27 879 Versterking van de positie van de consument

29 023 Voorzienings- en leveringszekerheid energie

K1 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 3 april 2026

De vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei2 heeft schriftelijk overleg gevoerd met de Minister van Klimaat en Groene Groei over stand van zaken energiemarkt voor consumenten. Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:

  • De uitgaande brief van 17 februari 2026.

  • De antwoordbrief van 31 maart 2026.

De griffier van de vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei, Karthaus

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR ECONOMISCHE ZAKEN / KLIMAAT EN GROENE GROEI

Aan de Minister van Klimaat en Groene Groei

Den Haag, 17 februari 2026

De leden van de vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei hebben met belangstelling kennisgenomen van uw brief van 18 december 2025 over de stand van zaken energiemarkt voor consumenten; Versterking van de positie van de consument.3 De leden van de fracties van GroenLinks-PvdA en de BBB gezamenlijk, SP en PvdD hebben naar aanleiding daarvan een aantal vragen en opmerkingen.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fracties GroenLinks-PvdA en BBB

Bij de oprichting van het Nationaal Energiearmoede Observatorium (NEO) wordt ingezet op datagedreven besluitvorming.4 De fractieleden van GroenLinks-PvdA en de BBB vragen hoe wordt omgegaan met data-uitwisseling in kader van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). Deze leden ontvangen hierop graag een toelichting.

«Om de verschillen in betaalbaarheid beter in beeld te krijgen is aan TNO de opdracht gegeven tot het opstellen van een jaarlijkse Prognose van de energierekening voor huishoudens, waarin voor meerdere jaren en voor diverse warmtetechnieken een prognose van de hoogte van de energierekening wordt getoond. De eerste editie van deze studie zal komend voorjaar gedeeld worden met de Kamer.»5 Voornoemde leden nemen aan dat u hierbij doelt op de Tweede Kamer. Kan deze studie ook met de Eerste Kamer worden gedeeld?

Wat betekenen de aangekondigde structurele verhogingen door stijgende netkosten, CO2-beprijzing (ETS2) en de bijmengverplichting groen gas voor de energierekening van ondernemers in het bijzonder ondernemers binnen het midden- en kleinbedrijf?6 Wordt hier onderzoek naar gedaan? Wat betekent dit voor de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven? Deze leden ontvangen hierop graag een toelichting.

U adviseert een «voldoende buffer» voor mensen met een dynamisch contract.7 Bent u het met de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie en BBB-fractie eens dat dit type contract, gezien de risico’s op prijsschokken, onvoldoende bescherming biedt voor de meest kwetsbare huishoudens in de praktijk? Wat gaat u doen om te voorkomen dat dit in de toekomst tot problemen gaat leiden? Deze leden ontvangen hierop graag een toelichting.

U blijft zich inzetten om (toekomstige) zonnepaneeleigenaren goed te informeren over de voordelen van het eigenverbruik.8 Desondanks kan het beëindigen van de salderingsregeling in combinatie met de terugleverboete ervoor zorgen dat de bezitters van zonnepanelen hun zonnepanelen gaan afkoppelen. Uit onderzoek van TNO en CE Delft blijkt dat eigengebruik alleen met veel moeite tot meer dan 30–40% is op te voeren, enkel met «dure» investeringen zoals accu’s (waaronder die in de eigen auto). Zij melden ook dat de terugverdientijden oplopen naar 14 tot 20 jaar.9 Voornoemde leden horen dan ook van velen dat zij de zonnepanelen uit zullen zetten. Daarmee voorkomen zij de hoge terugleverboete. In het bijzonder huurders die een vastrecht per maand betalen voor de panelen, maar per saldo niets terugkrijgen voor de geleverde stroom, vragen de verhuurders/woningcorporaties om de panelen weg te halen.

Is het bekend, en kunt u anders onderzoeken, welk percentage zonnepaneelbezitters dit daadwerkelijk van plan is? Welke maatregelen overweegt u om dit te voorkomen? Ook woningeigenaren met een vast contract, die op jaarbasis veel meer opwekken dan verbruiken, zullen dit gaan doen, aldus deze leden. Welke maatregelen worden genomen om de gestelde doelen voor zon-op-dak in de gebouwde omgeving uit het klimaatakkoord alsnog te bereiken? U en uw voorganger hebben de Kamers regelmatig toegezegd hier een voorziening voor te willen treffen. De Woonbond, AEDES, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), de Vereniging Eigen Huis (VEH) en de Consumentenbond drongen hier ook op aan.10 Bent u bereid dit uiterlijk bij de Voorjaarsnota te regelen? Deze leden ontvangen hierop graag een toelichting.

De kosten van zon-op-dak worden nu volledig gedragen door de eigenaren hiervan, maar de voordelen komen ten goede aan alle marktpartijen, ook die zonder panelen. Uit onderzoek van Gerlagh en Uiterkamp blijkt dat zonnestroom de gemiddelde groothandelsprijs met ongeveer zes cent per kWh heeft verlaagd.11 Daarmee is de kruissubsidie van mensen zonder panelen bij de saldering, omgeslagen in een subsidie van paneelhouders aan anderen, die daarvoor niets hebben geïnvesteerd. Deelt u de indruk van deze leden dat een (eventueel gedeeltelijk) herstel van de saldering hier evenwicht in kan brengen, zodat de lusten én de lasten bij de investeerders terecht komen? Wat betekent het verdwijnen van de regeling voor de positie van de consument op de energiemarkt? Kunt u dan nog wel spreken van een versterking? Deze leden ontvangen hierop graag een toelichting.

De Belastingdienst is op dit moment bezig met de nacontrole van de Tijdelijke Tegemoetkoming Blokaansluiting (hierna: TTB). De controles op de TTB zijn «complex en tijdrovend» voor de Belastingdienst.12 Kunt u garanderen dat er voldoende personele capaciteit is om dit proces rechtmatig af te ronden zonder dat dit ten koste gaat van andere taken van deze dienst?

Vanaf de inwerkingtreding was bekend dat zowel het prijsplafond als de TTB bewerkelijk zouden zijn in de uitvoering. Heeft u destijds overwogen advies in te winnen bij het Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR)? Zo nee, waarom niet? Wat gaat u doen om dergelijke uitvoeringsproblemen in de toekomst te voorkomen? Deze leden ontvangen hierop graag een toelichting.

Uit de antwoorden blijkt dat de brutomargetoets nauwelijks bindend is, aldus de fractieleden van GroenLinks-PvdA en de BBB.13 Is er dan toch de mogelijkheid van forse overwinsten? Indieners konden immers zelf hun kosten opvoeren.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie SP

Allereerst zijn de leden van de SP-fractie positief over de blijvende aandacht voor energiearmoede. Uit onderzoek van TNO en CBS blijkt dat 510.000 huishoudens kampen met energiearmoede.14 Wat deze leden betreft moet de regering als doel hebben om ieder huishouden met energiearmoede te ondersteunen en dit fenomeen volledig weg te werken. Wel vragen deze leden zich af of enkel een observatorium voldoende is om deze grote groep te ondersteunen.15 Welke maatregelen wilt u op de korte termijn nemen om huishoudens in energiearmoede te ondersteunen en hun energierekening te verlagen?

