Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201227858 nr. 100

27 858 Gewasbeschermingsbeleid

Nr. 100 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 oktober 2011

Hierbij bied ik u, mede namens de staatssecretaris van Infrastructuur & Milieu, het rapport «Evaluatie functioneren College voor de toelating van gewasbeschermings-middelen en biociden (Ctgb)» aan1. Het onderzoek is uitgevoerd door Pricewaterhousecoopers (PwC). Met het uitvoeren van dit onderzoek voldoe ik aan mijn toezegging naar aanleiding van vragen van uw Kamer van 13 april en 7 september jongstleden.

Doel onderzoek

In het evaluatieonderzoek is gekeken naar het functioneren van het Ctgb in relatie tot de doelmatigheid en doeltreffendheid van het stelsel van toelating en registratie van gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Het uitvoeren van deze evaluatie vindt zijn grondslag in artikel 138 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden en artikel 39, eerste lid,van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen. Met het uitvoeren van deze evaluatie voldoet EL&I aan haar wettelijke taak om periodiek per zelfstandig bestuursorgaan (ZBO) een evaluatie uit te voeren.

Onderzoeksvragen

In het evaluatieonderzoek stonden vier hoofdvragen centraal:

  • Hoe heeft het bestuurlijk functioneren van het Ctgb, het ministeriële toezicht en de beleidsmatige aansturing (governance) zich ontwikkeld?

  • Hoe moeten de ontwikkelingen binnen de interne bedrijfsvoering, kwaliteit van de dienstverlening, positie in het (Europese) speelveld, de wijze van financiering en de activiteiten van het Ctgb voor derden worden beoordeeld in het licht van de relevante maatschappelijke, economische en/of politiek-bestuurlijke ontwikkelingen?

  • Alle elementen overziend, hoe wordt de doelmatigheid en doeltreffendheid van het Ctgb beoordeeld?

  • Wat zijn de kansen en bedreigingen? Welke aanbevelingen kunnen worden gedaan voor de verdere ontwikkeling in de toekomst?

Algemene bevindingen

Ik stel vast dat de bevindingen van PWC ten opzichte van de resultaten van de evaluatie van 2005 op een groot aantal punten een positieve ontwikkeling laten zien in het functioneren van het Ctgb. Met name op het gebied van de interne organisatie en bedrijfsvoering zijn er positieve ontwikkelingen. Daarnaast is de invoering van het kwaliteitssysteem «Certiked» een goede stap geweest in de verdere professionalisering van het Ctgb.

Naast de positieve ontwikkelingen benoemt PWC een aantal aandachtspunten:

  • Ten aanzien van de governance van het Ctgb is de conclusie dat de aansturingsrelatie is verbeterd, maar inherent complex is.

  • Ten aanzien van de interne organisatie/bedrijfsvoering van het Ctgb is de conclusie dat, alhoewel het Ctgb financieel «in control» is, het punt van aansprakelijkheid, mede in relatie tot het kleine eigen vermogen aangepakt moet worden. Daarnaast is er te weinig structurele aandacht voor risicomanagement.

  • Ten aanzien van de positie van het Ctgb in het Europese speelveld is de conclusie dat het tarief van het Ctgb relatief hoog is (oorzaak is de wettelijke plicht om alle kosten door te berekenen); hierdoor dreigt een ongelijk speelveld.

  • Voor de kwaliteit van de dienstverlening is de conclusie van PWC dat doorlooptijden, wisseling in aanspreekpunten, onvoldoende klantgerichtheid en gebrekkige communicatie verbeterpunten zijn.

  • Met betrekking tot de beleidsadvisering geven de ministeries aan dat het Ctgb de advisering aan de ministeries meer in maatschappelijke context zou moeten plaatsen en daarbij consequenties van handelen en advies beter op elkaar moet afstemmen, zonder afbreuk te doen aan zorgvuldigheid en onafhankelijkheid.

  • Een algemene conclusie is ten slotte dat het lerend vermogen van het Ctgb voor verbetering vatbaar is.

Er is sprake van een positieve ontwikkeling bij het Ctgb ten opzichte van de laatste evaluatie van 2005, tegelijkertijd ben ik van mening dat bovenstaande aandachtspunten aanleiding zijn om verder actie te ondernemen. Ik zal daarom, in goed overleg met het Ctgb, de aanbevelingen van PWC overnemen:

  • Naast het interne kwaliteitssysteem «Certiked» voor bedrijfsvoering wordt een periodieke internationale visitatie door deskundigen (kennisborging en toelatingsprocedures) ingevoerd. Dit draagt bij aan het lerend vermogen van het Ctgb. Ik verwacht dat deze aanpak zal leiden tot een verdere verbetering van de geborgde kwaliteit en onafhankelijkheid van het Ctgb.

  • Ten aanzien van de aanbevelingen op het gebied van het ministerieel toezicht en de aansturingstructuur zal ik samen met mijn ambtgenoot van I&M, na overleg met het Ctgb een verbetertraject afspreken dat er toe dient te leiden dat de aanbevelingen van PWC binnen een periode van een jaar zijn geëffectueerd. Hierbij gaat het om:

    • 1. De samenstelling van de ministeriële Commissie van Toezicht herijken en zorgen voor specifieke expertise;

    • 2. de aansturingstructuur tussen ministeries en het Ctgb te vereenvoudigen;

    • 3. de aansprakelijkheid in relatie tot het eigen vermogen, waarbij ik een voorstel zal doen in de context van de zelfstandigheid van een ZBO.

  • Ten aanzien van de aanbevelingen op het gebied van de interne organisatie/bedrijfsvoering zal ik het Ctgb vragen om in afstemming met mij en mijn ambtgenoot van I&M een verbetertraject af te spreken dat er toe zal leiden dat de aanbevelingen van PWC binnen een periode van een jaar kunnen zijn geëffectueerd. Hierbij gaat het om de volgende kwesties:

    • 1. Nauwkeurige monitoring en raming van productieve uren;

    • 2. verder terugbrengen van doorlooptijden;

    • 3. de beleidsadviserende taak nadrukkelijker uitvoeren in de maatschappelijke context waarin het Ctgb zich bevindt;

    • 4. verbeteren van de aandacht voor risicomanagement;

    • 5. rust creëren na vele verandertrajecten, meer aandacht voor competenties medewerkers.

Ten aanzien van de aanbeveling voor het Ctgb over de kwaliteit van de dienstverlening op het gebied van de lange doorlooptijden bericht ik u als volgt. Op korte termijn zal ik aan het Ctgb vragen een voorstel te doen voor een uitbreiding van de capaciteit. Die zal prioritair worden ingezet voor het beoordelen van gewasbeschermingsmiddelenaanvragen voor kleine toepassingen en voor middelen met een gering risico.

Het Ctgb heeft aangegeven in te kunnen stemmen met de conclusies en aanbevelingen van PwC.

Met dit geheel aan maatregelen wordt tegemoet gekomen aan de motie van de leden Koopmans en Snijder-Hazelhoff de toelatingsprocedure zo eenvoudig en goedkoop mogelijk te maken (Kamerstukken II 2010–2011, 32 372, nr. 67).

Ik heb de overtuiging dat het juiste pad wordt ingeslagen waardoor de kwaliteit van het Ctgb verder zal verbeteren, dat de effectiviteit van de relatie tussen de ministeries en het Ctgb zal worden vergroot en dat de waardering door de klanten van het Ctgb nationaal én internationaal zal toenemen.

De staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

H. Bleker


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.