet tevens lid zijn» vervangen door: is niet tevens lid.

2. Het derde lid, komt te luiden:

3. De getuigen zijn verplicht getuigenis af te leggen.

3. Onder vernummering van het vierde tot en met achtste lid tot vijfde tot en met negende lid wordt een nieuw vierde lid toegevoegd, dat luidt:

4. De deskundigen zijn verplicht hun diensten onpartijdig en naar beste weten als zodanig te verlenen.

4. In het negende lid vervalt de zinsnede «, of op haar vordering afgelegd,».

Q

Aan artikel 155e worden een nieuw derde en vierde lid toegevoegd, luidende:

3. De burgemeester en gewezen burgemeesters, wethouders en gewezen wethouders, leden en gewezen leden van het dagelijks bestuur van een deelgemeente, leden en gewezen leden van een door het college of de burgemeester ingestelde commissie, ambtenaren en gewezen ambtenaren, door of vanwege het college aangesteld of daaraan ondergeschikt, zijn niet verplicht aan artikel 155b, eerste en derde lid, en artikel 155c, derde lid, te voldoen, indien het verstrekken van de inlichtingen in strijd is met het openbaar belang.

4. De onderzoekscommissie kan verlangen dat een beroep als bedoeld in het derde lid op strijd met het openbaar belang wordt bevestigd door het college, of, voor zover de inlichtingen betrekking hebben op het door de burgemeester gevoerde bestuur, door de burgemeester.

R

Artikel 156 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid, onderdeel a, wordt de punt aan het slot van het onderdeel vervangen door een puntkomma.

2. Het tweede lid, onderdeel e, komt te luiden:

e. de vaststelling van de verordeningen, bedoeld in de artikelen 212, eerste lid, 213, eerste lid, en 213a, eerste lid;.

3. Het tweede lid, onderdeel f, vervalt. De onderdelen g en h worden geletterd f en g.

4. In het vijfde lid wordt «een deelraad» vervangen door: de overdracht van bevoegdheden aan een deelraad.

S

Artikel 160, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel e vervalt: en deze te verrichten.

2. Onderdeel f komt te luiden:

f. te besluiten rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures namens de gemeente of het gemeentebestuur te voeren, of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij de raad, voor zover het de raad aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist.

T

In het eerste lid van artikel 169 wordt de zinsnede «Het college en elk van zijn leden afzonderlijk zijn» vervangen door: De leden van het college zijn, tezamen en ieder afzonderlijk,.

U

In het tweede lid, eerste volzin, en het vierde lid van artikel 185 wordt «de betrokken rechtspersoon of het betrokken gemeenschappelijk orgaan» vervangen door: de betrokken instelling.

V

Aan artikel 198, eerste lid, wordt een volzin toegevoegd luidende: De jaarrekening betreft alle inkomsten en uitgaven van de gemeente.

W

In artikel 213, tweede en vierde lid, wordt «verslag van de bevindingen» telkens vervangen door: verslag van bevindingen.

X

Artikel 213a, derde lid, komt te luiden:

3. Het college stelt de rekenkamer of, indien geen rekenkamer is ingesteld, personen die de rekenkamerfunctie uitoefenen, tijdig op de hoogte van de onderzoeken die hij doet instellen en zendt haar, onderscheidenlijk hen, een afschrift van een verslag als bedoeld in het tweede lid.

Y

Artikel 259, tweede lid, komt te luiden:

2. Ten aanzien van de goedkeuring van andere beslissingen dan besluiten zijn artikel 266 alsmede afdeling 10.2.1 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.

Z

Artikel 268, tweede lid, komt te luiden:

2. Ten aanzien van de vernietiging van een niet-schriftelijke beslissing gericht op enig rechtsgevolg zijn de artikelen 273 tot en met 281a alsmede de afdelingen 10.2.2 en 10.2.3 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing

AA

Artikel 281a, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. De zinsnede «de artikelen 83, tweede lid, en 84, tweede lid» vervangen door: de artikelen 85, tweede lid, en 87a, eerste lid.

2. De zinsnede «; artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht» wordt vervangen door:. Artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht.

