Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201127925 nr. 431

27 925 Bestrijding internationaal terrorisme

Nr. 431 BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 8 juli 2011

Op 15 december 2010 (Handelingen TK 2010–2011, Aanhangsel nr. 799) heb ik toegezegd de Kamer te informeren over het onderzoek naar de luchtkwaliteit in Afghanistan. Het onderzoek van de Arbodienst Defensie naar de luchtkwaliteit op Kandahar Airfield dat is aangekondigd in de brief van 12 november 2010 (Kamerstuk 27 925, nr. 411) is intussen voltooid. In bijlage ontvangt u een afschrift van het rapport1.

Op Kandahar Airfield zijn eind 2010 luchtmonsters genomen op verschillende afstanden van verbrandingsovens. Deze monsters zijn onderzocht op de aanwezigheid van fijnstof en van schadelijke verbrandingsresten zoals zware metalen, PAK's, dioxines, zwaveldioxide, stikstofdioxide, benzeen, tolueen, ethylbenzeen en xylenen. Bij de beschouwing van de onderzoeksresultaten zijn ook de resultaten van Amerikaanse, Britse en Canadese onderzoeken op Kandahar Airfield betrokken.

Van de schadelijke verbrandingsresten zijn geen gevaarlijke concentraties geconstateerd. Wel is bij een deel van de metingen een verhoogde concentratie fijnstof (PM 10) aangetroffen. Dit kan tijdelijke oog- en luchtwegirritatie, benauwdheid en hoesten veroorzaken als geen beschermende maatregelen worden genomen. Daarnaast zijn op een van de werklocaties concentraties van zeer fijn stof (PM2.5) vastgesteld die bij chronische, aanhoudende blootstelling gezondheidsklachten kunnen veroorzaken, vooral bij personen met een grotere gevoeligheid.

Er zijn geen signalen dat het aantal langdurige gezondheidsklachten is toegenomen bij militairen die in Kandahar zijn geweest. Defensie bestrijd actief de gezondheidsrisico’s van fijnstof door, waar mogelijk, stoffige omstandigheden te vermijden, stofmaskers beschikbaar te stellen en transportroutes te verharden.

Intussen is besloten dat in de voorbereiding en uitvoering van missies voortaan de gezondheidsrisico’s door de blootstelling aan fijnstof, verbrandingsproducten en andere chemische stoffen in kaart zullen worden gebracht als daartoe aanleiding bestaat. Omdat de operaties op Kandahar Airfield bijna zijn voltooid, zullen de metingen daar niet worden voortgezet.

De minister van Defensie,

J. S. J. Hillen


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.