28 000 XVI
Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2002

nr. 118
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 24 mei 2002

Tijdens de behandeling van de suppletoire begroting van VWS op 24 april jl. heb ik u toegezegd over twee zaken nadere informatie te verstrekken. Deze treft u hierbij aan.

Operatie Hartslag

De middelen die de gemeente Heerlen heeft gevraagd voor de operatie Hartslag zal ik beschikbaar stellen.

Zwerfjongeren

Op 7 maart jl. heeft de Tweede Kamer over de 3 mln. EURO voor zwerfjongeren de wens uitgesproken dat het geld niet «pondspondsgewijs» over de centrumgemeenten verdeeld zou moeten worden.

De VNG had n.a.v. deze zorg van de Kamer op 18 april jl. een bijeenkomst belegd met alle 43 centrumgemeenten om te komen tot een bundeling van de gelden. Gehoopt was dat gemeenten provinciegewijs tot samenwerking zouden komen waardoor de 3 mln. EURO aan minder gemeenten toegekend had kunnen worden. Die hoop is ijdel gebleken, gemeenten willen niet (tijdelijk) ten gunste van een andere gemeente afzien van hun bijdrage. Dat heeft ook te maken met verantwoordelijkheid die meer gemeenten in toenemende mate gaan voelen voor de problematiek van zwerfjongeren. Er lijken meer initiatieven plaats te vinden dan de Algemene Rekenkamer in zijn rapport heeft weten op te tekenen.

Nu de actie van de VNG niet het gewenste resultaat heeft gehad, handhaaf ik mijn oorspronkelijke voorstel dat de 3 mln. EURO toegevoegd wordt aan de specifieke uitkering maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid. Ik heb daarbij de volgende overwegingen betrokken:

1) Het niet toevoegen aan de specifieke uitkering vraagt wetswijziging.

De 3 mln. EURO maakt deel uit van de 18 mln. EURO die bij nota van wijziging is toegevoegd aan het budget voor maatschappelijke opvang. Dat budget is verhoogd voor de begeleiding van bijzondere groepen, zoals zwerfjongeren.1 Gemeenten ontvangen middelen voor de maatschappelijke opvang middels de specifieke uitkering maatschappelijke opvang. Op basis van de nota van wijziging is er m.a.w. geen reden om de middelen niet toe te voegen aan de specifieke uitkering.

2) Zwerfjongeren behoren wel degelijk tot de maatschappelijke opvang.

De wettelijke basis voor de uitkering vormt artikel 10a van de Welzijnswet 1994. De opvang en begeleiding van zwerfjongeren – zeker boven de 18 jaar – valt onder de omschrijving van maatschappelijke opvang zoals gegeven in het Besluit specifieke uitkeringen: «activiteiten op het terrein van maatschappelijke opvang bestaande uit het tijdelijk bieden van onderdak, begeleiding, informatie en advies aan personen die, door een of meerdere problemen, al dan niet gedwongen de thuissituatie hebben verlaten en niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving».

3) Toevoeging aan uitkering heeft stimulerende werking.

Het rapport van de Rekenkamer en de discussie in de Kamer heeft bijgedragen aan een groeiend verantwoordelijkheidsbesef bij de centrumgemeenten voor de problematiek van zwerfjongeren.

In de beschikking aan de gemeenten zal ik nadrukkelijk opnemen dat zij in mei 2003 gevisiteerd zullen worden over de inzet van de middelen in 2002 en 2003.

Op basis van die visitatie zal ik de Kamer informeren of toch een aparte financieringsregeling voor de opvang van zwerfjongeren gewenst is. Indien dat het geval is zal daartoe een deel van het budget van de specifieke uitkering maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid overgeheveld worden naar een aparte uitkering voor zwerfjongeren.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

E. Borst-Eilers


XNoot
1

Tweede Kamer, 2001–2002, 28 000 XVI, nr. 40.

Naar boven