ARTIKEL V

De Huursubsidiewet wordt als volgt gewijzigd:

In artikel 26f, derde lid, wordt «de deskundige» vervangen door: de accountant.

ARTIKEL VI

De Kaderwet bestuur in verandering wordt als volgt gewijzigd:

In artikel 9, vierde lid, wordt «die niet tevens lid zijn van de raad» vervangen door: die niet tevens lid van de raad of wethouder zijn.

ARTIKEL VII

De Tijdelijke referendumwet wordt als volgt gewijzigd:

Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid, onderdeel b, komt te luiden:

b. een besluit van provinciale staten, als bedoeld in artikel 151, eerste lid, van de Provinciewet;

2. In het eerste lid, onderdeel d, wordt de zinsnede «en 96, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen» vervangen door: en 96 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, alsmede een besluit van provinciale staten, onderscheidenlijk de gemeenteraad tot het wijzigen van, het toetreden tot en het uittreden uit een regeling als bedoeld in artikel 96 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

3. In het tweede lid wordt «artikel 283, derde lid, onder a, van de Gemeentewet» vervangen door: artikel 3, tweede lid, onder a, van de Wet algemene regels herindeling.

ARTIKEL VIII

De Wet algemene regels herindeling wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 31, tweede volzin, wordt «door de raad» vervangen door: door het op grond van hoofdstuk V van de Gemeentewet bevoegde orgaan tot instelling van de commissies.

B

In artikel 36, eerste lid, wordt de zinsnede «de met toepassing van artikel 212, tweede lid, van de Gemeentewet aangewezen ambtenaren» vervangen door: de griffier.

C

Aan artikel 57 wordt een lid toegevoegd, luidende:

3. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de griffier.

D

Artikel 57a vervalt.

E

Artikel 61 komt te luiden:

Artikel 61

1. Indien een nieuwe gemeente wordt ingesteld, benoemen gedeputeerde staten met ingang van de datum van herindeling een tijdelijke secretaris en een tijdelijke griffier.

2. De benoemingen geschieden uiterlijk een maand voor de datum van herindeling en gelden tot de dag waarop overeenkomstig de Gemeentewet in de functies van secretaris en griffier is voorzien.

3. Artikel 36, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing op de tijdelijke secretaris en de tijdelijke griffier.

ARTIKEL IX

De Wet dualisering gemeentebestuur wordt als volgt gewijzigd:

A

Na artikel VI wordt drie nieuwe artikelen ingevoegd, die luiden:

ARTIKEL VIA

De in artikel I, onderdeel II, bedoelde rekenkamer of rekenkamerfunctie wordt ingesteld voor 1 januari 2006.

ARTIKEL VIB

1. De in artikel I, onderdeel ZZ, bedoelde griffier wordt benoemd voor 7 maart 2003.

2. Met ingang van de datum waarop de in artikel I, onderdeel ZZ, bedoelde griffier wordt benoemd, wordt de secretaris geacht te zijn aangesteld door het college en worden de door de raad op grond de artikelen 125, 125c en 134 van de Ambtenarenwet vastgestelde voorschriften ten aanzien van de secretaris geacht te zijn vastgesteld door het college.

3. Tot de datum waarop de griffier wordt benoemd, staat de secretaris de raad en de door hem ingestelde commissies bij de uitoefening van hun taak terzijde en blijft de door de raad vastgestelde instructie op de secretaris van toepassing.

ARTIKEL VIC

Een ontheffing die op grond van artikel 71, tweede lid, van de Gemeentewet zoals dat luidde onmiddellijk voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel DDa, aan een burgemeester is verleend, blijft van kracht gedurende de periode waarvoor zij is verleend, doch uiterlijk tot het einde van de termijn waarvoor de burgemeester is benoemd.

B

Aan het slot van artikel X, eerste lid, wordt de puntkomma vervangen door een punt.

C

Na artikel VIII wordt een nieuw artikel ingevoegd, dat luidt:

ARTIKEL VIIIA

Voor zover bij of krachtens de Wet gemeenschappelijke regelingen en bij of krachtens de Kaderwet bestuur in verandering bij of krachtens de Gemeentewet gestelde regels van toepassing zijn verklaard, blijven de bij of krachtens de Gemeentewet gestelde regels zoals die luidden onmiddellijk voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van deze wet, van toepassing.

