27 565 Alcoholbeleid

Nr. 138 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 10 november 2015

Met deze brief ga ik in op het verzoek van uw Kamer om de feiten op een rij te zetten over de casus over de inzet van testkopers van alcohol in Utrecht (Handelingen II 2015/16, nr.19, Regeling van werkzaamheden). Dit naar aanleiding van een uitzending van het radioprogramma Argos op zaterdag 31 oktober jl. Daarbij moeten we ons voor een deel baseren op wat betrokkenen zich herinneren van situaties die anderhalf jaar geleden plaatsvonden.

Casus Utrecht

Het gaat in deze casus om het plan van de gemeente Utrecht om testkopers in te zetten bij de handhaving van de Drank- en Horecawet (DHW). Toezicht en handhaving van de DHW zijn sinds 2013 de verantwoordelijkheid van gemeenten.

Nadat de gemeente Utrecht in januari 2014 gestopt was met kortstondige inzet van minderjarige testkopers, is de gemeente de juridische mogelijkheden omtrent de inzet van testkopers verder gaan onderzoeken. Hiertoe heeft ze de Universiteit van Utrecht gevraagd om een juridische analyse. Op 22 mei 2014 is op basis van deze analyse ambtelijk door VWS en VenJ met de gemeente Utrecht gesproken en meegedacht over de inzet van testkopers bij de handhaving. De rol van VWS en VenJ beperkte zich hierbij tot die van sparringpartner. Uitdrukkelijk uitgangspunt van de Drank- en Horecawet is immers dat gemeenten zelf verantwoordelijk zijn voor handhaving en toezicht op de Drank- en Horecawet. Van dit overleg is geen verslag gemaakt.

De gemeente Utrecht heeft op 19 juni 2014 een werkscenario over de inzet van testkopers naar een toenmalig medewerker van VWS gestuurd1. Daarbij vroeg de gemeente om een akkoord hierop van de Staatssecretaris. Deze medewerker heeft deze e-mail op 30 juni 2014 doorgestuurd naar enkele collega’s, waarbij hij voorstelt het werkscenario van de gemeente Utrecht informeel aan mij voor te leggen.

De toenmalig leidinggevende herinnert zich dat ze naar aanleiding van deze interne mail met de medewerker heeft gesproken. Zij was van mening dat hij zonder mandaat gehandeld had door bij Utrecht de indruk te wekken dat het werkscenario informeel kon worden voorgelegd. Zij heeft aangegeven dat als de gemeente Utrecht iets wil daartoe een formeel verzoek dient te komen, omdat daarmee transparantie gecreëerd wordt en de Staatssecretaris in positie komt om over een issue een afweging te maken en een besluit te nemen. Ik constateer overigens dat dit hier niet aan de orde was, aangezien de handhaving een verantwoordelijkheid van gemeenten zelf is.

Ik ben door de toenmalige leidinggevende van betreffende medewerker over de hoofdlijnen van het werkscenario geïnformeerd tijdens een intern overleg op 14 juli 2014 (de stafvergadering waaraan Argos refereert). Uitkomst was dat ik in kon stemmen met de lijn zoals die uiteindelijk door haar tijdens het overleg is voorgesteld: VWS neemt met veel interesse kennis van het Utrechtse initiatief. Goed- of afkeuring is niet aan VWS, aangezien het een verantwoordelijkheid van de gemeente Utrecht betreft. Dat deze gemeente haar handhavende taak zo voortvarend oppakte, vond ik overigens positief. Ik heb u in mijn brief van 22 oktober 2015 (Kamerstuk 27 565, nr. 137) geïnformeerd over de inzet van testkopers.

De toenmalig leidinggevende heeft aangegeven naar aanleiding van het interne overleg van 14 juli 2014 opnieuw met de betreffende medewerker te hebben gesproken. Zij heeft geconstateerd dat bij de gemeente Utrecht de indruk was ontstaan dat zij het plan informeel voor akkoord konden voorleggen en dat afspraken gemaakt konden worden over een reactie op eventuele vragen.

Zij heeft daarop de medewerker gevraagd eventuele mailwisseling hierover terug te halen, zodat hierover geen enkel misverstand zou kunnen bestaan of ontstaan. De exacte bewoordingen waarin dit is gebeurd, kan zij zich niet exact herinneren.

De medewerker van VWS heeft hierop telefonisch contact opgenomen met de gemeente Utrecht en VenJ. Uit een interne mail die we inmiddels van de gemeente Utrecht hebben ontvangen, blijkt dat deze medewerker de gemeente Utrecht verzocht heeft alle correspondentie te verwijderen met oog op de WOB.

Desgevraagd realiseert de toenmalige leidinggevende zich nu dat zij met het verzoek tot terughalen van mails een te zware conclusie heeft getrokken en dat zij beter zelf een mail aan alle betrokkenen had kunnen sturen, om zo het misverstand weg te nemen.

Vragen Argos

Op d.d. 30 juni jl. heeft VWS een mail van Argos ontvangen met de vraag of het klopt dat er geen documenten bestaan van overleg over testkopers tussen de gemeente Utrecht en het Ministerie van VWS. Deze vraag is als een WOB verzoek in behandeling genomen. Er is naar relevante mails gezocht. Dit werd bemoeilijkt doordat de betrokkenen op dat moment niet meer bij VWS werkten. Daarom is ook navraag gedaan bij andere ontvangers. De mails die daarbij zijn gevonden, zijn aangeleverd bij Argos. De mail over het werkscenario is in deze zoektocht niet gevonden. Na de uitzending is nogmaals heel gericht gezocht. De mail is inmiddels terecht en is bijgesloten2.

Tot slot

Ik betreur het feit dat het contact tussen VWS en de gemeente Utrecht over het al dan niet accorderen van de inzet van testkopers tot onduidelijkheid heeft geleid. Alles overziend constateer ik dat er een verzoek vanuit VWS is gedaan om mails te verwijderen om een eventueel ontstaan onterecht beeld te corrigeren. Dit is niet de manier waarop VWS wil werken. Niet alle geadresseerden hebben dit overigens gedaan waardoor de betreffende mails gelukkig gewoon te achterhalen zijn. Het zoeken naar e-mails van voormalig medewerkers bleek lastig. Ik zal laten bezien hoe dit verbeterd kan worden.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M.J. van Rijn


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
2

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

Naar boven