De leden van de SP-fractie delen uw optimisme over de weerbaarheid van huishoudens bij prijsschokken niet. Alhoewel een vast energiecontract de norm is, zijn energiebedrijven niet verplicht deze aan te bieden. Zo stopten vele energieleveranciers hiermee tijdens de energiecrisis in 2022 en 2023. Deelt u de mening van de leden van de SP-fractie dat leveranciers altijd een vast contact moeten aanbieden? Zo nee, waarom niet?

De leden van de SP-fractie zijn nog steeds ontevreden met de keuze om de energiecrisis in 2022 en 2023 te dempen met deze vorm van een prijsplafond. Landen als Frankrijk kozen juist voor een hard prijsplafond, zonder compensatie voor energieleveranciers. Door energiekosten boven het plafond rechtstreeks te compenseren aan leveranciers heeft het Rijk in feite meebetaald aan de hoge winsten die energieleveranciers in deze periode hebben gemaakt. Kunt u aangeven hoeveel geld er aan elke energieleverancier is betaald, en daarnaast aangeven hoeveel winst deze bedrijven in 2022 en 2023 hebben gemaakt?

De leden van de SP-fractie maken zich zorgen over het afschaffen van de salderingsregeling. Hierdoor worden zonnepanelen financieel onaantrekkelijk voor huishoudens, ten gunste van energieleveranciers die een veel lager tarief hoeven te vergoeden voor de stroom. Hoe wilt u zonnepanelen financieel aantrekkelijk houden voor huishoudens, als zij een zeer lage terugleververgoeding ontvangen?

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie PvdD

De fractieleden van de PvdD vragen of u van mening dat de Autoriteit Consument en Markt (ACM) voldoende instrumenten tot haar beschikking heeft om consumenten te beschermen tegen malafide energiebedrijven en daar voldoende gebruik van maakt in handhavende zin.

Bent u voornemens de aanschaf van thuisbatterijen te bevorderen om netcongestie te bestrijden en zelfgebruik van zonnepanelenenergie te bevorderen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke termijn en wijze?

Kent u de Subsidie Thuisbatterij zoals die bestaat in de provincie Flevoland?16 Bent u van mening dat een dergelijke aanpak primair een provinciale verantwoordelijkheid is, of mogelijk beter in een landelijke aanpak vervat zou kunnen worden?

De leden van de vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag uiterlijk binnen vier weken.

Voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei, S.M. Kluit

BRIEF VAN DE MINISTER VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 31 maart 2026

Hierbij bied ik de Eerste Kamer de antwoorden aan op de vragen die door de vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei zijn gesteld naar aanleiding van de Kamerbrief over de stand van zaken van de energiemarkt voor consumenten, getiteld; Versterking van de positie van de consument.

De Minister van Klimaat en Groene Groei, S. van Veldhoven-van der Meer

179849

Vragen en opmerkingen van de leden van de fracties GroenLinks-PvdA en BBB

1

Bij de oprichting van het Nationaal Energiearmoede Observatorium (NEO) wordt ingezet op datagedreven besluitvorming.17 De fractieleden van GroenLinks-PvdA en de BBB vragen hoe wordt omgegaan met data-uitwisseling in kader van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). Deze leden ontvangen hierop graag een toelichting.

Antwoord

Binnen het NEO wordt gebruik gemaakt van enquêtes, interviews en de microdata van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Voorafgaand aan de interviews en enquêtes wordt toestemming gevraagd bij de deelnemers voor het gebruik van deze data. De uitkomsten van deze data worden in rapporten altijd geanonimiseerd en zijn daarmee niet herleidbaar naar individuen.

Microdata zijn koppelbare data op persoons-, bedrijfs- en adresniveau waarmee onderzoeksinstanties onder strikte voorwaarden zelf statistisch onderzoek kunnen doen. Het borgen van privacy en het voorkomen van onthulling van personen of bedrijven is daarbij het uitgangspunt. De microdata wordt gepseudonimiseerd, daarmee worden onder andere huishoudens ontdaan van identificerende kenmerken en vervangen door betekenisloze cijfers. Voordat de data worden uitgewisseld met onderzoeksbureaus worden de data geaggregeerd tot een niveau waarop ze niet meer herleidbaar zijn naar een individueel persoon of adres. De juridische kaders waarbinnen het CBS met privacygevoelige informatie om mag gaan, zijn geregeld in de Wet op het CBS, de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en de Uitvoeringswet AVG.

2

«Om de verschillen in betaalbaarheid beter in beeld te krijgen is aan TNO de opdracht gegeven tot het opstellen van een jaarlijkse Prognose van de energierekening voor huishoudens, waarin voor meerdere jaren en voor diverse warmtetechnieken een prognose van de hoogte van de energierekening wordt getoond. De eerste editie van deze studie zal komend voorjaar gedeeld worden met de Kamer.»18 Voornoemde leden nemen aan dat u hierbij doelt op de Tweede Kamer. Kan deze studie ook met de Eerste Kamer worden gedeeld?

Antwoord

Ik kan erop toezien dat een afschrift van de brief waarmee deze publicatie gedeeld wordt met de Tweede Kamer vervolgens ook gedeeld wordt met de Eerste Kamer. Daarmee wil ik wel meegeven dat de studie inmiddels een aangepast tijdspad heeft. Ik verwacht nu tegen het einde van de zomer of begin van de herfst het onderzoek te publiceren en appreciëren.

3

Wat betekenen de aangekondigde structurele verhogingen door stijgende netkosten, CO2-beprijzing (ETS2) en de bijmengverplichting groen gas voor de energierekening van ondernemers in het bijzonder ondernemers binnen het midden- en kleinbedrijf?19 Wordt hier onderzoek naar gedaan? Wat betekent dit voor de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven? Deze leden ontvangen hierop graag een toelichting.

Antwoord

Het kabinet heeft er oog voor dat energielasten impact kunnen hebben op de concurrentiepositie van bedrijven. Het kabinet kijkt daarom grondig naar de effecten van de lange termijn ontwikkelingen als stijgende netkosten, ETS-2 en de bijmengverplichting groen gas op de energierekening van bedrijven. Dergelijke analyses staan los van de actuele marktontwikkelingen als gevolg van het conflict in het Midden Oosten.

Om in de energievraag te voorzien van industrie, woningen en mobiliteit moet het elektriciteitsnet fors worden uitgebreid. Voor het midden- en kleinbedrijf lijken de stijgende netkosten op dit moment nog niet te zorgen voor een concurrentienadeel. De Duitse regulerende instantie heeft onlangs onderzoek laten doen naar de nettarieven voor elektriciteit van 11 Europese landen.20 Uit dit onderzoek blijkt dat de Nederlandse nettarieven voor bedrijven aangesloten op middenspanning en laagspanning op dit moment behoren tot de middenmoot. Bij de Voorjaarsnota zal het kabinet nieuwe prognoses van de investeringsopgaven van netbeheerders opnemen als bijlage.

