27 858 Gewasbeschermingsbeleid

Nr. 393 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 6 juli 2017

Hierbij informeer ik u, mede namens de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, over de uitvoering van het intrekken van toelatingen die gebaseerd zijn op de Regeling Uitzondering Bestrijdingsmiddelen (RUB-toelatingen).

Op 1 februari 2012 heeft het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) aangekondigd alle zogenoemde RUB-toelatingen (categorie I en II) in te trekken met ingang van 1 juli 2012, omdat deze toelatingen in strijd zijn met de huidige regelgeving (Stcrt. 2012, nr. 2007). Deze aankondiging leidde tot zienswijzen van maatschappelijke organisaties en ondernemingen en vragen vanuit uw Kamer.

Deze zienswijzen en vragen richtten zich op het volgende:

  • onvoldoende duidelijkheid over de criteria voor laag-risicostoffen;

  • onvoldoende duidelijkheid over het precieze onderscheid tussen laag-risicostoffen en basisstoffen;

  • de termijn waarop de Europese Commissie duidelijkheid kan verschaffen hierover.

De Europese Commissie heeft recent duidelijkheid verschaft over de criteria voor laag-risicostoffen, waardoor het onderscheid tussen laag-risicostoffen en basisstoffen duidelijk is. Er zijn inmiddels 12 goedgekeurde basisstoffen in de Europese Unie en zes toegelaten laag-risicomiddelen in Nederland. Dit aantal zal de komende tijd toenemen.

Ik heb daarom samen met de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu het Ctgb gevraagd de uitvoering van het intrekken van de zogenoemde RUB-toelatingen te starten. Het Ctgb zal daartoe medio dit jaar het plan van aanpak «RUB-toelatingen in lijn brengen met de EU-wetgeving» voor consultatie voorleggen (www.ctgb.nl/consultatie).

Dit plan van aanpak zal ertoe leiden dat RUB-toelatingen, waarvoor een reguliere goedkeuring/toelating ingediend wordt, de status RUB-toelating behouden gedurende de looptijd van de toelatingsprocedure. Voor de overige stoffen/middelen geldt een respijttermijn voor afleveren tot en met 30 juni 2018 en een respijttermijn voor gebruik tot en met 30 juni 2019. Dit is in lijn met het Besluit respijttermijnen van het Ctgb.

Daarnaast is het Ctgb gevraagd de status te verduidelijken van producten, die genoemd zijn in categorie III van de RUB, omdat hierover vanuit de praktijk vragen kwamen. Deze producten hebben geen van rechtswege toelating voor het gebruik als gewasbeschermingsmiddel of biocide. Dit betekent dat deze producten pas mogen worden gebruikt als daarvoor een toelating is verstrekt door het Ctgb.

Het Ctgb zal uiterlijk op 2 april 2018 een besluit publiceren met producten die de status RUB-toelating behouden gedurende de looptijd van de toelatingsprocedure.

De Staatssecretaris van Economische Zaken, M.H.P. van Dam

Naar boven