27 622 Mond- en Klauwzeer

Nr. 147 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 4 juli 2013

Uw vaste commissie voor Economische Zaken heeft mij verzocht de Kamer schriftelijk te informeren over de stand van zaken rond de afhandeling van de uitbraken van mond- en klauwzeer (MKZ) in Kootwijkerbroek en Kamperveen in 2001.

De commissie verzoekt daarbij in te gaan op:

  • het overleg tussen het ministerie en de Stichting Onderzoek MKZ Crisis Kootwijkerbroek (SOMCK) over een onafhankelijk onderzoek;

  • een inspectierapport van de Europese Commissie met betrekking tot het Centraal Veterinair Instituut (CVI) in Lelystad (ref. DG SANCO 2009-8286 – MR FINAL);

  • de medewerking van het ministerie aan het openbaar maken van een serie door enkele veehouders uit Kootwijkerbroek gevraagde documenten;

  • mijn reactie op de brief van de SOMCK van 22 mei 2013.

Stand van zaken gerechtelijke procedures

Voor de volledigheid belicht ik eerst de juridische stand van zaken en bied ik een kort overzicht van de lopende juridische procedures. In een aantal brieven aan uw Kamer (o.a. Kamerstuk 27 622, nrs. 140, 142 en 143) heb ik eerder informatie gestuurd over de achtergronden van deze procedures.

Een aantal veehouders uit Kootwijkerbroek heeft bezwaar gemaakt tegen de MKZ-verdachtverklaring en preventieve ruiming van hun bedrijven in 2001. In juli 2012 heeft toenmalig staatsecretaris Bleker in vijftien zaken, alles overwegende, beslist dat de bezwaren ongegrond zijn. In drie gevallen is hiertegen beroep ingesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven. De schriftelijke voorfase (beroepschrift, verweerschrift) van het beroep is afgerond in januari 2013. Een uitnodiging voor een mondelinge behandeling is nog niet ontvangen.

Daarnaast lopen nog bezwaarprocedures van belanghebbenden uit Kamperveen. Op hun verzoek is een groot aantal documenten overgelegd. Daarna heeft op 7 maart 2012 een hoorzitting plaatsgevonden, waarbij vooral over de gang van zaken in het laboratorium is gesproken. Naar aanleiding van de hoorzitting hebben de bezwaarmakers in december 2012 aanvullende gegevens verkregen. In juni 2013 is een reactie van de bezwaarmakers op deze gegevens ontvangen. Ik zal zo spoedig mogelijk een beslissing nemen omtrent de ingebrachte bezwaren.

Er lopen nog bezwaarprocedures van twee andere belanghebbenden uit Kootwijkerbroek die niet waren aangesloten bij de eerder genoemde vijftien veehouders uit Kootwijkerbroek, wier bezwaar in 2012 ongegrond is verklaard. Ik ga hier aan het einde van de brief nader op in.

Overleg met Stichting Onderzoek MKZ crisis Kootwijkerbroek over een onafhankelijk onderzoek

In de afgelopen jaren heeft een aantal gesprekken plaatsgevonden tussen mijn ministerie en de Stichting Onderzoek MKZ crisis Kootwijkerbroek (SOMCK). In 2011 heeft toenmalig staatssecretaris Bleker het aanbod gedaan om te bezien of een onafhankelijk onderzoek kon bijdragen aan de waarheidsvinding en herstel van vertrouwen van de gemeenschap van Kootwijkerbroek in de overheid. In gesprekken is verkend waar dit onderzoek over zou kunnen gaan, ervan uitgaande dat dit geen overlap dient te hebben met lopende bezwaar- en beroepsprocedures. Het is de afgelopen periode niet gelukt om te komen tot een gedragen onderzoeksvoorstel dat hierin voorziet.

In juli 2012 heeft toenmalig staatssecretaris Bleker een gesprek gehad met een aantal direct en indirect betrokkenen uit Kootwijkerbroek om zijn beslissing op bezwaar toe te lichten. Hierbij heeft staatssecretaris Bleker het eerder gedane aanbod van een onafhankelijk onderzoek herhaald en ook ruimte geboden voor een andere vorm om het verleden af te kunnen sluiten en vertrouwen te herstellen, mits dit breed wordt gedragen binnen de gemeenschap.