ARTIKEL X

De Wet inkomensvoorziening kunstenaars wordt als volgt gewijzigd:

In artikel 33, vierde lid, wordt «de deskundige» vervangen door: de accountant.

ARTIKEL XI

De Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen wordt als volgt gewijzigd:

In artikel 52, vijfde lid, wordt «een deskundige» vervangen door: de accountant.

ARTIKEL XII

De Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers wordt als volgt gewijzigd:

In artikel 52, vijfde lid, wordt «een deskundige» vervangen door: de accountant.

ARTIKEL XIII

De Wet inschakeling werkzoekenden wordt als volgt gewijzigd:

In artikel 20, vierde lid, wordt «een deskundige» vervangen door: de accountant.

ARTIKEL XIV

De Wet medezeggenschap onderwijs 1992 wordt als volgt gewijzigd:

In artikel 3, zevende lid, wordt de zinsnede «een commissie op grond van artikel 82 van de Gemeentewet (Stb. 1992, 96)» vervangen door: een bestuurscommissie als bedoeld in artikel 83 van de Gemeentewet.

ARTIKEL XV

De Wet op de expertisecentra wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 28, tiende lid, vervalt.

B

Artikel 51, twaalfde lid, vervalt.

C

Artikel 155 wordt als volgt gewijzigd:

1. De zinsnede: «de rekening van de gemeente» wordt vervangen door: de jaarrekening.

2. De zinsnede «het gemeentelijk verslag omtrent het financieel beheer» wordt vervangen door: het jaarverslag.

3. De zinsnede «het verslag van de accountant, bedoeld in artikel 213, tweede lid, van de Gemeentewet» wordt vervangen door: de accountantsverklaring, bedoeld in artikel 213, derde lid, van de Gemeentewet, het verslag van bevindingen, bedoeld in artikel 213, vierde lid, van de Gemeentewet.

D

Artikel 160, eerste volzin, wordt als volgt gewijzigd:

1. De zinsnede: «de rekening van de gemeente» wordt vervangen door: de jaarrekening.

2. De zinsnede «het gemeentelijk verslag omtrent het financieel beheer» wordt vervangen door: het jaarverslag.

3. De zinsnede «het verslag van de accountant, bedoeld in artikel 213, tweede lid, van de Gemeentewet» wordt vervangen door: de accountantsverklaring, bedoeld in artikel 213, derde lid, van de Gemeentewet, het verslag van bevindingen, bedoeld in artikel 213, vierde lid, van de Gemeentewet.

ARTIKEL XVI

De Wet op het primair onderwijs wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 17, tiende lid, vervalt.

B

Artikel 48, twaalfde lid, vervalt.

C

Artikel 169 wordt als volgt gewijzigd:

1. De zinsnede: «de rekening van de gemeente» wordt vervangen door: de jaarrekening.

2. De zinsnede «het gemeentelijk verslag omtrent het financieel beheer» wordt vervangen door: het jaarverslag.

3. De zinsnede «het verslag van de accountant, bedoeld in artikel 213, tweede lid, van de Gemeentewet» wordt vervangen door: de accountantsverklaring, bedoeld in artikel 213, derde lid, van de Gemeentewet, het verslag van bevindingen, bedoeld in artikel 213, vierde lid, van de Gemeentewet.

D

Artikel 174, eerste volzin, wordt als volgt gewijzigd:

1. De zinsnede: «de rekening van de gemeente» wordt vervangen door: de jaarrekening.

2. De zinsnede «het gemeentelijk verslag omtrent het financieel beheer» wordt vervangen door: het jaarverslag.

3. De zinsnede «het verslag van de accountant, bedoeld in artikel 213, tweede lid, van de Gemeentewet» wordt vervangen door: de accountantsverklaring, bedoeld in artikel 213, derde lid, van de Gemeentewet, het verslag van bevindingen, bedoeld in artikel 213, vierde lid, van de Gemeentewet.

