Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201527858 nr. 323

27 858 Gewasbeschermingsbeleid

Nr. 323 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 10 juli 2015

Hierbij ontvangt u mijn invulling van enkele moties en toezeggingen die ik u gedaan heb in verschillende, recent gevoerde debatten over gewasbeschermingsmiddelen.

Moties

Informeren omwonenden

De aangenomen motie van het lid Leenders (Kamerstuk 27 858, nr. 291) verzoekt de regering, in overleg met de sector te treden om te komen tot een betere vorm van informatieverschaffing naar omwonenden over toepassing van metam-natrium, waarmee zij de kans krijgen maatregelen te nemen tegen eventuele negatieve effecten op hun gezondheid, en daarover de Kamer te informeren.

Ik heb een goed gesprek gehad met LTO Nederland over het informeren van omwonenden over het gebruik van metam-natrium. Er zijn op dit moment – gezien de toepassingsvoorwaarden op het etiket – maar enkele loonwerkersbedrijven die metam-natrium kunnen toepassen. Deze bedrijven weten wanneer ze metam-natrium daadwerkelijk gaan toepassen op een perceel, waarvoor beoogde toepassing is gemeld. Ik heb LTO Nederland gevraagd in gesprek te gaan met de loonwerkersbedrijven en mij te informeren over de uitkomst daarvan. Ik zal uw Kamer daarover nader informeren.

Basisstoffen

De aangenomen motie van de leden Dik-Faber en Dijkgraaf (Kamerstuk 27 858, nr. 287) verzoekt de regering zich, in overleg met LTO en Bionext, in Europees verband in te zetten voor een versnelling van de registratie van basisstoffen, waarbij de registraties van specifieke basisstoffen en de daarmee gepaard gaande lasten tussen landen worden verdeeld.

Met Bionext en LTO Nederland hebben meerdere overleggen plaatsgevonden over basisstoffen. Voor goedkeuring van een stof als basisstof op EU-niveau, dient een aanvraag te worden ingediend bij de Europese Commissie. Op verzoek van Nederland zal de Europese Commissie, zoals het er nu naar uitziet, dit najaar drie pilots starten voor de goedkeuring van basisstoffen. In overleg met Bionext en LTO Nederland zijn voor de pilots stoffen aangedragen die voor de reguliere en biologische teelt in Nederland interessant zijn vanwege een gewasbeschermende toepassing. Voor het indienen van aanvragen (in of buiten de pilots om) staat de sector zelf aan de lat. De rijksoverheid faciliteert, maar neemt niet het initiatief.

Toezeggingen

Actieplan «Schoner, Groener, Beter!»

Ik heb uw Kamer toegezegd u te informeren over de resultaten van het gesprek met LTO Nederland over het actieplan «Schoner, Groener, Beter!» (Kamerstuk 27 858, nr. 297).

Ik waardeer de bijdrage die LTO Nederland met dit actieplan wil leveren aan de versnelling van de vergroening en aan het realiseren van de doelstellingen in de nota «Gezonde Groei, Duurzame Oogst».

Ik heb een goed gesprek gehad met LTO Nederland over het actieplan. We hebben hierin gesproken over de inzet op hoofdlijnen en over de aanvullende inzet van de verschillende sectoren hierop. De inzet van sommige sectoren beperkt zich slechts tot de hoofdlijnen. Ik heb LTO Nederland daarom gevraagd het plan voor deze sectoren aan te vullen met specifieke maatregelen. Daarnaast hebben we gesproken over de wijze waarop de doelstellingen zijn geformuleerd. Deze dienen uiteraard zo SMART mogelijk gemaakt te worden. De voortgang van het actieplan zal worden besproken in het Platform Duurzame Gewasbescherming.

Arbeidsomstandigheden agrarische sector

Ik heb uw Kamer toegezegd met de Minister van Sociale Zaken in gesprek te gaan over de arbeidsomstandigheden van boeren en tuinders in de (glas)tuinbouwsector, met name gericht op de lage naleving van de verplichting tot risico-inventarisatie en -evaluatie van de naleving van arbeidsomstandigheden en u over de uitkomst daarvan te informeren (Kamerstuk 27 858, nr. 210).

