Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201827830 nr. 249

27 830 Materieelprojecten

Nr. 249 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 11 juni 2018

De vaste commissie voor Defensie heeft een aantal vragen voorgelegd aan de Staatssecretaris van Defensie over de brief van 3 mei 2018 inzake de behoeftestelling van het project «Vervanging M-fregatten» (Kamerstuk 27 830, nr. 224).

De Staatssecretaris heeft deze vragen beantwoord bij brief van 8 juni 2018. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.

De voorzitter van de commissie, Ten Broeke

De griffier van de commissie, De Lange

1

Welke levensduur van nieuwe M-fregatten acht u wenselijk en redelijk? Deelt u de opvatting dat de levensduur van de huidige M-fregatten kort was? Zo nee, waarom niet?

De vereiste operationele levensduur van de nieuwe M-fregatten is 30 jaar. De levensduur van de huidige M-fregatten zal meer dan 30 jaar zijn tegen de tijd dat ze worden vervangen, en is daarmee zeker niet kort.

2

Wat is de tussenstand in de discussie om de Nederlandse M-fregatten uit te rusten met SM-3 raketten, zoals in lijn met eerdere uitspraken? (zie Brief van de Minister van Defensie over «Internationale militaire samenwerking» Kamerstuk 33 279, nr. 21, 19 januari 2017)

3

Blijft Nederland bij het voornemen geen SM-3 aan te schaffen, ook als de Belgische partner wel overgaat tot aanschaf van deze raketschild- en anti-satellietraket? Kunt u uw antwoord toelichten? (Zie «De strategische visie voor Defensie,» Belgisch Ministerie van Defensie onder verantwoordelijkheid van Steven Vandeput, Minister van Defensie, 29 juni 2016, p. 149).

7

Is het waar dat België de M-fregatten wil voorzien van ballistic missile defence? Zo ja, waarom sluit Nederland zich hier niet bij aan? In hoeverre komen beide landen te beschikken over nagenoeg identiek materieel?

De nieuwe Belgische M-fregatten zullen mogelijk geschikt worden gemaakt om ballistische raketten buiten de dampkring te onderscheppen. Zoals blijkt uit de Defensienota is de verwerving door Nederland van onderscheppingscapaciteit in de vorm van SM-3 raketten niet voorzien. Voor Nederland ligt de prioriteit bij de uitvoering van het project «Maritime Ballistic Missile Defence» waarbij de Luchtverdedigings- en Commandofregatten (LC-fregatten) worden voorzien van de SMART-L radar met aanvullende sensorcapaciteit tegen ballistische raketten. Deze radar komt vanaf 2020 op de LC-fregatten beschikbaar.

De nieuwe M-fregatten van de twee landen zullen ten aanzien van het ontwerp identiek zijn maar kunnen op systeemniveau verschillen als een land dat wenst.

3

Blijft Nederland bij het voornemen geen SM-3 aan te schaffen, ook als de Belgische partner wel overgaat tot aanschaf van deze raketschild- en anti-satellietraket? Kunt u uw antwoord toelichten? (Zie «De strategische visie voor Defensie,» Belgisch Ministerie van Defensie onder verantwoordelijkheid van Steven Vandeput, Minister van Defensie, 29 juni 2016, p. 149).

Zie het antwoord op vraag 2.

4

Indien belangen van de nationale veiligheid en de nationale industrie geen rol zouden spelen, welke leveranciers zouden dan een optie zijn? Kunt u per leverancier een grove schatting geven van de kosten van de koop van een M-fregat bij die leverancier?

Door de samenwerking binnen de «Gouden Driehoek» van het marinebouwcluster, kennisinstituten en Defensie is Nederland doorgaans in staat een modern en technologisch hoogwaardig product te leveren. Het belang van de maritieme sector voor Nederland is groot. De marinebouw is een aansprekend en innovatief onderdeel van de maritieme sector dat internationaal in hoog aanzien staat. De prioritaire technologiegebieden van de Defensie Industrie Strategie (DIS) zijn alle van toepassing op de vervanging van de M-fregatten. Mede met het oog op deze prioritaire technologiegebieden en de daaraan gekoppelde wezenlijke belangen van nationale veiligheid is Defensie daarom voornemens offertes aan te vragen bij de Nederlandse industrie in overeenstemming met art. 346 VWEU.

