27 925 Bestrijding internationaal terrorisme

Nr. 678 MOTIE VAN HET LID BELHAJ C.S.

Voorgesteld 27 november 2019

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat afgelopen zomer onderzoeksjournalisten van de NOS en NRC in Irak onderzoek hebben gedaan naar het incident in Hawija en daar met nabestaanden en autoriteiten hebben gesproken;

constaterende dat verschillende (non-gouvernementele) organisaties spreken over verschillende aantallen mogelijke burgerslachtoffers;

overwegende dat ten tijde van de luchtaanval de beperkte toegang tot Hawija het moeilijk maakte om details te verkrijgen over burgerslachtoffers;

overwegende dat CENTCOM heeft geoordeeld dat aanvullend onderzoek nodig was, maar uiteindelijk nooit een nauwkeurige vaststelling van het aantal burgerslachtoffers heeft kunnen maken;

van mening dat publieke transparantie en verantwoording omtrent burgerdoden van belang is;

overwegende dat ingevolge de aangenomen motie-Belhaj op stuk nr. 671 (27 925) de regering is gevraagd om middelen vrij te maken voor vrijwillige schadevergoeding richting de nabestaanden en gemeenschappen in kwestie;

verzoekt de regering, bij de vormgeving van de vergoeding zich ervoor in te spannen om, waar mogelijk in samenwerking met ngo's, de VN en lokale autoriteiten, ter plaatse nader onderzoek te doen naar de burgerslachtoffers ten gevolge van het optreden van Nederland in Hawija, en de Kamer over de voortgang te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Belhaj

Marijnissen

Van Helvert

Kerstens

Voordewind

Stoffer

Kuzu

Van Kooten-Arissen

Krol

Ouwehand

Klaver

Naar boven