27 565 Alcoholbeleid

Nr. 120 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 7 mei 2012

Op 20 december 2011 heeft uw Kamer de motie Jacobi over licht-alcoholische dranken (Kamerstukken 33 000-XIII, nr. 107) aangenomen. In deze motie wordt de regering verzocht te onderzoeken wat de effecten zijn van ons stringent beleid op de verkoop van licht-alcoholische streekproducten en op welke manier dit fatsoenlijk kan worden geregeld.

Inmiddels heb ik laten uitzoeken wat de situatie in Nederland is omtrent de verkoop van zwak-alcoholhoudende dranken in streekwinkels, VVV-kantoren, jaarmarkten en braderieën, en wat de opties zijn om de verkoop van alcoholhoudende streekproducten te regelen.

Streekwinkels en VVV-kantoren

Voor streekwinkels en VVV-kantoren gelden dezelfde regels als voor andere winkels. Volgens artikel 18 Drank- en Horecawet mogen zwak-alcoholhoudende dranken worden verstrekt in winkels waarin in overwegende mate levensmiddelen of tabak en aanverwante artikelen of uitsluitend zwak-alcoholhoudende dranken al dan niet tezamen met alcoholvrije dranken worden verkocht. Ook mogen zwak-alcoholhoudende dranken worden verstrekt in een winkel waarin een gevarieerd assortiment aan levensmiddelen of tabak en aanverwante artikelen wordt verkocht.

Met de wijziging van de Drank- en Horecawet (Kamerstukken 32 022, nr. 2), waarmee uw Kamer medio 2011 heeft ingestemd, zal artikel 18 worden aangepast. Op grond van deze wijziging mogen zwak-alcoholhoudende dranken straks alleen nog worden verstrekt in winkels waarin in overwegende mate levensmiddelen of tabak en aanverwante artikelen of uitsluitend zwak-alcoholhoudende dranken al dan niet tezamen met alcoholvrije dranken worden verkocht of in warenhuizen met een levensmiddelenafdeling met een vloeroppervlakte van tenminste 15m2 waarop een gevarieerd assortiment aan verpakte en onverpakte eetwaren wordt verkocht.

Dit komt er in de praktijk op neer dat het op grond van de Drank- en Horecawet is toegestaan zwak-alcoholhoudende dranken te verstrekken in een streekwinkel waar voornamelijk levensmiddelen worden verkocht. Dit zal niet het geval zijn voor de meeste VVV-kantoren.

De mogelijkheid een uitzondering te maken voor het verstrekken van zwak-alcoholhoudende streekproducten voor VVV-kantoren is onderzocht. Dit blijkt niet mogelijk. Volgens EU-regelgeving is het niet toegestaan onderscheid te maken tussen de ene en de andere zwak-alcoholhoudende drank (in dit geval tussen zwak-alcoholhoudende streekdranken en «reguliere» zwak-alcoholhoudende dranken). Wanneer een dergelijk onderscheid wordt gemaakt komen de concurrentieverhoudingen in het geding, zonder dat daarvoor in het EU-verdrag een rechtvaardiging kan worden gevonden.1

Wel zou een uitzondering gemaakt kunnen worden voor de verkoop van alle zwak-alcoholhoudende dranken bij VVV-kantoren. Dat vindt het kabinet onwenselijk, omdat daarmee het aantal verkooppunten van alcohol aanzienlijk wordt uitgebreid en omdat dit ingaat tegen het in de Drank- en Horecawet neergelegde uitgangspunt dat het aanbieden van diensten en de verkoop van alcoholhoudende dranken niet samen gaan.

Markten en braderieën

Op markten en braderieën is het volgens de wet niet toegestaan om te tappen (verkoop voor gebruik ter plaatse) of te slijten (verkoop voor gebruik elders dan ter plaatse). Voor het verbod op tappen kan op grond van artikel 35 van de Drank- en Horecawet een uitzondering worden gemaakt. Zwak-alcoholhoudende (streek)dranken kunnen voor gebruik ter plaatse worden verstrekt als men beschikt over een ontheffing.

Wat betreft het slijten van zwak-alcoholhoudende (streek)producten heeft de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in 2005 de Voedsel en Waren Autoriteit een aanwijzing gegeven om – tot nader bericht – geen boetes op te leggen voor het niet naleven van het uit artikel 18 Drank- en Horecawet voortvloeiende verbod op verkoop van zwak-alcoholhoudende streekproducten voor gebruik elders dan ter plaatse op jaarmarkten, braderieën en dergelijke (Kamerstukken 30 300 XVI nr. 104). Dit betekent dat het slijten van zwak-alcoholhoudende streekproducten op markten en braderieën wordt gedoogd.

Met ingang van de gewijzigde Drank- en Horecawet (Kamerstukken 32 022, nr. 2) zal een nieuwe situatie ontstaan doordat de naleving van artikel 18 onder de verantwoordelijkheid van gemeenten zal komen te liggen en de aanwijzing van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport dan niet meer geldt.

Conclusie

Alles overziende kom ik tot de conclusie dat het uitvoeren van verder onderzoek zoals bedoeld in de motie niet tot andere inzichten zal leiden.

De Drank- en Horecawet biedt voldoende mogelijkheden voor het verlenen van een ontheffing, waardoor bestaande tradities van jaarmarkten en braderieën in ere kunnen worden gehouden. Ook voor de streekwinkels, waar allerhande levensmiddelen worden verkocht, vormt de Drank- en Horecawet geen belemmering voor de verkoop van zwak-alcoholhoudende streekproducten.

De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E. I. Schippers


X Noot
1

Ernst & Young heeft in 2008 een onderzoek gedaan naar de mogelijkheid tot de beperking van de verkoop van zoete zwak-alcoholhoudende dranken tot slijterijen. Hieruit kwam naar voren dat er geen onderscheid gemaakt mag worden tussen zoete zwak-alcoholhoudende dranken en andere zwak-alcoholhoudende dranken (zoals bier). Volgens Ernst &Young zou het beperken van de verkoop van deze dranken tot slijterijen in strijd zijn met artikel 28 van het EG-Verdrag.

Naar boven