Verschillende andere Europese landen ontwikkelen en bouwen fregatten die deels vergelijkbaar zijn met de door Nederland en België beoogde vervangers van de M-fregatten. De kostprijs van fregatten in andere landen bedraagt op basis van een ruwe schatting ongeveer € 1 miljard per stuk. Dit is voor Nederland geen aantrekkelijk bedrag.

5

Waarom zijn nationale industriële belangen en belangen van nationale veiligheid bij deze gunning van doorslaggevend belang, maar is dit niet het geval bij de behoeftestelling rond de vervanging van de mijnbestrijdingsschepen die door België wordt gedaan?

Zoals reeds afgesproken in de Letter of Intent van november 2016 (Kamerstuk 33 279, nr 20) hebben België en Nederland een verdeling gemaakt wie welk project (vervanging M-fregatten en vervanging mijnenbestrijdingscapaciteit) gaat leiden. België is de leidende partij bij de vervanging van de mijnenbestrijdingscapaciteit en bepaalt voor dit project de verwervingsstrategie. België kiest voor een Europese aanbestedingsprocedure met vooraf geselecteerde partijen. Dit is een Belgische afweging waar Nederland niet in treedt.

6

Hoe wordt omgegaan met de periode vanaf ongeveer 2020, waarin de huidige M-fregatten het einde van hun technische en operationele levensduur bereiken, tot en met het moment (ná 2025) waarop beide nieuwe M-fregatten operationeel inzetbaar zijn? Welke maatregelen zijn mogelijk om in die interim--periode te kunnen blijven opereren met de huidige M-fregatten, nu gesteld wordt dat door het bereiken van het einde van de levensduur een nieuw instandhoudingprogramma geen optie meer is?

Ook in deze periode wordt gezorgd voor de vereiste inzetbaarheid van de fregatten. Binnen de M-fregatten gebruikersgroep worden maatregelen besproken om te kunnen blijven opereren.

7

Is het waar dat België de M-fregatten wil voorzien van ballistic missile defence? Zo ja, waarom sluit Nederland zich hier niet bij aan? In hoeverre komen beide landen te beschikken over nagenoeg identiek materieel?

Zie het antwoord op vraag 2.

8

Kunt u toelichten hoe het onderzoek naar verwervingsalternatieven in de B-fase van het project Vervanging M-fregatten zal worden vormgegeven, nu reeds in de A-brief een verwervingsstrategie is opgenomen?

De voorbereidingen voor dit project, waaronder de aanloop naar de verwervingsstrategie, zijn reeds lange tijd geleden gestart. De keuze voor de verwervingsstrategie is in de A-brief toegelicht. Inmiddels is de voorziene hoofdaannemer bekend, waardoor verwervingsalternatieven zich beperken tot onderdelen binnen het project zoals componenten en systemen. Binnen het uiteindelijke ontwerp zijn er variaties mogelijk, bijvoorbeeld op de gebieden van innovatie, modulaire opzet en snelheid van het schip.

9

Moeten de M-fregatten in staat zijn tot mondiale inzet?

Ja, de nieuwe fregatten moeten wereldwijd inzetbaar zijn.

10

Deelt u de mening dat bij het aanschaftraject, in het bijzonder de specificaties, rekening moet worden gehouden met, zoals het vorige kabinet het in de Nederlandse Polaire Strategie 2016–2020 verwoordde, «[h]et toenemende geopolitieke belang van het Noordpoolgebied, en de opbouw van militaire capaciteit», die nopen tot een «meer actieve betrokkenheid van het Ministerie van Defensie» (Kamerstuk 34 300 V, nr. 58)?

