Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201232627 nr. 4

32 627 Glastuinbouw

Nr. 4 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 10 februari 2012

Tijdens het algemeen overleg Tuinbouw van 1 februari 2012 heeft de vaste commissie voor Economische Zaken, Landbouw en Innovatie mij verzocht de openstaande vragen uit de eerste termijn schriftelijk beantwoorden. De gestelde vragen en de bijbehorende antwoorden stuur ik u hierbij toe.

CDA

Over de ambities van de topsector geen kwaad woord, maar het realiseren van deze ambities is niet zo maar een gegeven. Er zijn nog heel wat appeltjes te schillen en gezien de situatie waarin de sector verkeert moet dat snel. Anders zijn er straks geen primaire bedrijven meer die de ambities van de topsector waar kunnen maken. De staatssecretaris heeft dus al een visie voor de tuinbouw aangekondigd. Naar mening van de leden van de CDA-fractie dient een dergelijke visie a la het verbond van Den Bosch opgesteld te worden om deze vervolgens door een regiegroep met CEO’s, maar ook mensen uit de praktijk te laten uitwerken. Met als doel een verdienmodel te ontwikkelen welke goed voor boer, milieu en economie is en antwoord geeft op de vraagstukken rondom milieu, ruimte en arbeid. Vervolgens moet de transitie richting het nieuwe verdienmodel passen bij investeringsritme van de sector/ bedrijven. De leden van de CDA-fractie zouden op de agenda van de visie de volgende agendapunten willen zien, te weten: 1. Vermarkten van product én sector zelf, 2. Versterking Ondernemerschap en Ketenstructuren, 3. Ruimte voor bedrijven: wijkers en blijvers, 4. No nonsens milieubeleid en 5. Veredeling kansen en bedreigingen in beeld. Graag reactie van de staatssecretaris.

Het is zaak om het Nederlandse model, te weten instrumenteel door de gouden driehoek en qua richting door inzet op verwaarding in opkomende markten, te vergroten en de verhoging van voedselproductie elders ten dienst te staan.

De overheid kan ondernemers hierbij faciliteren. Graag een reactie van de staatssecretaris.

Zoals ik in het debat heb aangegeven is de tuinbouwsector in mijn ogen een topsector. Maar de sector is ook kwetsbaar; de EHEC crisis heeft dat vorig jaar aangetoond. En ondanks een slecht 2011 zie ik toekomst voor deze topsector. Voor die duurzame toekomst is in de sector wel een omslag nodig, een omslag naar een nieuw en op de markt gericht verdienmodel en het sluiten van de ketens. Dat nieuwe verdienmodel moet ook in internationaal verband worden bekeken. Internationaal ondernemerschap zowel binnen Europa als daarbuiten om de afzetmarkt te vergroten en de internationale marktpositie te versterken. Dat zijn aspecten die ik nader in mijn toekomstvisie wil uitwerken.

Naast marketingconcepten, is het vermarkten van de sector zelf ook van groot belang. Hiervoor is een evaluatie van de communicatie tijdens de EHEC-crisis nodig, wanneer is die gepland?

Het Productschap Tuinbouw (PT) heeft een procesevaluatie uitgevoerd na afloop van de EHEC crisis. Daarin is ook de communicatie meegenomen zoals die door het crisisteam is uitgevoerd. Het ministerie van EL&I maakte onderdeel uit van het crisisteam en was daardoor aangesloten. Deze evaluatie is vorig jaar afgerond en beschikbaar via de website van het PT.

Uit de communicatie-tsunami bleek dat je met de correcte informatie vertellen, nog geen afzetmarkt kan herstellen. Hoe kijkt de staatssecretaris in dit kader aan tegen de roep van de sector om financiële steun voor het project Faceability?

Of ziet de staatssecretaris meer in de ontwikkeling welke het Voedingscentrum voorstaat? Met zijn voortschrijdend inzicht kan zij gericht communiceren

(Gifwijzer/Milieudefensie voorbeeld). Graag een reactie van de staatssecretaris.

Het project Facebility is een showcase in de uitvoeringsagenda van de topsector tuinbouw en uitgangsmaterialen en zal worden meegenomen bij de vertaling daarvan in een innovatiecontract.