Gelijktijdig met het Commissievoorstel voor ETS-2 heeft de Europese Commissie een EU-brede impactanalyse uitgevoerd. Op basis daarvan heeft het PBL in 2021 een policy brief gepubliceerd «Nederland Fit for 55?» waarin ook werd gekeken naar de economische gevolgen van ETS-2. Bij een prijs van 50 euro per ton CO2 in 2030 zal de prijs van aardgas met circa 10 cent per kubieke meter en de prijs van benzine en diesel met 12–14 cent per liter toenemen. Voor micro-ondernemers is het belangrijk om de energierekening te dempen via verduurzamingsmaatregelen. Onderdeel van het Nederlandse Sociaal Klimaatplan is daarom het beschikbaar stellen van middelen aan gemeenten voor de inzet van Fixteams.21 Soortgelijke maatregelen, genomen door enkele decentrale overheden, hebben geleid tot een besparing van 5 à 10 procent op de energierekening van micro-ondernemers.

Uit een impactstudie van CE Delft22 volgt de verwachte lastenstijging van de bijmengverplichting voor specifieke eindgebruikers. Om deze kosten te verlichten, heeft het kabinet medio 2025 besloten het opbouwpad te verlagen met 25%. Hierdoor is de verwachting dat de bijmengverplichting leidt tot een maximale stijging van 1,5 cent per kuub gas in 2027 oplopend naar maximaal 9 cent per kuub gas vanaf 2031 ten opzichte van het basispad voor ETS-2 sectoren. Uit hetzelfde onderzoek van CE Delft blijkt dat groen gas voor veel toepassingen goedkoper is dan andere duurzame alternatieven. Specifiek voor de glastuinbouw sector is afgesproken de extra lasten door de bijmengverplichting te compenseren.

4

U adviseert een «voldoende buffer» voor mensen met een dynamisch contract.23 Bent u het met de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie en BBB-fractie eens dat dit type contract, gezien de risico’s op prijsschokken, onvoldoende bescherming biedt voor de meest kwetsbare huishoudens in de praktijk? Wat gaat u doen om te voorkomen dat dit in de toekomst tot problemen gaat leiden? Deze leden ontvangen hierop graag een toelichting.

Antwoord

Ik ben het met de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie en BBB-fractie eens dat een dynamisch contract gezien deze prijsonzekerheid niet altijd passend is voor de meest kwetsbare huishoudens. In februari 2025 is het onderzoeksrapport van CEDelft en Motivaction over de effecten van dynamische contracten op netcongestie opgeleverd.24 In dit onderzoeksrapport is ook aandacht besteed aan de kansen en risico’s van dynamische contracten voor huishoudens. In het onderzoeksrapport is bevestigd dat dynamische contracten over langere tijd bezien goedkoper zijn (10–15%) dan vaste of variabele contracten. Tegelijk brengt een dynamisch contract het risico op prijsonzekerheid met zich mee. Op grond van artikel 2.9 lid 2 van de Energiewet geldt dat leveranciers moeten informeren over mogelijkheden, kosten en risico’s voorafgaand aan het sluiten van een dynamisch contract. Ik vind het passend dat bij deze communicatie richting consumenten over de mogelijke voordelen van een dynamisch energiecontract áltijd het advies wordt meegegeven om een minimale buffer van 10% van de verwachte jaarlijkse energierekening aan te houden, zoals ook geadviseerd is door de onderzoekers. Dit advies wil ik verwerken in de regels onder de Energiewet over de informatieplicht van energieleveranciers.

Voor consumenten die niet in de gelegenheid zijn om een minimale buffer van 10% van de verwachte jaarlijkse energierekening aan te houden, geldt dat zij de keuze hebben om een contract te kiezen dat meer zekerheid biedt. Om ervoor te zorgen dat deze keuze er te allen tijde is, staat in de nieuwe Energiewet (sinds 1 januari 2026 in werking getreden) dat vergunning houdende leveranciers altijd twee modelcontracten moeten aanbieden: een modelcontract met variabele tarieven voor onbepaalde tijd en een modelcontract met vaste tarieven voor bepaalde tijd (een jaar).

5

U blijft zich inzetten om (toekomstige) zonnepaneeleigenaren goed te informeren over de voordelen van het eigenverbruik.25 Desondanks kan het beëindigen van de salderingsregeling in combinatie met de terugleverboete ervoor zorgen dat de bezitters van zonnepanelen hun zonnepanelen gaan afkoppelen. Uit onderzoek van TNO en CE Delft blijkt dat eigengebruik alleen met veel moeite tot meer dan 30–40% is op te voeren, enkel met «dure» investeringen zoals accu’s (waaronder die in de eigen auto). Zij melden ook dat de terugverdientijden oplopen naar 14 tot 20 jaar.26 Voornoemde leden horen dan ook van velen dat zij de zonnepanelen uit zullen zetten. Daarmee voorkomen zij de hoge terugleverboete. In het bijzonder huurders die een vastrecht per maand betalen voor de panelen, maar per saldo niets terugkrijgen voor de geleverde stroom, vragen de verhuurders/woningcorporaties om de panelen weg te halen.

Antwoord

Het ministerie is alert op deze berichtgeving. Over het algemeen geldt dat het uitzetten van de zonnepanelen niet leidt tot een besparing op de energierekening voor de bezitter van de panelen. Het is juist dat het eigen verbruik van de opgewekte hernieuwbare elektriciteit het belangrijkste financiële voordeel oplevert nadat de salderingsregeling is beëindigd. Een opgewekte kWh is gemiddeld bezien immers drie tot vier keer goedkoper dan stroom die wordt ingekocht vanuit het elektriciteitsnet. De gemiddelde zonnepaneeleigenaar gebruikt gemiddeld 30% van de zelf opgewekte stroom. Zonnepaneeleigenaren besparen daarmee al enkele honderden euro’s per jaar op de energierekening ten aanzien van een situatie waarin ze deze elektriciteit moeten afnemen van de leverancier. Met deze besparing lonen zonnepanelen, en het voordeel neemt toe naar mate een groter deel van de elektriciteit in huis wordt benut. Wanneer zonnepaneeleigenaren het eigen verbruik verhogen door op een slim moment de wasmachine of droger aan te zetten, de elektrische auto op te laden of water elektrisch te verwarmen, leveren de zonnepanelen nóg meer op. Milieu Centraal heeft een webpagina gelanceerd met informatie en praktische tips om zelf opgewekte zonnestroom zo efficiënt mogelijk te gebruiken.27 Daarnaast adviseer ik iedere zonnepaneeleigenaar om het juiste energiecontract te kiezen wat bij zijn of haar situatie past.

6

Is het bekend, en kunt u anders onderzoeken, welk percentage zonnepaneelbezitters dit daadwerkelijk van plan is? Welke maatregelen overweegt u om dit te voorkomen? Ook woningeigenaren met een vast contract, die op jaarbasis veel meer opwekken dan verbruiken, zullen dit gaan doen, aldus deze leden. Welke maatregelen worden genomen om de gestelde doelen voor zon-op-dak in de gebouwde omgeving uit het klimaatakkoord alsnog te bereiken? U en uw voorganger hebben de Kamers regelmatig toegezegd hier een voorziening voor te willen treffen. De Woonbond, AEDES, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), de Vereniging Eigen Huis (VEH) en de Consumentenbond drongen hier ook op aan.28 Bent u bereid dit uiterlijk bij de Voorjaarsnota te regelen? Deze leden ontvangen hierop graag een toelichting.

