Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 4 juli 2016
Op 24 maart ontving u van mij een brief1 waarmee ik u het rapport van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
aanbood over de gevolgen van de emissie van perfluoroctaanzuur (PFOA). In die brief
heb ik toegezegd om u voor de zomer op de hoogte te stellen van de voortgang in de
uitvoering van de aanbevelingen die het RIVM aan mij heeft gedaan. Via deze brief
wil ik die toezegging invullen.
Aanbeveling 1. Doe metingen in drinkwaterwinpunten ten noorden van de Merwede (stroomafwaarts
van de fabriek) naar concentraties PFOA.
In mijn brief van 24 maart gaf ik aan dat voor de zomer een analyse van de meetgegevens
en een risicoduiding beschikbaar zouden komen. Helaas duren opzet, uitvoering en analyse
van de metingen langer dan voorzien, onder meer vanwege nieuwe informatie van de Amerikaanse
milieudienst EPA over een richtwaarde voor PFOA en perfluoroctaansulfonaat (PFOS)
in drinkwater. Hierdoor is de risicoduiding niet voor het zomerreces gereed. Afronding
van dit onderzoek is nu voorzien voor oktober. De resultaten van dit onderzoek zullen
u zo spoedig mogelijk na het gereedkomen ervan toegestuurd worden.
Aanbeveling 2. Voer een nadere evaluatie uit van de beschikbare gezondheidskundige
literatuur (epidemiologische informatie), om de conclusies te staven en te bezien
of er elders wellicht andere specifieke klachten of aandoeningen bekend zijn die aan
bepaalde concentraties PFOA kunnen worden gekoppeld.
Het RIVM is inmiddels met de uitvoering van deze literatuurstudie begonnen. De verwachting
is dat deze studie afgerond kan worden voordat de metingen beschikbaar komen die naar
aanleiding van aanbeveling 3 worden gegenereerd. De uitkomst van de literatuurstudie
kan betrokken worden bij de interpretatie van de resultaten die uit de steekproef
naar voren komen. Over de resultaten van de literatuurstudie en de steekproef zult
u dan ook in samenhang geïnformeerd worden.
Aanbeveling 3. Controleer via een gerichte steekproef onder omwonenden of (aan de
hand van daarbij gevonden bloedwaarden) vastgesteld kan worden of de concentraties
PFOA anno 2016 inderdaad onder de grenswaarde liggen.
Over de opzet en uitvoering van deze steekproef heb ik gesproken met de wethouders
van de gemeenten Dordrecht, Sliedrecht en Papendrecht en met gedeputeerde staten van
Zuid-Holland. Belangrijk discussiepunt daarbij was of en hoe mensen die zich vrijwillig
aanmelden deelnemer kunnen worden in deze steekproef.
Om de wetenschappelijke kwaliteit te waarborgen, is er voor gekozen om deelnemers
aselect te werven via een trekking uit de gemeentelijke basisadministratie. Als dit
te weinig deelnemers oplevert, zullen er andere mensen in de geselecteerde postcodegebieden
benaderd worden totdat voldoende deelnemers gevonden zijn die voldoen aan de selectiecriteria.
In deze fase wordt nadrukkelijk ook gekeken naar mensen die zich als vrijwilliger
aanmelden en voldoen aan de selectiecriteria.
Op 24 mei heeft de provincie Zuid-Holland namens de samenwerkende overheden aan het
RIVM de opdracht verstrekt voor de uitvoering van deze steekproef. De uitvoering zal
ca. 11 maanden in beslag nemen. Dit betekent een forse verkorting van de eerder ingeschatte
doorlooptijd van twee jaar. Na oplevering van de onderzoeksresultaten zullen de betrokken
overheden gezamenlijk bekijken welke verdere acties nog nodig zijn. De resultaten
van de steekproef, de duiding ervan en de eventuele verdere onderzoeken of maatregelen
die in vervolg daarop nodig zijn zullen u zo spoedig mogelijk na afronding van het
onderzoek worden aangeboden.
Aanbeveling 4. Doe nader onderzoek naar de risico’s die werknemers hebben gelopen.
Over de uitvoering van deze vierde aanbeveling en de verdere rapportage daarover bent
u op 6 juni geïnformeerd2 door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
In mijn brief3 van 20 april heb ik aangegeven dat gepoogd werd de diverse onderzoeken waar mogelijk
te versnellen en te verbreden. Dat heeft er mede toe geleid dat de benodigde tijd
voor uitvoering van de steekproef behoorlijk is afgenomen, zonder aan de wetenschappelijke
kwaliteit ervan afbreuk te doen.
Zowel bij Rijk, provincie als de betrokken gemeenten wordt prioriteit gegeven aan
de uitvoering van de aanbevelingen, zodat werknemers en omwonenden zo snel mogelijk
een antwoord kunnen krijgen op de vragen die bij hen leven.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, S.A.M. Dijksma