Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 22 oktober 2015
Met deze brief stuur ik u de resultaten toe van onderzoek dat bureau Intraval voor
mij heeft uitgevoerd naar de aankooppogingen alcohol van jongeren. Ook kom ik in deze
brief terug op een toezegging die ik u tijdens het AO Alcoholbeleid van 9 oktober
vorig jaar (Kamerstuk 27 565, nr. 131) heb gedaan ten aanzien van het onderwerp minderjarige testkopers.
Onderzoek naar aankooppogingen alcohol
Bureau Intraval heeft in mijn opdracht onderzoek gedaan naar het aankoopgedrag van
jongeren (zie bijlage1). Hieruit blijkt dat een klein deel (1%) van de 14/15-jarigen weleens alcoholhoudende
drank koopt voor zichzelf en/of voor anderen. Bij 16/17 jarigen ligt dit met 10% een
stuk hoger. In 2011 waren deze cijfers respectievelijk 9% en 78%. Daarbij aangetekend:
de leeftijdsgrens voor het kopen van alcohol lag destijds nog op 16 jaar. De jongeren
die alcoholhoudende dranken proberen te kopen doen dit met name in horecagelegenheden.
Tenslotte blijkt uit dit onderzoek dat jongeren die wel drinken maar niet zelf kopen,
de drank veelal krijgen via hun ouders en oudere vrienden. Van de 14/15-jarigen en
16/17-jarigen tezamen heeft 54% het afgelopen jaar gedronken. 90% daarvan koopt nooit
alcohol voor zichzelf, zij krijgen de drank met name van (oudere) vrienden (60%) en/of
hun ouders (51%).
Het doet mij allereerst goed dat er zo een duidelijke verandering zichtbaar is in
het koopgedrag van de jongeren. Dit sluit aan bij de eerdere positieve signalen over
de sociale normverandering vanuit de effectonderzoeken van de NIX18 campagne en de
resultaten uit het HBSC onderzoek (2014).
Echter, uiteindelijk is het mij te doen om de gezondheidswinst, en dus om het drinkgedrag van de jongeren. Voor veel jongeren blijkt een aankooppoging onnodig, daar
zij de alcohol toch kunnen krijgen via ouders of oudere vrienden.
Dit laatste is voor mij geen verrassing, maar een bevestiging dat de sociale normverandering
nog niet voltooid is en dat de meerjarige NIX18 campagne gericht op ouders en de sociale
context van jongeren, voortgezet moet worden.
Onderzoeken als deze wijzen er wel op dat we de goede richting uitgaan met elkaar.
Over het daadwerkelijke drinkgedrag van jongeren verwacht ik medio 2016 aan u te kunnen
berichten, dit zal ik doen aan de hand van de resultaten van het tegen die tijd afgeronde
Peilstation onderzoek.
De discussie omtrent de leeftijdsgrenzen is de laatste jaren gedomineerd door de teleurstellende
nalevingcijfers van de verstrekkers. Bevindingen uit dit aankooppogingen onderzoek
doen voor mij niets af aan mijn teleurstelling daarover en het belang dat ik eraan
hecht dat verstrekkers de wet naleven. Immers, de jongeren die wel proberen om alcohol
te kopen, slagen daar wel vaak in als gevolg van een slechte naleving van de wet door
verstrekkers. En naleving van verstrekkers is ook met oog op de sociale norm zeer
belangrijk. Om het drinkgedrag te veranderen zetten we in op drie pijlers, te weten
sociale norm, naleving en handhaving.
Testkopers
Artikel 20 van de Drank- en Horecawet (DHW) schrijft voor dat het verboden is om alcoholhoudende
drank te verstrekken aan een persoon van wie niet is vastgesteld dat deze de leeftijd
van 18 jaar heeft bereikt. De vaststelling blijft achterwege, indien het een persoon
betreft die onmiskenbaar de vereiste leeftijd heeft bereikt. De geëiste leeftijdscheck
voorkomt dat alcohol wordt verstrekt aan minderjarigen.
Tijdens een debat in oktober 2014 heb ik toegezegd te zullen onderzoeken of de inzet
van minderjarige testkopers bij de handhaving, o.a. naar Brits voorbeeld, expliciet
mogelijk kan worden gemaakt in de DHW. Inzet van testkopers zou de handhaving immers
efficiënter maken dan nu vaak het geval is. Ik heb besloten om de inzet van dergelijke
minderjarige testkopers niet expliciet mogelijk te maken. Deze keuze is ingegeven
door het feit dat efficiënte handhaving met testkopers reeds mogelijk is en door sommige
gemeenten ook wordt toegepast, namelijk met meerderjarige testkopers. De boete wordt
opgelegd voor het feit dat een verstrekker zich niet vergewist van de leeftijd van
de aankoper, terwijl de testkoper niet onmiskenbaar ouder is dan 18 jaar. De verstrekker
aanvaardt, door niet te controleren, de aanmerkelijke kans dat alcohol aan minderjarigen
wordt verstrekt en is hierdoor in overtreding.
Uitdrukkelijk uitgangspunt van de Drank- en Horecawet is dat gemeenten zelf verantwoordelijk
zijn voor handhaving en toezicht op de wet. De burgemeester bepaalt de handhavingstrategie
en is hiervoor dus ook eindverantwoordelijk.
Door een aantal gemeenten, onder andere Utrecht en Eindhoven, wordt al gewerkt met
de inzet van meerderjarige testkopers. Deze gemeenten hanteren hierbij overigens strikte
protocollen. Ik volg deze aanpak met interesse en neem de resultaten mee in de evaluatie
van de DHW die voorzien is voor 2016.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
M.J. van Rijn