Antwoord

Milieu Centraal heeft in opdracht van de Minister van Klimaat en Groene Groei een onderzoek gedaan naar het sentiment onder zonnepaneelbezitters. 80% van deze groep rapporteert blij te zijn met hun zonnepaneelsysteem.29

Het blijft ook na het einde van de salderingsregeling van belang om huishoudens met zonnepanelen te informeren over de voordelen van het eigen verbruik en het kiezen van het juiste energiecontract. Daarom ben ik voornemens om de komende jaren met maatschappelijke partijen en energieleveranciers de informatievoorziening voor zonnepaneeleigenaren en potentiële zonnepaneeleigenaren verder te verbeteren, zodat consumenten de belangrijkste informatie op een begrijpelijke manier en eenvoudige wijze tot zich kunnen nemen.

De afweging om te kiezen welk systeem het beste past bij de situatie van de potentiële zonnepaneeleigenaar is anders geworden sinds de beëindiging van de salderingsregeling. Voorheen werd als vuistregel gehanteerd om de jaarlijkse elektriciteitsproductie en het verbruik zo goed mogelijk op elkaar af te stemmen. Voor de toekomst is het van groter belang om opwek en verbruik zoveel mogelijk gelijktijdig te laten plaatsvinden. Door bij de aanschaf van een nieuw zonnepaneelsysteem praktische maatregelen te implementeren, kan het aandeel eigen verbruik worden verhoogd tot boven de 30%. Dit kan bijvoorbeeld door te kiezen voor een oost-westopstelling van zonnepanelen en door de productie beter af te stemmen op het dagelijkse elektriciteitsverbruik, met name in de zomermaanden.

Het is voor consumenten van belang zich goed te laten informeren bij de keuze voor een nieuw zonnepaneelsysteem, zodat een passende oplossing wordt gekozen die aansluit bij het individuele verbruiksprofiel.

Er is een integrale doelstelling voor hernieuwbare energie in 2030 afgesproken in het kader van het klimaatakkoord. Hierbij is geen apart doel gesteld voor de bijdrage vanuit kleinschalige installaties voor zon-op-dak. Voor de hoeveelheid hernieuwbare energie (het zogeheten RES-bod) wordt kleinschalige zon-PV wel meegeteld, mits deze boven de aanvankelijk verwachte autonome groei van 7 TWh komt én grootschalige opwek van de bronnen wind en zon samen al tot 35 TWh zijn gekomen. PBL wordt gevraagd om de groei van kleinschalige zon-PV in de volgende RES-monitor mee te nemen. Zoals opgenomen in het coalitieakkoord wordt tijdens de voorjaarsbesluitvorming in 2027 bezien of het kabinet extra maatregelen neemt om het klimaatdoel voor het jaar 2040 te behalen. In de loop van dit jaar verwacht het kabinet het 2040-maatregelenpakket van de Europese Commissie. Het ambitieniveau van het pakket is essentieel om de benodigde nationale inzet te beoordelen.

Vanaf 29 mei 2026 verplicht de Richtlijn Energieprestatie voor gebouwen (EPBD) gefaseerd de uitrol van zon-PV op utiliteitsbouw, publieke gebouwen, nieuwe woongebouwen en overdekte aanpalende parkeergelegenheden, voorzover dit technisch geschikt, economisch en functioneel haalbaar is. De verplichting voor zon-op-dak voor nieuwe woongebouwen geldt vanaf uiterlijk 31 december 2029 (EPBD IV, artikel 10, lid 3d).

7

De kosten van zon-op-dak worden nu volledig gedragen door de eigenaren hiervan, maar de voordelen komen ten goede aan alle marktpartijen, ook die zonder panelen. Uit onderzoek van Gerlagh en Uiterkamp blijkt dat zonnestroom de gemiddelde groothandelsprijs met ongeveer zes cent per kWh heeft verlaagd.30 Daarmee is de kruissubsidie van mensen zonder panelen bij de saldering, omgeslagen in een subsidie van paneelhouders aan anderen, die daarvoor niets hebben geïnvesteerd. Deelt u de indruk van deze leden dat een (eventueel gedeeltelijk) herstel van de saldering hier evenwicht in kan brengen, zodat de lusten én de lasten bij de investeerders terecht komen? Wat betekent het verdwijnen van de regeling voor de positie van de consument op de energiemarkt? Kunt u dan nog wel spreken van een versterking? Deze leden ontvangen hierop graag een toelichting.

Antwoord

Tijdens de wetsbehandeling Wet beëindiging van de salderingsregeling is er gedebatteerd over de lusten en lasten van zonnepaneeleigenaren. De beëindiging van de salderingsregeling zorgt voor een eerlijkere verhouding van de lusten en lasten in de energiemarkt voor consumenten. Enerzijds klopt het dat zonnepaneeleigenaren hebben gezorgd voor lagere groothandelsprijzen waar andere huishoudens voordeel van hebben. Anderzijds betalen zonnepaneeleigenaren minder energiebelasting en zorgt terug geleverde zonnestroom tot hogere systeemkosten. Tot 2030 is bij wet afgesproken dat de terugleververgoeding 50% van het kale leveringstarief moet bedragen. De kosten die de energieleverancier daarvoor maakt, worden verhaald op al haar klanten, ook niet-zonnepaneeleigenaren. Tijdens de aanschaf van zonnepanelen is geen btw in rekening gebracht. Door de prijsdaling van zonnepanelen is verdere subsidiëring overbodig omdat zonnepanelen een rendabele investering zijn geworden voor de eigenaar. Daarnaast is bij wet geregeld dat de ACM erop toeziet dat de tarieven voor de terugleververgoeding en terugleverkosten concurrerende, eenvoudig en duidelijk vergelijkbare, transparante, redelijke en niet-discriminerende prijzen zijn. Daarmee betalen tot 2030 consumenten zonder panelen voor de verhoogde terugleververgoeding. Na 2030 zijn de lusten de lusten van het terugleveren van energie in lijn met de marktwaarde van de opgewekte energie.

De positie van consumenten met zonnepanelen blijft ook na de beëindiging van de salderingsregeling van belang. Deze positie is wettelijk geborgd, onder meer doordat er eisen zijn gesteld aan de redelijkheid van zowel de terugleververgoeding als de terugleverkosten. Daarnaast heeft de ACM het mandaat om toezicht te houden en de belangen van consumenten met te beschermen.

10

De Belastingdienst is op dit moment bezig met de nacontrole van de Tijdelijke Tegemoetkoming Blokaansluiting (hierna: TTB). De controles op de TTB zijn «complex en tijdrovend» voor de Belastingdienst.31 Kunt u garanderen dat er voldoende personele capaciteit is om dit proces rechtmatig af te ronden zonder dat dit ten koste gaat van andere taken van deze dienst?

