27 625 Waterbeleid

Nr. 411 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 21 november 2017

Op 20 september 2017 is uw Kamer toegezegd nader te worden geïnformeerd over de berichtgeving rondom de innamestops van ruw water door drinkwaterbedrijven (Kamerstuk 27 625, nr. 406). In deze brief voldoe ik aan dit verzoek, waarbij ik ter inleiding een beeld schets van de kwaliteit van ons drinkwater.

Kwaliteit van het drinkwater is de afgelopen decennia verbeterd

De drinkwaterbedrijven voeren een wettelijk meetprogramma uit voor het bewaken van de drinkwaterkwaliteit. De kwaliteit wordt gemeten na de laatste zuiveringsstap en op verschillende plaatsen in het distributiegebied, en ook bij de consument thuis. In het bijgevoegde rapport «De kwaliteit van het drinkwater in Nederland in 2016»1 beoordeelt de ILT of het drinkwater in Nederland voldoet aan de gestelde normen uit het Drinkwaterbesluit. Conclusie is dat bijna alle metingen voldoen aan de drinkwaternormen.

Bij 617.262 metingen zijn 461 normoverschrijdingen geconstateerd, wat betekent dat 99,93% van de metingen aan de eisen voldoet. Over de afgelopen vijf jaren laat dit een stabiel beeld zien van gemiddeld 471 overschrijdingen per jaar. De ILT concludeert dat drinkwaterbedrijven incidentele normoverschrijdingen in 2016 effectief aanpakken en de wettelijke voorschriften voor de kwaliteitscontrole van het drinkwater goed naleven.

Bij meer dan 80% van alle overschrijdingen in 2016 gaat het om zogenaamde indicatorparameters. Overschrijding van deze normen vormt geen direct gevaar voor de volksgezondheid, maar is een signaal om nader onderzoek te doen teneinde te bepalen of er maatregelen nodig zijn. Opkomende stoffen vallen onder de drinkwaterparameter «overige antropogene stoffen».

Binnen deze parameter zijn er 42 overschrijdingen van de stof EDTA (Ethyleendiaminetetra-azijnzuur). Deze stof zit in wasmiddelen en is wijdverspreid in het watermilieu, maar heeft een lage toxiciteit. Verder werd de signaleringswaarde voor de synthetische stof melamine in 2016 tweemaal overschreden.

Het betrof lage concentraties, die geen risico voor de volksgezondheid vormden. Overschrijdingen met andere opkomende stoffen hebben zich in 2016 in drinkwater niet voorgedaan.

Aantal innamestops drinkwater per jaar

Uit het «Jaarrapport 2016 De Maas» van RIWA (Vereniging van Rivierwaterbedrijven) blijkt dat het aantal innamestops en -beperkingen in de afgelopen jaren niet is toegenomen, maar wel de duur ervan, vooral als gevolg van incidenten. In de RIWA-rapportage wordt geen onderscheid gemaakt tussen innamestops als gevolg van natuurlijke oorzaken (troebelheid/algenbloei), onnatuurlijke oorzaken (verontreiniging) en bedrijfstechnische oorzaken.

Door de verbeterde analysemogelijkheden kunnen nu ook stoffen in het oppervlaktewater worden gemeten, die vroeger niet meetbaar waren. Er worden nu stoffen gemeten tot 1 miljardste gram (dat is 1 nanogram) of zelfs 0,000000000001 gram (1 picogram). Er zijn bovendien meer dan 132 miljoen geregistreerde chemische stoffen in omloop.

Door de gedetailleerde metingen en door de inzet van biomonitoring (mossels, watervlooien) als early warning worden verstoringen in een vroeg stadium ontdekt. Het tijdelijk stopzetten van de inname gebeurt vaak op eigen initiatief van het drinkwaterbedrijf, als bijvoorbeeld een korte piek wordt gemeten van een bepaalde stof in het oppervlaktewater. Als een drinkwaterbedrijf kiest voor een korte preventieve innamestop dan heeft dat meestal tot doel een zo hoog mogelijke kwaliteit van het water, waardoor minder zuivering nodig is.

Er moet onderscheid worden gemaakt tussen een vrijwillige (preventieve) innamestop die RIWA rapporteert en een innameverbod als het in te nemen oppervlaktewater niet voldoet aan de wettelijke kwaliteitseisen uit de Drinkwaterregeling (bijlage 5). Voor opkomende stoffen geldt een signaleringswaarde van 1 microgram/liter voor overige antropogene stoffen, tenzij voor een stof een specifieke norm is opgenomen. Als een overschrijding langer dan 30 dagen duurt, moet er door het drinkwaterbedrijf een ontheffing bij mij worden aangevraagd. Hiervoor kan een maximale ontheffingswaarde worden gesteld, voor maximaal drie jaar. Een belangrijke voorwaarde is dat de ontheffing geen risico voor de volksgezondheid mag opleveren.

In 2016 zijn aan twee drinkwaterbedrijven tijdelijke ontheffingen verleend voor in totaal vijf opkomende stoffen. Het betreft de stoffen melamine, guanylureum (een afbraakproduct van een geneesmiddel voor suikerziekte), EDTA, sucralose (zoetstof) en urotropine (o.a. in brandstof, als voedseladditief en als geneesmiddel). 2017 kent een toename van het aantal ontheffingsaanvragen: zes drinkwaterbedrijven hebben voor 16 stoffen een tijdelijke ontheffing aangevraagd.

Zoals ik uw Kamer heb bericht is de waterkwaliteit van de Maas in de afgelopen periode voor veel stoffen verbeterd, maar signaleren we de nu vaker opkomende stoffen die drinkwaterrelevant zijn. Het is de verwachting dat het aantal overschrijdingen van de signaleringswaarde in de toekomst zal toenemen door frequentere en langer aanhoudende lage afvoeren in de Maas door onder meer klimaatverandering. Daarmee zal ook het aantal ontheffingsaanvragen toenemen. Met de «Structurele Aanpak Opkomende Stoffen» (Kamerstuk 27 625, nr. 404) zet ik mij samen met de sector en de bevoegde gezagen ervoor in dat we de waterkwaliteit verbeteren en het aantal ontheffingen daardoor omlaag brengen.

Overigens worden de meeste opkomende stoffen uit het innamewater voldoende door de drinkwaterbedrijven verwijderd. Dit vanwege het hoge zuiveringsrendement op de productielocaties van drinkwaterbedrijven. Er zijn echter persistente mobiele stoffen die moeilijk te zuiveren zijn. Hiervoor is specifieke aandacht in de «Structurele Aanpak Opkomende Stoffen».

Dit laat onverlet dat het mijn inzet is om conform de preventieladder van de «Beleidsnota Drinkwater» (bijlage bij Kamerstuk 27 625, nr. 316) deze opkomende stoffen aan de bron aan te pakken, uit oogpunt van voorzorg, risicobeheersing en het streven naar een verbeterde waterkwaliteit. Het is mede om die reden dat het kabinet in het Regeerakkoord (bijlage bij Kamerstuk 34 700, nr. 34) heeft opgenomen dat er een beleidsprogramma komt om de hoeveelheid microplastics, medicijnresten, (andere) hormoonverstorende stoffen in drink- en oppervlaktewater op een kosteneffectieve wijze terug te dringen.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, C. van Nieuwenhuizen Wijbenga


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

Naar boven