Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201227858 nr. 104

27 858 Gewasbeschermingsbeleid

Nr. 104 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 maart 2012

Hierbij doe ik u, mede namens de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, mijn antwoord toekomen op het verzoek van de vaste commissie voor Economische Zaken, Landbouw en Innovatie inzake het bericht van Europol over de snelle toename van de handel in illegale en namaak («counterfeit») gewasbeschermingsmiddelen.

Illegale en namaak («counterfeit») gewasbeschermingsmiddelen

Op dit moment is niet bekend hoeveel «counterfeit» in Nederland wordt geïmporteerd: er zijn nauwelijks gevallen van (import van) counterfeit middelen op de Nederlandse markt bekend.

Wel kent de NVWA signalen uit omringende landen met betrekking tot (doorvoer van) van counterfeit middelen en de rol van Nederland als doorvoerhaven. Circa 80% van de alle Europese import van gewasbeschermingsmiddelen komt via Nederland de EU binnen. Zowel import als doorvoer worden gecontroleerd door de NVWA. Doorvoer wordt gecontroleerd op basis van meldingen van inspectiedienstenuit Duitsland, Engeland, België, Frankrijk, Oostenrijk en Griekenland. Gelet op het belang van een effectieve bestrijding van counterfeit zullen de controles vanaf dit jaar meer structureel plaatsvinden op basis van risicoprofielen die zijn opgesteld met behulp van de Douane.

In 2011 is een convenant met de Douane van kracht geworden zodat verdergaande samenwerking op dit terrein mogelijk is. Inspectie voor de Leefomgeving en Transport (ILR), Douane en NVWA werken zoveel mogelijk samen om import van counterfeit tegen te gaan. Producenten van gewasbeschermingsmiddelen hebben groot belang bij het bestrijden van counterfeit. Nefyto, de brancheorganisatie van deze producenten, heeft toegezegd al het mogelijke te doen om de inspectiediensten te ondersteunen bij de bestrijding van (import) van counterfeit.

Naast counterfeit kan ook sprake zijn van import van illegale (niet in Nederland toegelaten) gewasbeschermingsmiddelen. De NVWA is betrokken bij het in gebruik nemen van een RAS systeem (Rapid Alert System) voor vermoedelijke illegale gewasbeschermingsmiddelen. Dit systeem zal binnenkort online gaan en werkt onder auspiciën van de OECD en is opgezet om partijen niet-toegelaten gewasbeschermingsmiddelen te kunnen volgen vanaf het punt waar ze de EU binnenkomen tot de plaats van bestemming binnen de lidstaten.

Toelating middelen kleine teelten

Voorts hebt u verzocht om de stand van zaken over de toelating van gewasbeschermingsmiddelen voor kleine teelten.

Toelatingen op het gebied van kleine toepassingen en voor zogenaamde «kleine» (gespecialiseerde, veelal hoogwaardige) teelten kunnen bij het College toelating gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) worden aangevraagd. Dat gebeurt door producenten van gewasbeschermingsmiddelen, maar kan ook door belanghebbenden worden gedaan, bijvoorbeeld de telerorganisaties. Zonder aanvraag om toelating kan er geen beoordeling plaatsvinden en ook geen toelating worden gerealiseerd.

De aanvragen voor deze toelatingen kunnen op de volgende wijzen plaatsvinden:

  • 1. De aanvraag kan meelopen met een aanvraag voor een «hoofdtoelating» in een grotere teelt. Dit gebeurt door de toelatinghouder zelf. De stand van zaken, aantallen en de planning hiervan is niet openbaar, het gaat om bedrijfsgevoelige vertrouwelijke informatie.

  • 2. Uitbreidingsaanvragen van een hoofdtoelating. Dit gebeurt veelal door belanghebbenden, zoals een telerorganisatie of de teeltsector. Een specifieke vorm van deze toelatingsaanvraag is de Vereenvoudigde Uitbreidingsaanvraag (VUG), die nog zijn aangevraagd onder de oude Richtlijn 91/414. Het gaat volgens informatie van het Ctgb om 26 uitbreidingsaanvragen die óf door de sector óf door de industrie zijn aangevraagd. De aanvragen betreffen 26 verschillende middelen voor in totaal ongeveer 100 kleine toepassingen. Voor circa de helft van deze aanvragen is een Ctgb-besluit vóór de zomer gepland.

  • 3. Ook wederzijdse erkenningen van toelatingen van andere EU lidstaten behoren tot de mogelijkheid, mits deze worden aangevraagd bij het Ctgb. Het Ctgb laat weten dat het aantal aanvragen voor kleine toepassingen momenteel 3 is.