Antwoord

De Belastingdienst beschikt inmiddels over voldoende personele capaciteit om de nacontrole zorgvuldig en rechtmatig te kunnen afronden. Er zijn extra mensen ingehuurd om binnen een half jaar de controles uit te kunnen voeren. Het gaat dus niet ten koste van andere taken van de Belastingdienst.

11

Vanaf de inwerkingtreding was bekend dat zowel het prijsplafond als de TTB bewerkelijk zouden zijn in de uitvoering. Heeft u destijds overwogen advies in te winnen bij het Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR)? Zo nee, waarom niet? Wat gaat u doen om dergelijke uitvoeringsproblemen in de toekomst te voorkomen? Deze leden ontvangen hierop graag een toelichting.

Antwoord

Het is staande praktijk bij wet- en regelgeving om advies te vragen aan het Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR). Tijdens het ontwerp van de prijsplafondregeling zijn gesprekken gevoerd met het ATR over de regeldruk. Vanwege de benodigde snelheid van publicatie van de regeling is het advies van het ATR na publicatie ontvangen. Ook voor de uitvoering van de TTB is bij het ATR advies gevraagd. Uitdagingen in de uitvoering zijn ook inherent aan de complexiteit van een dergelijke gerichte regeling voor deze groep die niet te bereiken valt via een regulier energieleverancier.

12

Uit de antwoorden blijkt dat de brutomargetoets nauwelijks bindend is, aldus de fractieleden van GroenLinks-PvdA en de BBB.32 Is er dan toch de mogelijkheid van forse overwinsten? Indieners konden immers zelf hun kosten opvoeren.

Antwoord

De brutomargetoets is een onderdeel van de voorwaarden die verbonden zijn aan de regeling prijsplafond. Elke energieleverancier of warmteleverancier is gehouden aan die voorwaarden. De regeling is zo vormgegeven dat de Staat geen overwinsten van energieleveranciers of warmteleveranciers financiert. De systematiek van de regeling en daarmee de brutomargetoets vergoedt de inkoopkosten en risicopremies en stelt een maximum aan bedrijfsspecifieke marge die leveranciers mogen maken. De brutomargeberekening door een leverancier wordt door een externe accountant gecontroleerd.

Van de vaststellingen die tot nu zijn gedaan, is in een heel beperkt aantal een relatief kleine overschrijding van de brutomargetoets gevonden. Tot en met december 2025 waren er 117 subsidies van warmte- en energieleveranciers vastgesteld, dit betreft een bedrag van 2461,7 miljoen euro. Voor energieleveranciers van gas en elektriciteit bedraagt de overschrijding 4 miljoen euro. Dit bedrag wordt volgens afspraak terugbetaald door de desbetreffende energieleveranciers.

Er is geen aanleiding om te veronderstellen dat er in 2023 forse overwinsten geboekt zijn door energieleveranciers. Ook een breed onderzoek vanuit het toezicht van de ACM heeft in het eerste kwartaal van 2023 geen aanleiding gegeven om te vermoeden dat er sprake was van hogere marges.33 Onderzoek van de ACM in november 2024 bevestigt het beeld dat er geen abnormale winsten waren bij energieleveranciers tijdens de energiecrisis.34

Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie

13

Allereerst zijn de leden van de SP-fractie positief over de blijvende aandacht voor energiearmoede. Uit onderzoek van TNO en CBS blijkt dat 510.000 huishoudens kampen met energiearmoede.35 Wat deze leden betreft moet de regering als doel hebben om ieder huishouden met energiearmoede te ondersteunen en dit fenomeen volledig weg te werken. Wel vragen deze leden zich af of enkel een observatorium voldoende is om deze grote groep te ondersteunen.36 Welke maatregelen wilt u op de korte termijn nemen om huishoudens in energiearmoede te ondersteunen en hun energierekening te verlagen?

Antwoord

Het Nederlands Observatorium Energiearmoede is een instrument voor structurele monitoring en kennisontwikkeling rondom energiearmoede. Op basis van deze informatie en kennis kan het kabinet datagedreven beleid maken ter ondersteuning van huishoudens in energiearmoede. Het Observatorium brengt daarnaast knelpunten in de uitvoering van beleid in beeld, zodat de overheid hierover tijdig en gericht kan worden geïnformeerd en geadviseerd.

Tegelijkertijd pakt het kabinet energiearmoede aan via een brede set aan maatregelen. Het verduurzamen van de woning en daarmee het structureel verlagen van de energierekening is de meest doelmatige manier energiearmoede tegen te gaan.

Veruit de grootste groep huishoudens in energiearmoede woont in een (slecht geïsoleerde) sociale huurwoning. Voor woningcorporaties geldt momenteel een verplichting om alle E, F en G label woningen uit te faseren. In het coalitieakkoord «Aan de slag» is afgesproken om ook particuliere huurwoningen met deze labels per 2029 uit te faseren. Voor huishoudens met een koopwoning zijn er middelen beschikbaar om te helpen met verduurzaming via de Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) en de Subsidieregeling verduurzaming voor verenigingen en eigenaars (SVVE). Huishoudens met een laag inkomen kunnen via het Warmtefonds een renteloze lening verkrijgen om de initiële investering in verduurzaming te kunnen doen.

Voor de korte termijn worden de gevolgen van de ontstane situatie in het Midden Oosten nauw gemonitord. Het kabinet neemt zorgen bij huishoudens serieus, over hoe de situatie hen zal raken in de portemonnee. Dit geldt des te meer voor huishoudens in energiearmoede, van wie het energiecontract afloopt. Ook wil het kabinet onder andere kijken of het noodfonds energie weer opgezet kan worden, zodat mensen met een lager inkomen en hoge energierekening ondersteund kunnen worden. Tot slot brengt het kabinet, zoals toegezegd door de Staatssecretaris van Financiën, dit voorjaar alternatieve opties in kaart voor gerichte ondersteuning, zodat deze wanneer nodig bij de augustusbesluitvorming benut kunnen worden.

14

De leden van de SP-fractie delen uw optimisme over de weerbaarheid van huishoudens bij prijsschokken niet. Alhoewel een vast energiecontract de norm is, zijn energiebedrijven niet verplicht deze aan te bieden. Zo stopten vele energieleveranciers hiermee tijdens de energiecrisis in 2022 en 2023. Deelt u de mening van de leden van de SP-fractie dat leveranciers altijd een vast contact moeten aanbieden? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Ik acht het van groot belang dat consumenten te allen tijde kunnen kiezen voor zekerheid bij het afsluiten van een energiecontract in de vorm van een energiecontract voor bepaalde tijd (een jaar) met vaste tarieven. Daarom is in de Energiewet die sinds 1 januari 2026 in werking is getreden de verplichting opgenomen dat vergunning houdende leveranciers altijd een modelcontract moeten aanbieden met vaste tarieven voor bepaalde tijd (een jaar). De ACM heeft dit modelcontract vastgesteld samen met het modelcontract met variabele tarieven voor onbepaalde tijd.

