28 168
Regeling van de aanspraak op, de toegang tot en de bekostiging van jeugdzorg (Wet op de jeugdzorg)

nr. 9
TWEEDE NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 28 mei 2002

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

A. Artikel 1, onderdeel v, wordt als volgt gewijzigd:

a. Het woord «jeugdigen» wordt vervangen door: cliënten.

b. De zinsnede «de aan hen geboden jeugdzorg» komt te luiden: de geboden jeugdzorg.

B. In artikel 11, tweede lid, wordt «jeugdigen» vervangen door: cliënten.

C. Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd:

a. Het eerste lid komt te luiden:

1. De zorgaanbieder draagt er zorg voor dat cliënten een beroep kunnen doen op een bij de zorgaanbieder werkzame vertrouwenspersoon.

b. In het tweede lid vervalt de tweede volzin.

Toelichting

De wijzigingen die deze nota van wijzing bevat, zijn in de nota naar aanleiding van het nader verslag (onder artikelsgewijs, bij de artikelen 11 en 15) aangekondigd. De vertrouwenspersoon bij de stichting en bij de zorgaanbieder zal werkzaam zijn ten behoeve van «cliënten», dus behalve voor een jeugdige ook ten behoeve van diens ouders, stiefouder of anderen die de jeugdige als behorende tot hun gezin verzorgen en opvoeden( pleegouders). De zinsnede «de geboden jeugdzorg», voorgesteld onder A, onderdeel b, maakt duidelijk , dat een ouder, stiefouder of pleegouder ook een beroep op de vertrouwenspersoon kan doen indien hij geen cliënt is omdat aan hem geen jeugdzorg wordt geboden, maar wel jeugdzorg wordt geboden aan zijn (stief- of pleeg)kind. Voorts is in artikel 15, eerste lid, de beperking tot zevenmaal vierentwintiguurszorg vervallen, en bijgevolg ook de tweede volzin van het tweede lid van dat artikel.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

A. M. Vliegenthart

De Staatssecretaris van Justitie,

N. A. Kalsbeek

Naar boven