Faciliteer de tuinbouwketen bij de omslag van vakmanschap naar ondernemerschap. Met tools om in te kunnen spelen op het onzekere handelsklimaat met meer volatiliteit en risico’s (op terreinen zoals goed werkgeverschap, inschakelen van adviseurs, creëren van financiële buffers/ spreiden van risico’s, inschatten van markten ed). Bijvoorbeeld door: Opheffen strijdigheid GMO- en mededingingsregels: de mededingingsregels verhinderen dit en stonden een snel herstel bij de EHEC-crisis in de weg. Graag een reactie van de staatssecretaris.

De wens van de sector groenten en fruit om meer samen te werken om een betere marktpositie te verkrijgen ondersteun ik.

Binnen de GMO groenten en fruit zijn hier ook mogelijkheden voor die verder gaan dan een producentenorganisatie. Ik denk hierbij aan de vorming van een Unie van Producentenorganisaties. Aanpassingen in de GMO groenten en fruit zullen er nooit toe leiden dat mededingingsregels niet meer van toepassing zullen zijn.

Voor wat betreft uw vraag over strijdigheden tussen de GMO groente en fruit en mededingingsregels; ik verneem graag van u waar precies de tegenstrijdigheden in beide regelgevingen zouden zitten, dan kan ik mijzelf actief inzetten om deze tegenstrijdigheden voor zover mogelijk weg te nemen.

Is de staatssecretaris bereid om een regeling te creëren dat telers die gecertificeerde uitzendbureaus inschakelen gegarandeerd gevrijwaard blijven van aansprakelijkheid, mits ze zelf aan een aantal minimumeisen voldaan hebben?

Het helpt hierbij als kwekers de eis van NEN 4400–1 gecertificeerde arbeid opnemen in hun kwaliteitskeurmerken.

En, hieraan toevoegend, de vraag van de SGP:

Verschillende tuinders hebben problemen met malafide uitzendbureaus en forse naheffingen op grond van de Wet Ketenaansprakelijkheid, terwijl ze hun best gedaan hebben. Dat hakt erin. Ondermeer tuinders hebben een vrijwaring nodig voor degelijk gecertificeerde uitzendbureaus, zodat ze niet onverwachts geconfronteerd kunnen worden met forse naheffingen. Wil de staatssecretaris probleem en oplossing bij minister Kamp aankaarten?

Het is een goede zaak als tuinders voor inleen van arbeid werken met gecertificeerde uitzendbureaus. Als er dan toch overtredingen geconstateerd worden van de Wet arbeid vreemdelingen kan de Inspectie SZW de boete met 25 % verlagen. Overigens kan de inlener zich vrijwaren door ook zelf de identiteitsbewijzen van ingeleend personeel te controleren.

Deelt de staatssecretaris de mening dat sanering een tijdige keuze voor bedrijfsbeëindiging mogelijk maakt en meerdere doelen tegelijk kan dienen (duurzaamheid, herstructurering, ruimen verspreid liggend glas, brijnproblematiek)? Deelt de staatssecretaris de mening dat overheden op verschillende niveaus de sector hierbij kunnen faciliteren? Zo ja, op welke wijze? De staatssecretaris heeft aangegeven creatief te zijn ter bevordering van de modernisering van het teeltareaal, op welke wijze is hij dit van plan? Welke pro- en contra’s zijn er ten aanzien van het idee van Stallingsbedrijf Glastuinbouw Nederland?

Primair is bedrijfsbeëindiging een bedrijfsaangelegenheid. De facilitering van ruimtelijke ontwikkeling is verder primair een taak van provincies en gemeenten. Het is aan hen om daarvoor instrumenten te ontwikkelen en in te zetten.

Het Stallingsbedrijf Glastuinbouw Nederland is een mogelijk instrument maar gezien staatssteunaspecten is steun van overheidszijde niet opportuun.

Zoals ik in het AO van 1 februari 2012 heb aangegeven wil ik samen met het bedrijfsleven, de banken en de decentrale overheden creatief kijken naar mogelijkheden voor modernisering van het teeltareaal.

De leden van de CDA-fractie zien als mogelijk knelpunt van de glastuinbouwsector de beschikbaarheid van goed en bruikbaar water. Deelt de staatssecretaris de mening dat het goed is om regenwateropslag/ goede gietwatervoorziening te koppelen aan de emissie?