15

De leden van de SP-fractie zijn nog steeds ontevreden met de keuze om de energiecrisis in 2022 en 2023 te dempen met deze vorm van een prijsplafond. Landen als Frankrijk kozen juist voor een hard prijsplafond, zonder compensatie voor energieleveranciers. Door energiekosten boven het plafond rechtstreeks te compenseren aan leveranciers heeft het Rijk in feite meebetaald aan de hoge winsten die energieleveranciers in deze periode hebben gemaakt. Kunt u aangeven hoeveel geld er aan elke energieleverancier is betaald, en daarnaast aangeven hoeveel winst deze bedrijven in 2022 en 2023 hebben gemaakt?

Antwoord

In 2022 stegen de energieprijzen fors door de energiecrisis, als gevolg van de inval van Rusland in Oekraïne. Het doel van het prijsplafond was om huishoudens rust te bieden tijdens de energiecrisis. In totaal is er voor 4.031 miljoen euro aan voorschotten uitgekeerd aan energieleveranciers, die daarmee voor consumenten het prijsplafond hanteerden. Op dit moment worden de laatste subsidies vastgesteld.

De Autoriteit Consument en Markt heeft in de eerste maanden van 2023 onderzoek gedaan bij de drie grootste leveranciers van gas en elektriciteit en de tarieven die zij aanboden aan consumenten. Daaruit bleek dat zij op dat moment geen onredelijke tarieven hanteerde. De winst op de hun tarieven was niet hoger dan in eerder jaren. Onderzoek van de ACM in november 2024 bevestigt het beeld dat er geen abnormale winsten waren bij energieleveranciers tijdens de energiecrisis.37

Alle energieleveranciers moeten bij de vaststelling van de prijsplafondregeling verplicht een brutomargetoets doen, gecontroleerd door een accountant. Deze brutomargetoets is ingevoerd, mede op verzoek van de Tweede Kamer, om mogelijke overwinsten te voorkomen. Van de vaststellingen die tot nu zijn gedaan, is in een heel beperkt aantallen een relatief kleine overschrijding van de brutomargetoets gevonden. Zie hiervoor ook de beantwoording op vraag 12.

16

De leden van de SP-fractie maken zich zorgen over het afschaffen van de salderingsregeling. Hierdoor worden zonnepanelen financieel onaantrekkelijk voor huishoudens, ten gunste van energieleveranciers die een veel lager tarief hoeven te vergoeden voor de stroom. Hoe wilt u zonnepanelen financieel aantrekkelijk houden voor huishoudens, als zij een zeer lage terugleververgoeding ontvangen?

Antwoord

De suggestie dat zonnepanelen financieel onaantrekkelijk zijn, omdat de terugleververgoeding laag is, is onjuist. Het grootste financiële voordeel wordt behaald met het eigen verbruik van de door zonnepanelen opgewekte elektriciteit. Met het eigen verbruik kan een huishouden tot enkele honderden euro’s per jaar besparen op de energierekening.38 Hoe meer zonne-energie huishoudens zelf verbruiken, des te meer voordeel ze behalen uit hun zonnepanelen. Op de vergoeding die de leverancier biedt en de kosten die een energieleverancier in rekening brengt, wordt toegezien door de ACM. De prijzen dienen concurrerend, eenvoudig en duidelijk vergelijkbar, transparant, redelijk en niet-discriminerend te zijn. Dit betekent dat de vergoeding berust op de marktwaarde van de zonnestroom.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie PvdD

17

De fractieleden van de PvdD vragen of u van mening dat de Autoriteit Consument en Markt (ACM) voldoende instrumenten tot haar beschikking heeft om consumenten te beschermen tegen malafide energiebedrijven en daar voldoende gebruik van maakt in handhavende zin.

Antwoord

Ik ben van mening dat de ACM voldoende instrumenten tot haar beschikking heeft om consumenten te beschermen tegen malafide energiebedrijven. Het is aan de ACM om te beoordelen wanneer deze middelen ingezet worden.

In de nieuwe Energiewet, die per 1 januari 2026 in werking is getreden, zijn de vergunningseisen voor energieleveranciers die energie leveren aan huishoudens strenger geworden en is de bevoegdheid van de ACM om doorlopend aan de eisen van de vergunning te toetsen en indien nodig te kunnen handhaven verduidelijkt.

Zo wordt de lat nu een stuk hoger gelegd voor nieuwe marktpartijen en heeft de toezichthouder ook de instrumenten om daarop toe te zien. De ACM krijgt meer bevoegdheden om aanvragen van nieuwe toetreders op de markt vooraf te toetsen en te handhaven met betrekking tot de financiële, technische en organisatorische kwaliteit van vergunninghoudende leveranciers. Dit houdt onder meer in dat leveranciers een voldoende adequate inkoopstrategie moeten hebben en dat zij financiële stresstesten moeten kunnen doorstaan. Daarnaast maken het vragen van een VOG en toepassing van de wet Bibob het mogelijk dat de integriteit van de aanvrager van een vergunning wordt getoetst.

Bovendien bevat de Energiewet de bevoegdheid voor de ACM om een vergunning te wijzigen of zelfs in te trekken indien de vergunninghouder (stelselmatig) de voorschriften tegen oneerlijke handelspraktijken overtreedt. Deze aanvulling maakt dat de ACM na het verlenen van een vergunning ook sterker kan optreden tegen leveranciers die deze bepalingen uit het algemene consumentenrecht (BW) overtreden.

18

Bent u voornemens de aanschaf van thuisbatterijen te bevorderen om netcongestie te bestrijden en zelfgebruik van zonnepanelenenergie te bevorderen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke termijn en wijze?

Antwoord

Het kabinet is niet voornemens om de aanschaf van thuisbatterijen te bevorderen. Momenteel wordt bij het landelijk actieprogramma netcongestie (LAN) en in het aansluitoffensief39 ingezet op de bevordering van flexibiliteit op het elektriciteitsnet. Voor kleinverbruikers gaat dit onder andere met de introductie van een Time of Use nettarief voor kleinverbruikers. Ook wordt het inzicht vergroot op waar, wanneer en hoeveel flexibiliteit nodig is om netcongestie te verzachten, onder andere in het laagspanningsnet. Op die manier kan vraag en aanbod beter op elkaar aansluiten en kan flexibiliteit effectiever worden ingezet. Hierdoor ontstaat een markt voor flexibiliteit, waardoor de propositie voor flexibiliteit geleverd door net-intensieve apparaten in het algemeen verbetert. De thuisbatterij valt daar ook onder. De thuisbatterij wordt dus gezien als een nuttige en nodige aanbieder van flexibiliteit, maar heeft vanuit het net bezien geen voorkeurspositie ten opzichte van andere apparaten die ook flexibiliteit kunnen bieden.