ARTIKEL XVII

De Wet op het voortgezet onderwijs wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 42b, twaalfde lid, vervalt.

B

Artikel 53c, tiende lid, vervalt.

C

Artikel 118e wordt als volgt gewijzigd:

1. De zinsnede: «de rekening van de gemeente» wordt vervangen door: de jaarrekening.

2. De zinsnede «het gemeentelijk verslag omtrent het financieel beheer» wordt vervangen door: het jaarverslag.

3. De zinsnede «het verslag van de accountant, bedoeld in artikel 213, tweede lid, van de Gemeentewet» wordt vervangen door: de accountantsverklaring, bedoeld in artikel 213, derde lid, van de Gemeentewet, het verslag van bevindingen, bedoeld in artikel 213, vierde lid, van de Gemeentewet.

D

Artikel 148, tiende lid, vervalt.

E

Artikel 169, twaalfde lid, vervalt.

F

Artikel 270 wordt als volgt gewijzigd:

1. De zinsnede: «de rekening van de gemeente» wordt vervangen door: de jaarrekening.

2. De zinsnede «het gemeentelijk verslag omtrent het financieel beheer» wordt vervangen door: het jaarverslag.

3. De zinsnede «het verslag van de accountant, bedoeld in artikel 213, tweede lid, van de Gemeentewet» wordt vervangen door: de accountantsverklaring, bedoeld in artikel 213, derde lid, van de Gemeentewet, het verslag van bevindingen, bedoeld in artikel 213, vierde lid, van de Gemeentewet.

G

Artikel 275, eerste volzin, wordt als volgt gewijzigd:

1. De zinsnede: «de rekening van de gemeente» wordt vervangen door: de jaarrekening.

2. De zinsnede «het gemeentelijk verslag omtrent het financieel beheer» wordt vervangen door: het jaarverslag.

3. De zinsnede «het verslag van de accountant, bedoeld in artikel 213, tweede lid, van de Gemeentewet» wordt vervangen door: de accountantsverklaring, bedoeld in artikel 213, derde lid, van de Gemeentewet, het verslag van bevindingen, bedoeld in artikel 213, vierde lid, van de Gemeentewet.

ARTIKEL XVIII

De Wet sociale werkvoorziening wordt als volgt gewijzigd:

In artikel 13, vierde lid, wordt «een deskundige» vervangen door: de accountant.

ARTIKEL XIX

Op besluiten van de gemeenteraad die zijn genomen op grond van artikel 155 van de Gemeentewet, zoals dat luidde onmiddellijk voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel SSS, van het bij koninklijke boodschap van 23 mei 2001 ingediende voorstel van wet tot Wijziging van de Gemeentewet en enige andere wetten tot dualisering van de inrichting, de bevoegdheden en de werkwijze van het gemeentebestuur (Wet dualisering gemeentebestuur, Kamerstukken 27 751), blijft artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Tijdelijke referendumwet, zoals dat luidde voor de inwerkingtreding van deze wet, van toepassing.

ARTIKEL XX

Indien het bij koninklijke boodschap van 16 november 2001 ingediende voorstel van wet houdende regels voor het bestuur in stedelijke regio's (Wet bestuur in stedelijke regio's) (Kamerstukken II, 2001/02, 28 095) tot wet wordt verheven en in werking treedt, wordt in artikel VIIIa van de Wet dualisering gemeentebestuur de zinsnede «en bij of krachtens de Kaderwet bestuur in verandering» vervangen door:, bij of krachtens de Kaderwet bestuur in verandering en bij of krachtens de Wet bestuur in stedelijke regio's.

ARTIKEL XXI

1. Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip en werkt terug tot en met 7 maart 2002. In dat besluit wordt zo nodig toepassing gegeven aan artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.

2. Bij koninklijk besluit kan ten aanzien van gemeenten waar op 6 maart 2002 geen stemming voor de verkiezing van de leden van de raad plaatsvindt, een ander tijdstip worden vastgesteld waarop deze wet in werking treedt. Daarbij kan voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan het tijdstip van inwerkingtreding verschillend worden vastgesteld.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,