Het programma van de inspectie SZW is gebaseerd op risicoanalyses. Dit betekent dat er regelmatig inspectieprojecten worden uitgevoerd in de landbouw (bedekte en onbedekte teelten). Hierbij wordt onder meer gekeken naar risico’s op blootstelling aan gevaarlijke stoffen, waaronder gewasbeschermingsmiddelen. De inspectie SZW werkt hierbij samen met andere overheidsdiensten, waaronder de NVWA.

De Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving (WAHSS), die op 1 januari 2013 in werking is getreden, heeft geleid tot het beschikbaar komen van meer en zwaardere instrumenten rondom de Arbowet. U kunt hierbij denken aan: hogere boetes, hogere straffen bij herhaalde overtreding, stilleggen van bedrijfsonderdelen en een last onder dwangsom.

Grofmaziger systeem toelatingen sierteelt

Ik heb uw Kamer toegezegd te kijken of we meer logica kunnen brengen in de toelatingssystematiek op Europees en nationaal niveau. Dit in reactie op de aangehouden motie van het lid Geurts waarin de regering wordt verzocht om samen met het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden een op de grote diversiteit van de sierteeltsectoren gerichte, grofmazigere toelatingssystematiek uit te werken voor de sierteelt.

Ik heb uw Kamer op 12 mei 2015 op hoofdlijnen geïnformeerd over de harmonisatie, het gelijke speelveld tussen EU-lidstaten, de verschillen tussen de lidstaten en mijn voorgenomen acties om het harmonisatieproces waar mogelijk te versnellen (Kamerstuk 27 858, nr. 310). Ook voor de problematiek, die lid Geurts schetst, geldt dat de huidige toelatingssystematiek al mogelijkheden biedt in te spelen op de grote diversiteit aan gewassen binnen bepaalde sectoren, zoals de sierteelt.

De toelatinghouder heeft de mogelijkheid een aanvraag in te dienen voor het in Nederland op de markt brengen van een gewasbeschermingsmiddel voor één gewas, meerdere gewassen, een (sub)gewasgroep en een teeltgroep (zie «Definitielijst toepassingsgebieden gewasbeschermingsmiddelen» op de website van het Ctgb). Deze aanvraag moet in principe per gewas onderbouwd worden met onder andere informatie over de werkzaamheid en de gewasveiligheid van het gewasbeschermingsmiddel. Deze informatie moet op grond van onderzoek zijn verkregen. Om te voorkomen dat de toelatinghouder een veelheid aan (kostbare) onderzoeken moet uitvoeren bij een aanvraag voor meerdere gewassen, bestaat de mogelijkheid gebruik te maken van extrapolatie (zie «Mogelijkheden van extrapolatie van werkzaamheid en gewasveiligheid van gewasbeschermingsmiddelen» op de website van het Ctgb). Dit kan betekenen dat voor een toelatingsaanvraag in bijvoorbeeld de gewasgroep bloembol- en knolgewassen de informatie over de werkzaamheid en gewasveiligheid van de gewassen tulp, lelie en gladiool als uitgangspunt wordt genomen voor andere gewassen. Nederland is overigens één van de weinige landen die een uitgewerkt extrapolatiedocument heeft en loopt hiermee voorop.

Mijn inzet is er in eerste instantie op gericht de «Definitielijst toepassingsgebieden gewasbeschermingsmiddelen» en de «Mogelijkheden van extrapolatie van werkzaamheid en gewasveiligheid van gewasbeschermingsmiddelen» onder de aandacht te brengen van de andere lidstaten en te streven naar harmonisatie. Daarnaast zal het Ctgb bezien of het vooruitlopend op de harmonisatie de mogelijkheden van extrapolatie kan verruimen.

De Staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. Dijksma