28 165 Deelnemingenbeleid rijksoverheid

F VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 13 april 2017

De leden van de vaste commissie voor Economische Zaken1 hebben kennisgenomen van de brief van 10 februari 20172, waarin het kabinet de Kamer informeert over de oprichting van Invest-NL. Naar aanleiding hiervan is op 14 maart 2017 een brief gestuurd aan de Minister van Economische Zaken met een afschrift aan de ministers van Financiën en voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.

De Minister van Economische Zaken heeft op 13 april 2017 gereageerd, mede namens de Minister van Financiën en de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.

De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.

De griffier van de vaste commissie voor Economische Zaken, De Boer

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Minister van Economische Zaken

Den Haag, 14 maart 2017

De leden van de vaste commissie voor Economische Zaken (EZ) hebben met belangstelling kennisgenomen van de brief van 10 februari 20173, waarin het kabinet de Kamer informeert over de oprichting van Invest-NL. Blijkens de brief zal Invest-NL worden vormgegeven als een zelfstandige privaatrechtelijke deelneming, met de Staat als 100% aandeelhouder. Het aandeelhouderschap van Invest-NL komt te liggen bij uw ministerie. De drie betrokken ministers, de Ministers van Economische Zaken, Financiën en Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, bepalen met betrekking tot zwaarwegende besluiten de aandeelhoudersinstructie. Een afschrift van deze brief zal daarom worden gezonden aan de twee laatstgenoemde ministers.

De brief geeft de leden van de fracties van CDA, D66, PVV, SP en PvdA aanleiding tot het stellen van onderstaande vragen.

CDA

De leden van de CDA-fractie merken op dat u in uw brief refereert4 aan het feit dat landen die een «National Promotional Bank of Institution» hebben beter gebruik zouden maken van Europese fondsen en programma's. Kunt u exact aangeven welke landen dat het beste vorm gegeven zouden hebben? En op welke punten? Bent u van mening dat de projecten in die landen geen financiering hadden gekregen, indien er geen «National Promotional Bank of Institution» zou hebben bestaan?

Deze leden merken op dat in het bijzonder bij seed-investeringen zich serieus het risico voordoet dat de investering structureel verlieslatend zal blijken te zijn. Hoe verhoudt zich dat met de positieve rendementseis?

Deze leden stellen dat het optuigen van Invest-NL het risico in zich bergt dat een zichzelf rechtvaardigend en uitdijend apparaat ontstaat. Welke waarborgen worden ingebouwd om NL-Invest «lean and mean» te houden? Kunt u daar een nadere concrete toelichting op geven?

In aanvulling op bovenstaande vragen sluiten de leden van de CDA-fractie zich aan bij de vragen van de leden van de D66-fractie.

D66

De leden van de D66-fractie hebben naar aanleiding van uw brief de volgende vragen.

Deze leden constateren dat u schrijft dat Invest-NL «hét loket» (wordt) «voor Nederlandse ondernemers en projecteigenaren op zoek naar financiering voor investeringen in Nederland en uitbreiding van hun activiteiten op buitenlandse markten». Dit suggereert dat Invest-NL concurreert met private loketten, maar tegelijkertijd stelt de brief dat er geen crowding-out mag plaatsvinden. Deze leden vragen om een toelichting hierop.

U schrijft dat bedrijfseconomische principes en een vastgesteld minimaal positief rendement voorwaarden zijn voor activiteiten van Invest-NL. Deze leden vragen of het hierbij gaat om noodzakelijke of om voldoende voorwaarden. Verder vragen zij wat bedoeld wordt met vastgesteld minimaal rendement: betekent dit dat Invest-NL geen risicodrager is? Dit lijkt in de ogen van deze leden in strijd met het doel van Invest-NL, namelijk het financieren van investeringen die niet van de grond komen omdat private financiers ze te riskant achten.

Deze leden merken op dat Invest-NL het benodigde bedrag van 2,5 miljard euro zal lenen. Betekent dit dat de overheid dit gaat lenen op de kapitaalmarkt? Wordt het genoemde vastgestelde rendement afgeleid van het over deze lening te betalen rentepercentage?

U stelt dat «de activiteiten een voldoende marktconform rendement genereren». Wat verstaat u hierbij onder voldoende, en hoe wilt u bepalen wat marktconform is, gegeven dat Invest-NL activiteiten wil bevorderen die juist niet op de markt tot stand komen?

Deze leden merken op dat u voedsel als één van de terreinen omschrijft waarvoor geldt dat Invest-NL een rol kan spelen. Zij vragen om een nadere toelichting hierop met concrete voorbeelden.

Deze leden merken op dat u aangeeft dat u hoopt dat dankzij Invest-NL pensioenfondsen meer in Nederland gaan beleggen. Bent u van mening dat pensioenfondsen meer taken hebben dan alleen het zorgdragen voor het nakomen van de verplichtingen aan deelnemers binnen randvoorwaarden van maatschappelijk verantwoord ondernemen? Bent u eveneens van oordeel dat pensioenfondsen premies mogen inzetten ten behoeve van groei in Nederland maar ten koste van internationale diversificatie en daarmee van de optimale risicorendementsverhouding van de pensioenfondsbeleggingen? Hoe kijkt u aan tegen het procyclisch effect van het beleggen van Nederlandse pensioengelden in Nederland?

PVV

De leden van de PVV-fractie vragen in hoeverre de markt zich aanpast aan dergelijke regelingen en of de markt zodoende meer risicovolle investeringen laat liggen? Beïnvloedt deze regeling daarmee per definitie ook de markt? Kunt u aangeven of daar ervaringen mee zijn opgedaan, en of dat inzichtelijk gemaakt is?

Deze leden merken op dat, naast de € 90.000.000.000,00 die het Energieakkoord kost en die buiten de begroting om voor rekening van vooral de huishoudens en het MKB komt, bij Invest-NL ook de mogelijkheid bestaat om financiering aan te vragen voor energietransitie. In de ogen van deze leden is de echte innovatie en concurrentie daarmee reeds uit de markt gejaagd. De onrendabele en onbetrouwbare vormen van energie hebben geen sluitende businesscase anders dan een oneindige stroom van subsidie. Wanneer wordt op dit thema er gesproken van een sluitende businesscase?

Kunt u aangeven in hoeverre de financieringsmogelijkheid zich beperkt tot het startupklimaat en wanneer de investering zichzelf dient te bedruipen? Zijn daar uitgangspunten voor geformuleerd? Worden de genoemde zakelijke overwegingen nog nader geduid en/of in omvang gelimiteerd (buiten het genoemde normrendement)?

Eveneens vragen deze leden wanneer de participatie bij doorgroeiende bedrijven ophoudt. Zijn daar vaste uitgangspunten voor geformuleerd?

Welke machinaties komen in werking als het normrendement niet wordt gehaald en hoe zijn de belangen van Invest-NL daarbij geborgd? Deze leden vragen hoe zich dat verhoudt tot de grotere risico’s die per definitie moeten worden genomen aangezien de markt deze projecten niet wenst te financieren.

In hoeverre kan de bijdrage van Invest-NL worden geduid als nog meer (in de ogen van deze leden niet-werkende) ontwikkelingshulp?

Deze leden stellen dat «duizend wetenschappelijke rapporten» in de afgelopen drie jaar wijzen op andere oorzaken dan CO2 als belangrijkste variabele van het klimaat. Dat deed astrofysicus Willie Soon van Harvard er toe verleiden om te zeggen dat men zich bij het IPCC zou moeten schamen. Deze leden vragen of u bekend bent met deze uitspraak. Ook CERN wees met name op de zonneactiviteit en de wolkenpatronen en stelde vast dat CO2 onbelangrijk was. Bent u bereid het vooraanstaande in overweging te nemen bij de projectselectie? Hoe duidt u het kennisniveau van het Ministerie van Economische Zaken in vergelijking met die van CERN en de heer Soon.

Deze leden constateren dat Invest-NL meldt dat verbeteringen gepaard gaan met radicale veranderingen. Daarbij noemt Invest-NL de transitie van fossiele grondstoffen naar biomassa. Deze leden stellen dat intussen iedereen weet dat biomassa nog slechts volgens een paar ambtenaren in Brussel als duurzaam wordt betiteld, en zij merken daarbij op dat de rest van de wereld beter weet. Biomassa leidt niet tot minder uitstoot. Integendeel. Hoe kan het dat Invest-NL zo ver achterloopt en welk vertrouwen geeft dat in de projecten die men zal financieren?

Deze leden constateren dat Invest-NL het volgende aangeeft: «Projecteigenaren hebben niet altijd de kennis en vaardigheden om een goede businesscase te maken». Kunt u aangeven of Invest-NL een dergelijk project financieel gaat ondersteunen?