Ja, dat gebeurt nu al.

Verder maken de leden van de CDA-fractie zich zorgen over de beschikbaarheid van gewasbeschermingsmiddelen. Naar de mening van deze leden zijn er een tweetal zaken waar deze staatssecretaris de lans voor moet breken, te weten:

  • 1. Evaluatie van de verordening met als doel zonale toelating doorvoeren.

    Nog altijd moeten toelatinghouders (producenten van de gewasbeschermingsmiddelen)

    in Nederland toelating aanvragen voor de in andere lidstaten al toegelaten middelen. Het werkt niet zo dat Nederland zomaar een toelating kan afgeven, zonder dat een producent dat wil. Producenten calculeren. Veel kleine teelten zoals rozen en druiven (wijnbouw) zijn hier de dupe van. Ongewenst dus. Taak voor de staatssecretaris om zo spoedig mogelijk maar in elk geval bij de evaluatie dit punt naar voren te brengen. Graag een reactie van de staatssecretaris.

Bij de omzetting van de Richtlijn 91/414/EEG naar de EU Verordening 1107/2009 is gekozen voor een zonale beoordeling van middelen in 3 zones i.p.v. een nationale beoordeling in 27 lidstaten. Hiermee is een flinke stap gezet in de harmonisering van de beoordeling van gewasbeschermingsmiddelen. De toelating is echter nog steeds nationale zaak, mede omdat er op nationaal niveau in de toepassingen van middelen verschillen kunnen zijn, die in de toelating moeten worden meegenomen.

Het is wel zo dat na de zonale beoordeling en de toelatingsbeslissing van de rapporterende lidstaat, de beoordelende instanties in de lidstaten waar eveneens aanvraag is gedaan, verplicht zijn de aanvragen binnen 120 dagen te beoordelen en een beslissing te nemen.

Bij de eerste evaluatie van de Verordening 1 107 in 2014, zal zeker het zonale beoordelingsysteem uitvoerig aan de orde komen. Ik zal mij er tot die tijd voor inzetten dat dit proces zo efficiënt mogelijk gebeurt.

2. Beschikbaarheid gewasbeschermingsmiddelen voor kleine teelten.

Veel van de teelten in Nederland vallen onder het kopje kleine teelten voor de industrie, dus commercieel niet interessant. Echter in het kader van duurzaamheid is het beter om gerichter en minder middelen te gebruiken dan ongericht en veel. Is de staatssecretaris bereid om de producenten de spiegel voor te houden?

Boeren en tuinders hebben een verantwoordelijkheid voor de gewasbescherming in hun teelten: als zij besluiten tot een teelt over te gaan, dan moeten zij zich er van tevoren van vergewissen dat de teelt mogelijk is, ook voor wat betreft de gewasbescherming.

Ook de producenten van de middelen hebben mijns inziens een verantwoordelijkheid in het verschaffen van een breed en effectief middelenpakket. Samen (ook de overheid sluit aan) wordt de verantwoordelijkheid genomen in een mooi initiatief, het «Expert Centre Speciality Crops». Het is echter nodig dat álle betrokkenen, waaronder de producenten, nog een stapje harder gaan lopen. Willen we in Nederland blijvend en duurzamer hoogwaardige plantaardige producten kunnen blijven telen, dan is er echt een verdergaande gecoördineerde actie nodig van alle betrokkenen. In de nieuwe nota duurzame gewasbescherming zal ik concreter hierop ingaan.

Nog één puntje inzake het actieplan Roos: ronduit teleurstellend dat voor de start van het nieuwe teeltseizoen nog geen slagen zijn gemaakt! Ondermeer door de krappe capaciteit bij het Ctgb. Is de staatssecretaris bereid om zaken te versnellen?

Er is over dit actieplan Roos regelmatig constructief overleg tussen de sector en mijn ministerie en het actieplan wordt nu ook geïmplementeerd. Zo zijn er twee middelen in de pijplijn en is de verwachting dat er in 2012 over toelating ervan wordt besloten. Een effectief middelen- en maatregelenpakket blijft aandachtspunt, zeker voor de sierteelt. Daarnaast is investering in innovatie naar duurzame teeltsystemen cruciaal. Middelen, «chemisch» en «biologisch», moeten ontwikkeld blijven worden, ook voor de kleine en hoogwaardige teelten. Boeren, tuinders en de producenten van alle middelen hebben hierin de eerste verantwoordelijkheid. De overheid (nationale en Europese) staat aan de lat voor een spoedige afhandeling van de aangevraagde gewasbeschermingsmiddelen.