25

In hoeverre heeft de eis om in of nabij de Noordelijke IJszee te opereren gevolgen voor een hogere ijsklasse van de schepen? Welke gevolgen zou dit hebben voor het gewicht en het benodigde vermogen van de schepen?

De nieuwe fregatten moeten wereldwijd inzetbaar zijn, inclusief in het noordelijk deel van de Atlantische Oceaan en – onder bepaalde omstandigheden – in of nabij de Noordelijk IJszee. Dit is opgenomen in de specificaties.

Bij de uitwerking van het ontwerp wordt vooralsnog niet uitgegaan van een ijsklasse. Het fungeren als ijsbreker is niet voorzien. In het voorziene operatiegebied zal het schip slechts incidenteel worden omsloten door driftijs. Bij het scheepsontwerp wordt de constructie hiervoor robuust genoeg gemaakt. Daarbij wordt gekeken naar een alternatieve staalkwaliteit voor de beplating rondom de waterlijn. De gewichtstoename zal beperkt zijn en daardoor is de invloed op de vaareigenschappen verwaarloosbaar.

11

Klopt het dat één van de speerpunten van de Koninklijke Marine «familievorming» is en dat de marine op termijn naar één soort fregat wil, aangezien er nu veel verschillende types schepen zijn, hetgeen zorgt voor een complexe en dure instandhouding (https://magazines.defensie.nl/allehens/2017/12/01_interview-czsk)? Hoe worden deze ambities vertaald in het project vervanging M-fregatten en de latere vervanging van de LC-fregatten, momenteel twee totaal verschillende scheepsklassen?

Vanuit het oogpunt van bedrijfsvoering en een beperking van de exploitatiekosten streeft Defensie naar minder scheepsklassen. Om alle opties voor de toekomst open te houden kijkt Defensie nadrukkelijk naar familievorming ten aanzien van het schip en/of deelsystemen.

12

Krijgen de schepen een verticale lanceerinrichting die, in verband met de Belgische wens, de grote SM-3 raketten tegen ballistische raketten kunnen herbergen?

De voorziene verticale lanceerinstallatie van de nieuwe M-fregatten is geschikt voor verschillende typen raketten waaronder de luchtdoelraket ESSM Block 2, en ook de SM-3 raket.

13

Kunnen de schepen in de toekomst voorzien worden van laserwapens? Zo ja, binnen welke termijn?

De vervangers van de M-fregatten moeten beschikken over voldoende groeipotentieel om nieuwe systemen zoals lasertechnologie eenvoudig te kunnen invoeren. De termijn waarop dat zal gebeuren, hangt vooral af van de technische ontwikkeling van deze nieuwe systemen en de kosten daarvan.

14

Welke energiecriteria zijn gehanteerd bij de behoeftestelling voor dit project en in hoeverre dragen zij bij aan het doel om in 2030 de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen met 20% terug te dringen ten opzichte van 2010?

In de behoeftestelling is opgenomen dat de nieuwe fregatten moeten voldoen aan de ambities van de Operationele Energie Strategie. Dit wordt in de onderzoeksfase uitgewerkt in de productspecificaties. Zo zullen eisen gesteld worden ten aanzien van het toepassen van energiebesparende technologieën. Ook kan het brandstofverbruik van de toekomstige fregatten gelden als een van de selectiecriteria voor de leverancier van de scheepsmotoren. Op dit moment is nog niet precies te zeggen in welke mate dit project gaat bijdragen aan de ambities van de operationele energiestrategie.

15

Kunt u aangeven of de nieuwe M-fregatten voorzieningen hebben voor een zo laag mogelijke milieubelasting en voor een zo duurzaam mogelijke inzet? Welke voorzieningen zullen dat zijn? Welk ruimte zal er zijn voor innovatie op dit punt?

De nieuwe M-fregatten zullen worden voorzien van middelen om te voldoen aan de strenge internationale milieueisen. Hiervoor zijn verschillende technologieën beschikbaar die nog verder zullen worden onderzocht. De duurzaamheid wordt in het bijzonder gezocht in een verminderd gebruik van fossiele brandstoffen door het toepassen van innovatieve oplossingen.