Deze leden vragen u wanneer u zelf vaststelt dat al die miljarden die Nederland uittrekt voor klimaatbeleid geen enkel meetbaar effect hebben. Dat de aarde maar niet wil opwarmen. Dat uit CERN onderzoek blijkt dat zonneactiviteit, kosmische straling en de gevolgen daarvan op de formatie van wolkenpatronen een veel grotere impact heeft op het klimaat dan CO2. Zou het dan niet getuigen van de geringste vorm van gezond verstand om niet werkende klimaatmitigatie, maar klimaatadaptatie op de agenda te zetten?

Deze leden merken op dat het aantal WW-uitkeringen in de periode 2012–2016 steeg van 340.000 tot 412.000 en het aantal bijstandsgerechtigden van 325.000 tot 463.000. Invest-NL spreekt vooral over projecten in het buitenland. In hoeverre is de Nederlandse werkgelegenheid leidend, zo vragen deze leden.

SP

De leden van de SP-fractie constateren dat in de nieuw op te richten instelling Invest-NL bestaande faciliteiten worden samengebracht, en tevens een kapitaalstorting wordt voorzien van in totaal € 2,5 miljard. Doelstelling is gewenste investeringen in bedrijven en projecten mogelijk te maken die onvoldoende financiering in de markt kunnen aantrekken, met name op het gebied van grote transitie-opgaven. Ook beoogt Invest-NL ondersteuning aan Nederlandse bedrijven te geven voor het internationaal vermarkten van hun producten en hun oplossingen voor wereldwijde vraagstukken. De vormgeving als zelfstandige instelling in de markt moet garanderen dat beslissingen op basis van zakelijke overweging genomen worden. Invest-NL verstrekt geen (impliciete) subsidies, en dient een marktconform rendement te genereren.

Deze korte samenvatting van de doelstellingen en randvoorwaarden voor Invest-NL geeft de leden van de SP-fractie aanleiding tot het stellen van de volgende vragen.

Er lijkt in de ogen van deze leden een spanning te bestaan tussen de doelstelling om investeringen mogelijk te maken die in de markt onvoldoende financiering kunnen vinden enerzijds, en de bepaling dat Invest-NL als private partij dient op te treden, investeringsbeslissingen op zakelijke gronden dient te nemen, en een marktconform rendement dient te behalen, anderzijds. Kunt u op deze schijnbare spanning reflecteren en nog eens helder aangeven hoe deze paradoxale taakstellingen met elkaar te verenigen zijn?

Daarmee verbonden vragen deze leden naar waarborgen dat investering door Invest-NL geen impliciete subsidie zal zijn aan particuliere bedrijven. Kunt u aangeven welke waarborgen daarvoor in de governance-structuur van Invest-NL zullen worden ingebouwd?

Verwant aan bovenstaande vraag, maar gesteld vanuit een andere invalshoek, vragen deze leden u welke waarborgen zullen worden ingebouwd dat Invest-NL daadwerkelijk alleen projecten financiert die enerzijds bij de inhoudelijke doeleinden passen (transitie-gerelateerde projecten) maar die anderzijds zonder de medebetrokkenheid van Invest-NL niet zullen kunnen worden gerealiseerd.

Deze leden merken op dat in NRC-Handelsblad van 11 februari jl. de heer Loek Sibbing, bestuursvoorzitter van de Nederlandse Investeringsinstelling (NLII), de mening uitsprak dat er in Nederland een gebrek is aan grote geschikte investeringsprojecten. U noemde dat in genoemd artikel onzin: «ik geloof dat wij meer dan genoeg projecten hebben», zo zei u. Zou u enkele concrete voorbeelden van dergelijke potentiële projecten kunnen noemen?

Een andere vraag van deze leden heeft met name betrekking op de integratie in Invest-NL van bestaande instrumenten met een ontwikkelingscomponent. In hoeverre dreigt hier verwatering van ontwikkelingsrelevante instrumenten door deze te integreren in activiteiten die in algemene zin zijn gericht op het ondersteunen van Nederlandse bedrijven bij hun internationale activiteiten?

Ten slotte vragen deze leden of deze brief een wetsvoorstel aankondigt waarin missie en taken van Invest-NL zullen worden geregeld, en statuten die de aansturing zullen regelen. Kunt u toezeggen dat, om een afgewogen oordeel mogelijk te maken, de bedoelde statuten die de aansturing van Invest-NL regelen tegelijk met het wetsvoorstel aan deze Kamer zullen worden aangeboden?

PvdA

De leden van de PvdA-fractie hebben kennisgenomen van het voornemen van de regering om een Nederlandse financierings- en ontwikkelingsinstelling in de figuur van Invest-NL op te richten. Zij zijn van oordeel dat een Nederlandse variant van een National Promotional Bank een welkome speler kan zijn in het aanjagen en financieren van belangrijke maatschappelijke transities. Zij hebben echter vragen bij de ambities, taakstelling en vormgeving van de variant waarmee middels Invest-NL wordt gekozen.

Deze leden vragen wat de doelstelling is van Invest-NL. Op grond waarvan wordt de komende jaren het al dan niet succes van deze nieuwe instelling beoordeeld? Wat zijn de ingrediënten van een ex-ante evaluatie?

Deze leden vernemen graag wat de taken zijn van Invest-NL. Hoe verhouden deze zich tot taken die thans bij andere regelingen en instellingen zijn ondergebracht? Welke van deze genoemde regelingen en instellingen zullen daadwerkelijk in Invest-NL worden ondergebracht, anders dan dat Invest-NL als loket functioneert? Blijven er dan nog regelingen en instellingen over die vergelijkbare taken uitvoeren? Zo ja, waarom?

Deze leden merken op dat in de Miljoenennota 2017 het rapport van Oliver Wyman en De Brauw Blackstone & Westbroek aangehaald wordt. Zij constateren dat de insteek van dit rapport op diverse onderdelen aanzienlijk afwijkt van de wijze waarop in het voorliggende voorstel bestaande en nieuwe taken al dan niet bij Invest-NL worden belegd. In hoeverre hebben lobbyactiviteiten bijgedragen aan het besluit om, anders dan in het genoemde rapport voorgesteld, BNG, NWB en FMO niet op te laten gaan in een nieuwe, kapitaalkrachtige bank?

Deze leden vragen u of overwogen is om de aandelen van Atradius Dutch State Business te verwerven en deze onder te brengen bij Invest-NL? Waarom wordt deze optie niet genoemd, mede ook in het licht van de in de brief genoemde ambitie dat Invest-NL hét loket en de financieringspartner wordt voor Nederlandse ondernemingen en projecteigenaren op zoek naar financiering voor investeringen in Nederland en uitbreiding van hun activiteiten op buitenlandse markten? In het Rapport Nederlandse Financierings- en Ontwikkelingsinstelling van de gelijknamige werkgroep wordt geconstateerd5 dat, anders dan veel andere EU-landen, er in Nederland geen publieke exportfinancieringsinstelling of herfinancieringsinstelling is (naast de reguliere exportkredietverzekering). Kunt u aangeven waarom de totstandkoming van Invest-NL niet benut wordt om alsnog in deze leemte te voorzien?

Deze leden vragen op grond waarvan voor een kapitaalstorting van € 2,5 miljard door de Nederlandse overheid is gekozen. Hoe verhoudt dit zich tot eerdere berichten als zou er een kapitaalstoring van € 5 miljard benodigd zijn? Heeft u ook overwogen andere partijen te laten deelnemen in Invest-NL, zoals vroeger ook het geval was bij de Nationale Investeringsbank (NIB)? Waarom wordt deze optie niet genoemd, mede ook in de wetenschap dat deze mogelijkheid bij diverse andere National Promotional Banks or Institutions wel wordt geboden? Is overwogen Invest-NL ook vreemd vermogen aan te laten trekken, zoals eveneens vroeger ook het geval was bij de NIB? Waarom wordt deze optie niet genoemd, mede ook in de wetenschap dat deze mogelijkheid bij diverse andere National Promotional Banks or Institutions wel wordt geboden?

In uw brief wordt melding gemaakt van het feit dat het besliskader «privatisering en verzelfstandiging» in acht wordt genomen6. Deze leden missen echter de hierin gevraagde specificatie van het publieke belang c.q. de publieke belangen die gemoeid zijn en de wijze waarop deze met de gekozen structuur geborgd zijn. Graag ontvangen deze leden alsnog een dergelijke specificatie.

Deze leden merken op dat in Nederland in 2001 is gekozen om het beheer van staatsdeelnemingen zoveel mogelijk te centraliseren bij het Ministerie van Financiën. Op deze wijze worden de rollen van aandeelhouder en beleidsmaker van elkaar gescheiden. In de Nota Deelnemingenbeleid rijksoverheid 2013 worden de voordelen van dit centrale model nogmaals bevestigd, waarbij tevens wordt verwezen naar het Interdepartementaal Beleidsonderzoek Staatsdeelnemingen (februari 2012) dat tot dezelfde conclusie kwam. In de Nota Deelnemingenbeleid rijksoverheid 2013 wordt dan ook gesteld: «Het centrale model geldt daarom onverminderd als uitgangspunt van de organisatie van het aandeelhouderschap van de overheid.»7 Kunt u aangeven waarom, gelet op bovenstaande, in het geval van Invest-NL niettemin gekozen is voor een beleidsdeelneming met het Ministerie van Economische Zaken als aandeelhouder?