Plantgerelateerde uitvindingen zijn octrooieerbaar. Veredelaars kunnen geen vrij gebruik meer maken van door anderen ontwikkeld plantenmateriaal, om zelf betere rassen hierop te ontwikkelen. Deelt de staatssecretaris dat deze problematiek onder de aandacht moet blijven?

Kan de staatssecretaris reageren op de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag in de zaak Taste of Natura versus Koppert Cress?

Ja. We zien overigens dat de situatie niet zwart-wit ligt, onder andere als gevolg van de uitspraak van de Board of Appeal van het Europees Octrooibureau in de «Broccoli-zaak». Die uitspraak leidt tot een door de regering gewenste verbetering van de balans tussen octrooirecht en kwekersrecht. Maar blijvende inzet is geboden. Ondermeer doet Nederland dat door:

bij het Europees Octrooibureau te blijven inzetten op verbetering van het octrooiverleningsproces;

binnenkort te komen met een wetsvoorstel gericht op inbouwen van een beperkte veredelingsvrijstelling in de Rijksoctrooiwet 1995;

in te zetten op inbouwen van de beperkte veredelingsvrijstelling in de Verordening Unitair octrooi;

blijvend voorlichting te (laten) geven over deze thematiek door de Raad van Plantenrassen en Agentschap NL Octrooicentrum Nederland;

inzet op dit thema bij de evaluatie van de Europese kwekersrecht-verordening;

de Europese Commissie te blijven bevragen op verslaglegging over en evaluatie van de bio-octrooirichtlijn.

In de aangehaalde zaak Taste of Nature/Cresco oordeelde de voorzieningenrechter te Den Haag dat «aannemelijk is dat op grond van artikel 53, aanhef en sub b, van het Europees Octrooiverdrag niet alleen een wezenlijke biologische werkwijze (in dit geval «klassieke veredeling») van octrooiering is uitgesloten, maar ook een door toepassing van die werkwijze rechtstreeks verkregen voortbrengsel». De voorzieningenrechter is van mening dat een andere conclusie de uitspraak van de Grote Kamer van Beroep van het Europees Octrooibureau in de zogeheten Broccolizaak zinledig zou maken.

Tegen het vonnis van de voorzieningenrechter is inmiddels beroep ingesteld. Nu de zaak dus weer onder de rechter is, onthoud ik mij van een inhoudelijke reactie.

Veredeling met moderne technieken draagt bij aan mondiale voedselzekerheid en de verduurzaming van de landbouw. Recent is bekend geworden dat BASF uit Europa vertrekt. Dit is een verzwakking van de groene biotechnologie.

Stel nu dat de nieuwe veredelingstechnieken (waaronder cisgenese) onder de Europese wetgeving voor genetische modificatie komen te vallen, wat betekent dat dan?

Gebruik van nieuwe veredelingstechnieken kan een belangrijke bijdrage leveren aan voedselzekerheid en aan verduurzaming van land- en tuinbouw. Het is mijn inzet en die van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu om in Europees verband te zorgen voor een vrijstelling van de vergunningplicht mits nieuwe plantenrassen gemaakt met de nieuwe veredelingstechnieken geen grotere risico’s kennen dan rassen gemaakt met »klassieke» veredeling. Het vertrek van BASF is daarbij voor mij een teken aan de wand en een extra reden voor onze inspanningen voor vrijstelling voor de nieuwe veredelingstechnieken.

SP

Kan de staatssecretaris binnen maximaal twee maanden zijn reactie betreffende de herbeoordeling van het Ctgb op het onderzoek dat aantoont dat het veelgebruikte bestrijdingsmiddel imidacloprid bijensterfte veroorzaakt naar de Kamer sturen?

