Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201927830 nr. 269

27 830 Materieelprojecten

Nr. 269 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 8 oktober 2018

Met deze brief geef ik antwoord op de vraag van het lid Stoffer (SGP), zoals gesteld in het vragenuur van 25 september 2018 (Handelingen II 2018/19, nr. 4, item 4). Daarbij is gevraagd of er alsnog, in plaats van een zelfstandige aankoop van de zogenoemde koudweeruitrusting door 1.000 militairen die deelnemen aan de oefening Trident Juncture, door Defensie zelf de koudweeruitrusting centraal kan worden aangekocht en geleverd. Op de andere vragen uit het vragenuur van 25 september 2018, de voorts door verschillende leden schriftelijk gestelde vragen en de vragen uit de regeling van werkzaamheden van 2 oktober jl. (Handelingen II 2018/19, nr. 7, item 25) volgt zo spoedig mogelijk een reactie.

Aan de internationale NAVO-oefening Trident Juncture nemen ongeveer 2.000 Nederlandse militairen deel. Hiervan bestaat ongeveer de helft uit vlootpersoneel en mariniers. Zij hebben al koudweeruitrusting tot hun beschikking of hebben deze vanwege de aard van de werkzaamheden niet nodig. Ongeveer 1.000 militairen beschikten op 25 september 2018 nog niet over deze kleding.

In antwoord op de gestelde vraag meld ik u dat voor de deelnemers aan Trident Juncture, van wie de taakstelling dit vereist, alsnog door centrale verwerving door Defensie kan worden voorzien in de juiste koudweeruitrusting.

Defensie heeft namelijk door middel van een versnelde centrale verwerving voldoende koudweerpakketten aangekocht en geleverd gekregen. Hierbij zijn mogelijk aanbestedingsregels overtreden. Ik acht deze handelwijze echter verantwoord in het belang van het personeel. De koudweerpakketten worden thans uitgegeven aan het personeel dat nog naar Noorwegen moet vertrekken. Militairen die reeds naar Noorwegen zijn afgereisd zonder koudweerpakketten, krijgen dit alsnog ter plaatse geleverd.

Niet alle artikelen uit de koudweerpaketten worden aan elke individuele militair verstrekt. Zoals gebruikelijk wordt een deel van de uitrusting dat niet onmiddellijk benodigd is, in opslag gehouden bij de eenheden in Noorwegen om tijdig aan de militairen ter beschikking te stellen als zich daadwerkelijk koude omstandigheden voordoen.

Daarnaast was er een klein deel van de militairen die op 25 september 2018 nog niet beschikten over koudweeruitrusting al door zelfstandige aanschaf van koudweeruitrusting voorzien. Deze mogelijkheid blijft ook van kracht voor die situaties waar centrale verwerving onverhoopt niet kan voorzien in alle uitrusting (bijvoorbeeld exceptionele maatvoering). Militairen konden en kunnen daarvoor een voorschot ontvangen zodat zij het bedrag niet zelf voor hoeven te schieten. De aan te schaffen artikelen zijn specifiek voorgeschreven op een lijst. Samen met controle door commandanten van de betreffende eenheden zorgt dit voor adequate kwaliteitsborging.

Naar aanleiding van de gang van zaken wordt voorts een interventieteam opgericht, waardoor personeel van de krijgsmacht bij één loket terecht kan onder andere voor problemen met de kleding en uitrusting. Deze problemen worden in de toekomst hierdoor eerder gesignaleerd.

De Staatssecretaris van Defensie, B. Visser