Een afschrift van deze brief is verstuurd aan de ministers van Financiën en voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.

De leden van de vaste commissie voor Economische Zaken zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag uiterlijk 7 april 2017.

De Voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken, Gerkens

BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 april 2017

Hierbij bied ik u, mede namens de Minister van Financiën en de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking de antwoorden aan op de vragen over Invest-NL die door uw Kamer zijn gesteld (ingezonden 14 maart 2017, kenmerk 160758.01u).

Vragen van de leden van de CDA-fractie

De leden van de CDA-fractie merken op dat u in uw brief refereert8 aan het feit dat landen die een «National Promotional Bank of Institution» hebben beter gebruik zouden maken van Europese fondsen en programma's. Kunt u exact aangeven welke landen dat het beste vorm gegeven zouden hebben? En op welke punten? Bent u van mening dat de projecten in die landen geen financiering hadden gekregen, indien er geen «National Promotional Bank of Institution» zou hebben bestaan?

De Europese Commissie heeft in haar mededeling over «Samen werken aan werkgelegenheid en groei: de rol van nationale stimuleringsbanken (NPB’s) bij de facilitering van het Investeringsplan voor Europa»9 aangegeven dat een effectieve betrokkenheid van nationale stimuleringsbanken (NPB's) noodzakelijk is om de effecten van het Investeringsplan van de Europese Commissie op de investeringen, de groei en de werkgelegenheid te versterken. Deze banken hebben volgens de Europese Commissie immers specifieke expertise in huis en kennen de lokale context, het lokale bedrijfsleven en de lokale investeerderswereld en het nationale beleid en de nationale strategieën. Lidstaten die nog geen NPB hebben, is in overweging gegeven om er een op te zetten.

Bij de tussentijdse resultaten van het Investeringsplan10 heeft de Europese Commissie vastgesteld dat de National Promotional Banks (NPB’s) een belangrijke rol spelen bij de uitvoering van het plan. Negen lidstaten, waaronder Duitsland, Frankrijk, Verenigd Koninkrijk, Italië en Spanje hebben op dat moment via hun NPB’s in totaal 42,5 miljard euro aan co-financiering beschikbaar gesteld voor effectief gebruik van het Europees Fonds voor Strategische Investeringen (EFSI), onderdeel van het Investeringsplan. Nederland blijft bij gebrek aan een vergelijkbare NPB relatief gezien achter in de benutting van dit EFSI11.

Ook zijn de mogelijkheden ten opzichte van eerdere jaren beperkt om de nationale garantie instrumenten voor het mkb (zoals de regeling Borgstelling MKB-kredieten) te combineren met Europese contragaranties uit bijvoorbeeld het COSME programma. De reden is dat de EU in toenemende mate deze financieringsprogramma’s voor het bedrijfsleven aanbiedt via de National Promotional Banks and Institutions in de EU, omdat de EIB geen garanties afgeeft aan overheden, en voor overheidsprogramma’s besluitvorming op voldoende afstand van die overheid verlangt.

De leden van de CDA-fractie merken op dat in het bijzonder bij seed-investeringen zich serieus het risico voordoet dat de investering structureel verlieslatend zal blijken te zijn. Hoe verhoudt zich dat met de positieve rendementseis?

Invest-NL zal een rendementseis meekrijgen die betrekking heeft op de 2,5 miljard euro eigen kapitaal en de regelingen die het eventueel uitvoert voor eigen rekening en risico. Deze rendementseis heeft dus geen betrekking op het deel van de regelingen dat voor rekening en risico van de Staat komt en onder verantwoordelijkheid wordt uitgevoerd van de Minister die het aangaat.

Risicokapitaalinvesteerders in de vroege fase bouwen met een fonds een portefeuille van ondernemingen op. Investeringen die goed renderen kunnen in zo’n portefeuille de verliezen goed maken van minder succesvolle investeringen. Op dit moment verbetert de SEED capital-regeling de risico-rendementsverhouding voor investeerders en vergroot op die manier de financieringsmogelijkheden voor startups. Wanneer een investering succesvol is, zoals we bijvoorbeeld zagen met een aantal investeringen van de ROM’s en de SEED capital-regeling in 2015, dan krijgt de overheid een passende vergoeding voor het genomen risico door in een vroeg stadium te participeren. Deze regeling zal zoals in de Kamerbrief is aangegeven bij Invest-NL worden ondergebracht, zodat de instelling via de markt ook meer risicovolle ondernemingen in de vroege fase kan financieren.

Deze leden stellen dat het optuigen van Invest-NL het risico in zich bergt dat een zichzelf rechtvaardigend en uitdijend apparaat ontstaat. Welke waarborgen worden ingebouwd om NL-Invest «lean and mean» te houden? Kunt u daar een nadere concrete toelichting op geven?

Het borgen van een slagvaardig en efficiënt opererend Invest-NL wordt als volgt geregeld: 1) door een duidelijk vastgelegde doelstelling en mandaat in de juridische kaders en daaraan verbonden toezicht door de Raad van Commissarissen en aandeelhouder (de Minister van Economische Zaken); 2) door in de juridische kaders voorzieningen te treffen om «crowding-out» te voorkomen en mededingingsklachten af te wikkelen; 3) doordat Invest-NL niet naar de kapitaalmarkt mag om extern kapitaal op te halen noch deposito’s van particulieren mag aanhouden; 4) doordat de ministers die het aangaan beslissen over welke regelingen door Invest-NL worden uitgevoerd en welke kasbudgetten en garantieplafonds beschikbaar zijn op de Rijksbegroting voor de regelingen die Invest-NL gaat uitvoeren; en tot slot 5) het Rijk als enig aandeelhouder beslist over strategische beslissingen, zoals fundamentele wijzigingen in het investeringsbeleid of instrumentarium van Invest-NL. De ervaring met de ROMs laat zien dat met deze waarborgen niet gevreesd hoeft te worden voor een (ongewenst) uitdijend apparaat.

Vragen van de leden van de D66-fractie

Deze leden constateren dat u schrijft dat Invest-NL «hét loket» (wordt) «voor Nederlandse ondernemers en projecteigenaren op zoek naar financiering voor investeringen in Nederland en uitbreiding van hun activiteiten op buitenlandse markten». Dit suggereert dat Invest-NL concurreert met private loketten, maar tegelijkertijd stelt de brief dat er geen crowding-out mag plaatsvinden. Deze leden vragen om een toelichting hierop.

Invest-NL wordt het loket voor het aanbod van publieke financieringsinstrumenten, niet om private. Deze financieringsinstrumenten zijn erop gericht om aanvullend aan de markt te opereren. In Nederland zijn de financieringsinstrumenten en -middelen voor ondernemingen en maatschappelijke investeringsprojecten verspreid over verschillende overheden en organisaties. Zo zijn er verschillende (nationale en internationale) financierings- en garantieregelingen die worden uitgevoerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), zijn er exportkredietverzekeringen en -garanties via Atradius Dutch State Business, en is de Nederlandse Financierings-Maatschappij voor Ontwikkelingslanden (FMO) actief op het terrein van private-sectorontwikkeling in ontwikkelingslanden en opkomende economieën. Op het gebied van projectontwikkeling treedt de rijksoverheid samen met de provincies via het Nederlands Investerings Agentschap (NIA) op als regisseur die maatschappelijke investeringen van de grond moet krijgen en Europese middelen optimaal moet benutten. Ook de regio’s zijn actief op het gebied van ondernemingsfinanciering, risicokapitaal en maatschappelijk projecten op regionaal niveau, met name via provinciale instrumenten en Regionale Ontwikkelings Maatschappijen (ROM’s) en de participatiemaatschappijen van deze ROM’s.

Met Invest-NL ontstaat er één loket voor toegang tot publieke financieringsregelingen. Dit vormt geen concurrentie met private loketten, omdat Invest-NL zich niet zal richten op het traditionele bankieren, maar op het financierbaar maken van projecten (i.e. door ze nader uit te werken of te ondersteunen met het bestaande instrumentarium), waar de markt vervolgens in kan investeren.

U schrijft dat bedrijfseconomische principes en een vastgesteld minimaal positief rendement voorwaarden zijn voor activiteiten van Invest-NL. De leden van de D66-fractie vragen of het hierbij gaat om noodzakelijke of om voldoende voorwaarden. Verder vragen zij wat bedoeld wordt met vastgesteld minimaal rendement: betekent dit dat Invest-NL geen risicodrager is? Dit lijkt in de ogen van deze leden in strijd met het doel van Invest-NL, namelijk het financieren van investeringen die niet van de grond komen omdat private financiers ze te riskant achten.