De wetenschappelijke artikelen genoemd in «The Independent» en het «Journal of Environmental & Analytical Toxicology» zijn door mij aan het Ctgb aangereikt met een verzoek om een reactie, waarbij ik de toelatingsautoriteit heb gevraagd ook specifiek in te gaan op mogelijke consequenties ten aanzien van de (her-)beoordeling van middelen op basis van neonicotinoïden. Uw Kamer zal over de uitkomsten uiterlijk in maart geïnformeerd worden.

Graag nog een reactie van de staatssecretaris op het voorstel van de Nederlandse Vereniging voor Banken.

De Nederlandse Vereniging van Banken pleit voor het behoud van de heffingskorting voor Groen Beleggen. Zoals ook de Staatssecretaris van Financiën, die op dit dossier het voortouw heeft, heeft aangegeven wordt daarover in overleg met de sector en de banken nagedacht.

D66

Kan de staatssecretaris zich in Brussel inzetten voor het uitbouwen en versterken van het Europese «rapid alert system for food and feed».

De Europese Commissie heeft het uitbouwen en versterken van het Europese «rapid alert system for food and feed» opgepakt naar aanleiding van de EHEC crisis. Het onderwerp is aan de orde geweest half november 2011 tijdens een bijeenkomst in Brussel.

Nederland steunt dit initiatief van de Commissie en we, het ministerie van VWS voorop, nemen actief aan de discussie deel.

Zijn de Roemenen en Bulgaren toch in de tuinbouw aan de slag via een detacheringconstructie en klopt het dat zowat de hele champignonoogst door Bulgaren tegen Bulgaars minimumloon wordt binnengehaald?

Kan de staatssecretaris zich inzetten om de Roemenen en Bulgaren dit jaar alsnog via de voordeur toe te laten voor het werk in de tuinbouw?

De vragen zijn door de vaste Commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) ook gesteld aan de minister van SZW. De beantwoording zal plaatsvinden door de minister van SZW.

ChristenUnie

Wat zijn de gevolgen van de afschaffing van de productschappen voor de tuinbouw? Ik vraag dat met name met het oog op de voortgang van onderzoek (vb teeltonderzoek) en aanvragen voor energie-initiatieven.

Momenteel beraadt het kabinet zich op de motie over de pbo’s. U wordt daarover geïnformeerd.

Hoeveel procent wordt er binnen de topsector tuinbouw aan de biologische sector besteed? Hoe groot is het aandeel pps-initiatieven vanuit de biologische sector in deze topsector? Wordt onderzoek t.b.v. de biologische sector voldoende afgestemd en teruggekoppeld met de biologische sector zelf?

In hoeverre worden naast de Wageningen Universiteit ook andere onderzoeksinstituten betrokken, zoals het Louis Bolk Instituut?

Er is geen specifiek percentage vastgesteld voor de biologische sector (inclusief tuinbouw). Het huidige beleid is gericht op de verduurzaming van alle sectoren. Biologisch loopt in principe dus mee in alle topsectoren.

Op dit moment moeten nog keuzes worden gemaakt met betrekking tot de innovatiecontracten. De biologische sector heeft (via Bionext) van de mogelijkheid gebruik gemaakt om zelf een PPS in te dienen. Er zal de komende jaren sprake zijn van een voortrollende agenda, met ruimte voor nieuwe initiatieven.

Het is zaak om de onderzoekvragen zo goed mogelijk te beleggen. De topsectoren staan open voor alle relevante onderzoeksinstituten. De financiering vanuit EL&I loopt via de WUR.

Waarom is er nog steeds geen onafhankelijk voorzitter voor het sectoroverleg over de kwekersvrijstelling? Een jaar geleden is aan de Kamer toegezegd dat de naam voor het kerstreces bekend zou zijn.

Hierover zal binnenkort de Tweede Kamer separaat worden geïnformeerd, inclusief de overige stand van zaken in dit dossier.

Hoe worden nieuwe en actuele tuinbouwthema’s beter verankerd in het onderwijs?

De aansluiting van onderwijs en bedrijfsleven heeft mijn aandacht en de Groene Kennis Coöperatie is ook een goed voorbeeld van hoe dit wordt opgepakt.

Verder wordt dit onderwerp ook opgepakt in de Human Capital Agenda van de topsector tuinbouw en uitgangsmaterialen.

De staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, H. Bleker