Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201527858 nr. 318

27 858 Gewasbeschermingsbeleid

Nr. 318 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 22 juni 2015

Tijdens de Regeling van Werkzaamheden van 19 mei 2015 (Handelingen II 2014/15, nr. 84, item 11) heeft uw Kamer mij verzocht om een brief over handhaving via het strafrecht van de door mijn Ministerie van de voormalige bedrijfslichamen overgenomen teeltvoorschriften. Hieronder vindt u mijn reactie.

Zoals verwoord in mijn brief van 24 februari 2015 is bij de overname van taken van de voormalige bedrijfslichamen zoveel mogelijk aangesloten bij het stelsel van de wet die de grondslag biedt om de desbetreffende taak over te nemen. Voor wat betreft handhaving betekent dit dat de handhavingsinstrumenten worden ingezet waarin de desbetreffende wet voorziet.

De teeltvoorschriften zijn ondergebracht onder de Plantenziektenwet en de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005. Deze wetten bieden de volgende bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhavingsinstrumenten: last onder dwangsom, last onder bestuursdwang en sancties op basis van de wet op de economische delicten (WED). Beschikbare sancties voor economische delicten zijn hechtenis van ten hoogste 6 maanden, taakstraf of een geldboete van de vierde categorie.

Kortom, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) heeft een keuze uit bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhavingsinstrumenten. Op basis van ervaringen in het verleden, ook met andere voorschriften onder deze wetten, is het de verwachting dat een meerderheid van de gevallen bestuursrechtelijk afgehandeld kan worden via last onder dwangsom of last onder bestuursdwang. In enkele gevallen zal gehandhaafd worden via de WED ofwel strafrecht. Indien toch gekozen wordt voor strafrechtelijke handhaving, dan wordt naar verwachting een boete opgelegd.

Handhaving via de WED kan resulteren in een aantekening in het justitieel documentatiesysteem. Vaak wordt hierbij een link gelegd met de Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG). Een aantekening in het justitieel documentatiesysteem betekent echter niet per definitie dat de desbetreffende ondernemer geen VOG zal ontvangen. Per geval wordt namelijk beoordeeld of er sprake is van strafbare feiten die relevant zijn voor het doel waarvoor de verklaring is aangevraagd.

Op basis van het bovenstaande in combinatie met het feit dat het handhavingsinstrumentarium al jaren probleemloos wordt ingezet voor andere voorschriften onder de Plantenziektenwet en de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005, zie ik thans geen aanleiding om een systeem van bestuurlijke boetes te introduceren in deze wetgeving. Wel zal ik de NVWA verzoeken om de praktische gevolgen van deze voor de desbetreffende teeltvoorschriften nieuwe handhavingssystematiek te monitoren en in overleg te blijven met de sector. Indien de monitoring hiervoor aanleiding geeft, zal ik de introductie van het systeem van bestuurlijke boetes overwegen.

Het bovenstaande is 10 juni jongstleden besproken met de Brancheorganisatie Akkerbouw. Ik heb er dan ook alle vertrouwen dat wij samen met de sector op de ingeslagen weg verder kunnen en dat we elkaar weten te vinden als zou blijken dat zich onbedoelde neveneffecten voordoen.

De Staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. Dijksma