Bedrijfseconomische principes en een vastgesteld minimaal positief normrendement vormen noodzakelijke voorwaarden voor Invest-NL om zeker te stellen dat individuele financieringsbeslissingen onafhankelijk, professioneel en op basis van zakelijke overwegingen worden genomen. Deze voorwaarden zijn ook relevant voor de beoordeling door de Europese Commissie van de staatssteunaspecten van de nieuwe instelling en de beoordeling door Eurostat of de kapitaalstorting kwalificeert als financiële transactie (en daarmee niet EMU-saldorelevant is). Het normrendement is een rendementsverwachting die met het oog op het risicoprofiel nodig is voor financieel waardebehoud en de continuïteit van de onderneming als geheel. Het normrendement zal (gedifferentieerd) gelden voor de 2,5 miljard euro kapitaal en de financieringsactiviteiten die Invest-NL voor eigen rekening en risico zal gaan uitvoeren. Voor dat deel van de activiteiten is Invest-NL dus risicodrager. Het zal niet gelden voor dat deel van de financieringsregelingen dat Invest-NL uitvoert voor rekening en risico van de Staat.

De leden van de D66-fractie merken op dat Invest-NL het benodigde bedrag van 2,5 miljard euro zal lenen. Betekent dit dat de overheid dit gaat lenen op de kapitaalmarkt? Wordt het genoemde vastgestelde rendement afgeleid van het over deze lening te betalen rentepercentage?

Ja, de Staat leent het bedrag van 2,5 miljard euro op de kapitaalmarkt. De Staat maakt een inschatting van het risicoprofiel van de onderneming en vraagt op basis van dit risicoprofiel en de functie van de onderneming een normrendement. Het geëiste rendement wordt niet direct afgeleid van de rente op de lening.

U stelt dat «de activiteiten een voldoende marktconform rendement genereren». Wat verstaat u hierbij onder voldoende, en hoe wilt u bepalen wat marktconform is, gegeven dat Invest-NL activiteiten wil bevorderen die juist niet op de markt tot stand komen?

Invest-NL krijgt een rendementseis voor de 2,5 miljard euro. De rendementseis geldt niet voor het deel dat Invest-NL voor rekening en risico van de Staat uitvoert. Voor de investeringen die Invest-NL gaat doen, zal per activiteit een inschatting van het risico moeten worden gemaakt. Dat kan betekenen dat Invest-NL bij bepaalde investeringen kiest voor een lager of hoger rendement. Over het geheel van activiteiten verwacht de staat van Invest-NL dat over meerdere jaren minimaal het normrendement wordt gehaald. Voor de marktconformiteit van financieringen van Invest-NL zal aangesloten worden bij geldende staatssteunprincipes die bepaalde – afhankelijk van de specifieke vorm van de investeringsactiviteit – minimum rendementseisen voorschrijft om marktconformiteit te kunnen aannemen.

De leden van de D66-fractie merken op dat u voedsel als één van de terreinen omschrijft waarvoor geldt dat Invest-NL een rol kan spelen. Zij vragen om een nadere toelichting hierop met concrete voorbeelden.

Op het gebied van duurzame landbouw en gezond voedsel staat de wereld voor grote uitdagingen. De wereldbevolking groeit en door de stijgende welvaart veranderen de consumptiebehoeften. Tegelijkertijd neemt de beschikbare hoeveelheid landbouwgrond af en worden grondstoffen als water en energie schaarser. De Nederlandse Agri & Food sector heeft decennialang expertise opgebouwd juist vanwege relatief weinig beschikbare grond, arbeid en kritische productieeisen ten aanzien van milieu, dierenwelzijn, biodiversiteit en leefbaarheid. Nederland heeft daarmee een leidende positie in de kennis en innovatie van deze sector en kan daarom wereldwijd oplossingen bieden voor het voedselvraagstuk, die ook verdienkansen bieden. Invest-NL kan een rol spelen bij het tot stand brengen van rendabele investeringsprojecten die de agrarische sectoren verduurzamen en versterken en de verdiencapaciteit van Nederland vergroten. Zo zijn als voorbeeld van de mogelijkheden vorig jaar vanuit de SEED Capital-regeling (die Invest-NL zal gaan uitvoeren) twee specifieke investeringsfondsen opgericht voor startups in de landbouw-, voeding- en tuinbouw sector. Ook voor andere rendabele investeringen in de agro- en voedselsectoren kan Invest-NL een betekenisvolle bijdrage gaan leveren.

De leden van de D66-fractie merken op dat u aangeeft dat u hoopt dat dankzij Invest-NL pensioenfondsen meer in Nederland gaan beleggen. Bent u van mening dat pensioenfondsen meer taken hebben dan alleen het zorgdragen voor het nakomen van de verplichtingen aan deelnemers binnen randvoorwaarden van maatschappelijk verantwoord ondernemen? Bent u eveneens van oordeel dat pensioenfondsen premies mogen inzetten ten behoeve van groei in Nederland maar ten koste van internationale diversificatie en daarmee van de optimale risicorendementsverhouding van de pensioenfondsbeleggingen? Hoe kijkt u aan tegen het procyclisch effect van het beleggen van Nederlandse pensioengelden in Nederland?

Invest-NL biedt investeerders, waaronder pensioenfondsen, een extra investeringsmogelijkheid. De investeringsbeslissing is uiteindelijk aan de pensioenfondsen binnen de geldende wettelijke kaders. Pensioenfondsen hebben een wettelijke fiduciaire verplichting jegens hun deelnemers om de ingelegde premiegelden zo goed mogelijk te beleggen en beheren binnen een risicohouding die aansluit bij de samenstelling van het pensioenfonds. Daarnaast kunnen pensioenfondsen in overleg met sociale partners en deelnemers rekening houden met zaken die raken aan maatschappelijk verantwoord ondernemen. Beleggingskeuzen ten aanzien van milieu en klimaat, mensenrechten en sociale verhoudingen vallen daaronder. De pensioenwet (artikel 135) verplicht pensioenfondsen dat zij hierover verantwoording afleggen. Het financieel toetsingskader geeft pensioenfondsen evenwel een belangrijke mate van vrijheid hoe zij het strategisch beleggingsbeleid inrichten (waarop DNB toeziet). Een fonds kan besluiten om gericht in bepaalde sectoren of landen te investeren. Daarbij blijft, echter, een goede evaluatie van krediet-, liquiditeits- en marktrisico van belang en moeten concentratierisico’s worden tegengegaan. Als bij een fonds investeringen in de Nederlandse economie zwaarder vertegenwoordigd zijn, ten opzichte van de positie van Nederland in de wereldeconomie, dan is het fonds in beginsel gevoeliger voor de financiële ontwikkelingen in ons land. Omgekeerd wordt het investeringsklimaat in Nederland mogelijk extra beïnvloed door de investeringsbeslissingen van een pensioenfonds indien er sprake is van een hogere investeringsquote in Nederland en het fonds voldoende omvang heeft. Deze effecten zijn wel afhankelijk van maatvoering en de liquiditeit en prijsgevoeligheid van de activa waarin wordt geïnvesteerd.

Vragen van de leden van de PVV-fractie

De leden van de PVV-fractie vragen in hoeverre de markt zich aanpast aan dergelijke regelingen en of de markt zodoende meer risicovolle investeringen laat liggen? Beïnvloedt deze regeling daarmee per definitie ook de markt? Kunt u aangeven of daar ervaringen mee zijn opgedaan, en of dat inzichtelijk gemaakt is?

Voor alle activiteiten van Invest-NL geldt dat aanvullend aan de markt wordt gewerkt. Er mag geen sprake zijn van «crowding out»: reguliere private financiering van investeringen door banken en andere financiers mag niet worden weggedrukt door financiering met betrokkenheid van Invest-NL, het is juist de bedoeling dat deze zo veel mogelijk zelf gaan investeren in de transitie-opgaven en start-ups door de ondersteuning van Invest-NL. Als Invest-NL financiering aanbiedt, zal het gaan over het deel dat de markt niet zelf aanbiedt, zoals (langjarige) achtergestelde leningen, buffervermogen of equity-investeringen. De organisatievorm en aansturing worden zodanig ingevuld dat dit zekergesteld wordt. Met de bestaande financieringsinstrumenten voor risicokapitaal aan het innovatieve bedrijfsleven die Invest-NL zal gaan uitvoeren, zoals de SEED-Capital regeling, het Innovatiekrediet en het Dutch Venture Initiative, zijn hiervoor al goede ervaringen opgedaan. Deze instrumenten vullen het risicokapitaal aan met de vereiste dat private financiers minimaal een gelijk bedrag inleggen. Hierdoor is de markt gestimuleerd meer investeringskapitaal beschikbaar te stellen voor startende en snel groeiende innovatieve bedrijven.