  • 4. Tot 13 juni 2011 was er de mogelijkheid geboden om een Dringend Vereist Gewasbeschermingsmiddel, DVG, aan te vragen. Een DVG loopt slechts tot aan het moment dat er een reguliere toelating is verkregen en is overigens met de komst van de nieuwe EU Verordening niet meer mogelijk. Het gaat volgens het Ctgb in totaal om 11 middelen met 14 verschillende toepassingen in DVG’s die zijn toegekend. Elk jaar wordt door de toelatingsautoriteit en de NVWA nagegaan of het DVG kan komen te vervallen door bijvoorbeeld de realisatie van een reguliere toelating. In principe lopen 8 DVG’s tot 2014, 1 DVG tot 2013 en 2 DVG’s tot en met 2012.

  • 5. Daarnaast zijn er ook nog tijdelijke toelatingen voor noodsituaties in teelten gedurende maximaal 120 dagen, de zogenaamde vrijstellingen conform artikel 38 van de Wet Gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Op dit moment zijn 10 vrijstellingen aangevraagd, deze zijn in behandeling en worden volgens planning voor juni 2012 afgehandeld.

Het blijft een uitdaging om voldoende toelatingen van middelen op het gebied van de kleine toepassingen te realiseren. Knelpunten op dit vlak moeten doorlopend door de sector in kaart worden gebracht. Vervolgens moeten oplossingsrichtingen gezocht worden met producenten van «biologische» en «chemische» middelen. Daarna komt het aan op een efficiënte toelating door de overheid. Om dit proces te bevorderen heeft het bedrijfsleven (middelenfabrikanten en land- en tuinbouworganisatie) samen met de overheid een instrumentarium beschikbaar gesteld. Dit komt samen in het «Expert Centre Speciality Crops» (ECSC). Dit ECSC is één van de showcases die de topsector «Tuinbouw en Uitgangsmateriaal» presenteert in haar uitvoeringsagenda.

Het ECSC heeft sinds kort een stappenplan ontwikkeld om te bespoedigen dat alle mogelijkheden worden benut om gewasbescherming duurzaam (duurzamere teeltsystemen en bredere alternatieve oplossingen) te maken en een effectief middelen- en maatregelenpakket te realiseren voor de hoogwaardige gespecialiseerde teelten. Eerst worden alle knelpunten in kaart gebracht, daarna wordt bepaald wanneer welke knelpunten aandacht behoeven en op welke termijn oplossingen realiseerbaar zijn. Dat kan gaan om perspectiefvolle nieuwe middelen, maar vaak is eerst onderzoek en innovatie noodzakelijk om de knelpunten op te lossen. In elk geval ontstaat er straks een gezamenlijke concrete knelpuntenagenda die door de stakeholders gestructureerd en voortvarend opgepakt zal gaan worden.

Daarnaast is door de sector en producenten van middelen samen met mij heel concreet aan knellende gewasbeschermingproblematiek gewerkt zoals die zich bijvoorbeeld in de rozenteelt voordoet. Daar zijn al twee middelen, één tegen meeldauw en één tegen tripsen in de pijplijn en wordt naar verwachting voor de zomer 2012 over een toelating besloten. Ik heb u hierover geïnformeerd in de mijn brief van 10 februari jl. (32 627, nr. 4).

Versnelling toelating kleine teelten Ctgb

Ten behoeve van een snelle afhandeling van aanvragen voor kleine toepassingen en laag risicomiddelen is bij het Ctgb een expertteam gevormd dat prioritair op deze taken ingezet wordt. Daarnaast is binnen de ruimte die de Europese verordening biedt, om speciale maatregelen te nemen om de toelating voor kleine toepassingen te faciliteren, een vereenvoudigde toelatingsprocedure ontwikkeld. Het toelatingsproces wordt hiermee aanzienlijk versneld. Besluitvorming over alle volledige aanvragen voor dergelijke middelen die voor 14 juni 2011 zijn ingediend wordt uiterlijk eind april 2012 afgerond, m.u.v. aanvragen die door de toelatinghouder zijn uitgesteld, dan wel wachten op vaststelling van een Europese Residulimiet. Nieuwe aanvragen die volledig zijn, worden binnen de vastgestelde termijnen afgehandeld.

Voor aanvragen die via de vereenvoudigde toelatingsprocedure administratief kunnen worden afgehandeld is dit 16 weken, voor inhoudelijk te beoordelen aanvragen is dit 28 weken.

De staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, H. Bleker