Ik onderken dat de gebeurtenissen in en rond Kootwijkerbroek ten tijde van de MKZ-crisis zeer ingrijpend zijn geweest en tot op de dag van vandaag hun diepe sporen hebben achtergelaten. Ik vind het daarom van wezenlijk belang dat we tot een goede oplossing komen die recht doet aan deze gevoelens en wederzijds vertrouwen herstelt. Op 27 juni jl. heb ik, mede naar aanleiding van de brief van de SOMCK van 22 mei jl., met een aantal vertegenwoordigers van de SOMCK een gesprek gehad, waarbij we hebben gesproken over waarheidsvinding en het herstel van vertrouwen.

Ten behoeve van de waarheidsvinding lopen nu enkele juridische procedures. Deze bevinden zich in een gevorderd stadium. In het kader van deze procedures komen de beschikbare onderzoeksgegevens op tafel en hebben partijen gelegenheid om hun standpunten daarover te geven. De rechter zal daarmee de centrale vraag beantwoorden of terecht is vastgesteld dat er sprake is geweest van MKZ op het bedrijf in Kootwijkerbroek en de genomen maatregelen rechtmatig waren. Het is goed dat deze juridische procedures nu eerst hun verdere beloop krijgen, zeker met het oog op de waarheidsvinding.

Na de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven wil ik in gesprek met de gemeenschap van Kootwijkerbroek bezien op welke wijze we kunnen bijdragen aan een breed herstel van vertrouwen. Dit gesprek vind ik van wezenlijk belang en ik zal het initiatief hiertoe nemen. Te zijner tijd zal ik zorgvuldig bezien op welke wijze dit gesprek met de gemeenschap vorm kan worden gegeven.

Inspectierapport van de Europese Commissie

Een tweede vraag van de vaste commissie betreft een inspectierapport van de Europese Commissie over het Centraal Veterinair Instituut (CVI) in Lelystad. Het betreffende rapport (ref. DG (SANCO) 2009–8286 – MR FINAL) bevat het verslag van de Food and Veterinary Office (FVO) naar aanleiding van inspectie van CVI wat betreft de in 2009 toegepaste bioveiligheidsmaatregelen.

De conclusie van de FVO was dat het CVI voldoet aan de eisen die in de EU zijn vastgesteld voor dergelijke laboratoria en dat de geldende «security systems» en «containment standards» zijn geïmplementeerd. Er is door de FVO een aantal aanbevelingen gedaan om de bioveiligheidsmaatregelen en het toezicht daarop aan te passen aan de nieuwe EU richtlijn die in april 2009 was geïmplementeerd. Op basis van de conclusies en aanbevelingen in het rapport is door LNV een actieplan opgesteld dat is opgestuurd naar de Europese Commissie. De actiepunten zijn afgehandeld of in uitvoering. Het betreffende inspectierapport en het actieplan zijn samen met de brief die op 8 mei 2013 aan uw Kamer is gestuurd naar aanleiding van vragen van lid Geurts (Aanhangsel Handelingen II 2012/13, nr. 2167) toegestuurd.

Het rapport betrof dus de evaluatie van bioveiligheidsmaatregelen in 2009 en evalueert dus niet de situatie bij CVI in 2001. Evenmin betrof het een inspectie van laboratoriumprocedures.

Openbaar maken van documenten

Er zijn in Kootwijkerbroek nog twee andere bezwaarmakers die niet bij de eerder genoemde vijftien bezwaarmakers waren aangesloten en die om dezelfde reden bezwaar maken. Een van hen heeft om documenten gevraagd en aan dit verzoek wordt momenteel gewerkt. Gezien het grote aantal stukken dat is gevraagd, is het echter niet mogelijk dit op korte termijn te leveren. In overleg met betrokkene is daarom besloten de bezwaarprocedure hangende het verzamelen van stukken aan te houden. Mijn inzet is ook hier om binnen de juridische kaders maximaal transparant te zijn en stukken te overleggen.

De Staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. Dijksma

Naar boven