De leden van de PVV-fractie merken op dat, naast de 90.000.000.000,00 euro die het Energieakkoord kost en die buiten de begroting om voor rekening van vooral de huishoudens en het MKB komt, bij Invest-NL ook de mogelijkheid bestaat om financiering aan te vragen voor energietransitie. In de ogen van deze leden is de echte innovatie en concurrentie daarmee reeds uit de markt gejaagd. De onrendabele en onbetrouwbare vormen van energie hebben geen sluitende businesscase anders dan een oneindige stroom van subsidie. Wanneer wordt op dit thema er gesproken van een sluitende businesscase?

Het aandeel hernieuwbare energie zal de komende jaren als gevolg van ingezet beleid snel oplopen, richting 14% in 2020 en 16% in 2023. De productie van hernieuwbare energie kent op dit moment nog een hogere kostprijs dan energie uit fossiele bronnen, ondanks kostenreducties bij met name windenergie (op zee) en zonne-energie. Regelingen zoals de Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE+) dragen er aan bij dat er een sluitende businesscase ontstaat voor hernieuwbare energieprojecten. Voor de kasuitgaven voor de SDE+ is hiervoor in de begroting en meerjarenraming een bedrag van € 31,38 miljard euro beschikbaar in de jaren 2016 tot en met 2032 (Kamerstuk 31 239, nr. 218). De verwachting is dat op termijn geen subsidie meer nodig is, vanwege leereffecten en schaalvergroting. Invest-NL verstrekt financiering en geen subsidies, zoals bij de SDE+ het geval is. Invest-NL kan risicodragend participeren in investeringsprojecten en bij risicovolle activiteiten van ondernemingen op het gebied van grote transitie-opgaven, zoals hernieuwbare energie.

Kunt u aangeven in hoeverre de financieringsmogelijkheid zich beperkt tot het startupklimaat en wanneer de investering zichzelf dient te bedruipen? Zijn daar uitgangspunten voor geformuleerd? Worden de genoemde zakelijke overwegingen nog nader geduid en/of in omvang gelimiteerd (buiten het genoemde normrendement)? Eveneens vragen de leden van de PVV-fractie wanneer de participatie bij doorgroeiende bedrijven ophoudt. Zijn daar vaste uitgangspunten voor geformuleerd?

Invest-NL richt zich zowel op de doorgroei van start-ups, als op risicovolle activiteiten van ondernemingen op het gebied van grote transitie-opgaven en innovatie, en het internationaal vermarkten van hun producten en oplossingen voor wereldwijde vraagstukken. De investeringen door Invest-NL dienen terugverdiend te worden, waarbij de terugverdientijd langer kan zijn dan die van marktpartijen. De uitgangspunten rond de investeringen worden verder uitgewerkt voor de indiening van het wetsvoorstel in Tweede Kamer en zullen bij de behandeling van het wetsvoorstel door de Staten-Generaal worden toegelicht.

Welke machinaties komen in werking als het normrendement niet wordt gehaald en hoe zijn de belangen van Invest-NL daarbij geborgd? De leden van de PVV-fractie vragen hoe zich dat verhoudt tot de grotere risico’s die per definitie moeten worden genomen aangezien de markt deze projecten niet wenst te financieren.

De deelneming legt verantwoording af aan de aandeelhouder. Dit geldt ook voor het al dan niet behalen van het normrendement (welke gedifferentieerd zal worden toegepast naar de aard van de activiteiten). De governance-structuur van Invest-NL wordt hierop nader uitgewerkt. Het onderscheid tussen de verschillende onderdelen (uitvoering van regelingen, projectontwikkeling en financiering) en bijbehorende risico’s, geldstromen en verantwoordings- en toezichtmechanismen wordt daarbij in acht genomen.

In hoeverre kan de bijdrage van Invest-NL worden geduid als nog meer (in de ogen van de leden van de PVV-fractie niet-werkende) ontwikkelingshulp?

Invest-NL gaat het Nederlandse bedrijfsleven helpen bij het verkrijgen van financiering voor buitenlandse activiteiten. Deze financiering kan bestaan uit verschillende bestaande overheidsfinancieringsregelingen, waaronder regelingen die op de begroting staan van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. De regelingen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken die via Invest-NL aangeboden gaan worden en ontwikkelingsimpact tot doel hebben, zullen deze doelstelling behouden.

Internationale transacties die vanuit het eigen vermogen van Invest-NL worden gefinancierd zullen vallen onder het investeringsbeleid van Invest-NL. Dit beleid wordt momenteel ontworpen. Daarbij is nu al vast gelegd dat transacties in elk geval financieel rendabel moeten zijn.

Invest-NL bouwt hiermee voort op het beleid voor hulp, handel en investeringen.

De oprichting van Invest-NL laat Nederland daarmee ook haar pioniersrol behouden op het gebied van internationale samenwerking en handel.

De leden van de PVV-fractie stellen dat «duizend wetenschappelijke rapporten» in de afgelopen drie jaar wijzen op andere oorzaken dan CO2 als belangrijkste variabele van het klimaat. Dat deed astrofysicus Willie Soon van Harvard er toe verleiden om te zeggen dat men zich bij het IPCC zou moeten schamen. De leden van de PVV-fractie vragen of u bekend bent met deze uitspraak. Ook CERN wees met name op de zonneactiviteit en de wolkenpatronen en stelde vast dat CO2 onbelangrijk was. Bent u bereid het vooraanstaande in overweging te nemen bij de projectselectie? Hoe duidt u het kennisniveau van het Ministerie van Economische Zaken in vergelijking met die van CERN en de heer Soon.

Het kabinet is bekend met de uitspraak van de heer Soon. Het kabinet gaat niet af op het oordeel van een of enkele wetenschappers, maar laat zich leiden door de rapportages van het IPCC, die gebaseerd zijn op de beoordeling van de stand van de wetenschap door duizenden wetenschappers. Daarbij blijft het kabinet kritisch ten aanzien van de zorgvuldige totstandkoming van die rapporten en is zij bereid actie te ondernemen als daartoe gerede aanleiding is.

De leden van de PVV-fractie constateren dat Invest-NL meldt dat verbeteringen gepaard gaan met radicale veranderingen. Daarbij noemt Invest-NL de transitie van fossiele grondstoffen naar biomassa. De leden van de PVV-fractie stellen dat intussen iedereen weet dat biomassa nog slechts volgens een paar ambtenaren in Brussel als duurzaam wordt betiteld, en zij merken daarbij op dat de rest van de wereld beter weet. Biomassa leidt niet tot minder uitstoot. Integendeel. Hoe kan het dat Invest-NL zo ver achterloopt en welk vertrouwen geeft dat in de projecten die men zal financieren?

Het kabinet heeft in haar Visie Biomassa 2030 aangegeven hoe zij met biomassa om wil gaan richting 2030. In het kader van het Programma Circulaire Economie wordt dit nu verder uitgewerkt met de sector en wordt gewerkt aan een grondstoffenakkoord. Invest-NL zal in dit verband een rol kunnen spelen bij het ontwikkelen van investeringsprojecten voor private financiers en het risicodragend financieringen van bedrijven en projecten met een positieve rendementsverwachting.

De leden van de PVV-fractie constateren dat Invest-NL het volgende aangeeft: «Projecteigenaren hebben niet altijd de kennis en vaardigheden om een goede businesscase te maken». Kunt u aangeven of Invest-NL een dergelijk project financieel gaat ondersteunen?

De ontwikkelactiviteiten van Invest-NL betreffen zowel ondersteuning bij de business development van startende en doorgroeiende innovatieve bedrijven als ondersteuning bij het tot stand komen van investeringsprojecten op het terrein van de transitie-opgaven, zoals in de energie(besparing) en verduurzaming. In beide gevallen gaat het om het financierbaar maken van bedrijven of projecten met zo veel mogelijk private inleg. Invest-NL kan ook zelf bijdragen aan het financieren van risicovolle, innovatieve projecten, als de markt deze niet volledig zelf kan financieren. De afweging of een dergelijke bijdrage door Invest-NL zal worden geleverd, zal niet worden gemaakt door het onderdeel van Invest-NL dat de ontwikkelactiviteiten heeft ontplooid. Een investerings- of financieringsbeslissing om al dan niet een bijdrage te leveren zal autonoom en op grond van een sluitende business case worden genomen.

De leden van de PVV-fractie vragen u wanneer u zelf vaststelt dat al die miljarden die Nederland uittrekt voor klimaatbeleid geen enkel meetbaar effect hebben. Dat de aarde maar niet wil opwarmen. Dat uit CERN onderzoek blijkt dat zonneactiviteit, kosmische straling en de gevolgen daarvan op de formatie van wolkenpatronen een veel grotere impact heeft op het klimaat dan CO2. Zou het dan niet getuigen van de geringste vorm van gezond verstand om niet werkende klimaatmitigatie, maar klimaatadaptatie op de agenda te zetten?

