28 170
Gelijke behandeling op grond van leeftijd bij arbeid, beroep en beroepsonderwijs (Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid)

nr. 29
BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 7 december 2004

Tijdens de plenaire behandeling van het Wetsvoorstel gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid heeft het kamerlid Weekers gevraagd om bouwstenen voor de discussie over het vraagstuk of de pensioengerechtigde leeftijd en de daarmee samenhangende arbeidsplicht zich zou moeten uitstrekken tot boven de 65 jaar.

In reactie hierop heb ik toegezegd uw Kamer voor 1 januari 2005 een routeplanner voor de discussie aan te bieden waarin wordt ingegaan op zowel de agendering van de thematiek als de vraag of het kabinet het verstandig vindt om die thema's bij voorrang te behandelen en welke samenhang het daarin ziet.

Met deze brief wordt aan deze toezegging voldaan.

Reikwijdte van de discussie

Het is noodzakelijk het onderwerp van de discussie toe te spitsen. In het kabinetsstandpunt «Stimuleren langer werken van ouderen» van 29 april 2004 stond de vergroting van de arbeidsparticipatie van ouderen tót 65 jaar centraal. De discussie in het kader van deze routeplanner zal zich concentreren op het wegnemen van belemmeringen voor langer doorwerken ná 65 jaar. Dit betekent dat het thema AOW-gerechtigde leeftijd niet als apart onderwerp opgenomen is in de routeplanner. Overigens kan het onderwerp wel zijdelings aan de orde komen. Over de motie Bussemaker e.a. (29 760, nr. 45) zal uw Kamer een separate brief ontvangen.

De discussie zal niet alleen met de Tweede kamer worden gevoerd. Ook de standpunten en adviezen van andere relevante actoren zullen worden betrokken, zoals de sociale partners verenigd in de Stichting van de Arbeid en de SER, de ouderenbonden en de regiegroep «Grijs werkt».

Inhoud van de routeplanner

A. Adviesaanvraag aan de SER en de Stichting van de Arbeid

In het voorjaar van 2005 zal advies gevraagd worden aan de SER en aan relevante belangenorganisaties zoals de ouderenbonden, over het wegnemen van belemmeringen voor het doorwerken na 65 jaar.

Tevens wordt in het voorjaar van 2005 aan de Stichting van de Arbeid de vraag voorgelegd welke acties zij heeft ondernomen dan wel zal ondernemen ten aanzien van de motie, leeftijdsafhankelijke beloning en het doorlichten van CAO's en pensioenregelingen op bepalingen die betaald werken na het 65e jaar belemmeren.

B. Project van het Expertisecentrum leeftijd en maatschappij

In januari 2005 geeft het Expertisecentrum leeftijd en maatschappij (LBL) een boek uit over regelingen waarin de leeftijdsgrens van 65 jaar voorkomt. Niet alleen op het gebied van de arbeid verandert er veel als men 65 jaar wordt. Ook allerlei sociale verzekeringen kennen de leeftijdsgrens van 65, uitkeringen stoppen of beginnen op die leeftijd. Het boek zoekt antwoord op de vraag naar de rechtvaardiging van de 65-jaargrenzen en relateert die grenzen aan het levensloopperspectief. Nagegaan wordt wat het effect is van de 65-jaargrens op het uitoefenen en combineren van verschillende activiteiten zoals betaalde arbeid, onderwijs, zorgverlening en sociaal leven/vrijetijdsbesteding. Het LBL is verder voornemens begin 2005 een aantal debatten over dit onderwerp te organiseren met politici, beleidsmakers en belangenorganisaties.

In het voorjaar van 2005 zal het LBL verzocht worden om een overzicht van de resultaten van deze debatten.

C. Kabinetsstandpunt Wegnemen van belemmeringen voor doorwerken na 65 jaar

In het najaar van 2005 komt het kabinet met een reactie op de ingebrachte adviezen en op de resultaten van het project van het Expertisecentrum leeftijd en maatschappij. Tevens wordt een antwoord gegeven op de vraag welke aanpassingen wenselijk en noodzakelijk zijn om de belemmeringen voor langer doorwerken weg te nemen. Op basis hiervan kan de discussie met Uw Kamer plaatsvinden.

D. Tussentijdse rapportage over de maatregelen gericht op langer werken van ouderen tot 65 jaar

In het Kabinetsstandpunt «stimuleren langer werken van ouderen» van 29 april 2004 is een overzicht gegeven van de oorzaken van de lage arbeidsparticipatie van ouderen tot 65 jaar en het reeds in gang gezette kabinetsbeleid en het extra beleid naar aanleiding van de aanbevelingen van de Taskforce Ouderen en Arbeid. De ingezette maatregelen richten zich op vier belemmerende oorzaken: financiële prikkels, verhouding tussen loonkosten en productiviteit, aanpassingsmogelijkheden van werkgever en werknemer, beeldvorming en bewustwording.

Nieuwe maatregelen, zoals de stimuleringsregeling leeftijdsbewust beleid en het meerjaarlijkse communicatietraject van de regiegroep «Grijs werkt» onder leiding van Ed Nijpels, zijn onlangs in gang gezet. Deze regiegroep streeft ernaar de komende jaren afspraken te maken met sociale partners over concrete maatregelen gericht op langer werken tot en met 65 jaar en eventueel na 65 jaar.

Eind 2006 zal de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een tussenrapportage van de regiegroep «Grijs werkt» in combinatie met een beleidsreactie aan de Tweede Kamer aanbieden.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

A. J. de Geus

Naar boven