16

Is een van de overwegingen om deze schepen onder art 346 VWEU aan te besteden binnen de Nederlandse Maritieme Industrie gelegen in het feit dat zo tot innovatie kan worden gekomen van de militair strategisch technische kennis, die Nederland graag in eigen hand wil houden?

Versterkt dit in eigen land en hand houden van strategische technologische kennis ook het eigen handelingsvermogen van Nederland?

Ja, op het gebied van hoogwaardige technologieën over signatuurreductie, systeemintegratie, bewapening en zelfbescherming zal de beschikbare kennis zowel bij de Nederlandse industrie als bij de de kennisinstituten en Defensie worden vergroot.

17

Klopt het dat het MARIN een Seven Oceans simulator wil bouwen, waarmee het gebruik van een fregat vergaand gesimuleerd en geëvalueerd worden, ver voordat de werkelijke bouw plaats vindt, en waarmee uit het ontwerp en de lay-out veel fouten ontdekt en aangepast worden kunnen worden, zonder dat er werkelijk al gebouwd wordt? Klopt het dat dat enorme kosten en tijdverlies kan besparen ten opzichte van de situatie waarin het schip inmiddels is gebouwd en er dus echt in het schip verbouwd en aangepast moet worden? Vindt u dat deze simulator een onderdeel van het ontwikkel- en bouwgereedschap moet worden en bent u bereid te onderzoeken of Defensie mee kan investeren in deze simulator, zodat de bouw van nieuwe M-fregatten daarmee mogelijk goedkoper en risico-armer wordt?

Defensie is bekend met het voornemen van het MARIN om ten behoeve van de maritieme sector een simulatiecentrum te bouwen. Dit kan een waardevol instrument zijn bij het ontwerpen van nieuwe schepen omdat deze ontwerpen in een gesimuleerde praktijk getest en geëvalueerd kunnen worden. Daarnaast kan de bemanning van het schip op een dergelijke simulator worden getraind. Dit kan tijdwinst en besparingen opleveren en risico’s verminderen. Defensie staat hier positief tegenover, maar investeert niet zelf in onderzoeksfaciliteiten. Wel investeert Defensie in onderzoeksprogramma’s en contractonderzoek.

18

Met meerdere projecten streeft Nederland een internationale samenwerking na. Nu de nieuwe Duitse regering de bouw van fregatten tot «Schluessel-Technologie» heeft bestempeld: wat betekent dit voor een eventuele samenwerking op de langere termijn voor de ontwikkeling en nieuwbouw van fregatten met de Bondsrepubliek?

28

Is de overweging die Nederland hanteert om de fregatten onder art. 346 VWEU aan te besteden te vergelijken met de Duitse beslissing (de nieuwe Grosse Coalition) om hun fregatten tot «Schluessel-technologie te bestempelen?

Duitsland en Nederland hanteren verschillende methodes bij de toepassing van art. 346 VWEU. Duitsland benoemt daartoe een bepaalde sector of technologie tot «sleuteltechnologie». Nederland gaat hoofdzakelijk uit van de prioritaire technologiegebieden van de DIS. Deze zijn overigens alle van belang voor de vervanging van de M-fregatten.

Nederland heeft met Duitsland een lange traditie in maritieme samenwerking. Het benoemen door de Duitse regering van scheepsbouw tot «sleuteltechnologie» hoeft deze samenwerking niet in de weg te staan, net zo min als dat het geval is met de toepassing van art. 346 door Nederland op de fregattenbouw.

19

Is in het binnenkort te tekenen, of al reeds getekende, memorandum of understanding met België de ontbindende voorwaarde opgenomen dat de Kamer de behoeftestelling afkeurt? Zo nee, waarom niet?

21

Wanneer precies kan de Kamer het aangekondigde Memorandum of Understanding (MoU) met België voor de behoeftestelling «Vervanging M-fregatten» tegemoet zien?