De mondiaal gemiddelde temperatuur is wel degelijk gestegen. Naast de opwarming door toenemende concentratie van broeikasgassen, kunnen ook andere factoren het klimaat beïnvloeden, zoals grote vulkaanuitbarstingen, zonneactiviteit en El Niño. Over het gehele tijdvak 1951–2011 is de bijdrage van de natuurlijke factoren aan de temperatuurtrend volgens het IPCC (2013) zeer klein geweest. Het CERN onderzoek doet niets af aan het opwarmende effect van broeikasgassen. Vanzelfsprekend zet het kabinet niet alleen in op klimaatmitigatie, maar ook op klimaatadaptatie, zoals bijvoorbeeld blijkt uit de Nationale Adaptatiestrategie.

Deze leden merken op dat het aantal WW-uitkeringen in de periode 2012–2016 steeg van 340.000 tot 412.000 en het aantal bijstandsgerechtigden van 325.000 tot 463.000. Invest-NL spreekt vooral over projecten in het buitenland. In hoeverre is de Nederlandse werkgelegenheid leidend, zo vragen deze leden.

Invest-NL wordt hét loket en de financieringspartner voor Nederlandse ondernemers en projecteigenaren op zoek naar financiering voor investeringen in Nederland en uitbreiding van hun activiteiten op buitenlandse markten. Het vormt daarmee een sterke impuls voor het Nederlandse bedrijfsleven en daardoor ook voor de werkgelegenheid.

Vragen van de leden van de SP-fractie

Er lijkt in de ogen van de leden van de SP-fractie een spanning te bestaan tussen de doelstelling om investeringen mogelijk te maken die in de markt onvoldoende financiering kunnen vinden enerzijds, en de bepaling dat Invest-NL als private partij dient op te treden, investeringsbeslissingen op zakelijke gronden dient te nemen, en een marktconform rendement dient te behalen, anderzijds. Kunt u op deze schijnbare spanning reflecteren en nog eens helder aangeven hoe deze paradoxale taakstellingen met elkaar te verenigen zijn?

Het gaat om financieringen waarbij wel sprake is van een positieve, sluitende business case, maar waarbij in de markt onvoldoende (risicodragende) financiering kan worden aangetrokken, vanwege bijvoorbeeld hoge risico's en lange terugverdientijden. Er zit een zekere bandbreedte tussen investeringen die te risicovol zijn voor volledige marktfinanciering enerzijds, en de vereiste van Invest-NL om investeringen te doen met een positieve rendementsverwachting anderzijds. In de praktijk van de bestaande financieringsinstrumenten van het Rijk en van bijvoorbeeld de ROMs, FMO, EIB en buitenlandse NPBs blijkt dat in de markt investeringen gevraagd worden in projecten en bedrijven die een positieve rendementsverwachting hebben maar vanwege het risicoprofiel en langere, onzekere terugverdientijden desondanks onvoldoende financiering van private financiers weten aan te trekken.

Zo zijn financiële instellingen als gevolg van een hoge risicoperceptie en strenger geworden regelgeving terughoudender geworden in het aanbieden van lange financiering, terwijl veel maatschappelijke investeringen, bijvoorbeeld in energiebesparing, een relatief lange terugverdientijd hebben. Ook kunnen oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen kapitaalintensieve investeringen vergen, die een private speler niet of onvoldoende voor handen heeft. Nieuwe spelers die zich met (technologische) vernieuwingen richten op maatschappelijke uitdagingen hebben dikwijls ook te weinig track record en eigen vermogen om op de markt financiering aan te trekken. Ditzelfde geldt voor de ondernemers die willen investeren in ontwikkelende landen waarmee traditionele financiers nog weinig ervaring hebben. Regelgeving en een hoge risicoperceptie van financiers vanwege onzekerheid over de rentabiliteit van een bepaalde nieuwe technologie kan er ook toe leiden dat (risicodragende) financiering niet beschikbaar komt. Voor de markt is het verstrekken van eigen dan wel risicodragend vermogen niet altijd efficiënt, omdat het hoge risico- en behandelingskosten met zich meebrengt. Invest-NL kan als deelneming van het Rijk deze knelpunten wegnemen, waardoor ook meer private investeringen in doorgroei van bedrijven en transitie-opgaven gerealiseerd kunnen worden.

Daarmee verbonden vragen de leden van de SP-fractie naar waarborgen dat investering door Invest-NL geen impliciete subsidie zal zijn aan particuliere bedrijven. Kunt u aangeven welke waarborgen daarvoor in de governance-structuur van Invest-NL zullen worden ingebouwd?

Verwant aan bovenstaande vraag, maar gesteld vanuit een andere invalshoek, vragen de leden van de SP-fractie u welke waarborgen zullen worden ingebouwd dat Invest-NL daadwerkelijk alleen projecten financiert die enerzijds bij de inhoudelijke doeleinden passen (transitie-gerelateerde projecten) maar die anderzijds zonder de medebetrokkenheid van Invest-NL niet zullen kunnen worden gerealiseerd.

Via de missie en de taken, die worden vastgelegd in de juridische kaders, zal geborgd worden dat Invest-NL handelt conform de kabinetsdoelstelling. Zo zal de missie het uitgangspunt bevatten dat financiering door Invest-NL additioneel aan die van de markt moet zijn. Ook zullen er voorzieningen worden opgenomen om «crowding-out» van de private markt te voorkomen en mededingingsklachten af te wikkelen. Daarnaast zal de kapitaalstorting in Invest-NL worden vormgegeven als een financiële transactie, wat vereist dat de investeringen daaruit voldoende marktconform moeten zijn, deze eis voorkomt impliciete subsidies. Daarnaast wordt de Europese Commissie om goedkeuring gevraagd met het oog op het voorkomen van ongeoorloofde staatsteun. Er zullen met de Europese Commissie afspraken worden gemaakt over het type interventies van de instelling en onder welke voorwaarden deze zullen zijn.

Deze leden merken op dat in NRC-Handelsblad van 11 februari jl. de heer Loek Sibbing, bestuursvoorzitter van de Nederlandse Investeringsinstelling (NLII), de mening uitsprak dat er in Nederland een gebrek is aan grote geschikte investeringsprojecten. U noemde dat in genoemd artikel onzin: «ik geloof dat wij meer dan genoeg projecten hebben», zo zei u. Zou u enkele concrete voorbeelden van dergelijke potentiële projecten kunnen noemen?

Er bestaan in Nederland veel voorstellen en initiatieven op zoek naar financiering, maar weinig concrete projecten met een goede, volledig uitgewerkte, business case waar financiers zoals de institutionele beleggers in kunnen en willen investeren. Dit is door het kabinet ook onderkend door in 2015 met de provincies het Nederlands Investerings Agentschap op te richten om meer geschikte projecten voor financiers tot stand te brengen, en dit voort te zetten in Invest-NL dat zich voor een belangrijk deel ook richt op de ontwikkeling van projecten die nu onvoldoende van de grond komen. Doel daarvan is ze financierbaar maken met zo veel mogelijk private inleg. Zo kan Invest-NL als regisseur optreden om met de markt financieringsbronnen bij elkaar te brengen en kleinere projecten te bundelen en te standaardiseren. Ook de heer Sibbing van de NLII geeft in genoemd artikel aan dat door Invest-NL meer geschikte investeringsprojecten voor grote beleggers zullen ontstaan.

Voorbeelden waar Invest-NL een rol kan spelen zijn energie (bijvoorbeeld geothermie en laadpalen voor elektrische auto’s), verduurzaming, mobiliteit, voedsel en digitalisering van de industrie. Ook maatschappelijke domeinen als zorg, veiligheid en onderwijs vallen binnen het blikveld van Invest-NL. De instelling gaat daarnaast ook innovatieve bedrijven helpen die kapitaal nodig hebben voor verdere groei, en internationaal opererende Nederlandse bedrijven ondersteunen op het gebied van export en buitenlandse investeringen, met nadruk op bijdragen aan het oplossen van wereldwijde vraagstukken.

Een andere vraag van de leden van de SP-fractie heeft met name betrekking op de integratie in Invest-NL van bestaande instrumenten met een ontwikkelingscomponent. In hoeverre dreigt hier verwatering van ontwikkelingsrelevante instrumenten door deze te integreren in activiteiten die in algemene zin zijn gericht op het ondersteunen van Nederlandse bedrijven bij hun internationale activiteiten?

