In het onderzoek is bekeken op welke wijze de bewoners van onzelfstandige woonruimte
uit hetzelfde pand geïnformeerd zouden kunnen worden over een uitspraak van de huurcommissie.
Hiertoe zijn de volgende aspecten onderzocht:
-
– In hoeverre leidt de huidige werkwijze van de huurcommissie al tot het informeren
van overige huurders en is het mogelijk door een eenvoudige aanpassing hierin een
verbetering aan te brengen?
-
– Is het mogelijk de juiste persoonsgegevens van de overige huurders uit hetzelfde pand
te achterhalen?
-
– Zijn er juridische (on)mogelijkheden om deze persoonsgegevens te gebruiken om deze
huurders te informeren over een uitspraak van de huurcommissie?
-
– Welke mogelijkheden biedt de website (en het daarop staande openbaar register van
uitspraken) van de huurcommissie en welke verbetering daarvan is denkbaar?
De feiten die dit onderzoek heeft opgeleverd worden in de bijlage bij deze brief beschreven1. Samengevat komt het er op neer dat een aanpassing van het behandelingsproces van
de huurcommissie zoals gesuggereerd door de heer Jansen, om zo de informatie aan de
overige bewoners van het pand te verbeteren, niet wenselijk is. Het achterhalen en
gebruiken van persoonsgegevens stuit op praktische bezwaren. Daarnaast laat de Wet
bescherming persoonsgegevens (Wbp) geen ruimte voor het verwerken van persoonsgegevens
voor dit doel, gelet op de omstandigheid dat er alternatieven voor handen zijn om
de overige bewoners te informeren.
Wel kan de motie worden uitgevoerd door middel van een invulling die rekening houdt
met de juridische mogelijkheden en die werkbaar is voor de huurcommissie. Deze invulling
is gevonden in een aanpassing van het bestaande openbare register met uitspraken van
de huurcommissie en in het op grotere schaal bekendheid geven aan dit register.
Concreet betekent dit dat met ingang van begin 2015 de website van de huurcommissie
is verbeterd door in het bestaande register aan te geven of de daar opgenomen uitspraken
(die op adresniveau zijn terug te vinden) betrekking hebben op zelfstandige of onzelfstandige
woonruimte, zodat dit voor belanghebbenden sneller tot duidelijkheid leidt. Ook zal
ik ervoor zorgen dat relevante organisaties zoals de Landelijke Studenten Vakbond
geïnformeerd worden zodat zij bijvoorbeeld een link op hun website kunnen plaatsen
of anderszins hun achterban op deze mogelijkheid kunnen wijzen.
Ten slotte merk ik op dat de beste informatieoverdracht plaatsvindt tussen de verschillende
bewoners van een pand, zeker bij onzelfstandige woonruimte. Bij onzelfstandige woonruimte,
waar de verschillende huurders gebruik maken van de in het pand aanwezige gemeenschappelijke
ruimten zoals de keuken, en elkaar daar dus tegenkomen en leren kennen, ligt het voor
de hand dat ze dan ook met elkaar spreken over een procedure die bij de huurcommissie
wordt gevoerd. Dat niet elke woonruimte binnen één pand gelijk hoeft te zijn qua afmetingen,
voorzieningen, onderhoudstoestand en huurprijs, is daarbij niet bezwaarlijk: voor
de overige huurders zal er een signaal uitgaan van het gegeven dat een van hen een
noodzaak ziet voor het inschakelen van de huurcommissie. Zeker degenen die hun huurprijs
als (te) hoog ervaren zullen hierdoor aan het denken worden gezet. Dit zou er bijvoorbeeld
toe kunnen leiden dat de overige bewoners aanwezig zijn tijdens het onderzoek van
de huurcommissie.
Dat neemt natuurlijk niet weg dat andere bewoners tevreden kunnen zijn met hun woonruimte
en de overeengekomen huurprijs, en geen aanleiding zien om zelf een procedure te starten.