In de Memoranda of Understanding (MoU’s) over de vervanging van de M-fregatten en de vervanging van de mijnenbestrijdingscapaciteit is de bepaling opgenomen dat deze pas in werking treden na het doorlopen van de toepasselijke parlementaire procedures. De ministers van Defensie van België en Nederland hebben de MoU’s op 8 juni jl. ondertekend tijdens de NAVO-bijeenkomst van ministers van Defensie in Brussel. De Kamer zal de MoU’s op korte termijn commercieel vertrouwelijk ontvangen.

20

Kunt u per gerelateerd materieelproject aangeven waar de relatie precies uit bestaat?

Voor de gerelateerde projecten geldt dat zij worden geïntegreerd in de vervanger van de M-fregatten, en in sommige gevallen ook op andere schepen worden geïmplementeerd. Daarbij zal de vervanger van de M-fregatten functioneren als het eerste schip dat van dit materieel wordt voorzien.

21

Wanneer precies kan de Kamer het aangekondigde Memorandum of Understanding (MoU) met België voor de behoeftestelling «Vervanging M-fregatten» tegemoet zien?

Zie het antwoord op vraag 19.

22

In hoeverre moeten de M-fregatten in staat zijn om landdoelen te bestrijden, anders dan met kruisvluchtwapens?

De nieuwe M-fregatten moeten in staat zijn om landdoelen te bestrijden. Dat kan door middel van het kanon of met de vervanger van de Harpoon-raket die wordt aangeschaft in het kader van het project «Vervanging maritiem Surface-to-Surface missile» (Kamerstuk 27 830, nr. 216).

23

Welke consequenties heeft de beoogde inzet in het noordelijk deel van de Atlantische Oceaan en in of nabij de Noordelijke IJszee, alsmede de beoogde inzet in het Caribisch deel van het Koninkrijk en de Middellandse Zee op de operationele eisen van de schepen?

De inzet in deze gebieden stelt specifieke eisen die in het ontwerp van het schip en de systemen zullen worden meegenomen. Het schip en de systemen moeten bestand zijn tegen de daar heersende klimatologische omstandigheden.

24

Kunt u toelichten in hoeverre er bij de vervanging van M-fregatten rekening wordt gehouden met het groeipotentieel om nieuwe systemen en technieken eenvoudig te kunnen invoeren, zoals het gebruik van drones en lasertechnologie?

In het ontwerp wordt rekening gehouden met het opereren met drones. Zo wordt elk fregat standaard uitgerust met een onbemand vliegtuig. Het ontwerp zal genoeg groeipotentieel bevatten om toekomstige ontwikkelingen te kunnen integreren in het schip. Zo wordt rekening gehouden met de energievoorziening die nodig zal zijn voor toekomstige energiewapens zoals laser.

25

In hoeverre heeft de eis om in of nabij de Noordelijke IJszee te opereren gevolgen voor een hogere ijsklasse van de schepen? Welke gevolgen zou dit hebben voor het gewicht en het benodigde vermogen van de schepen?

Zie het antwoord op vraag 10.

26

Overweegt u dezelfde 127 mm kanons voor de vervangers van de M-fregatten als voor de LC-fregatten? Ziet u de voordelen in van één type kanon met dezelfde munitie, in plaats van twee typen kanons op zes schepen?

De opties voor de kanons worden onderzocht. In algemene zin geldt dat op exploitatiekosten kan worden bespaard door minder verschillende typen systemen te gebruiken.

27

Hoe ver is de voorziene leverancier (tegen de achtergrond van de aankondiging in de brief met Kamerstuk 31 125, nr. 73 van 20 december 2016) met de ontwikkeling van het Above Water Warfare-cluster?

De leverancier voert een voorstudie uit die de basis moet zijn voor het af te sluiten contract. Deze voorstudie is nagenoeg voltooid.

28

Is de overweging die Nederland hanteert om de fregatten onder art. 346 VWEU aan te besteden te vergelijken met de Duitse beslissing (de nieuwe Grosse Coalition) om hun fregatten tot «Schluessel-technologie te bestempelen?

Zie het antwoord op vraag 18.