De integratie van bestaande instrumenten met een ontwikkelingscomponent in Invest-NL zal niet tot verwatering leiden, omdat er geen reallocatie plaatsvindt van ontwikkelingsrelevante middelen naar middelen die gericht zijn op het ondersteunen van Nederlandse bedrijven bij hun internationale activiteiten. De bestaande ontwikkelingsrelevante instrumenten zullen hun ontwikkelingsfocus behouden en in die zin zullen deze instrumenten onaangetast blijven.

De ontwikkelingsrelevante instrumenten worden daarnaast op een integrale wijze aangesloten op de overige instrumenten. Hierdoor ontstaan er schaalvoordelen en expertise over bijvoorbeeld het internationale speelveld. Denk hierbij aan de mogelijkheid om projecten volledig te ondersteunen, van ontwikkeling tot (totaal)financiering. De effectiviteit van de ontwikkelingsrelevante instrumenten gaat hierdoor omhoog waarmee Invest-NL, door middel van het Nederlandse bedrijfsleven, zal bijdragen aan de het oplossen van de wereldwijde maatschappelijke uitdagingen.

Ten slotte vragen de leden van de SP-fractie of deze brief een wetsvoorstel aankondigt waarin missie en taken van Invest-NL zullen worden geregeld, en statuten die de aansturing zullen regelen. Kunt u toezeggen dat, om een afgewogen oordeel mogelijk te maken, de bedoelde statuten die de aansturing van Invest-NL regelen tegelijk met het wetsvoorstel aan deze Kamer zullen worden aangeboden?

Ja, het wetsvoorstel en de statuten zullen gelijktijdig aan uw Kamer worden aangeboden gelet op de samenhang tussen beide.

Vragen van de leden van de PvdA-fractie

De leden van de PvdA-fractie vragen wat de doelstelling is van Invest-NL. Op grond waarvan wordt de komende jaren het al dan niet succes van deze nieuwe instelling beoordeeld? Wat zijn de ingrediënten van een ex-ante evaluatie?

De missie en taken van Invest-NL zullen worden opgenomen in de wet en statuten die te zijner tijd naar de Kamer worden gestuurd. Deze bieden met de memorie van toelichting ook de ingrediënten van een ex-ante evaluatie.

De leden van de PvdA-fractie vernemen graag wat de taken zijn van Invest-NL. Hoe verhouden deze zich tot taken die thans bij andere regelingen en instellingen zijn ondergebracht? Welke van deze genoemde regelingen en instellingen zullen daadwerkelijk in Invest-NL worden ondergebracht, anders dan dat Invest-NL als loket functioneert? Blijven er dan nog regelingen en instellingen over die vergelijkbare taken uitvoeren? Zo ja, waarom?

Invest-NL richt zich op het ontwikkelen van investeringsprojecten en het bevorderen van financiering. Hierbij gaat het om de uitvoering van financieringsinstrumenten, het aanbieden van risicokapitaal voor doorgroeiende bedrijven en risicovolle projecten, en het bedienen van het Nederlandse internationaal opererende bedrijfsleven.

De ontwikkelactiviteit betreft zowel ondersteuning bij de business development van startende en doorgroeiende innovatieve bedrijven als ondersteuning bij het tot stand komen van projecten in transitie-opgaven. In de ontwikkeltak wordt het NIA opgenomen dat in 2015 door Rijk en provincies is opgericht. Het NIA ondersteunt overheden, publiek-private consortia en ondernemingen bij de ontwikkeling van financierbare investeringsprojecten en bij de toegang tot (private) financiering. De uitoefening van het Rijksaandeelhouderschap van de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s) zal bij Invest-NL worden belegd. Dit om de verbinding tussen regionale partijen en de nieuwe financierings- en ontwikkelingsinstelling te borgen.

Invest-NL zal ook de uitvoering op zich nemen van de financieringsinstrumenten GO, BMKB, de Groeifaciliteit en het Innovatiekrediet. Voor het ondersteunen van start- en scale-ups en innovatieve bedrijven krijgt Invest-NL de beschikking over de SEED Capital regeling en wordt het aandeelhouderschap in het Dutch Venture Initiative (DVI) overgebracht van PPM Oost naar Invest-NL. Van regelingen die overgaan naar de instelling zal worden bezien of en hoe deze voor rekening en risico van de instelling kunnen worden verstrekt.

In Invest-NL worden tot slot de instrumenten voor internationale financiering van verschillende ministeries samengebracht met de financieringsinstrumenten die ook een ontwikkelingscomponent hebben. De activiteiten van Atradius Dutch State Business (exportkredietverzekering, exportkredietgarantie, investeringsverzekering) worden aangesloten op de internationale tak van Invest-NL. De internationale financieringsregelingen worden gebundeld in Invest-NL: het gaat om het Dutch Good Growth Fund (DGGF, onderdelen «Investeren Nederlands mkb» en «Exporteren Nederlands mkb»), Dutch Trade and Investment Fund (DTIF) en het Development Related Infrastructure Investment Vehicle (DRIVE). FMO NL-business wordt via een joint venture van FMO en Invest-NL aan Invest-NL verbonden. NL-business is het deel van FMO dat zich bezighoudt met de ontwikkeling van internationale projecten en het bieden van financieringsoplossingen voor het Nederlandse bedrijfsleven. Momenteel wordt uitgewerkt welke relevante financieringsregelingen van het Rijk nog meer over kunnen gaan naar Invest-NL.

Er zijn naast de genoemde financieringsregelingen en organisaties ook twee publieke sectorbanken in de markt actief waarvan het Rijk medeaandeelhouder is, de BNG Bank (Bank Nederlandse Gemeenten) en NWB Bank (Nederlandse Waterschapsbank). Deze banken zijn minder gespecialiseerd in projectontwikkeling, verstrekking van risicodragend kapitaal en de financiering van de private sector. Er wordt daarom vooralsnog minder toegevoegde waarde gezien in het samenvoegen van Invest-NL met BNG Bank of NWB Bank. Wel worden mogelijkheden gesignaleerd voor samenwerking op projectniveau en voor het gebruiken van de kracht van BNG Bank en NWB Bank (met name als verschaffer van vreemd vermogen). Een voorbeeld van een dergelijke samenwerking is de Energie Transitiefaciliteit (ETF), die BNG en NIA recent hebben aangekondigd. Daarmee kan meer gebruik worden gemaakt van de bestaande infrastructuur en de kennis, ervaring en netwerken van alle bestaande spelers, zowel publiek als privaat.

De leden van de PvdA-fractie merken op dat in de Miljoenennota 2017 het rapport van Oliver Wyman en De Brauw Blackstone & Westbroek aangehaald wordt. Zij constateren dat de insteek van dit rapport op diverse onderdelen aanzienlijk afwijkt van de wijze waarop in het voorliggende voorstel bestaande en nieuwe taken al dan niet bij Invest-NL worden belegd. In hoeverre hebben lobbyactiviteiten bijgedragen aan het besluit om, anders dan in het genoemde rapport voorgesteld, BNG, NWB en FMO niet op te laten gaan in een nieuwe, kapitaalkrachtige bank?

Lobbyactiviteiten hebben geen rol gespeeld. Het kabinet heeft – mede gebaseerd op de analyse van de ambtelijke werkgroep – vastgesteld dat de op Nederlandse overheden en (semi-)publieke organisaties gerichte BNG en NWB niet gespecialiseerd zijn in projectontwikkeling of verstrekking van risicodragend kapitaal. Er wordt daarom vooralsnog minder toegevoegde waarde gezien in het samenvoegen van Invest-NL met BNG Bank of NWB Bank. Wel worden mogelijkheden gesignaleerd in samenwerking op projectniveau, waarbij BNG Bank en NWB Bank – evenals andere partijen – kunnen optreden als verschaffer van het vreemd vermogen. Daarmee kan meer gebruik worden gemaakt van de bestaande infrastructuur en de kennis, ervaring en netwerken van alle bestaande spelers, zowel publiek als privaat, zonder dat een langdurig fusietraject nodig is van drie afzonderlijke en onderling afwijkende banken.

De leden van de PvdA-fractie vragen u of overwogen is om de aandelen van Atradius Dutch State Business te verwerven en deze onder te brengen bij Invest-NL? Waarom wordt deze optie niet genoemd, mede ook in het licht van de in de brief genoemde ambitie dat Invest-NL hét loket en de financieringspartner wordt voor Nederlandse ondernemingen en projecteigenaren op zoek naar financiering voor investeringen in Nederland en uitbreiding van hun activiteiten op buitenlandse markten? In het Rapport Nederlandse Financierings- en Ontwikkelingsinstelling van de gelijknamige werkgroep wordt geconstateerd12 dat, anders dan veel andere EU-landen, er in Nederland geen publieke exportfinancieringsinstelling of herfinancieringsinstelling is (naast de reguliere exportkredietverzekering). Kunt u aangeven waarom de totstandkoming van Invest-NL niet benut wordt om alsnog in deze leemte te voorzien?