Daar komt bij dat het inzetten van thuisbatterijen om het zelfgebruik van zonnepanelenenergie is inderdaad gewenst, maar niet gegarandeerd. Thuisbatterijen worden ook nog ingezet om te handelen op de energiemarkten. Een subsidie kan de adoptiegraad van thuisbatterijen flink kan verhogen. Hierdoor kan op lokale kritieke punten in het net juist een hogere piek ontstaan bij verkeerd laad- of ontlaadgedrag van thuisbatterijen. Zo kan het zijn dat batterijen bijvoorbeeld massaal op een lage elektriciteitsprijs reageren en zo een eigen piek creëren. Hiermee kan netcongestie juist verergerd worden.

19

Kent u de Subsidie Thuisbatterij zoals die bestaat in de provincie Flevoland?40 Bent u van mening dat een dergelijke aanpak primair een provinciale verantwoordelijkheid is, of mogelijk beter in een landelijke aanpak vervat zou kunnen worden?

Antwoord

Ja, ik ben bekend met de Subsidie Thuisbatterij in provincie Flevoland. Provincies hebben de autonome bevoegdheid om subsidies te verstrekken zolang deze niet in strijd zijn met hogere regelgeving. Een dergelijke aanpak onder provinciale verantwoordelijkheid behoort dus tot de mogelijkheden, en een landelijke aanpak is om bovenstaande redenen niet aan de orde.


X Noot
1

De letter K heeft alleen betrekking op 27 879.

X Noot
2

Samenstelling:

Van Aelst-den Uijl (SP), Van Ballekom (VVD), Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Bovens (CDA), Crone (GroenLinks-PvdA), Dessing (FVD), Van der Goot (OPNL), Van Gurp (GroenLinks-PvdA), Holterhues (ChristenUnie), Karaaslan-Kilic (D66), Kluit (GroenLinks-PvdA) (voorzitter), Kroon (BBB), Van Langen-Visbeek (BBB) (ondervoorzitter), Van Meenen (D66), Panman (BBB), Perin-Gopie (Volt), Petersen (VVD), Prins (CDA), Van Rooijen (50PLUS), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Straus (VVD), Van Strien (PVV), Thijsssen (GroenLinks-PvdA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)

X Noot
3

Kamerstukken I 2025/26, 27 879/29 023 J.

X Noot
4

Kamerstukken I 2025/26, 27 879/29 023 J, p. 3.

X Noot
5

Kamerstukken I 2025/26, 27 879/29 023 J, p. 2.

X Noot
6

Kamerstukken I 2025/26, 27 879/29 023 J, p. 2.

X Noot
7

Kamerstukken I 2025/26, 27 879/29 023 J, p. 2.

X Noot
8

Kamerstukken I 2025/26, 27 879/29 023 J, p. 5.

X Noot
9

TNO, CE Delft, 2024 «Feitenbasis aanpassing salderingsregeling zonne-energie», p. 6, 17.

X Noot
10

AEDES, Consumentenbond, Natuur & Milieu, Vereniging Eigen Huis, Milieudefensie, Woonbond, Brief aan Tweede Kamer 16 december 2025, geraadpleegd op: Microsoft Word – 20251216 brief zonnepanelen coalitie; VNG, Vereniging Eigen Huis, Woonbond, AEDES, Brief aan Eerste Kamer 9 december 2024, geraadpleegd op: brief-aedes-vng-veh-en-woonbond-aan-commissies-voor-ezkgg-en-fin-de-eerste-kamer-tbv

X Noot
11

ACM, ACM/UIT/656339, «Terugleverkosten onder de loep», p. 15; Gerlagh, Uiterkamp, «Zon en wind zorgden voor forse verlaging in elektriciteitskosten», ESB, 109(4838), 24 oktober 2024.

X Noot
12

Kamerstukken I 2025/26, 27 879/29 023 J, p. 6.

X Noot
13

Kamerstukken I 2025/26, 27 879/29 023 J, p. 6.

X Noot
14

CBS, «Energiearmoede in 2025 gestegen naar 6,1 procent», geraadpleegd op: Energiearmoede in 2024 gestegen naar 6,1 procent | CBS

X Noot
15

Kamerstukken I 2025/26, 27 879/29 023 J, p. 3.

X Noot
16

Provincie Flevoland, Subsidie Thuisbatterijen, geraadpleegd op: Subsidie Thuisbatterijen – Provincie Flevoland

X Noot
17

Kamerstukken I 2025/26, 27 879/29 023 J, p. 3.

X Noot
18

Kamerstukken I 2025/26, 27 879/29 023 J, p. 2.

X Noot
19

Kamerstukken I 2025/26, 27 879/29 023 J, p. 2.

X Noot
20

Vergleich der Netzentgelte und Netzentgelt-systematiken in Europa für Strom https://bnetza.de/DE/Beschlusskammern/1_GZ/GBK-GZ/2025/GBK-25-01-1x3_AgNes/Downloads/Gutachten.pdf?__blob=publicationFile&v=2

X Noot
21

Kamerbrief: Indiening Sociaal Klimaatplan bij de Europese Commissie, 6 februari 2026

X Noot
22

Gedeeld met de Tweede Kamer op 13 januari, kamerstuk nr. 32 813-1465

X Noot
23

Kamerstukken I 2025/26, 27 879/29 023 J, p. 2.

X Noot
24

Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 589.

X Noot
25

Kamerstukken I 2025/26, 27 879/29 023 J, p. 5.

X Noot
26

TNO, CE Delft, 2024 «Feitenbasis aanpassing salderingsregeling zonne-energie», p. 6, 17.

X Noot
28

AEDES, Consumentenbond, Natuur & Milieu, Vereniging Eigen Huis, Milieudefensie, Woonbond, Brief aan Tweede Kamer 16 december 2025, geraadpleegd op:Microsoft Word – 20251216 brief zonnepanelen coalitie; VNG, Vereniging Eigen Huis, Woonbond, AEDES, Brief aan Eerste Kamer 9 december 2024, geraadpleegd op: brief-aedes-vng-veh-en-woonbond-aan-commissies-voor-ezkgg-en-fin-de-eerste-kamer-tbv

X Noot
30

ACM, ACM/UIT/656339, «Terugleverkosten onder de loep», p. 15; Gerlagh, Uiterkamp, «Zon en wind zorgden voor forse verlaging in elektriciteitskosten», ESB, 109(4838), 24 oktober 2024. Kamerstukken I 2025/26, 27 879/29 023 J, p. 6.

X Noot
31

Kamerstukken I 2025/26, 27 879/29 023 J, p. 6.

X Noot
32

Kamerstukken I 2025/26, 27 879/29 023 J, p. 6.

X Noot
33

ACM «Geen onredelijke prijzen Budget Thuis, Greenchoice en ENGIE.» Geraadpleegd op Geen onredelijke prijzen Budget Thuis, Greenchoice en ENGIE | ACM

X Noot
34

ACM «Geen abnormale winsten bij energieleveranciers tijdens energiecrisis.» Geraadpleegd op Geen abnormale winsten bij energieleveranciers tijdens energiecrisis – ESB

X Noot
35

CBS, «Energiearmoede in 2025 gestegen naar 6,1 procent», geraadpleegd op: Energiearmoede in 2024 gestegen naar 6,1 procent | CBS

X Noot
36

Kamerstukken I 2025/26, 27 879/29 023 J, p. 3.

X Noot
37

ACM «Geen abnormale winsten bij energieleveranciers tijdens energiecrisis.» Geraadpleegd op Geen abnormale winsten bij energieleveranciers tijdens energiecrisis – ESB

X Noot
38

Milieu Centraal Meer zonnestroom zelf verbruiken,

CE Delft, TNO Feitenbasis aanpassing salderingsregeling zonne-energie (2024)

X Noot
40

Provincie Flevoland, Subsidie Thuisbatterijen, geraadpleegd op: Subsidie Thuisbatterijen – Provincie Flevoland


X Noot
1

De letter K heeft alleen betrekking op 27 879.

X Noot
2

Samenstelling:

Van Aelst-den Uijl (SP), Van Ballekom (VVD), Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Bovens (CDA), Crone (GroenLinks-PvdA), Dessing (FVD), Van der Goot (OPNL), Van Gurp (GroenLinks-PvdA), Holterhues (ChristenUnie), Karaaslan-Kilic (D66), Kluit (GroenLinks-PvdA) (voorzitter), Kroon (BBB), Van Langen-Visbeek (BBB) (ondervoorzitter), Van Meenen (D66), Panman (BBB), Perin-Gopie (Volt), Petersen (VVD), Prins (CDA), Van Rooijen (50PLUS), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Straus (VVD), Van Strien (PVV), Thijsssen (GroenLinks-PvdA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)

X Noot
3

Kamerstukken I 2025/26, 27 879/29 023 J.

X Noot
4

Kamerstukken I 2025/26, 27 879/29 023 J, p. 3.

X Noot
5

Kamerstukken I 2025/26, 27 879/29 023 J, p. 2.

X Noot
6

Kamerstukken I 2025/26, 27 879/29 023 J, p. 2.

X Noot
7

Kamerstukken I 2025/26, 27 879/29 023 J, p. 2.

X Noot
8

Kamerstukken I 2025/26, 27 879/29 023 J, p. 5.

X Noot
9

TNO, CE Delft, 2024 «Feitenbasis aanpassing salderingsregeling zonne-energie», p. 6, 17.

X Noot
10

AEDES, Consumentenbond, Natuur & Milieu, Vereniging Eigen Huis, Milieudefensie, Woonbond, Brief aan Tweede Kamer 16 december 2025, geraadpleegd op: Microsoft Word – 20251216 brief zonnepanelen coalitie; VNG, Vereniging Eigen Huis, Woonbond, AEDES, Brief aan Eerste Kamer 9 december 2024, geraadpleegd op: brief-aedes-vng-veh-en-woonbond-aan-commissies-voor-ezkgg-en-fin-de-eerste-kamer-tbv

X Noot
11

ACM, ACM/UIT/656339, «Terugleverkosten onder de loep», p. 15; Gerlagh, Uiterkamp, «Zon en wind zorgden voor forse verlaging in elektriciteitskosten», ESB, 109(4838), 24 oktober 2024.

X Noot
12

Kamerstukken I 2025/26, 27 879/29 023 J, p. 6.

X Noot
13

Kamerstukken I 2025/26, 27 879/29 023 J, p. 6.

X Noot
14

CBS, «Energiearmoede in 2025 gestegen naar 6,1 procent», geraadpleegd op: Energiearmoede in 2024 gestegen naar 6,1 procent | CBS

X Noot
15

Kamerstukken I 2025/26, 27 879/29 023 J, p. 3.

X Noot
16

Provincie Flevoland, Subsidie Thuisbatterijen, geraadpleegd op: Subsidie Thuisbatterijen – Provincie Flevoland

X Noot
17

Kamerstukken I 2025/26, 27 879/29 023 J, p. 3.

X Noot
18

Kamerstukken I 2025/26, 27 879/29 023 J, p. 2.

X Noot
19

Kamerstukken I 2025/26, 27 879/29 023 J, p. 2.

X Noot
20

Vergleich der Netzentgelte und Netzentgelt-systematiken in Europa für Strom https://bnetza.de/DE/Beschlusskammern/1_GZ/GBK-GZ/2025/GBK-25-01-1x3_AgNes/Downloads/Gutachten.pdf?__blob=publicationFile&v=2

X Noot
21

Kamerbrief: Indiening Sociaal Klimaatplan bij de Europese Commissie, 6 februari 2026

X Noot
22

Gedeeld met de Tweede Kamer op 13 januari, kamerstuk nr. 32 813-1465

X Noot
23

Kamerstukken I 2025/26, 27 879/29 023 J, p. 2.

X Noot
24

Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 589.

X Noot
25

Kamerstukken I 2025/26, 27 879/29 023 J, p. 5.

X Noot
26

TNO, CE Delft, 2024 «Feitenbasis aanpassing salderingsregeling zonne-energie», p. 6, 17.

X Noot
28

AEDES, Consumentenbond, Natuur & Milieu, Vereniging Eigen Huis, Milieudefensie, Woonbond, Brief aan Tweede Kamer 16 december 2025, geraadpleegd op:Microsoft Word – 20251216 brief zonnepanelen coalitie; VNG, Vereniging Eigen Huis, Woonbond, AEDES, Brief aan Eerste Kamer 9 december 2024, geraadpleegd op: brief-aedes-vng-veh-en-woonbond-aan-commissies-voor-ezkgg-en-fin-de-eerste-kamer-tbv

X Noot
30

ACM, ACM/UIT/656339, «Terugleverkosten onder de loep», p. 15; Gerlagh, Uiterkamp, «Zon en wind zorgden voor forse verlaging in elektriciteitskosten», ESB, 109(4838), 24 oktober 2024. Kamerstukken I 2025/26, 27 879/29 023 J, p. 6.

X Noot
31

Kamerstukken I 2025/26, 27 879/29 023 J, p. 6.

X Noot
32

Kamerstukken I 2025/26, 27 879/29 023 J, p. 6.

X Noot
33

ACM «Geen onredelijke prijzen Budget Thuis, Greenchoice en ENGIE.» Geraadpleegd op Geen onredelijke prijzen Budget Thuis, Greenchoice en ENGIE | ACM

X Noot
34

ACM «Geen abnormale winsten bij energieleveranciers tijdens energiecrisis.» Geraadpleegd op Geen abnormale winsten bij energieleveranciers tijdens energiecrisis – ESB

X Noot
35

CBS, «Energiearmoede in 2025 gestegen naar 6,1 procent», geraadpleegd op: Energiearmoede in 2024 gestegen naar 6,1 procent | CBS

X Noot
36

Kamerstukken I 2025/26, 27 879/29 023 J, p. 3.

X Noot
37

ACM «Geen abnormale winsten bij energieleveranciers tijdens energiecrisis.» Geraadpleegd op Geen abnormale winsten bij energieleveranciers tijdens energiecrisis – ESB

X Noot
38

Milieu Centraal Meer zonnestroom zelf verbruiken,

CE Delft, TNO Feitenbasis aanpassing salderingsregeling zonne-energie (2024)

X Noot
40

Provincie Flevoland, Subsidie Thuisbatterijen, geraadpleegd op: Subsidie Thuisbatterijen – Provincie Flevoland

Naar boven