Atradius is een zelfstandige onderneming die voor het overgrote deel actief is op de commerciële markt en via Atradius Dutch State Business (ADSB) ook als uitvoerder en loket optreedt voor de publieke exportkredietverzekering. Voor dit bedrijfsonderdeel worden geen separate aandelen verhandeld. Dit zou overigens ook weinig opleveren, omdat het Ministerie van Financiën bij de exportkredietverzekering als verzekeraar optreedt (ADSB alleen de uitvoerder van het instrument). Omdat het kabinet één loket wil, is ervoor gekozen om ADSB aan te sluiten op de joint venture. Tegelijkertijd klopt de constatering dat in Nederland geen publieke exportfinancieringsinstelling is. Invest-NL wordt een private instelling, die volledig in handen is van de rijksoverheid. Invest-NL zal het aanbod aan exportfinanciering vergroten via a) de joint venture tussen FMO en Invest-NL die export van Nederlandse bedrijven gaat financieren en b) de mogelijkheid dat banken zich tegen een vaste rente kunnen herfinancieren. Uitgangspunt hierbij is dat waar commerciële banken kunnen voorzien in exportfinanciering dit moet worden geborgd. Dit aanbod wordt (en blijft) ondersteund via de exportkredietverzekeringen en exportkredietgaranties. De projectontwikkel- en financieringsfaciliteiten van Invest-NL zullen hier additioneel aan zijn.

De leden van de PvdA-fractie vragen op grond waarvan voor een kapitaalstorting van € 2,5 miljard door de Nederlandse overheid is gekozen. Hoe verhoudt dit zich tot eerdere berichten als zou er een kapitaalstoring van € 5 miljard benodigd zijn? Heeft u ook overwogen andere partijen te laten deelnemen in Invest-NL, zoals vroeger ook het geval was bij de Nationale Investeringsbank (NIB)? Waarom wordt deze optie niet genoemd, mede ook in de wetenschap dat deze mogelijkheid bij diverse andere National Promotional Banks or Institutions wel wordt geboden? Is overwogen Invest-NL ook vreemd vermogen aan te laten trekken, zoals eveneens vroeger ook het geval was bij de NIB? Waarom wordt deze optie niet genoemd, mede ook in de wetenschap dat deze mogelijkheid bij diverse andere National Promotional Banks or Institutions wel wordt geboden?

Het publieke belang van Invest-NL betreft onder meer het bevorderen van duurzame economische groei door maatschappelijk gewenste investeringen in bedrijven en projecten mogelijk te maken die vanwege onzekere risico-rendementsverhouding of lange onzekere terugverdientijden onvoldoende ontwikkeld worden en/ of onvoldoende financiering in de markt kunnen aantrekken. Uitgangspunten hierbij zijn dat Invest-NL additioneel is aan de markt en dat Invest-NL een katalyserende werking heeft door het maximaliseren van de stroom van financieringen door private partijen en door Europese fondsen en programma’s. Invest-NL fungeert daarnaast als centraal loket voor Nederlandse ondernemers en projecteigenaren op zoek naar publieke financiering voor risicovolle investeringen in Nederland en voor uitbreiding van hun activiteiten in het buitenland. De instelling heeft met de kapitaalstorting van 2,5 miljard euro voldoende slagkracht om voortvarend van start te gaan. De nadruk van Invest-NL moet liggen op de volgende terreinen:

  • Het ontwikkelen van projecten die de markt zelf niet ontwikkeld omdat de verdienkansen te klein zijn;

  • Het mogelijk maken van risicovolle activiteiten op het terrein van grote maatschappelijke transitie-opgaven;

  • Het verschaffen van risicokapitaal om start-ups te laten doorgroeien;

  • Ondersteuning van Nederlandse bedrijven bij de financiering van export en buitenlandse investeringen.

Voor deze activiteiten is het niet direct noodzakelijk om zelf vreemd vermogen aan te trekken.

In uw brief wordt melding gemaakt van het feit dat het besliskader «privatisering en verzelfstandiging» in acht wordt genomen13. De leden van de PvdA-fractie missen echter de hierin gevraagde specificatie van het publieke belang c.q. de publieke belangen die gemoeid zijn en de wijze waarop deze met de gekozen structuur geborgd zijn. Graag ontvangen deze leden alsnog een dergelijke specificatie.

Voor zover Invest-NL de uitvoering van bestaande financieringsinstrumenten overneemt van RVO, zijn de publieke belangen omschreven in de betreffende regelingen. Aanvullend zullen de publieke belangen worden vastgelegd in de oprichtingswet en de statuten van Invest-NL. Bij de indiening van het wetsvoorstel zult u nader worden geïnformeerd over de governance van Invest-NL.

De leden van de PvdA-fractie merken op dat in Nederland in 2001 is gekozen om het beheer van staatsdeelnemingen zoveel mogelijk te centraliseren bij het Ministerie van Financiën. Op deze wijze worden de rollen van aandeelhouder en beleidsmaker van elkaar gescheiden. In de Nota Deelnemingenbeleid rijksoverheid 2013 worden de voordelen van dit centrale model nogmaals bevestigd, waarbij tevens wordt verwezen naar het Interdepartementaal Beleidsonderzoek Staatsdeelnemingen (februari 2012) dat tot dezelfde conclusie kwam. In de Nota Deelnemingenbeleid rijksoverheid 2013 wordt dan ook gesteld: «Het centrale model geldt daarom onverminderd als uitgangspunt van de organisatie van het aandeelhouderschap van de overheid.»14 Kunt u aangeven waarom, gelet op bovenstaande, in het geval van Invest-NL niettemin gekozen is voor een beleidsdeelneming met het Ministerie van Economische Zaken als aandeelhouder?

Het deelnemingenbeleid sluit niet uit dat het aandeelhouderschap elders binnen de rijksoverheid belegd wordt. Er kan voor een beleidsdeelneming gekozen worden als de rollen van aandeelhouder en beleidsmaker zeer goed op elkaar afgestemd moeten worden en in elkaars verlengde liggen of als een deelneming structureel financieel afhankelijk is van een beleidsdepartement. Omdat Invest-NL veel regelingen van EZ zal gaan uitvoeren, omdat ook de activiteiten van NIA worden geïntegreerd in Invest-NL en omdat het aandeelhouderschap van de ROM’s wordt vormgeven via Invest-NL, kiest het kabinet ervoor om in dit geval het aandeelhouderschap bij het Ministerie van Economische Zaken te beleggen.

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp


X Noot
1

Samenstelling: Nagel (50PLUS) Ten Hoeve (OSF), Huijbregts-Schiedon (VVD), Koffeman (PvdD), Kuiper (CU),Schaap (VVD), Flierman (CDA), Barth (PvdA), Ester (CU), Postema (PvdA), Vos (GL), Kok (PVV), (vicevoorzitter), P. van Dijk (PVV), Gerkens (SP), (voorzitter), Van Beek (PVV), Atsma (CDA), N.J.J. van Kesteren (CDA), Meijer (SP), Pijlman (D66), Prast (D66), Van Rij (CDA), Schalk (SGP), Schnabel (D66), Verheijen (PvdA), Klip-Martin (VVD) en Overbeek (SP).

X Noot
2

Kamerstukken I, 2016–2017, 28 165, E.

X Noot
3

Kamerstukken I, 2016–2017, 28 165, E.

X Noot
4

Kamerstukken I, 2016–2017, 28 165, E, pagina 1.

X Noot
5

Rapport Nederlandse Financierings- en Ontwikkelingsinstelling, d.d. 10-02-2017, pagina 7.

X Noot
6

Toezegging T01843

X Noot
7

Nota Deelnemingenbeleid rijksoverheid 2013, pagina 38.

X Noot
8

Kamerstukken I, 2016–2017, 28 165, E, pagina 1.

X Noot
9

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD «Samen werken aan werkgelegenheid en groei: de rol van nationale stimuleringsbanken (NPB's) bij de facilitering van het Investeringsplan voor Europa», COM(2015) 361 final, 22-07-2015

X Noot
10

COMMUNICATION FROM THE COMMISSION TO THE EuropEAN PARLIAMENT, THE EuropEAN COUNCIL, THE COUNCIL, THE EuropEAN ECONOMIC AND SOCIAL COMMITTEE AND THE COMMITTEE OF THE REGIONS «Europe investing again Taking stock of the Investment Plan for Europe and next steps», COM(2016)

X Noot
11

Zie ook «Antwoord op vragen van de leden Harbers, Visser, De Boer en Van Veen over het bericht «Nederland traag met investeren via Europa», Vergaderjaar 2015–2016, Aanhangselnummer 3077

X Noot
12

Rapport Nederlandse Financierings- en Ontwikkelingsinstelling, d.d. 10-02-2017, pagina 7.

X Noot
13

Toezegging T01843

X Noot
14

Nota Deelnemingenbeleid rijksoverheid 2013, pagina 38.

Naar boven